Spring naar inhoud

Financieel beleid en bedrijfsvoering

8.1 De resultaten

DeltaWonen is een financieel gezonde organisatie. Het jaar 2022 hebben we evenwel afgesloten met een negatief resultaat na belasting van € 12,1 miljoen. Het negatieve resultaat wordt veroorzaakt door de niet-gerealiseerde waardeverandering van ons vastgoed, dat in 2022 een negatief resultaat heeft opgeleverd van € 29,9 miljoen. Door de dalende woningmarkt, met name als gevolg van de opgelopen rente, is de waarde van ons bezit ook gedaald. Dit is geen contant geld, waardoor de daling geen directe invloed heeft op onze operationele activiteiten.

Voor het realiseren van onze ambitie maken we gebruik van het genormaliseerde bedrijfsresultaat. In 2022 komt dit uit op € 29,8 miljoen positief. Dit is het resultaat van kosten en opbrengsten die wij maken met de gewone bedrijfsuitvoering in het kader van verhuur. In 2021 bedroeg dit € 27,1 miljoen positief. In het genormaliseerde bedrijfsresultaat laten we alle kosten en opbrengsten met betrekking tot verkoopopbrengsten, niet-gerealiseerde waardeveranderingen, de onrendabele toppen (projectontwikkeling), vennootschapsbelasting en deelnemingen buiten beschouwing, zodat we een beter inzicht krijgen in het resultaat uit onze verhuuractiviteiten.

De winst- en verliesrekening in onze jaarrekening is op basis van de wettelijke verplichting gebaseerd op de functionele indeling. Daarbij worden de opbrengsten en kosten van onze verschillende activiteiten gesplitst per activiteit. Om de functionele indeling te realiseren, is het toerekenen van kosten naar de diverse activiteiten noodzakelijk. Hierdoor wordt inzichtelijk hoe de financiële prestatie van iedere activiteit bijdraagt aan het totaalresultaat van deltaWonen. Om u een beeld te geven van de resultaten uit onze kosten en opbrengsten, lichten wij deze hieronder toe op basis van de categoriale indeling. Voor de resultaten op basis van de functionele indeling verwijzen wij u naar de jaarrekening. In onderstaande tabel is de totstandkoming van het genormaliseerde bedrijfsresultaat weergegeven:

(x € 1.000) 2022 Begroting 2022 2021
Bedrijfsopbrengsten      
Huuropbrengsten 102.562 102.742 101.087
Opbrengsten servicecontracten 2.689 3.314 2.813
Overige bedrijfsopbrengsten 681 593 583
Totaal bedrijfsopbrengsten 105.932 106.649 104.483
       
Bedrijfslasten      
Afschrijvingen (im)materiële vaste activa en vastgoedportefeuille 1.135 1.107 1.188
Lonen en salarissen 10.252 10.871 9.854
Sociale lasten 1.623 1.588 1.461
Pensioenlasten 1.266 1.322 1.144
Onderhoudslasten 24.585 28.570 18.409
Leefbaarheid 539 573 512
Lasten servicecontracten* 2.258 3.091 2.385
Overige bedrijfslasten 22.961 21.170 30.663
Totaal bedrijfslasten 64.619 68.292 65.616
       
Bedrijfsresultaat 41.313 38.357 38.867
       
Financiële baten en lasten      
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 164 0 1
Rentelasten en soortgelijke kosten 11.660 11.842 11.724
Saldo financiële baten en lasten 11.496 11.842 11.723
       
Genormaliseerd bedrijfsresultaat 29.817 26.515 27.144

De resultaten ten opzichte van de begroting

Het genormaliseerde bedrijfsresultaat van € 29,8 miljoen komt € 3,3 miljoen hoger uit dan we hadden begroot. Dat wordt met name veroorzaakt door lagere vaste personeelslasten (€ 0,6 miljoen), lagere onderhoudslasten (€ 4 miljoen), hogere overige bedrijfslasten (€ 1,8 miljoen) en lagere financiële baten en lasten (€ 0,3 miljoen). Daarnaast zijn er enkele kleinere verschillen.

De lagere onderhoudslasten van € 4 miljoen zijn met name het gevolg van lagere onderhoudslasten voor planmatig onderhoud (€ 5,6 miljoen). Daar staat tegenover dat contractonderhoud (€ 0,1 miljoen), reparatieonderhoud (€ 0,8 miljoen) en mutatie onderhoud (€ 0,4 miljoen) hoger uitvallen. Bij contractonderhoud is de overschrijding het gevolg van meer ketelvervangingen en liftreparaties en een na-facturatie over het laatste kwartaal 2021. Voor reparatie-onderhoud geldt dat door corona een achterstand in reparatieverzoeken is ontstaan. De achterstand kan Dagelijks Onderhoud met de huidige capaciteit zelf niet wegwerken. Daarom worden vakmannen ingehuurd van bouwbedrijven. Daarnaast zijn de materiaalprijzen sterk gestegen. Bij het mutatie-onderhoud is de toename toe te rekenen aan prijsstijgingen van materiaal, capaciteitsproblemen waardoor werk uitgezet wordt bij externe partijen en hogere mutatiekosten per woning (=er zijn per gemuteerde woning meer werkzaamheden nodig, waaronder schoonmaak).

De hogere overige bedrijfslasten wordt voornamelijk veroorzaakt door de hoger dan begrote inhuur personeel (€ 0,7 miljoen) en verhuurderheffing (€ 1,7 miljoen). De obligoheffing, welke altijd maximaal moet worden begroot, valt daarentegen lager uit (€ 0,6 miljoen). De stijging van de verhuurderheffing komt voort uit het verschuiven van de RVV-subsidies van de W&V-rekening naar activering op de balans (€ 1 miljoen). Daarnaast valt het totaal van de RVV-subsidies lager uit dan begroot (€ 0,7 miljoen).

Het resultaat na belasting bestaat uit ons genormaliseerde bedrijfsresultaat plus het resultaat uit verkoop van vastgoed en projectontwikkeling, vennootschapsbelasting, resultaat deelneming en de verandering in de marktwaarde van ons vastgoed. Dit is in de onderstaande tabel weergegeven, waarbij zichtbaar is hoe het resultaat zich verhoudt ten opzichte van de begroting.

(x € 1.000) 2022 Begroting 2022 2021
Genormaliseerd bedrijfsresultaat 29.817 26.515 27.144
Resultaat verkoop en projectontwikkeling* -7.316 -1.678 -7.893
Fiscale aspecten -4.756 -5.959 -5.196
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -29.880 16.080 410.426
Resultaat na belasting -12.135 34.958 424.481

Het resultaat na belasting komt uit op -/- € 12,1 miljoen. In de begroting was uitgegaan van een resultaat van € 35 miljoen.

Het resultaat verkoop en projectontwikkeling komt € 5,6 miljoen hoger (negatief) uit dan begroot. Dit komt met name doordat de lasten vanuit projectontwikkeling (verantwoording onrendabele top) € 4,3 miljoen hoger uitkomen. Dit jaar hebben wij zeven CO2-projecten die overlopen naar het volgende jaar en waarvoor een voorziening is opgenomen ten aanzien van de onrendabele investering, die niet was begroot.

De lagere verkoopopbrengst van € 0,2 miljoen heeft eveneens een negatief effect op het resultaat verkoop en projectontwikkeling. Het verkoopresultaat ligt lager dan begroot vanwege een geringer aantal verkopen. Ten slotte dempen de lagere opbrengsten vanuit de geactiveerde productie ad. € 1,1 miljoen het effect door de sterk achtergebleven nieuwbouw en het later starten van projecten.

Het (negatieve) fiscale resultaat bestaat uit een acute belastinglast en de afname van de belasting-latentie en komt voor 2022 uit op € 4,8 miljoen. In de begroting is rekening gehouden met een fiscale last van € 6,0 miljoen. De fiscale winst voor 2022 bedraagt € 25,9 miljoen (2021: € 25,5 miljoen winst). De acute belastinglast 2022 bedraagt hierdoor derhalve € 6,5 miljoen. In 2021 bedroeg de acute belastinglast € 3,3 miljoen na verrekening van de verliescompensatie vanuit het verleden. Bij de definitieve belastingaangifte (na verwerking van de bezwaren op de jaren 2018 t/m 2020) bleek de acute belastinglast echter € 2,5 miljoen te zijn. Het verschil tussen de fiscale positie 2021 en de aangifte 2021, te weten € 0,8 miljoen, is verwerkt als een bate in de VpB-last van 2022.

De begrote niet-gerealiseerde waardeverandering bedraagt € 16 miljoen positief. Onderdeel van de niet-gerealiseerde waardeverandering is de autonome mutatie. Deze is begroot voor een bedrag van € 37,3 miljoen positief. Het verschil van € 21,3 miljoen wordt veroorzaakt door investeringen in nieuwbouw en onderhoud, verkoop en sloop. De werkelijke autonome mutatie bedraagt echter € 25,3 miljoen negatief (ongeveer 1% van de marktwaarde). De autonome mutatie wordt bepaald door factoren waar deltaWonen geen invloed op heeft.

Er is een aantal factoren dat van invloed is op de daling van de autonome mutatie:

  • Daling van het consumentenvertrouwen in de woningmarkt. Dit als gevolg van hoge inflatie, gestegen energiekosten en een gestegen rente;
  • Stijgende rentetarieven en actief monetair beleid om de inflatie te beperken;
  • Onzekerheid vanwege het wetsvoorstel voor extra regulering van de huurprijzen wat tot dalende prijzen leidt;
  • Forse stijgingen van de kosten die leiden tot hogere onderhoudskosten maar ook tot beperkingen in nieuwbouwproductie. Zeker gelet op de ontwikkeling van de rente, waardoor de prijzen dalen;
  • Verhoging van de overdrachtsbelasting (ten behoeve van de exit waarde) van 8% naar 10,4%;
  • De markt was in voorgaande jaren sterk aanbod gedreven. Het aanbod was zeer beperkt en bij beschikbaarheid resulteerde dit snel in een transactie. Door onder andere de bovenstaande ontwikkelingen is de markt nu juist vraag gedreven. Kwalitatief aanbod voor de juiste prijs wordt opgenomen, maar al met al is er een toename van het aanbod wat ook een prijsverlagend effect heeft.

Een nadere toelichting op de marktwaarde en de autonome mutatie is opgenomen in de jaarrekening, onderdeel ‘marktwaarde’ (paragraaf 9.5.2 en 9.5.3).

De resultaten ten opzichte van voorgaand boekjaar

Hieronder lichten we de relevante afwijkingen tussen de resultaten van 2022 en 2021 toe. Voor de toelichting op de winst- en verliesrekening op basis van de functionele indeling en de gegevens van de balans verwijzen wij naar de jaarrekening 2022. De daling van het jaarresultaat ten opzichte van voorgaand boekjaar is op hoofdlijnen als volgt te verklaren:

Meer resultaat (x € 1.000) vanwege:  
Hogere huuropbrengsten 1.476
Hogere overige bedrijfsopbrengsten 98
Lagere overige waardeveranderingen (im)materiële vaste activa en vastgoedportefeuille 1.739
Lagere overige bedrijfslasten 7.703
Lagere financiële baten en lasten 227
Lagere vennootschapsbelasting 440
Overige lagere geringe afwijkingen 27
  11.710
Minder resultaat (x € 1.000) vanwege:  
Lager verkoopresultaat 918
Lagere geactiveerde productie eigen bedrijf 244
Hogere lonen en salarissen, pensioenen en sociale lasten 682
Hogere onderhoudslasten 6.175
Lagere niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 440.306
  448.325
   
Per saldo lager resultaat 2022 436.615

Toelichting bij de resultaten

Het resultaat voor 2022 ligt € 436,6 miljoen lager dan voorgaand boekjaar (2021: € 424,5 miljoen). Hieronder worden de belangrijkste verschillen per onderdeel toegelicht.

Huuropbrengsten

De stijging in de huuropbrengsten met € 1,5 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door de jaarlijkse huurverhoging (€ 1,1 miljoen), oplevering van nieuwbouwwoningen (€ 0,9 miljoen) en harmonisatie op basis van mutaties (€ 0,3 miljoen). De gemiddelde huurstijging per 1 juli 2022 voor woningen en woongebouwen was 2,1%. De verhogingen voor de bedrijfsruimten bedroegen 2,3% op basis van CPI of een aanpassing volgens geldende huurovereenkomst. Daar staat tegenover dat de huurderving ten opzichte van voorgaand jaar met 0,12% is toegenomen. Verder hebben de verkoop van vastgoed en aangevraagde huurverlagingen een remmend effect gehad op de huurontwikkeling (-/- € 0,3 miljoen). Tot slot is sprake van overige mutaties die eveneens een verlagend effect op de huurontwikkeling hebben (-/- € 0,3 miljoen).

Overige bedrijfsopbrengsten

De stijging in de overige bedrijfsopbrengsten in 2022 ten opzichte van 2021 met € 0,1 miljoen wordt veroorzaakt door een hogere opbrengst uit zonnepanelen en EPV-vergoedingen.

Waardeveranderingen (im)materiële vaste activa en vastgoedportefeuille

Investeringen vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Specificatie maatschappelijke investeringen 2022 Bedragen (x 1.000)
   
ORT's besluiten 2022  
P3671 Hanzewijk Centrum cluster 5 1.661
P3690 Hanzewijk fase 3 GREX 517
P3625 Prinsenstraat 69
P3626 Prinsenstraat GREX 494
P1159 De Tippe fase 1 veld F6 200
P1152 Breezicht Wierde -
P1158 De Tippe 2 SH Centrum -
P1538 De Tippe VanWonen 203
Totaal genomen realisatiebesluiten 3.145
   
Geboekte ORT 2022 2.942
   
Wijziging ORT lopende projecten  
Mutatie door actualisatie einde boekjaar 429
   
Opgeleverde nieuwbouw 2022  
P3818 Stationskwartier appartementen Kampen -
   
Totale jaarlast 2022 3.371
   
Stand voorziening 31-12-2021 4.510
ORT nieuwbouw 2022 3.371
Geactiveerde kosten lopende projecten -/- 5.684
Opgeleverde projecten -
Stand voorziening 31-12-2022 2.197

De waardeveranderingen (im)materiële vaste activa voor vastgoed in ontwikkeling komt in 2022 uit op € 3,4 miljoen (in 2021: € 3,2 miljoen). De waardeverandering wordt veroorzaakt door de onrendabele top (hierna ORT genoemd), welke ontstaat wanneer de verwachte marktwaarde in verhuurde staat van een investering lager ligt dan de totale investeringskosten. Bij nieuwbouwprojecten wordt de onrendabele top vastgesteld op het moment van de goedkeuring van het fasedocument ‘realisatie’.

In 2022 is voor zeven projecten (in 2021: geen projecten) de goedkeuring gegeven aan het fasedocument ‘realisatie’. Daarnaast is bij één investerings- & aankoopbesluit akkoord gegeven tot het aangaan van de investering, waardoor dit geldt als realisatiebesluit voor de ORT. Deze ORT van € 0,2 miljoen is bij actualisatie van de lopende projecten geboekt.

De gehanteerde marktwaarden in de realisatiebesluiten zijn nog steeds actueel, omdat deze begin 2022 zijn geactualiseerd. Daarnaast is de marktwaarde van de gehele vastgoedportefeuille slechts met 0,8% gedaald in 2022 ten aanzien van 2021. Hierdoor blijft de gehanteerde marktwaarde bij de besluiten in 2022 gelijk en leidt dit niet tot mutatie in de ORT. Het GREX-project uit 2021 van Anjer- Rozenstraat heeft hogere investeringskosten dan initieel verwacht. De stijging is veroorzaakt door het verwijderen van een extra meter aan grond en er is lood in de grond gevonden. Uit de prognose van het project in het vierde kwartaal 2022 blijkt dat door deze omstandigheden € 0,2 miljoen extra kosten verwacht worden rondom bodemsanering.

In 2022 is het Stationskwartier in Kampen opgeleverd. De verwachting was dat de marktwaarde van deze investering hoger zou zijn dan de investeringskosten. De marktwaarde per 31 december 2022 is 7% hoger uitgevallen dan de totale investeringskosten, waardoor er geen sprake is van een onrendabele top.

De reeds gemaakte kosten van de lopende projecten worden gecompenseerd in de voorziening. In totaal komt de voorziening hierdoor uit op € 2,2 miljoen (in 2021 € 0,4 miljoen).

Investeringen in vastgoed in exploitatie

Specificatie investeringen in exploitatie 2022 (x € 1.000)  
VORNKENSTR / JUPITERSTR 864
JUPITERSTR 989
NIEUWLANDSWG 1.990
Investeringen in exploitatie lopende projecten 3.843
   
Wijziging investeringen in exploitatie lopende projecten 1.388
   
Totale jaarlast 2022 5.230
   
Stand voorziening 31-12-2021 7.194
ORT verduurzaming 2022 5.230
Geactiveerde kosten lopende projecten -/-1.255
Opgeleverde projecten -/-9.573
Stand voorziening 31-12-2022 1.596

Vanuit 2021 zijn vier grote CO2-renovaties doorgeschoven naar 2022. Hiervan zijn drie CO2-renovaties afgerond in 2022 en één renovatie (ALG1066) is verder doorgeschoven naar 2023. In 2022 is voor drie CO2-renovaties een realisatiebesluit genomen (in 2021 vier renovaties) met een verwachte ORT van € 3,8 miljoen. Per balansdatum is de ORT herijkt met een mutatie van € 1,4 miljoen (in 2021 geen mutatie) dit brengt de "jaarlast" tot € 5,2 miljoen (in 2021 € 5,9 miljoen). Bij de CO2-renovaties wordt de onrendabele top vastgesteld op het moment van de goedkeuring van het fasedocument ‘realisatie’.

Per balansdatum zijn de stichtingskosten en marktwaarde geactualiseerd. In 2022 is de ORT als gevolg van mutatie verhoogt met € 1,4 miljoen. De totale genomen ORT voor 2022 betreft € 5,2 miljoen (in 2021 € 7,2 miljoen).

De reeds gemaakte kosten van de lopende projecten vallen vrij tegen de voorziening net als de afgeronde projecten. In totaal komt de voorziening hierdoor uit op € 1,6 miljoen (in 2021 € 5,9 miljoen).

Onderhoudslasten

De onderhoudskosten zijn uitgesplitst naar de onderdelen niet-cyclisch onderhoud en cyclisch onderhoud. Onder het niet-cyclisch onderhoud vallen de posten dagelijks onderhoud verminderd met de dekking onderhoud in eigen beheer. Onder het cyclisch onderhoud vallen de posten planmatig onderhoud en contractonderhoud.

Dagelijks onderhoud
In onderstaand overzicht worden de gerealiseerde kosten weergegeven in relatie tot aantallen reparatieverzoeken of mutaties en de hieruit voortvloeiende gemiddelden voor 2022 en 2021.

  2022   2021
Reparatieonderhoud      
Aantal 21.276   15.769
Gemiddeld  € 207     € 243 
Realisatie  € 4.414.750     € 3.826.948 
       
Mutatieonderhoud      
Aantal 1.088   940
Gemiddeld  € 2.883     € 2.670 
Realisatie  € 3.136.489     € 2.510.067 
       
Overig dagelijks onderhoud  € 38.245     € 15.603 
       
Realisatie  € 7.589.483     € 6.352.618 
       
Dekking dagelijks onderhoud  € -174.181     € -122.471 
Eigen dienst  € -1.242.618     € -1.379.946 
       
Totaal kosten DO  € 6.172.684     € 4.850.201 
       
Onderhoudslasten in het kader van leefbaarheid*  € 317.491     € 300.806 
       
Totaal onderhoudslasten (niet-cyclisch – dagelijks onderhoud)  € 6.490.174     € 5.151.007 

Reparatieonderhoud
De kosten van het reparatieonderhoud zijn ten opzichte van 2021 met 15%(+€ 0,6 miljoen) toegenomen. Dit wordt veroorzaakt door het hogere aantal reparatieverzoeken. Het aantal reparatieverzoeken (+5.507 – 35% stijging) is sterker toegenomen dan de kosten, waardoor de gemiddelde kosten per verzoek € 36,- lager zijn uitgevallen.

Mutatieonderhoud
Het aantal mutaties bij deltaWonen is met 148 mutaties toegenomen ten aanzien van 2021. De kosten van het mutatieonderhoud zijn ten opzichte van 2021 gestegen met € 0,6 miljoen. De gemiddelde kosten per mutatieorder zijn met € 213,- toegenomen naar € 2.883,- per order (2021: € 2.670,-). De kosten zijn gestegen, doordat de bouwkosten in de markt in 2022 ook fors zijn gestegen als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de nasleep van de coronapandemie.

Uren eigen dienst
Voor de uren eigen dienst is de dekking licht afgenomen. In 2022 is net als in 2021 sprake geweest van een (langdurig en) hoog ziekteverzuim.Onder de dekking dagelijks onderhoud vallen de kosten die vanuit een mutatie of reparatie worden doorbelast aan de huurder.

Onderhoudslasten (cyclisch, planmatig, en contractonderhoud)

Onder de cyclische onderhoudslasten vallen onder andere kosten voor planmatig onderhoud, contractonderhoud en onderhoudskosten voor VvE’s. De cyclische onderhoudslast komt in 2022 uit op € 31,6 miljoen. Hiervan is 11% uitgegeven aan contractonderhoud (€ 3,5 miljoen), 45% aan woningverbetering (€ 14,2 miljoen) en de overige 44% aan planmatig onderhoud (€ 13,9 miljoen).

Planmatig onderhoud

Voor 2022 stonden in totaal 287 projecten gepland met een begroot bedrag van € 40,5 miljoen. Dit is exclusief de overloop van € 2,9 miljoen aan uitgaven voor planmatig onderhoud en CO2-renovaties, welke van 2021 naar 2022 zijn doorgeschoven. In het boekjaar is middels notities € 1,8 miljoen aan extra budget aangevraagd voor noodzakelijke aanvullende uitgaven. Het totale budget voor 2022 komt hiermee uit op € 45,1 miljoen.

Van de 287 projecten zijn 266 projecten afgesloten, aanbesteed of uitgevoerd voor een bedrag van € 28,1 miljoen. Van het totale budget in 2022 is 62,2% uitgevoerd. Dat niet alles is gerealiseerd wordt voornamelijk veroorzaakt door de grote CO2-renovaties, waarvan vijf projecten (begroot/budget € 13,1 miljoen) doorschuiven naar 2023. Al deze renovaties zijn opnieuw begroot in 2023. Per einde jaar was er sprake van overloop bij 21 projecten voor een totaal van € 2,6 miljoen. Voor al deze projecten is reeds een verplichting aangegaan of een opdracht verstrekt, maar deze konden door beperkte capaciteit, of slecht weer door de externe partijen niet meer eind 2022 uitgevoerd worden.

De grote verschuiving van projecten naar 2023 heeft te maken gehad met de extra maatregelen die genomen moesten worden rondom corona, heroverwegingen na de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de beperkte capaciteit van aannemers door de hoge vraag in de markt en (deels)onderbezetting op de afdeling planmatig onderhoud. De verschuiving is te zien in de cijfers, maar de realisatie is dit jaar hoger dan in 2021.

Jaar (x € 1.000) 2022 2021
Begroting 40.512 24.609
Overloop PO 1.673 400
Overloop CO2-renovaties 1.193 -
Goedgekeurde notities 1.768 -
Budget 45.147 25.009
     
Realisatie 28.078 12.480
Waarvan activering -14.212 -2.855
Planmatig onderhoud 13.867 9.625

De onderhoudslasten komen voor 2022 uit op € 28,1 miljoen (2021: € 12,5 miljoen). De onderhoudslasten zijn ten opzichte van 2021 met € 15,6 miljoen toegenomen. De stijging wordt onder andere veroorzaakt door meer personele inzet, stijging van marktprijzen en er is bij meer woningen een CO2-renovatie uitgevoerd welke kapitaalintensief is. 

Activeringen

Van de totale uitgaven voor 2022 wordt € 14,2 miljoen (50,6%) geactiveerd. De activering is gedaan conform het vastgestelde activeringsbeleid. De activering in 2022 ligt aanzienlijk hoger dan 2021, omdat in 2022 voor 413 woningen de renovatie is uitgevoerd en afgerond (in 2021 waren dit 121). Van activering is hoofdzakelijk sprake bij de grote CO2-renovaties en bij projecten waar sprake is van woningverbetering. In 2022 zijn vier grote CO2-renovaties opgestart voor totaal 181 woningen, waarvan de uitvoering plaats zal vinden in 2023. Voor enkele van deze renovaties zijn reeds kosten gemaakt en geactiveerd, maar het grootste deel van de kosten voor deze projecten vallen in 2023. Daarnaast zijn er ook kosten geactiveerd over woningen die al in 2021 waren gestart en nagekomen renovaties. De activering per woning is een stuk hoger dan in 2021, omdat de uitgaven ook veel hoger waren.

  2022 2021
Aantal woningen 651 519
Activering PO € 14.211.801 € 2.854.948
Activering per woning € 21.831 € 5.501

Deelnemerspercentage

In onderstaande infographics staat de informatie in het kader van de uitgevoerde woningverbeteringen.

In 2022 zijn 413 woningen onderworpen aan CO2-renovatie met een deelnemerspercentage van 98%.

Planmatig onderhoud & Woningverbetering (WVB) per gemeente

De kosten voor planmatig onderhoud en woningverbetering verschillen per gemeente. Dit is afhankelijk van de planning op basis van de MJOB. Op basis van jaarlijkse conditiemetingen van 1/3 van ons bezit wordt onderzocht waar planmatig onderhoud het hardst nodig is binnen de vastgoed-portefeuille. In onderstaande tabel is de realisatie per gemeente weergegeven. Er is inzichtelijk gemaakt bij hoeveel complexen er sprake is geweest van planmatig onderhoud en woningverbetering. Daarnaast is het aantal woningen benoemd waar woningverbetering op is toegepast door een CO2-renovatie. Bij planmatig onderhoud is er ook sprake van projecten die niet van toepassing zijn op één complex, maar op diverse complexen of die algemene kosten bevatten (bijv. verplichte brand-veiligheidsmaatregelen). Deze kosten zijn apart inzichtelijk gemaakt.

Gemeente complexen (woningen in CO2-reno) Realisatie waarvan WVB WVB per VHE waarvan PO
Zwolle 134 (549)  € 17.775.325   € 9.552.758   € 17.400   € 8.222.567 
Kampen 58 (74)  € 7.709.034   € 4.185.008   € 56.554   € 3.524.025 
Oldebroek 43 (28)  € 1.158.456   € 474.034   € 16.930   € 684.421 
Algemeen/divers    € 1.524.786   € -     € 1.524.786 
Totaal 235 (651)  € 28.167.600   € 14.211.801   € 21.831   € 13.955.799 

In de tabel is te zien dat de meeste kosten zijn gemaakt in de gemeente Zwolle. Hier heeft deltaWonen ook de meeste woningen in bezit. De kosten van woningverbetering zijn in Kampen het hoogst geweest. Daar heeft in 2022 een uitgebreide CO2-renovatie van de Esdoornhof plaatsgevonden. In Zwolle lijken de kosten een stuk lager, maar hier is sprake geweest van projecten die gedeeltelijk in 2021 en gedeeltelijk in 2022 vielen. Hierdoor zijn de kosten verspreid over twee boekjaren, maar wel verdeeld over het totaal aantal woningen. Als de voorgaande kosten erbij worden opgeteld, is het bedrag per VHE € 20.000,-.

Verduurzamingsambitie

De verduurzamingsambitie van deltaWonen is groot. Het doel is om in 2050 volledig CO2-neutraal te zijn. Daarom is het van belang om de woningen, die nog niet voldoende duurzaam zijn, aan te pakken. In 2022 is bij 413 woningen een CO2-renovatie afgerond (121 woningen in 2021). Bij deze grootschalige renovaties wordt de schil van de woning verduurzaamd door een betere isolatie. Daarnaast wordt er een warmte-terugwinsysteem (WTW) geïnstalleerd en indien nodig worden de interne bouwdelen (badkamers, keukens en toiletten) vervangen. Hierbij is er altijd sprake van woningverbetering, omdat de warmtevraag per woning lager wordt en het energielabel beter.

Het ene energielabel is het andere niet

Energielabels zijn als gevolg van de energiearmoede in 2022 ter discussie gesteld. Net als bij witgoed is het stelsel gewijzigd in 2021, in dit geval van EI-index naar warmtevraag. Als gevolg van deze nieuwe regelgeving zijn na de conversie van de software verschuivingen in energielabels opgetreden, zowel naar boven als naar beneden.

Ieder afgegeven en geregistreerd energielabel heeft een wettelijke geldigheidsduur van 10 jaar, na 10 jaar dient het label opnieuw afgemeld te worden binnen het op dat moment geldende stelsel van berekening. Hier zit dan op dit moment ook de grote variatie in informatie die te vinden is online, waardoor label letters niet meer vergelijkbaar zijn. Een label afgegeven in 2013 heeft nu nog steeds zijn waarde maar is afgegeven op basis van een oudere rekenmethodiek waarbij ‘A++’ het groenste label is.

We hebben de afgelopen 10 jaar (geldigheid van een afgemeld label) drie stelselwijzigingen doorgevoerd gekregen. In navolgende tabel een uitsplitsing van de drie stelsels:

Stelsel Periode waarin van kracht  Jaar van uitfasering door verlopen labels Label letter en/of EI-coëfficiënt en/of warmtevraag Letters Aantal woning kenmerken binnen berekening
Oude label 2008-2014 2025 Letter A++ t/m G* Ca. 70
Nader voorschrift 2015-2020 2031 Letter en EI-index A++ t/m G* Ca. 150
NTA 8800 2021-heden n.n.b. Letter en warmtevraag A++++ t/m G* Ca. 350

Zoals in bovenstaande tabel is aangegeven, hebben we tot minstens 2025 te maken met drie verschillende energielabels en een differentiatie van kenmerken uiteenlopend van ongeveer 70 tot 350 woningkenmerken. Een energielabel berekend op basis van 350 woningkenmerken geeft een nauwkeurigere weergave van de prestaties van de woning dan een energielabel berekend op slechts 70 kenmerken.

De wettelijke kaders en verplichting voor deltaWonen zijn als volgt: Ieder afgemeld label dient door een gecertificeerd bureau afgemeld te worden en hiervoor dient de opname verricht te worden door een gecertificeerde inspecteur. Het rapport dient te voldoen aan de gestelde eisen vanuit het SKW. Een opname conform NTA8800 per 2021 vereist dat een inspecteur in een woning komt en foto’s neemt ter onderbouwing van zijn dossier. Dit is een arbeidsintensief proces en het aanbod van gecertificeerde inspecteurs is beperkt. Daarnaast was de software die hiervoor nodig was pas beschikbaar op de helft van 2021. Momenteel heeft deltaWonen hierdoor een kleine achterstand in het aantal verlopen labels van circa 8% van het totale woningbezit. Hier is prioriteit aan gegeven om dit in 2023 in te lopen en de voortgang zal ieder kwartaal gerapporteerd worden.

Onderstaande grafiek geeft in geel de CO2-uitstoot weer volgens de oude methode ‘Nader Voorschrift’ en in blauw de CO2-uitstoot volgens de nieuwe norm NTA8800. Hier is over de jaren heen duidelijk een dalende trend te zien. Door de aanpassing in definitie komen we iets hoger uit, maar vervolgens zie je dit als gevolg van de verduurzamingsmaatregelen die deltaWonen neemt, dalen. DeltaWonen wil in 2030 minimaal 30% minder CO2 uitstoten dan in 2020. De uitstoot is ten aanzien van januari 2021 4,5% gedaald.

Overige bedrijfslasten

De overige bedrijfslasten komen € 7,7 miljoen lager uit dan het voorgaande boekjaar. Dit is voor het grootste gedeelte het gevolg van een eenmalige ‘leningruil Vestia’, die in 2021 met € 7,3 miljoen een negatieve impact had op de bedrijfslasten. Met deze leningruil zijn leningen van Vestia met structureel hoge rentelasten uitgeruild tegen leningen met nieuwe marktconforme rentepercentages om zo de rentelasten van Vestia structureel te verlagen. Daarnaast is de verhuurderheffing met € 8,8 miljoen in 2022 bijna € 1,8 miljoen lager dan in 2021. Er is op onderdelen ook sprake van hogere kosten. Daarbij valt op dat de algemene beheer- en administratiekosten zijn toegenomen (€ 0,7 miljoen), wat vooral is ingegeven door hogere advieskosten, hogere exploitatiekosten vervoermiddelen en toegenomen kantinekosten. Ook bij de overige personeelskosten is een toename zichtbaar (€ 0,5 miljoen). Deze toename komt voort uit meer inhuur personeel (€ 0,4 miljoen) en hogere studie- en opleidingskosten (€ 0,1 miljoen). Tot slot nemen de belastingen ten opzichte van vorig jaar af met € 0,4 miljoen.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De niet-gerealiseerde waardeverandering is in 2022 € 29,9 miljoen negatief en komt daarmee € 440,3 miljoen lager uit dan in 2021. Onze woningen zijn in 2022 dus gemiddeld genomen minder waard geworden. De belangrijkste oorzaken van deze daling zijn de afgenomen leegwaardestijging, afgenomen restwaarde (op basis van de gestegen exit-yield) en de grondslag voor indexatie contracthuur woningen. De leegwaarde en restwaarde zijn vastgesteld op basis van de best vergelijkbare transacties uit 2022. Het vervallen van de verhuurderheffing heeft een positief effect op de waardeverandering, maar weegt niet volledig op tegen de aspecten die voor een daling zorgen.

In 2022 is het consumentenvertrouwen in de woningmarkt als gevolg van de hoge inflatie, gestegen energiekosten en de gestegen rente afgenomen. Daarnaast is sprake van forse stijgingen van de kosten die leiden tot hogere onderhoudskosten, maar ook tot beperkingen in nieuwbouwproductie. Zeker gelet op de ontwikkeling van de rente, waardoor de prijzen dalen.

De markt was in voorgaande jaren sterk aanbod gedreven. Het aanbod was zeer beperkt en bij beschikbaarheid resulteerde dit snel in een transactie. Door onder andere de bovenstaande ontwikkelingen is de markt nu juist vraag gedreven. Kwalitatief aanbod voor de juiste prijs wordt opgenomen, maar al met al is er een toename van het aanbod wat ook een prijsverlagend effect heeft.

Vanuit ons onderhoudsprogramma is het effect van het geactiveerde onderhoud van € 13,2 miljoen een verlaging van de niet-gerealiseerde waardeverandering (2021: een activering van € 4,3 miljoen). Een deel van onze onderhoudsuitgaven activeren we op complexniveau. Deze activering leidt niet tot een evenredige stijging van de marktwaarde van het betreffende complex. Daarom nemen we deze post als last mee in de niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille.

Financiële baten en lasten

Door het in dit jaar niet aantrekken van leningen (het later starten van projecten), het inzetten op lagere financieringslasten en een gezonde spread van renteherzieningen en aflossingen over de jaren heen, zien wij in 2022 de rentelasten verder afnemen. Het saldo van de financiële baten en lasten van € 11,6 miljoen komt € 0,1 miljoen lager uit dan in 2021 (€ 11,7 miljoen). De gemiddelde rentevoet van 2,29% in 2022 is ten opzichte van 2021 gestegen met circa 6 basispunten. Het verloop van de langlopende leningen wordt verderop toegelicht in paragraaf 8.5 Treasury.

Lonen en salarissen, pensioenen en sociale lasten

Door een toename van het aantal medewerkers, het (met terugwerkende kracht) bijstellen van de lonen op basis van een nieuwe CAO en functieherijkingen zijn de personeelskosten ten opzichte van 2021 met € 0,7 miljoen toegenomen.

Vennootschapsbelasting

De hogere last voor de vennootschapsbelasting wordt met name veroorzaakt door het anders berekenen van de belastinglatentie afschrijvingspotentie en een hoger fiscaal resultaat. Voor 2022 komt het fiscaal resultaat uit op een winst van € 25,9 miljoen. In 2021 was dit een fiscaal resultaat van € 25,5 miljoen. De fiscale winst kan niet meer worden verrekend met verliescompensatie vanuit het verleden, omdat deltaWonen geen verliescompensatie meer heeft. Hierdoor ontstaat er voor 2022 een acute belastinglast van € 6,5 miljoen.

8.2 Beleidsmatige beschouwing verschil marktwaarde en beleidswaarde

Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de marktwaarde

In 2022 heeft voor het eerst sinds jaren een (geringe) daling van de marktwaarde plaatsgevonden. Zowel in de koop- als huurmarkt blijft de interesse bij binnen- en buitenlandse beleggers aanwezig, maar is deze afgenomen ten opzichte van voorgaande jaren. Voor de woningportefeuille van deltaWonen heeft dit geleid tot een daling van de marktwaarde. De totale omvang van de woningportefeuille is met ongeveer € 21,4 miljoen gedaald naar een waarde van € 2,63 miljard. Dit betreft een waardedaling van ongeveer 0,8%.

De negatieve waardeontwikkeling is vooral het gevolg van de gestegen (hypotheek)rente, waardoor de vraag is afgenomen. Desondanks is de leegwaarde voor 2022 licht toegenomen, wat mede is ingegeven door een toename van de gebruiksoppervlakte door de verrichte NEN-metingen. De gemiddelde toekomstige leegwaardestijging per jaar van woningen is echter gedaald van 2,75% naar 1,92%.

De huurprijsontwikkeling van het sociale vastgoed heeft net als vorig jaar een neerwaartse invloed gehad op de waardeontwikkeling. De ontwikkeling van de contracthuur is positief doordat er in 2022 geen huurbevriezingen en/of -verlagingen hebben plaatsgevonden. Voor de komende jaren zal dit effect als gevolg van de nationale prestatieafspraken wijzigen. Hiermee geven wij invulling aan onze maatschappelijke taak op het gebied van betaalbaarheid.

Beleidsmatige beschouwing op de beleidswaarde

De corporatiesector rapporteert dit jaar voor de vijfde keer over de beleidswaarde.

De ontwikkeling van de beleidswaarde wordt deels beïnvloed door de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat die hierboven staat toegelicht. Dit komt omdat de beleidswaarde de marktwaarde als vertrekpunt neemt. De norm Loan to Value op beleidswaarde, in het kader van verticaal toezicht door de Autoriteit woningcorporaties en het WSW, bedraagt op dit moment 85%.

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. Dit is in het bijzonder van toepassing op de bepaling van de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed (terug te vinden in de marktwaarde en beleidswaarde) is geen exacte wetenschap en is tevens de grootste schattingspost van het bestuur voor de jaarrekening.

De beleidswaarde kent als vertrekpunt de marktwaarde in verhuurde staat. Daarbij zoeken we in het kader van de beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit en beheer aansluiting bij het beleid van de corporatie in plaats van de uitgangspunten in de markt. Met deze toelichting geven we nadere duiding aan het deel van de waarde van het vastgoed en dus van het corresponderende deel van het vermogen dat als gevolg van het beleid van de woningcorporatie niet of pas op zeer lange termijn kan worden gerealiseerd.

De beleidswaarde wordt bepaald door op vier aspecten aanpassingen door te voeren in de uitgangspunten van de DCF-berekening van de marktwaarde. De (lagere) waarde die ontstaat is de ‘beleidswaarde’. Het verschil tussen markt- en beleidswaarde heet de ‘maatschappelijk bestemming’. Het onderstaande figuur geeft visueel de stappen weer van marktwaarde naar beleidswaarde. In de waarderingsgrondslagen bij de jaarrekening worden de vier stappen uitgebreid toegelicht.

Beleidsmatige beschouwing verschil marktwaarde en beleidswaarde

Algemeen

De vermogenspositie bepaalt de financiële continuïteit van deltaWonen en of zij op langere termijn haar maatschappelijke taak kan invullen. Externe toezichthouders beoordelen de vermogenspositie in relatie tot onze voorgenomen activiteiten (maatschappelijke prestaties). De omvang van het eigen vermogen is echter sterk afhankelijk van de waardering van het vastgoed.

De waardering van het vastgoed in de jaarrekening is gebaseerd op marktwaarde in verhuurde staat. De omvang van het daarbij gepresenteerde eigen vermogen geeft een indruk van onze financiële armslag, die natuurlijk niet vanzelfsprekend is. Onze financiële armslag wordt bepaald door de verdiencapaciteit van ons vastgoed: de beleidswaarde. Daarmee is de marktwaarde in verhuurde staat (=balanswaardering in de jaarrekening) geen juiste weergave van onze verdiencapaciteit als woningcorporatie. De waardering van het vastgoed is consistent met voorgaande jaren, in overeenstemming met geldende grondslagen voor de jaarrekening 2022 en in overeenstemming met de voor 2022 wettelijk voorgeschreven waarderingsgrondslag, zoals opgenomen in de Woningwet, en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarrekening. De waardering van het vastgoed op marktwaarde in verhuurde staat maakt deltaWonen dan ook niet rijker.

Per 31 december 2022 is in totaal € 1.589 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2021: € 1.190 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van deltaWonen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat het de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, wordt van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst wordt gerealiseerd.

Het verhaal bij de marktwaarde

De marktwaarde biedt waardevolle extra informatie over de verdiencapaciteit van onze corporatie, maar het vereist wel een nadere analyse om de betekenis van deze extra informatie beleidsmatig te kunnen duiden. De marktwaarde toont namelijk een andere invalshoek op de bestaande verdiencapaciteit van ons vastgoed. Het beleidsmatige uitgangspunt dat het vastgoed op basis van volkshuisvestelijke overwegingen wordt geëxploiteerd, zoals vastgelegd in ons Portefeuille- en Assetmanagementbeleid, laten wij namelijk niet los. Ondanks de waardering van het vastgoed tegen marktwaarde in verhuurde staat, kiezen we daarom niet voor een marktconforme exploitatie. Er ontstaat daarnaast ook geen financiële ruimte om aanvullende investeringen te doen, boven de inmiddels door ons voorgenomen investeringen.

De beleidswaarde gaat uit van het eigen corporatiebeleid, zoals het huur-, onderhoud- en beheerkostenbeleid. Bij de marktwaarde wordt daarentegen uitgegaan van kasstromen gebaseerd op marktgegevens, zoals markthuur en objectieve normen voor onderhoud en beheer. De marktwaarde in verhuurde staat is ongeveer 69% (2021: 72%) van de leegwaarde. De beleidswaarde is ongeveer 41% (2021: 34%) van de leegwaarde.

Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2022 bestaat uit de volgende onderdelen:

Beleidswaarde per 31 december 2022

x € 1.000 DAEB  Niet-DAEB Totaal
   vastgoed in   vastgoed in   vastgoed in 
   exploitatie  exploitatie  exploitatie
       
Marktwaarde verhuurde staat 2.594.717 36.480 2.631.198
       
Beschikbaarheid (doorexploiteren) 258.223 1.460 259.683
Betaalbaarheid (huren) -822.072 -1.465 -823.538
Kwaliteit (onderhoud) -444.854 -3.539 -448.393
Beheer (beheerkosten) -71.084 -761 -71.845
Subtotaal aanpassingen -1.079.787 -4.305 -1.084.092
       
Beleidswaarde 1.514.930 32.176 1.547.106

Verschillen beleidswaarde 2022 ten opzichte van 2021

Beleidswaarde per 31 december 2021

x € 1.000 DAEB  Niet-DAEB Totaal
   vastgoed in   vastgoed in   vastgoed in 
   exploitatie  exploitatie  exploitatie
       
Marktwaarde verhuurde staat 2.614.843 38.606 2.653.449
       
Beschikbaarheid (doorexploiteren) -45.436 -584 -46.020
Betaalbaarheid (huren) -870.688 -1.612 -872.300
Kwaliteit (onderhoud) -297.089 -3.515 -300.604
Beheer (beheerkosten) -94.111 -1.045 -95.156
Subtotaal aanpassingen -1.307.324 -6.756 -1.314.080
       
Beleidswaarde 1.307.519 31.850 1.339.369

De beleidswaarde in 2022 is gestegen met € 208 miljoen ten opzichte van 2021. Deze stijging heeft verschillende oorzaken met positieve en negatieve effecten. De jaarlijkse aanpassing van de streefhuur geeft in 2022 een positief effect van € 41 miljoen. Wegens aanpassing van regelgeving wordt vanaf 2021 het geactiveerde planmatig onderhoud meegerekend in de onderhoudsnorm, met een negatief effect van € 175 miljoen in het jaar 2022. De gemiddelde disconteringsvoet doorexploiteren is gedaald, met een positief effect op de beleidswaarde van € 26 miljoen. De afschaffing van de verhuurderheffing geeft een verhoging van € 370 miljoen. Per saldo bedragen de overige mutaties € 54 miljoen negatief (waaronder stijging WOZ-waarde € 31 miljoen negatief).

Effectiviteit en efficiency van het gevoerde beleid

Waardering op marktwaarde draagt bij aan de kwaliteit van het investeringsbeleid van deltaWonen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een maat voor het economisch offer dat deltaWonen brengt voor haar maatschappelijke missie. Het is het geld dat deltaWonen “bewust laat lopen”. Het verschil in beleids- en marktwaarde is ook een hulpmiddel bij het zoeken naar optimalisatie van de eigen kasstromen door toetsing daarvan aan de marktconforme kasstromen in de marktwaarde. Door het afpellen van de verschillen kunnen we inzicht krijgen in hoeverre de offers (on)bewust worden gedaan. In ons investeringsstatuut hebben wij deze verschillen en keuzes inzichtelijk gemaakt.

Door de marktwaarde als uitgangspunt te nemen voor de waardering van het vastgoed wordt een marktconforme exploitatie van het vastgoed het referentiekader. Daar kan het door deltaWonen gevoerde beleid tegen worden afgezet. Iedere beleidskeuze, met als gevolg dat de gepresenteerde marktwaarde niet wordt gerealiseerd, moet inhoudelijk dan wel volkshuisvestelijk gerechtvaardigd zijn. Het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de leegwaarde wordt in feite veroorzaakt door de contractuele beklemming die rust op de (verhuurde) woningen vanuit onze primaire doelstellingen en deels door inefficiëntie.

De afslagen op het gepresenteerde eigen vermogen kennen de volgende beleidsmatige oorzaken:

  • de volkshuisvestelijke bestemming is gebaseerd op ons Portefeuille- en Assetmanagementbeleid en gericht op doorexploitatie en de streefhuren die passen bij de verwachte ontwikkeling van de omvang en samenstelling van de doelgroep, de wensportefeuille en de prestatieafspraken die in dit kader met de gemeenten zijn gemaakt;
  • de bedrijfsmatige bestemming wordt veroorzaakt door extra kosten die onvermijdelijk dan wel aantoonbaar nodig zijn, zoals de extra administratieve lasten als gevolg van de bijzondere eisen die aan corporaties worden gesteld op het terrein van verslaglegging en verantwoording
    (compliance), extra kosten voor woonruimteverdeling, het sociale beheer en onderhouds-kosten.Sectorspecifieke benchmarks dragen bij aan de beoordeling van ons kostenniveau in relatie tot de geleverde kwaliteit;
  • het beoordelingskader voor de risicobeoordeling door het WSW en de continuïteitsbeoordeling
    door de Autoriteit woningcorporaties vormen de basis voor ons financiële toetsingskader. Een belangrijk risico voor deltaWonen is het overheidsbeleid.Omdat wij het overheidsbeleid niet direct kunnen beïnvloeden, heeft deltaWonen een aantal normen uit haar financiële toetsingskader strenger gesteld dan de normen van de externe toezichthouders.Hiermee voorkomen we dat deltaWonen bij iedere wijziging in overheidsbeleid direct moet bijsturen op de realisatie van haar plannen;
  • het onrendabele deel van de beleidsmatig ingevulde investeringscapaciteit is gebaseerd op ons Portefeuille- en Assetmanagementbeleid en de daarover gemaakte afspraken met bewoners en gemeenten. De hoogte van de voorgenomen investeringen staan in een juiste verhouding tot de volkshuisvestelijke prestaties die ermee worden geleverd.

Met onze portefeuillesturing en een efficiënte bedrijfsvoering trachten wij de afslagen te beheersen. Passend leiderschap, informatiemanagement en adequaat risicomanagement zijn hierbij van groot belang.

8.3 Financiële kaders

Zoals ieder bedrijf wil deltaWonen financieel gezond blijven. Om dit te toetsen, hanteren we een vaste set met financiële toetsingskaders. De financiële resultaten en de meerjarenbegroting worden hierop beoordeeld. Jaarlijks wordt het toetsingskader herijkt. Bij dit herijken is rekening gehouden met de splitsing van de DAEB en niet-DAEB activiteiten en wordt onder andere rekening gehouden met bijstellingen in de normen van de externe toezichthouders (Aw en WSW). Verder houden we rekening met de eisen die banken hanteren voor het eventueel aangaan van commerciële financiering.

In 2018 hebben de Aw en het WSW hun gezamenlijk beoordelingskader gepubliceerd. Een belangrijke wijziging daarin betrof de vervanging van de bedrijfswaarde door de beleidswaarde. In 2020 heeft een herijking van het beoordelingskader plaatsgevonden. Naast de aanpassing van de LTV-norm hebben de Aw en het WSW de dekkingsratio en de onderpandratio (twee discontinuïteits-ratio’s) toegevoegd aan de normering. Hierbij wordt voor de dekkingsratio voor het eerst rekening gehouden met de marktwaarde van de leningenportefeuille.

Per maart 2022 heeft een nieuwe actualisatie van het beoordelingskader plaatsgevonden. De ratio’s zijn daarbij ongewijzigd gebleven.

Naast de algemene normen heeft deltaWonen aan haar toetsingskader een interne norm voor de operationele kasstromen toegevoegd. Er is gekozen om voor de interne normering kritisch te kijken naar de ICR in relatie tot het onrendabele gedeelte van de investeringen in nieuwbouw en onderhoud. Uitgangspunt is dat we voor onrendabele investeringen geen externe financiering aan willen trekken, omdat we dan gaan interen op het eigen vermogen.

Onrendabele investeringen willen we uit de operationele kasstromen betalen. Hiermee borgen we dat er in de toekomst ook voldoende kasstromen zijn om te kunnen blijven investeren. Voor de overige normen hanteert deltaWonen dezelfde beleidslijnen als voorgaande jaren om financieel gezond te blijven.

De realisatie voor 2022 en 2021 ten opzichte van het financiële toetsingskader van deltaWonen ziet er als volgt uit:

Financiële ratio Werkelijk 2022 Werkelijk 2021 Norm 1)
Interest coverage ratio gecorrigeerd voor onrendabele investeringen in nieuwbouw en woningverbetering DAEB 2,98 3,39 1,4
Interest coverage ratio gecorrigeerd voor onrendabele investeringen in nieuwbouw en woningverbetering niet-DAEB 2) 3,53 16,71 1,8
Interest coverage ratio (ICR) DAEB 3,27 3,58 1,4
Interest coverage ratio (ICR) niet-DAEB 2) 2,35 12,39 1,8
Interest coverage ratio (ICR) geconsolideerd (TI) 3,26 3,74 1,4
De nominale schuld moet binnen 30 jaar betaald kunnen worden uit de netto operationele kasstroom 18 jaar 17 jaar 30 jaar
Loan to value op basis van beleidswaarde DAEB 33% 40% 85%
Loan to value op basis van beleidswaarde niet-DAEB 28% 31% 75%
Loan to value op basis van beleidswaarde geconsolideerd (TI) 33% 39% 85%
Solvabiliteit op basis van beleidswaarde DAEB 66% 60% 15%
Solvabiliteit op basis van beleidswaarde niet-DAEB 58% 56% 40%
Solvabiliteit op basis van beleidswaarde geconsolideerd (TI) 66% 59% 15%
De dekkingsratio op marktwaarde geconsolideerd (TI) 18% 26% 70%
De dekkingsratio op marktwaarde DAEB 19% 26% 70%
De dekkingsratio op marktwaarde niet-DAEB 25% 26% 70%
De onderpandratio op marktwaarde geconsolideerd (TI) 18% 26% 70%
Gemiddelde bedrijfslasten per VHE 3) € 795 € 1.460 € 870
Gemiddelde onderhoudslasten per VHE 4) € 1.640 n.v.t. € 1.616

De financiële ratio’s, met uitzondering van de gemiddelde onderhoudslasten per VHE, voldoen in 2022 allemaal aan de (interne)normen.

  1. Dit betreffen interne normen, niet de WSW-normen;
  2. In 2021 is de operationele kasstroom bij de niet-DAEB tak incidenteel hoger als gevolg van het laatste gedeelte van de te verrekenen verliescompensatie, waardoor de ICR bij de niet-DAEB tak ruimschoots boven de norm uitkomt. In 2022 speelt dit niet meer en is zichtbaar dat de ICR in de niet-DAEB tak sterk afneemt;
  3. De norm is met ingang van 2022 gewijzigd en in lijn gebracht met de benchmark van Aedes. De norm is gebaseerd op de gemiddelde lasten gedurende de komende tien jaar. De realisatie 2021 is gebaseerd op andere uitgangspunten en daarom niet vergelijkbaar met 2022;
  4. In het financiële toetsingskader van deltaWonen hebben we in het verleden een norm voor de gemiddelde onderhoudskosten voor de zichtperiode van de begroting vastgesteld. We hebben dat gedaan om op hoog niveau zicht te houden op de omvang van het onderhoudsprogramma en enig gevoel te hebben op de efficiency van het proces. In 2021 gold een norm, die was gekoppeld aan een oud ambitieniveau. Omdat deze niet representatief was voor de gemiddelde onderhoudslasten per VHE is de realisatie op n.v.t. gezet. Met het koersplan Groei en Geluk kiezen we voor CO2-neutraliteit en circulariteit. De duurzaamheidsinvesteringen zijn daarmee flink omhoog gegaan. In 2021 hebben we deze norm uitgewerkt en bepaald. De onderhoudslasten op warmtevoorzieningsinstallaties nemen toe en hebben ook impact op toekomstige onderhoudskosten. De norm wordt, zoals bij de jaarverslaggeving in 2021 al aangegeven, op basis van de inzichten in 2022 geëvalueerd.

8.4 Oordeelsbrief van de Autoriteit woningcorporaties en beoordelingsbrief van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Met haar brief van 29 november 2022 geeft de Autoriteit woningcorporaties haar oordeel over de rechtmatigheid voor het verslagjaar 2021. De autoriteit is van mening dat deltaWonen in 2021 heeft voldaan aan de criteria om in aanmerking te komen voor staatssteun, voldoet aan de WNT-normen, er geen sprake is van overcompensatie, er voldoende afgelost is op de interne startlening voor niet-DAEB en er voor de overige te beoordelen onderdelen geen onrechtmatigheden zijn geconstateerd. De compensatie voor de overschrijding van de norm voor de huursombenadering 2020 is in 2021 gerealiseerd. Daarmee voldoet deltaWonen ook hier (alsnog) aan de vereisten. Op 13 april 2023 heeft deltaWonen de toezichtbrief 2023 van de Autoriteit woningcorporaties ontvangen. Hierin wordt aangegeven, dat voor deltaWonen de risico-inschatting laag is op alle onderdelen van het beoordelingskader. Hieruit vloeit voort dat er geen interventies en toezichtafspraken gemaakt hoeven te worden.

Op 6 juli 2022 hebben we de borgingsbrief 2022-2024 (borgingsplafond, borgbaarheid, risicoprofiel en financiële analyse) van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw ontvangen. Het WSW geeft aan dat de ingerekende ambities voor de prognoseperiode tot en met 2026 haalbaar zijn binnen de vigerende financiële normen. Er is sprake van een duurzaam verdienmodel, waarbij de uitgaven aan en investeringen in de bestaande voorraad bekostigd kunnen worden uit uw operationele kasstroom. Daarbij zijn er voldoende bijsturingsmogelijkheden. In januari 2023 heeft het beoordelingsgesprek over 2022 plaatsgevonden. Hierin zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. Derhalve heeft het WSW er dit jaar voor gekozen om de inhoud van de brief op te nemen in de brief met het borgingsplafond. Deze wordt verwacht voor 1 juli 2023.

8.5 Treasury

Algemeen

Een groot gedeelte van het bezit van woningcorporaties is gefinancierd met aangetrokken leningen. Treasury vormt daardoor een belangrijk onderdeel van de financiële huishouding bij woning-corporaties. Doel van de treasuryfunctie is het indekken en spreiden van renterisico’s, het toetsen van de financierbaarheid van alle (geplande) activiteiten, het aantrekken van benodigde financiering, optimalisatie van de financieringsstructuur van deltaWonen en het minimaliseren van de rentelasten.

DeltaWonen heeft een aantal organisatorische maatregelen genomen om de treasuryfunctie op een goede wijze te laten functioneren.

Treasurystatuut
Het beleid dat deltaWonen voert op het gebied van treasury is vastgelegd in het treasurystatuut. Binnen dit statuut staat de organisatie van de treasuryfunctie beschreven: de wijze van besluitvorming, de verantwoording en de informatievoorziening.

Treasurycommissie 
Er is een treasurycommissie samengesteld die de treasuryfunctie waarneemt. Deze commissie bestaat uit de directeur-bestuurder, de manager Bedrijfsbeheer, de concern controller, een financial controller en een extern adviseur. De treasurycommissie handelt binnen de kaders van het treasurystatuut en het treasuryjaarplan.

Treasuryjaarplan
Op basis van de kasstroomprognose uit de meest recente goedgekeurde begroting wordt het treasuryjaarplan opgesteld. Binnen dit plan worden de operationele acties met betrekking tot de treasury van deltaWonen voor het komende jaar beschreven, zoals het aflossen en aantrekken van leningen. Het treasurystatuut en de AO/IC van deltaWonen bepalen de spelregels waarbinnen treasury-activiteiten mogen worden uitgevoerd. Indien acties in dit treasuryjaarplan strijdig zijn met bestaande wet- en regelgeving en/of het treasurystatuut en/of de AO/IC van deltaWonen, dan is het treasuryjaarplan hieraan ondergeschikt.

In het treasuryjaarplan worden de belangrijkste treasury-acties van deltaWonen voor het komende jaar beschreven. Het treasuryjaarplan is gebaseerd op de goedgekeurde meerjarenbegroting en meerjarenprognoses en wordt vastgesteld door de directeur-bestuurder en goedgekeurd door de raad van commissarissen (hierna: RvC).

Door goedkeuring van het treasuryjaarplan geeft de RvC toestemming aan de directeur-bestuurder om, ten behoeve van de DAEB-activiteiten (en binnen de van toepassing zijnde externe en interne ‘spelregels’), financiering aan te trekken tot maximaal het door het WSW afgegeven borgingsplafond. Vanaf het moment dat het nieuwe borgingsplafond wordt vrijgegeven door het WSW wordt dit leidend voor bepaling van de beschikbare ruimte onder het borgingsplafond.

Vanwege de beleidsregel derivaten woningcorporaties en een raamovereenkomst financiële derivaten, waar banken niet mee akkoord gaan, worden geen nieuwe derivaten afgesloten ter afdekking van het renterisico. Mocht dit wel mogelijk blijken en deltaWonen dit wel wenselijk acht, dan zal een besluit hiertoe voorafgaand aan de RvC worden voorgelegd. Vanwege de WSW-beleidsregel dat alleen leningen met maximaal een stortingsdatum van 6 maanden vooruit mogen worden aangetrokken, zijn de voordelen van eventuele nieuwe payer swaps überhaupt niet meer substantieel.

Acties die niet binnen de kaders van het treasuryjaarplan vallen, moeten ter goedkeuring aan de RvC worden voorgelegd. Uitzondering hierop zijn acties die een expliciet uitvloeisel zijn van het voldoen aan wet- en regelgeving. Daarvoor bestaat een informatieplicht aan de RvC.

Financieringsbevoegdheid treasury
DeltaWonen moet te allen tijde aan haar financiële verplichtingen kunnen voldoen. Zij trekt hiertoe, wanneer noodzakelijk, leningen aan met borging door het WSW (mits ten behoeve van DAEB). Het WSW stelt borgingsruimte beschikbaar door middel van het door haar vastgestelde borgingsplafond. Dit borgingsplafond betreft het maximale bedrag aan door het WSW te borgen financiering, in het van toepassing zijnde jaar. De hoogte van het borgingsplafond is (mede) afhankelijk van de financieringsbehoefte conform de dPi-opgaaf. DeltaWonen heeft op basis van de dPi2021 eind juli 2022 een borgingsplafond van € 576 miljoen tot ultimo 2023 ontvangen. Vanaf volgend jaar wordt het derde prognosejaar weer meegenomen in het borgingsplafond.

Treasuryactiviteiten in 2022

In 2022 zijn de volgende transactievoorstellen uitgevoerd:

  • TK 2022-01: Op 7 februari 2022 is een nieuwe opslag overeengekomen op een basisrentelening van € 15 miljoen, die loopt bij de NWB Bank. De opslag is voor één jaar overeengekomen op +0,15% boven de basisrente van 2,998%;
  • TK 2022-02: Op 7 februari 2022 is bij de NWB Bank boetevrije vervroegde aflossing aangezegd en een vervangende roll-over lening met variabele hoofdsom met dezelfde modaliteiten overeengekomen bij BNG Bank. Het gaat om een hoofdsom van € 10 miljoen (variabel met minimum 20% opname). De opslag is overeengekomen voor twee jaar op één-maands EUR +0,14%. Over het niet opgenomen deel van de variabele hoofdsom wordt een bereidstellingsprovisie betaald van 0,11%;
  • TK 2022-03: Op 24 mei 2022 is een nieuwe opslag overeengekomen op een basisrentelening van € 12,5 miljoen, die loopt bij de BNG Bank. De opslag is voor drie jaar overeengekomen op +0,08% boven de basisrente van 2,86%;
  • TK 2022-04: Op 19 juli 2022 is bij de BNG Bank boetevrije vervroegde aflossing aangezegd en een vervangende roll-over lening met variabele hoofdsom met dezelfde modaliteiten overeengekomen bij NWB Bank. Het gaat om een hoofdsom van € 15 miljoen (variabel met minimum 20% opname). De opslag is overeengekomen voor twee jaar op één-maands EUR +0,15%;
  • TK 2022-05: Op 22 september 2022 is een nieuwe opslag overeengekomen op een roll-over lening van € 15 miljoen, die loopt bij de BNG Bank.De opslag is voor vijf jaar (tot einde looptijd) overeengekomen op 0,035%;
  • TK 2022-06: Op 22 september 2022 is een nieuwe opslag overeengekomen op een basisrentelening van € 10 miljoen, die loopt bij de BNG Bank.De opslag is voor vijf jaar overeengekomen op +0,175% boven de basisrente van 2,998%.

In het treasury jaarplan 2022 werd, met betrekking tot het jaar 2022, een mandaat voor nieuw aan te trekken financiering van € 29,2 miljoen gevraagd (behoefte € 23,2 miljoen + werkkapitaal € 6 miljoen). Ten opzichte van dit bedrag is in 2022 een volume van € 0 miljoen aan nieuwe leningen gestort in verband met het niet uitgeven van de begrote kasstromen met name op nieuwbouw van woningen.

Daarnaast zijn de volgende acties uitgevoerd:

  • De treasurycommissie is in 2022 viermaal bijeengeweest (8 maart, 14 juni, 20 september en 6 december). Tijdens deze bijeenkomsten kwamen onder andere de actualiteiten vanuit de deelnemersraad WSW, Nationale Prestatieafspraken, marktontwikkelingen (o.a. rente-ontwikkelingen & wet- en regelgeving), beschikbaarheid van financiering (waaronder aanbieders), borgingsplafond, liquiditeitsprognoses DAEB en niet-DAEB, schuldrest per verhuureenheid, beoordelingskader WSW en renterisico’s aan de orde. Bovendien zijn de voorgenomen transactievoorstellen besproken.

Ontwikkelingen 2022

Liquiditeit en financieringsruimte
Onder borgstelling van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is in 2022 voor € 25 miljoen aan (her)financiering aangetrokken. In 2022 is voor een bedrag van € 44,0 miljoen aan leningen afgelost, waarvan € 20 miljoen tijdelijk op roll-overs.

De komende jaren worden grote uitgaven gedaan op het gebied van projectontwikkeling nieuwbouw en energierenovaties bij bestaand bezit. Deze inspanningen kunnen niet verricht worden zonder het aantrekken van aanvullende leningen. Eind 2023 bedraagt de financieringsbehoefte volgens de in december 2022 opgestelde prognose € 21,4 miljoen. Deze financieringsbehoefte loopt op tot € 365 miljoen aan het eind van 2027.

In de planningsperiode 2023-2027 heeft deltaWonen voor € 458 miljoen aan netto (des)investeringen begroot en wordt € 91 miljoen op financieringen afgelost. De benodigde financiering kan worden aangetrokken door het inzetten van borgstelling op toekomstige nieuwbouwinvesteringen en op bestaand bezit. Het totale borgingsplafond van het WSW bedraagt ultimo boekjaar 2022 € 576 miljoen tot en met het jaar 2023.

Financiële Instrumenten (Derivaten)

Swapportefeuille
Een payer swap is een rente-instrument met een waardeontwikkeling. Afhankelijk van de renteontwikkeling kan dit resulteren in een positieve of een negatieve marktwaarde. Kortgezegd zal bij een stijgende rente de swap een positieve waarde krijgen en bij een dalende rente een negatieve waarde.

DeltaWonen heeft per 31 december 2022 een payer swapportefeuille van € 30 miljoen bestaande uit twee derivaten afgesloten bij de BNG Bank ad. € 15 miljoen per derivaat. De swaps zijn al voor 2008 afgesloten met verschillende ingangsdata. Met het gebruik van deze swaps wisselt deltaWonen rentebetalingen uit met de bank. DeltaWonen ontvangt de rente gebaseerd op de marktrente van de bank en betaalt een vaste rente aan de bank. Hierdoor wordt het (toekomstig) renterisico verminderd. Alle swaps die deltaWonen in haar bezit heeft, zijn gekoppeld aan leningen met een variabele rente gebaseerd op de marktrente.

Door het gebruik van deze derivaten heeft deltaWonen haar renterisico voor deze leningen afgedekt voor de onderliggende waarde van de derivaten (zie ook hedge-effectiviteit). De derivaten van deltaWonen bestaan uit payer swaps die uitsluitend zijn ingezet om renterisico’s af te dekken.

De belangrijkste modaliteiten van de afgesloten swaps zijn hieronder weergegeven:

Tegenpartij Hoofdsom Startdatum Einddatum Te betalen vaste rente Marktwaarde
31-12-2022
Marktwaarde
31-12-2021
BNG € 15 mln. 11- 1-2009 11- 1-2027 4,997% - € 1,3 mln. - € 4,5 mln.
BNG € 15 mln. 06- 1-2010 06- 1-2029 4,995% - € 2,1 mln. - € 5,9 mln.
Totaal € 30 mln.       - € 3,4 mln. - € 10,4 mln.

DeltaWonen is niet voornemens om in 2023 nieuwe derivaten af te sluiten. Eventuele derivaten-transacties die voortvloeien uit het ‘beheer’ van de bestaande portefeuille, zullen aan de RvC voorgelegd worden.

Verantwoording over interne organisatie rondom derivaten
In ons treasurystatuut en ons jaarlijkse treasuryjaarplan ligt de interne organisatiestructuur betreffende aanschaf en gebruik van financiële derivaten vast. Daaronder vallen in elk geval regels ten aanzien van bevoegdheden en mandatering, interne controle, interne verantwoording, rol en betrokkenheid van de externe accountant en rol en betrokkenheid van het orgaan waaraan het toezicht op het bestuur is opgedragen. Voor wat betreft het afsluiten en eventueel aanpassen van derivaten zijn alle acties die buiten het operationele gebeuren van de al afgesloten derivaten vallen, onderhevig aan de goedkeuring van de RvC.

In de treasurybijeenkomsten worden de derivatenrapportages en de risicoanalyses behandeld. Diverse onderdelen van deze uitgebreide rapportage en risicoanalyses worden opgenomen en behandeld in de kwartaalrapportages voor de auditcommissie en de RvC.

Waarborging van voldoende interne professionaliteit betreffende financiële derivaten
De waarborging vindt met name plaats door een stevige lijn met onze professionele treasuryadviseur Thésor, bekend in en met de sector. Thésor heeft meer dan 100 woningcorporaties als klant. Ook binnen de organisatie zijn er medewerkers die diverse treasuryopleidingen en -trainingen hebben gevolgd. Er is voldoende kennis aanwezig over de huidige bij deltaWonen aanwezige derivaten. DeltaWonen heeft in het verleden vijf payer swaps afgesloten. Hierover is regelmatig in een Aw-stresstest gerapporteerd. Per 31 december 2022 zijn er nog twee payer swaps actief. Bij geen van deze swaps is sprake van eventuele “margin-calls”.

DeltaWonen heeft al jaren als beleid om geen nieuwe swaps meer af te sluiten. De laatste transactie vond plaats op 22 juli 2007. Op afroep wordt de auditcommissie en/of RvC bijgepraat door Thésor. Zo is aan de voltallige RvC door Thésor in de afgelopen jaren voorlichting gegeven over de actualiteiten op het gebied van treasury bij woningcorporaties. Hierbij is ook stilgestaan bij de risico’s die deltaWonen loopt ten aanzien van de door ons in gebruik zijnde producten. Ook tijdens andere vergaderingen is en wordt meermaals stilgestaan bij dit onderwerp.

Kredietrisico/tegenpartijrisico

Momenteel heeft deltaWonen € 5 miljoen aan middelen uitstaan (spaarrekening) bij huisbank Rabobank. Het treasurystatuut geeft aan dat middelen alleen weggezet mogen worden bij partijen met een minimaal als ‘Very Strong’ gedefinieerde kredietwaardigheid (AA/Aa2). De huidige rating van Rabobank is A+/Aa2/A+, waarmee aan de ratingeisen wordt voldaan. De ratingeis voor derivaten, opgenomen in het treasurystatuut, is minimaal een “single A”. Omdat onze payer swaps nu een negatieve marktwaarde kennen, wordt in de praktijk geen tegenpartijrisico gelopen.

Basisrenteleningen

DeltaWonen heeft vier basisrenteleningen in haar leningenportefeuille. Dit is een type lening dat veel voorkomt in de woningcorporatiesector. De te betalen rente op een dergelijke lening bestaat uit twee componenten: de basisrente en de kredietopslag. De basisrente staat vast voor de looptijd van de leningovereenkomst. De looptijd van de kredietopslag is korter dan de looptijd van de basisrente en wordt periodiek herzien op basis van de marktprijs voor krediet die op het moment van herziening geldt. Deze herziening wordt gezien als een embedded derivaat.

Dealcode Referentie Tegenpartij Totale
rente
Opslag Basisrente Startdatum Einddatum MW excl
opg. rente
Opg. rente MW incl
opg. Rente
Nominale
waarde
                       
LBBT008168 100.211 / WSW 42653 BNG BANK   0,1600%   02/12/2019 01/12/2022 0 0 0 0
LBBT008468 100.212 / WSW 42734 BNG BANK 3,000% 0,1700% 2,8300% 02/03/2020 01/03/2062 -14.262.426 -314.384 -14.576.809 -12.500.000
LBBT009080 100.210 / WSW 42634 NWB BANK   0,0900%   01/03/2021 01/03/2022 0 0 0 0
LBBT009185 100.213 / WSW 42720 BNG BANK   0,0700%   01/07/2021 01/07/2022 0 0 0 0
LBBT009759 100.210 / WSW 42634 NWB BANK 3,148% 0,1500% 2,9980% 01/03/2022 01/03/2061 -17.591.282 -395.872 -17.987.154 -15.000.000
LBBT08168.a 100.211 / WSW 42653 BNG BANK 3,264% 0,1750% 3,0890% 02/12/2019 02/12/2058 -11.812.503 -27.722 -11.840.224 -10.000.000
LBBT09185.a 100.213 / WSW 42720 BNG BANK 2,940% 0,0800% 2,8600% 01/07/2021 01/07/2059 -14.092.624 -185.260 -14.277.884 -12.500.000
Totalen               -57.758.835 -923.237 -58.682.072 -50.000.000

In de bovenstaande basisrenteleningen is een embedded derivaat besloten. Deze wordt in de jaarrekening van deltaWonen niet gescheiden van het basiscontract, omdat er een nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract.

Als bij het moment van opslagherziening geen overeenstemming met de bank wordt bereikt over de aanpassing van de kredietopslag, kan de leningovereenkomst worden beëindigd. Er vindt in dat geval op de herzieningsdatum een verrekening plaats van de dan geldende marktwaarde. Deze marktwaarde wordt berekend door het verschil tussen de contractuele basisrente en de op dat moment geldende marktrente. De eventuele marktwaardeverrekening brengt voor deltaWonen een liquiditeitsrisico met zich mee.

Hedge documentatie payer swaps

Doel van de hedge

DeltaWonen maakt gebruik van kostprijs hedge-accounting, zoals opgenomen in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, Richtlijn 290 Financiële Instrumenten. De richtlijn voorziet in de mogelijkheid om hedginginstrumenten te waarderen op kostprijs, overeenkomstig de waardering voor de herziening van deze standaard en daarmee in lijn met voorgaande verslagjaren. Dit generieke document is opgesteld om te voldoen aan de vereisten die binnen Richtlijn 290 worden gegeven om hedge-accounting te kunnen toepassen.

Hedgestrategie, hedged item en hedging instrument

In het verleden zijn payer swaps aangegaan om de rente op toekomstig aan te trekken financiering te fixeren zonder dat de onderliggende financiering reeds werd aangetrokken. Op een later moment is de onderliggende financiering aangetrokken. Payer swaps boden daarmee de mogelijkheid om de rente op belangrijke investeringsprojecten langdurig te ‘verzekeren’. Doordat de te ontvangen kasstroom uit de swap wegvalt tegen de variabele rente op de onderliggende financiering ontstaat per saldo een financiering met een vaste rente.

Type hedge

DeltaWonen past kostprijs hedge-accounting toe. De effecten van een eventuele hedge-ineffectiviteit worden in voorkomende gevallen in het resultaat verwerkt.

Hedge-effectiviteit

Aan de hand van de kritische kenmerken (renteconventie, -coupondata, looptijd en nominale waarde) van de leningen en de derivaten wordt de hedge-effectiviteit bepaald. De hedge-effectiviteit wordt minimaal vier keer per jaar beoordeeld aan de hand van de kritische kenmerken van de leningen en de derivaten. Er is sprake van een volledige hedge-effectiviteit als bij een renteswap het referentie-bedrag en de hoofdsom, de looptijd, de renteherzieningsdata, de data van ontvangst en betaling van rente en aflossingen en de basis voor het bepalen van de rentevoet voor het hedge-instrument en de afgedekte positie gelijk zijn. In onderstaande tabel zijn alle payer swaps en de onderliggende roll-over leningen in beeld gebracht.

Hierbij wordt vastgesteld dat de hedge-effectiviteit van deltaWonen op balansdatum 100% bedraagt. In het kader van de Wijzigingen RJ290 Financiële Instrumenten is het daarom niet noodzakelijk kwantitatieve berekeningen uit te voeren en/of te verwerken of toe te lichten.

Dealcode Tegenpartij Type Hoofdsom 2022 Hoofdsom 2023 Startdatum Einddatum Variabele rente Coupondata rente Conventie Vaste rente Coupondata rente Conventie
IRS000302.0 BNG BANK Payer swap -15.000.000 -15.000.000 01/11/2009 01/11/2027 EUR 3M 01-feb, 01-mei, 01-aug, 01-nov actual/360 4,9970% 01-nov 30/360
LBBT09453.a BNG BANK Roll-over vast 15.000.000 15.000.000 01/11/2021 01/11/2027 EUR 3M +3,5bp 01-feb, 01-mei, 01-aug, 01-nov actual/360      
LBBT09453.0 BNG BANK Roll-over vast 0 0 01/11/2021 01/11/2022 EUR 3M -42bp   actual/360      
                         
IRS000303.0 BNG BANK Payer swap -15.000.000 -15.000.000 01/06/2010 01/06/2029 EUR 3M 01-mrt, 01-jun, 01-sep, 01-dec actual/360 4,9950% 01-jun 30/360
LBBT08654.0 BNG BANK Roll-over vast 15.000.000 15.000.000 01/06/2020 01/06/2029 EUR 3M +34bp 01-mrt, 01-jun, 01-sep, 01-dec actual/360      
LBBT07377.0 BNG BANK Roll-over vast 0 0 01/06/2018 01/06/2020 EUR 3M   actual/360      

Renterisicospreiding

Alle activiteiten zijn gericht op (rente)risicospreiding, het voorzien in de financieringsbehoefte en verlaging van de gemiddelde rentekostenvoet. Onderstaande grafiek geeft een beeld van het verloop van het renterisico. Aantrekken van leningen voor nieuwe projecten en andere treasury-activiteiten zijn erop gericht het renterisico in 2023 en verder omlaag te brengen.

In alle jaren voldoet het relatief renterisico aan de norm van 20%. De geplande investeringen veroorzaken het jaarlijkse renterisico. Het relatief renterisico is in 2026 het hoogst met een percentage van 18,6%. Exclusief investeringen is het renterisico in dat jaar 2,8%.

Beleggingen en leningen u/g

Ultimo 2022 zijn geen beleggingen en/of leningen u/g van toepassing.

Leningenportefeuille

Het schuldrestant van de leningenportefeuille per 31 december 2022 bedraagt € 502 miljoen (exclusief € 20 miljoen onbenutte ruimte variabele hoofdsom leningen) met een gemiddelde rentevoet van 2,29%. De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 481 miljoen (inclusief opgelopen rente). Voor de bepaling van de disconteringsvoet (gebruikt voor de berekening van de marktwaarde) is geen rekening gehouden met een eventuele kredietopslag. De komende jaren vertoont de gemiddelde rente van de leningenportefeuille, uitgaande van geprognosticeerde gemiddelde rentepercentages variërend van 2,15% tot 2,40% bij (her)financieringen en conversies, het in de onderstaande tabel gegeven beeld. Alle genoemde transacties tot en met 31 december 2022 zijn verwerkt.

2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
2,30% 2,20% 2,15% 2,15% 2,15% 2,20% 2,25% 2,30% 2,35% 2,40%

8.6 Fiscale positie

Fiscaal statuut

DeltaWonen wordt als organisatie met een maatschappelijke doelstelling de afgelopen jaren geconfronteerd met een toenemende belastingdruk ten aanzien van diverse belastingmiddelen. Fiscaliteit speelt inmiddels in vrijwel alle processen van de organisatie een meer of minder prominente rol.

Het Fiscaal Statuut van deltaWonen is bedoeld om de uitgangspunten, kaders en de daarbij behorende randvoorwaarden ten aanzien van de fiscale visie, fiscaal beleid, alsmede de fiscale processen en de organisatie- en informatiestructuur vast te leggen. Met het fiscale statuut wordt tevens beoogd helderheid te geven over de afbakening van rollen en verantwoordelijkheden c.q. taken en bevoegdheden. Het heeft daarmee een duidelijk strategisch karakter, dat als leidraad dient en vertrekpunt fungeert voor nadere uitwerking en uitvoering in tactische en operationele zin.

Het Fiscaal Statuut dient bij alle handelingen en processen van deltaWonen waarbij fiscaliteit een rol speelt of kan spelen, in acht te worden genomen en moet niet worden beschouwd als een op zichzelf staand document. Het moet nadrukkelijk worden gelezen en toegepast in samenhang met andere relevante documenten van deltaWonen, zoals maar zeker niet uitsluitend (eventuele opvolgers van) ‘Groei en Geluk: de koers van deltaWonen’, ‘Reglement financieel beleid en beheer’, ‘Risicostrategie en risicobeleid van deltaWonen’ en het ‘Investeringsstatuut’.

Fiscale strategie
Uitgangspunt van de fiscale visie van deltaWonen is dat deze in overeenstemming moet zijn met de ondernemingsvisie van deltaWonen. DeltaWonen richt zich als maatschappelijke organisatie in de basis op het zorgen voor betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor haar huurders, vanuit de overtuiging dat de groei van en naar een duurzame samenleving de basis is voor een gezonde en leefbare wereld van morgen. DeltaWonen gaat hierbij uit van een viertal kernwaarden: respectvol, professioneel, verbindend en verrassend.

Het is dan ook niet verrassend dat deltaWonen als maatschappelijke organisatie een hoge ethische norm hanteert als het gaat om fiscaliteit. DeltaWonen gaat daarom niet actief op zoek naar belastingconstructies om belasting te vermijden, maar optimaliseert wel haar fiscale positie, waarbij op een faire en verantwoorde manier aan haar fiscale verplichtingen wordt voldaan. DeltaWonen wil dus niet te veel belasting betalen, maar ook niet te weinig. DeltaWonen streeft naar een optimale inzet van middelen ten behoeve van haar ondernemingsdoelstellingen. Beide uitgangspunten kunnen tegenstrijdig zijn, aangezien belastingen in de regel vooral uitgaande kasstromen zijn. DeltaWonen is zich hiervan bewust en streeft – vanzelfsprekend altijd binnen de gangbare normen, waarden en wettelijke fiscale kaders – naar een situatie waarbij aan beide uitgangspunten tegemoet wordt gekomen, waarbij altijd de ondernemingsdoelstellingen van deltaWonen in acht worden genomen.

Vanuit fiscaal perspectief kunnen aan voornoemde basisprincipes dan ook nog twee kernwaarden worden toegevoegd, namelijk transparant (in communicatie en verantwoording) en pragmatisch (in uitvoering en beheersing).

Fiscale organisatie en risicobeheersing
DeltaWonen is zich bewust van de risico’s en kansen rondom fiscaliteit. Wij handelen daarbij altijd binnen de grenzen van wet- en regelgeving en houden rekening met de bedoelingen en intenties van de wetgever. Het primaire doel van het fiscale gedrag zal in de regel in lijn liggen met de verbondenheid van deltaWonen en ondersteunend zijn aan de operationele activiteiten en niet enkel fiscaal gedreven zijn.

Fiscale actualiteiten
Naast de afschaffing van de verhuurderheffing in 2023 zijn er een aantal andere actualiteiten die impact hebben op deltaWonen. Allereerst zal de 1eschijf van de Vennootschapsbelasting worden verlaagd van € 395.000 naar € 200.000 in 2023. Daarnaast is het tarief van de 1eschijf verhoogd van 15% naar 19%. Dit houdt in dat deltaWonen € 29.000 extra vennootschapsbelasting zal moeten gaan betalen. Verder verdwijnt de betalingskorting per 1 januari 2023 bij direct betalen van de voorlopige aanslagen.

Vaststellingsovereenkomst Vennootschapsbelasting (VSO-2)

Vanaf 2008 zijn woningcorporaties integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. DeltaWonen heeft met de Belastingdienst de Vaststellingsovereenkomst belastingplicht woningcorporaties (VSO-2) afgesloten. In de VSO-2 staan specifieke afspraken over de fiscale waardering en resultaatbepaling. De VSO-2 heeft een looptijd tot en met 31 december 2012. Na deze periode wordt de VSO-2 stilzwijgend met steeds één jaar verlengd, tenzij een van de partijen vóór 1 december heeft opgezegd. Inmiddels heeft de Belastingdienst gebruikgemaakt van het opzegrecht. De VSO-2 is daardoor niet meer van toepassing op het (belasting)jaar 2023. Voor deze jaarrekening 2022 is de VSO-2 nog wel van toepassing.

Fiscale positie

De aangiften vennootschapsbelasting van deltaWonen zijn tot en met 2020 door de Belastingdienst definitief vastgesteld. In 2022 hebben we bezwaar aangetekend tegen de aanslagen vennootschapsbelasting 2018 tot en met 2020 in het kader van de verwerking van de RVV & RVO subsidies. De bezwaren zijn volledig toegekend door de Belastingdienst. Door toekenning van de bezwaren heeft deltaWonen een terugbetaling van € 1,6 miljoen ontvangen. In de fiscale positie 2022 is rekening gehouden met de uitkomsten van de toegekende bezwaren.

De aangifte over het boekjaar 2021 is in 2023 ingediend. Een verklaring van de samenstelling van het belastbare bedrag over het boekjaar 2022 vindt u in paragraaf 9.6.27.

Belastinglast

De belastinglast is gestegen van € 18,9 miljoen in 2021 naar € 20,5 miljoen in 2022. Uitgedrukt in maanden netto huuropbrengsten is de belastingdruk gelijk gebleven, te weten 2,4 maanden huur.

Belastingdruk 2022 2021
Belastingen en heffingen ten laste van de winst-en verliesrekening    
-      Vennootschapsbelasting € 6.499.000 € 2.488.000
-      Verhuurderheffing € 8.785.000 € 12.524.000
-      Gemeentelijke heffingen € 5.248.000 € 5.088.000
     
Totaal belastingen € 20.532.000 € 20.101.000
     
Netto huuropbrengsten € 103.462.000 € 101.581.000
     
Belastingdruk in maanden huur 2,4 2,4

Toelichting tabel Belastinglast in maanden huur
In de tabel zijn de directe belastingen opgenomen die ten laste komen van de winst- en verliesrekening. De vennootschapsbelasting in het boekjaar betreft de verschuldigde belasting (acute last) over het geschatte belastbare fiscale resultaat over het boekjaar. De vennootschapsbelasting over het voorgaande boekjaar is gebaseerd op de ingediende aangifte. De verhuurderheffing betreft de verschuldigde verhuurderheffing exclusief vermindering verhuurderheffing die in minder is gebracht op de investeringen in de betreffende nieuwbouw- en verduurzamingsprojecten (de bruto verhuurderheffing). De gemeentelijke heffingen betreffen de onroerendezaakbelasting (OZB) en de waterschaps- en rioolheffingen die in het boekjaar betaald zijn. De afdrachten op de aangifte omzetbelasting zijn niet opgenomen in bovenstaande tabel, omdat deze toezien op geactiveerde investeringen, belaste huuropbrengsten en op niet-aftrekbare omzetbelasting vanwege vrijgestelde opbrengsten. De betaling van loonheffing komt ten laste van het nettoloon van de werknemer en is daarom niet opgenomen in bovenstaande tabel. De afdrachten van overdrachtsbelasting worden geactiveerd op het betreffende onroerend goed of nieuwbouwproject. Daarom is de overdrachtsbelasting ook niet opgenomen in bijgaande opstelling.

8.7 Verbindingen

DeltaWonen had een aantal verbindingen die in meer of mindere mate met ons verbonden waren vanwege het volkshuisvestelijk belang. Gezien de huidige volkshuisvestelijke belangen heeft deltaWonen de afgelopen jaren een actief beleid gevoerd om het aantal verbindingen te beperken. Vanaf 2018 hebben wij geen materiële verbindingen meer.

8.8 Verklaring van besteding van middelen

DeltaWonen heeft haar middelen in 2022 uitsluitend besteed in het belang van de volkshuisvesting. Daarbij hebben we voortdurend een goede balans gezocht tussen maatschappelijke en financiële doelstellingen. DeltaWonen verklaart kennis te hebben genomen van de Aedes-code en het daarbij behorende reglement, onderschrijft de inhoud daarvan, handelt naar inhoud en geest van de code en neemt het reglement in acht.

8.9 Kengetallen

  2022 2021 2020 2019 2018
Gegevens over het bezit          
Aantal verhuureenheden (vhe's) in exploitatie          
- woningen 14.071 14.049 13.892 13.739 13.675
- onzelfstandige wooneenheden 464 480 419 425 435
- woonwagens (incl. eventuele standplaats) 40 41 42 43 44
- bijzondere woongebouwen 17 18 21 21 21
- standplaatsen 71 71 71 71 71
- garages/parkeerplaatsen 990 992 974 957 881
- bedrijfsruimten 124 124 122 121 121
Totaal 15.777 15.775 15.541 15.377 15.248
           
Herleid aantal vhe's tbv berekening kengetallen 15.040 15.045 14.883 14.752 14.748
           
Woningen in beheer 0 0 0 0 0
Standplaatsen/woonwagens in beheer 7 7 8 8 8
           
Veranderingen in bezit (vhe's)          
Aantal gesloopt / Uit exploitatie 12 44 81 12 8
Aantal verkocht 23 20 23 19 25
Aantal aangekocht 0 0 0 0 1
Aantal opgeleverd (ver-) nieuwbouw 32 187 268 156 305
           
Percentage woningen naar huurklasse          
Goedkoop 10% 12% 12% 14% 15%
Bereikbaar 72% 76% 67% 66% 66%
Duur tot en boven huurtoeslaggrens 18% 12% 23% 20% 19%
           
Waarde (in € per vhe)          
Beleidswaarde 102.735 89.022  80.695  79.104  67.192 
WOZ-waardering  187.526  170.523  159.159  146.811  139.740 
Marktwaarde 174.884 176.362  148.999  135.287  121.424 
           
           
Gegevens over balans en Winst-en-verliesrekening          
Balans (in € per vhe)          
Eigen vermogen 141.212 142.689  115.728  102.432  88.721 
Voorzieningen 284 444  50  374  448 
Vreemd vermogen 33.318 33.847  34.355  33.521  32.178 
Kortlopende schulden 1.675 2.230  1.310  2.435  2.870 
Materiele- en immateriele vaste activa 176.659 177.257  150.639  137.015  122.612 
Financiële vaste activa 255 190  322  758  1.099 
Vlottende activa 812 1.606  365  900  434 
           
Gegevens over financiële continuïteit op basis van marktwaarde          
Solvabiliteit 79,4% 79,0% 75,7% 73,1% 70,6%
Rentabiliteit eigen vermogen -1,1% 21,9% 13,1% 14,4% 12,4%
Kostenvoet vreemd vermogen 2,3% 2,2% 2,3% 2,5% 2,7%
Rentabiliteit totaal vermogen -0,9% 17,5% 10,3% 11,0% 9,4%
Current ratio 0,48 0,72 0,28 0,37 0,15
           
Gegevens over huur en verhuur          
Huurachterstand in % van de jaarhuur 1,03% 0,82% 0,84% 1,19% 1,07%
Huurderving leegstand in % van de jaarhuur 0,87% 0,75% 1,04% 0,56% 0,67%
Aantal ontruimingen 5 6 5 16 8
Aantal mutaties woningen 862 907 857 916 1.053
Mutatiegraad in % van het aantal woningen 5,93% 6,24% 5,99% 6,47% 7,46%
Gemiddeld % huurverhoging per 1 juli 2,18% 0,03% 2,96% 2,15% 1,87%
Gemiddelde puntprijs in € 3,76 3,67 3,68 3,61 3,52
Gemiddelde netto huurprijs per maand zelfstandige woongelegenheden in € 590 578 579 558 544
           
Gegevens over onderhoud en kwaliteit          
Aantal reparatieverzoeken 21.276 15.769 13.782 15.270 13.786
Kosten per reparatieverzoek in € 207 243 233 221 232
Kosten per mutatie in € 3.592 2.767 2.743 2.466 2.132
Dagelijks onderhoud per vhe in € 521 414 387 397 394
Planmatig onderhoud per vhe in € 1.226 921 657 847 1.250
Totaal onderhoudskosten per vhe in € 1.747 1.335 1.043 1.244 1.644
           
Gegevens over het personeel          
Personeelsbezetting in fte's 173 169 165 159 147
Werkelijk aantal personeelsleden 201 200 195 192 178
Bezettingsgraad 100 vhe's 1,15 1,12 1,11 1,08 1,00
Aantal vhe's per fte 87,1 89,0 90,2 92,8 100,3