Spring naar inhoud

Jaarrekening

9.1 Balans per 31 december 2023

(voor resultaatbestemming)

Activa (x € 1.000) ref. 2023   2022
         
Vaste activa        
         
Immateriële vaste activa        
Kosten van verwerving van intellectuele rechten 9.5.1  -     402 
Totaal van immateriële vaste activa    -     402 
         
Vastgoedbeleggingen        
Daeb vastgoed in exploitatie 9.5.2  2.326.637     2.594.717 
Niet-daeb vastgoed in exploitatie 9.5.3  36.056     36.480 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 9.5.4  22.487     21.740 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB 9.5.5  19.972     7.725 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Niet-DAEB 9.5.6  2.117     1.555 
Totaal van vastgoedbeleggingen    2.407.269     2.662.217 
         
Materiële vaste activa        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 9.5.7  5.069     5.198 
Totaal van materiële vaste activa    5.069     5.198 
         
Financiële vaste activa        
Latente belastingvorderingen 9.5.8  3.433     3.829 
Totaal van financiële vaste activa    3.433     3.829 
         
Som der vaste activa    2.415.770     2.671.646 
         
Vlottende activa        
         
Voorraden        
Vastgoed bestemd voor de verkoop 9.5.9  398     1.244 
Overige voorraden 9.5.10  304     292 
Totaal voorraden    702     1.536 
         
Vorderingen        
Huurdebiteuren 9.5.11  574     607 
Overheid 9.5.12  60     676 
Belastingen en premies sociale verzekeringen 9.5.13  -     - 
Overige vorderingen 9.5.14  610     710 
Overlopende activa 9.5.15  9     17 
Totaal van vorderingen    1.254     2.010 
         
Liquide middelen 9.5.16  8.061     9.726 
         
Totaal van vlottende activa    10.016     13.271 
         
Totaal van activa    2.425.786     2.684.917 
Passiva (x € 1.000)   2023   2022
         
Eigen vermogen        
Herwaarderingsreserves 9.5.17  1.257.350     1.548.261 
Overige reserves 9.5.18  877.341     598.565 
Resultaat na belastingen van het boekjaar 9.5.19  287.737-    12.135-
Totaal van eigen vermogen    1.846.954     2.134.691 
         
         
Voorzieningen        
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 9.5.20  5.739     3.793 
Voorziening jubileumuitkering 9.5.21  464     474 
Totaal van voorzieningen    6.203     4.268 
         
Langlopende schulden        
Schulden aan overheidsinstellingen 9.5.22  14.852     15.607 
Schulden aan kredietinstellingen  494.079     485.502 
Verplichtingen inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 9.5.23  19.990     19.652 
Overige langlopende schulden 9.5.24  8     8 
Totaal van langlopende schulden    528.929     520.768 
         
Kortlopende schulden        
Schulden aan kredietinstellingen 9.5.25  16.423     7.342 
Schulden aan leveranciers 9.5.26  7.862     3.211 
Schulden aan overheidinstellingen 9.5.27  755     806 
Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekering 9.5.28  7.288     3.493 
Schulden ter zake van pensioenen 9.5.29  169     164 
Overige schulden 9.5.30  1.133     1.288 
Overlopende passiva 9.5.31  10.070     8.886 
Totaal van kortlopende schulden    43.700     25.190 
         
         
Totaal van passiva    2.425.786     2.684.917 

9.2 Winst- en verliesrekening over 2023

Functioneel model (x € 1.000) ref.   2023   2022
Huuropbrengsten 9.6.1   103.823   102.562
Opbrengsten servicecontracten 9.6.2   2.771   2.689
Lasten servicecontracten 9.6.3   -3.290   -3.038
Overheidsbijdragen 9.6.4   0   0
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten 9.6.5   -8.809   -9.152
Lasten onderhoudsactiviteiten 9.6.6   -47.251   -32.885
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 9.6.7   -6.276   -14.860
Nettoresultaat exploitatie van vastgoedportefeuille     40.968   45.317
           
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 9.6.8   0   0
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 9.6.9   0   0
Toegerekende organisatiekosten 9.6.10   0   0
Toegerekende financieringskosten 9.6.11   0   0
Nettoresultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling     0   0
           
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 9.6.12   1.068   3.933
Toegerekende organisatiekosten 9.6.13   -211   -207
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille 9.6.14   -948   -3.318
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille     -91   407
           
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.6.15   -19.375   -8.610
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.6.16   -287.468   -29.878
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 9.6.17   409   -220
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop 9.6.18   6   218
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille     -306.428   -38.490
           
Opbrengsten overige activiteiten 9.6.19   1.168   1.334
Kosten overige activiteiten 9.6.20   0   0
Netto resultaat overige activiteiten     1.168   1.334
           
Overige organisatiekosten 9.6.21   -2.608   -2.006
Kosten omtrent leefbaarheid 9.6.22   -2.842   -2.445
           
Waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten 9.6.23   0   0
Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten 9.6.24   0   0
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 9.6.25   44   0
Rentelasten en soortgelijke kosten 9.6.26   -11.806   -11.496
Saldo financiële baten en lasten     -11.762   -11.496
           
Totaal van resultaat voor belastingen     -281.595   -7.379
           
Belastingen 9.6.27   -6.142   -4.756
Resultaat deelnemingen 9.6.28   0   0
           
Totaal van resultaat na belastingen     -287.737   -12.135

9.3 Kasstroomoverzicht over 2023

(directe methode) (x € 1.000) 2023 2022
Kasstroom uit operationele activiteiten        
         
Ontvangsten        
Huurontvangsten 103.815   102.438  
Vergoedingen 4.475   3.374  
Overheidsontvangsten 0   0  
Overige bedrijfsontvangsten 787   641  
Ontvangen interest (uit operationele activiteiten) 0   0  
Saldo ingaande kasstromen operationele activiteiten   109.077   106.452
         
Uitgaven        
Erfpacht 0   0  
Betalingen aan werknemers -16.220   -14.736  
Onderhoudsuitgaven -33.590   -22.502  
Overige bedrijfsuitgaven -16.439   -15.605  
Rente uitgaven -11.758   -12.489  
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van het resultaat -795   -335  
Verhuurderheffing 0   -7.741  
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -46   -21  
Vennootschapsbelasting -4.239   -4.849  
Saldo uitgaande kasstromen operationele activiteiten   -83.087   -78.278
         
Kasstroom uit operationele activiteiten   25.990   28.174
         
Kasstroom uit investeringen en desinvesteringen        
Verkoop bestaande huur, woon- niet woongelegenheden 941   3.853  
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 1.098   868  
Verkoop nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden 0   0  
Verkoopontvangsten grond 0   0  
(Des) investeringsontvangsten overig 0   0  
Ingaande kasstroom uit investeringen en desinvesteringen   2.039   4.721
         
Nieuwbouw huur-, woon- en nietwoongelegenheden -30.549   -7.083  
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -15.525   -16.502  
Aankoop, woon- en niet woongelegenheden 0   0  
Nieuwbouw verkoop, woon- en niet woongelegenheden 0   0  
Aankoop woongelegenheden (VOV) doorverkoop -827   -185  
Sloopuitgaven, woon- en niet woongelegenheden 0   0  
Aankoop grond 0   0  
Investeringen overig -230   -220  
Uitgaande kasstroom uit investeringen en desinvesteringen   -47.130   -23.990
         
Ontvangsten verbindingen 0   0  
Ontvangsten overig 0   0  
Uitgaven verbindingen 0   0  
Uitgaven overig 0   0  
Saldo ingaande en uitgaande kasstroom financiële vaste activa   0   0
         
Kasstroom uit investeringen en desinvesteringen   -45.092   -19.270
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten        
Nieuwe te borgen leningen        
- nieuwe leningen 15.000   0  
- mutaties roll-over 10.000   25.000  
Nieuwe ongeborgde leningen 0   0  
Inkomende financieringskasstromen   25.000   25.000
         
Aflossingen geborgde leningen        
- bestaande leningen -7.563   -19.006  
- mutaties roll-over 0   -25.000  
Aflossingen ongeborgde leningen 0   0  
Uitgaande financieringskasstromen   -7.563   -44.006
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   17.437   -19.006
         
Mutatie geldmiddelen   -1.665   -10.101
         
Wijzigingen kortgeldmutaties        
         
Liquide middelen per 1 januari   9.726   19.826
         
Liquide middelen per 31 december   8.061   9.726

9.4 Grondslagen van waardering in de jaarrekening

Algemeen

Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.
Alle bedragen staan vermeld in euro’s, tenzij anders vermeld.

Activiteiten

Woningcorporatie deltaWonen is een stichting met de status van “toegelaten instelling volkshuisvesting”. DeltaWonen is ingedeeld in de woonregio Zwolle/Stedendriehoek. Hier vallen de gemeenten Zwolle en Kampen onder. De gemeente Oldebroek is in een andere woningmarktregio ingedeeld. Begin december 2022 is een woningmarktregio-ontheffing ontvangen, waardoor deltaWonen de komende jaren weer mag uitbreiden in de gemeente Oldebroek. De activiteiten van deltaWonen zijn erop gericht mensen te huisvesten in vitale wijken en steden. DeltaWonen is statutair en feitelijk gevestigd aan de Veerallee 30 in Zwolle en houdt hier kantoor.

Het KvK-nummer van deltaWonen is 05003860.

Uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB- en de niet-DAEB-tak.

Het vastgoed in exploitatie wordt geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB vastgoed. Dat gebeurt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurde definitieve scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak.

De niet-DAEB activiteiten van Stichting DeltaWonen zien toe op:

  • Het verhuren van woningen die tot de niet-DAEB tak behoren met als doel de middenklasse te voorzien in hun woonbehoefte;
  • Verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat onlosmakelijk gekoppeld is aan DAEB eenheden;
  • Verhuur van parkeergelegenheden.

Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB-tak of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB- of niet-DAEB-activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend;
  • Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB-activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op drie methodes, namelijk gewogen bezit, huur en personeel. Gezien de geringe verschillen in de uitkomsten tussen de drie methodes is er voor één generieke verdeelsleutel gekozen van 98% DAEB-activiteit en 2% niet-DAEB-activiteit;
  • Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van de vennootschaps-belasting worden toegerekend aan de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van het fiscale resultaat, met toerekening van de voordelen van de fiscale eenheid op basis van de relatieve verdeling, gebaseerd op de verdeelsleutel. Latente belastingen voor compensabele verliezen worden opgenomen in de tak waar sprake is van compensabele verliezen. Latente posities uit hoofde van waarderingsverschillen tussen commercieel en fiscaal worden toegewezen aan de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van de classificatie van de betreffende verhuureenheden.

Continuïteit
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

9.4.1 Regelgeving

De jaarrekening van deltaWonen is opgesteld met inachtneming van artikel 35 van de Woningwet. Het eerste lid van dit artikel schrijft de toepassing van Titel 9 Boek 2 BW voor, behoudens enkele specifieke uitzonderingen. Behalve de Woningwet zijn ook het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting van toepassing.

Verder zijn de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven richtlijnen toegepast, waaronder Richtlijn 645 Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting in het bijzonder. De jaarrekening is opgemaakt op 14 juni 2024.

9.4.1.1 Schattingen

Oordelen en schattingen

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed is geen exacte wetenschap. Het betreft de grootste post waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening van deltaWonen. Overige belangrijke oordelen betreffen de voorzieningen, de waardeverminderingen en de acute en latente belastingen. De hierbij behorende veronderstellingen zijn vermeld in de toelichting bij de eerdergenoemde jaarrekeningposten.

De marktwaarde is als volgt te definiëren:
Marktwaarde is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

Voor de waardering in de jaarrekening hanteren we de marktwaarde in verhuurde staat. Om een inschatting van de marktwaarde te maken, maken we gebruik van taxaties. De vraag is wat de nauwkeurigheid van deze taxaties is, of binnen welke bandbreedte de opdrachtgever het waardeoordeel mag verwachten. Als we uitgaan van de gegeven definitie van de marktwaarde en de aan de taxateur opgelegde norm op het gebied van kennis en uitvoering, moet de nauwkeurigheid van de waardering in de markt binnen een bandbreedte van 10% plus en min liggen.

9.4.1.2 Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

9.4.1.3 Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten, zoals vorderingen, effecten en schulden, als afgeleide instrumenten verstaan.

Alle aan- en verkopen volgens standaard marktconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum. Dat wil zeggen, de datum waarop deltaWonen de bindende overeenkomst aangaat.

Voor de grondslagen van de primaire financiële instrumenten verwijzen we naar de behandeling per balanspost. Voor de waardering en verwerking van afgeleide instrumenten verwijzen we naar Derivaten en hedge-accounting onder § 9.4.2.18 en § 9.4.2.19.

9.4.2 Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Immateriële vaste activa

9.4.2.1 Software

De immateriële vaste activa betreft software en worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van afschrijvingen. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen. Dit is het geval als de boekwaarde van het actief hoger is dan de realiseerbare waarde ervan. De afschrijvingstermijn is gekoppeld aan het onderhoudscontract met de softwareleverancier, met een maximum van 5 jaar. De afschrijvingen vinden plaats vanaf 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarin de investering in gebruik is genomen.

Vastgoedbeleggingen

9.4.2.2 DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

Classificatie en kwalificatie

Het vastgoed in exploitatie wordt op objectniveau geclassificeerd naar DAEB (hierna te noemen sociaal) en niet-DAEB (hierna te noemen commercieel) vastgoed. Daarbij houden we rekening met de definitie in bijlage 3 en bijlage 4 van het BTIV. Op grond van deze criteria omvat het sociaal vastgoed de woningen met een huurprijs tot aan de huurliberalisatiegrens (huurtoeslaggrens) op contractdatum, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. Ultimo 2023 bedraagt de huurliberalisatiegrens € 808,06 (2022: € 763,47).

Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat wordt verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en dat tevens staat vermeld op de bijlage zoals is opgenomen in de BTIV. Het commercieel vastgoed omvat volgens de eerdergenoemde criteria de woningen met een huurprijs boven de huurliberalisatiegrens (huurtoeslaggrens) op contractdatum, het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed), woningen verkocht onder voorwaarden en het overige commercieel vastgoed. 

Complexindeling

Het sociaal vastgoed en het commercieel vastgoed is opgedeeld naar waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat kan worden verkocht. Een waarderingscomplex kan daarom worden gedefinieerd als een veelal aaneengesloten blok verhuureenheden van dezelfde bouwperiode. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit sociaal en commercieel vastgoed. In dat geval wordt, nadat de waarde van het waarderingscomplex is bepaald, de waarde opgesplitst in een deel dat aan het sociaal vastgoed, respectievelijk aan het commerciële deel kan worden toegerekend.

Herclassificatie Vastgoed in Exploitatie naar Vastgoed in Ontwikkeling

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling vindt plaats bij aanvang van de activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling. De toegelaten instelling definieert dit als het moment dat de zittende huurders (tijdelijk) elders zijn gehuisvest. De verkrijgingsprijs van de onroerende zaken in de opvolgende waardering in het vastgoed in ontwikkeling geschiedt tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.

Herclassificatie Vastgoed in Ontwikkeling naar Vastgoed in Exploitatie

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de exploitatie activiteiten. De toegelaten instelling definieert dit als het moment dat huurders zijn gehuisvest. De verkrijgingsprijs van de onroerende zaken in de opvolgende waardering in het vastgoed in exploitatie geschiedt tegen de kostprijs van het vastgoed in ontwikkeling op het moment van de herclassificatie onder eventuele aftrek van een gevormde voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.

Waardering bij eerste verwerking sociaal en commercieel vastgoed

  • Onroerende zaken in exploitatie worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet;
  • Waardering vindt plaats tegen de marktwaarde op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Het Besluit actuele waarde is niet van toepassing;
  • De waardering tegen marktwaarde vindt plaats overeenkomstig de methodiek in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (“Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”). Dat gebeurt op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.

Bij de waardering wordt onderscheid gemaakt in de volgende categorieën:

  • Woongelegenheden;
  • Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG);
  • Parkeergelegenheden;
  • Intramuraal zorgvastgoed.

Dit gebeurt op basis van artikel 31 van het BTIV.

DeltaWonen hanteert de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Voor een verdere toelichting op de toepassing van het waarderingshandboek verwijzen we naar de toelichting op de balans.

Bij de waardering van het vastgoed worden een doorexploiteer- en een uitpondscenario onderscheiden. De marktwaarde is de hoogste van beide waarderingen. Het handboek volgt de netto contante waarde- methode, de DCF-methode. Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde. De eindwaarde is de geschatte opbrengstwaarde van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode.Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen en respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van 15 jaar.

De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeergelegenheden plaats aan de hand van twee scenario’s: enerzijds op basis van het doorexploiteerscenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij BOG, MOG en intramuraal vastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing.

Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of -vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst- en verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of -vermeerdering wordt separaat vermeld en in het resultaat verantwoord als Niet-gerealiseerde waardeverandering.

Uitgaven na eerste verwerking

Uitgaven na eerste verwerking van het complex, aangaande het sociaal en commercieel vastgoed die kwalificeren als verbetering worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt, en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of -vermeerdering en in het resultaat verantwoord als overige waardeverandering.

Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie worden verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. De regeling maakt onderscheid tussen onderhoud en verbetering. Onderhoudsuitgaven worden in het resultaat verwerkt; uitgaven die kwalificeren als verbetering worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt.

Bij uitgaven na eerste verwerking wordt beoordeeld of en in hoeverre sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies op het waarderingscomplex, waarop de uitgaven na eerste verwerking betrekking hebben. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst- en verliesrekening verantwoord onder de post ‘Overige waardeverandering vastgoed portefeuille'.

Afschrijvingen

Op de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop

Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan op de waardepeildatum 31 december 2022 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht.

Beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van deltaWonen en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Er wordt enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve wordt er geen rekening gehouden met een uitpondscenario en geen rekening gehouden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie;
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur (of indien deze hoger is de contracthuur) in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie;
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het(onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjarenonderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt;
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van deltaWonen en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening.

Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer).

DeltaWonen heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.

9.4.2.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Voor onroerende zaken in exploitatie die in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) door de corporatie worden overgedragen aan derden, waarbij de regeling kwalificeert als financierings-transactie, eindigt het eigen gebruik en wordt het vastgoed gerubriceerd als vastgoed verkocht onder voorwaarden. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de contractuele korting. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de post Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden.

Na eerste verwerking vindt waardering plaats tegen de getaxeerde leegwaarde na aftrek van de in het VOV-contract overeengekomen korting. De leegwaarde wordt jaarlijks opnieuw geschat op basis van gegevens van de parameters ‘Handboek modelmatig waarderen 2023’. Waardeveranderingen worden in het resultaat verantwoord onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden’.

De regeling kwalificeert als een financieringstransactie wanneer niet alle belangrijke economische voor- en nadelen zijn overgedragen. Dit is in het kader van een regeling VOV doorgaans het geval wanneer sprake is van een terugkoopplicht, dan wel een terugkooprecht tegen een significant lagere terugkoopprijs dan de verwachte reële waarde op het terugkoopmoment.

Voor de in de regeling overeengekomen overdrachtswaarde heeft de corporatie een terugkoopverplichting die jaarlijks wordt gewaardeerd op de bij overdracht ontstane terugkoopverplichting. Daarbij wordt rekening gehouden met de contractvoorwaarden inzake terugkoop, waaronder de deling van de jaarlijkse waarde-ontwikkeling van de woning in het economisch verkeer. De terugkoopverplichting wordt als verplichting op de balans opgenomen zonder rekening te houden met de tijdswaarde van geld. Dit omdat inschatting van het tijdstip waarop terugkoop in de toekomst zal plaatsvinden niet goed mogelijk is, ook gelet op de onbeperkte terugkooptermijn. Als de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen 1 jaar zal plaatsvinden, dan wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

De waardeveranderingen ter zake van de woningen verkocht onder voorwaarden (na herclassificatie) en die ter zake de terugkoopverplichtingen worden in het resultaat verantwoord onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden’.

9.4.2.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw) en bestaande complexen (woning-verbetering, herstructurering. Zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten.

De waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals eerder toegelicht onder vastgoed in exploitatie onder Waardering na eerste verwerking.

Als gerede twijfel bestaat of de al bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen de lagere marktwaarde van het project in het bestaande ontwikkelingsstadium gewaardeerd. Het nadelig verschil in het resultaat wordt verantwoord onder de post Overige waardeveranderingen. Per balansdatum kan sprake zijn van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake sociaal en commercieel vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde. Dan wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de al bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen. De afwaardering van de bestede kosten tot nihil wordt in het resultaat verantwoord onder de post Overige waardeveranderingen.

Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele saldo plaats naar vastgoed in exploitatie. Bij deze overboeking wordt voor het bepalen van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs uitgegaan van de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs zonder rekening te houden met waardeverminderingen. De herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het verschil tussen de verkrijgings- en vervaardigingsprijs en de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed waarop de herwaarderingsreserve betrekking heeft.

Materiële vaste activa

9.4.2.5 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. De afschrijvingen vinden plaats vanaf 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarin de investering is gedaan. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Wanneer de verwachting over de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigingen ondergaat, worden zij als een schattingswijziging verantwoord.

Kosten voor periodiek groot onderhoud worden volgens de componentenmethode verwerkt. Buiten gebruik gestelde materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de kostprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of wanneer geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of de vervreemding worden verwacht. De bate of last die voortvloeit uit de desinvestering wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Financiële vaste activa

9.4.2.6 Latente belastingvorderingen

Onder de financiële vaste activa zijn actieve belastinglatenties opgenomen, indien en voor zover het waarschijnlijk is dat realisatie van de belastingclaim te zijner tijd zal kunnen plaatsvinden. Deze actieve latenties zijn gewaardeerd tegen contante waarde, waarbij discontering plaatsvindt tegen de nettorente. Zij hebben overwegend een langlopend karakter. De nettorente bestaat uit de voor deltaWonen geldende rente voor langlopende leningen (2023: 2,30%, 2022: 2,29%) onder aftrek van belasting op basis van het effectieve belastingtarief (eerste schijf: 19%, tweede schijf: 25,8%). De opgenomen latentie heeft betrekking op aanwezige afschrijfpotentie bij complexen bestemd voor exploitatie, beleggingen en langlopende schulden. Ultimo 2023 zijn er een aantal verhuureenheden bestemd voor sloop en herontwikkeling. Voor het overige bezit is niet aan te duiden wat de bestemming zal zijn en is vanuit het oogpunt van voorzichtigheid de latentie op nihil gewaardeerd. 

9.4.2.7 Overige vorderingen

De overige financiële vaste activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde vermeerderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Baten en lasten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt zodra de vorderingen aan een derde worden overgedragen of een bijzondere waardevermindering ondergaan, alsmede via het amortisatieproces.

Voorraden

9.4.2.8 Vastgoed bestemd voor verkoop

Vastgoed bestemd voor verkoop betreft de voorraad woningen die niet meer in exploitatie zijn en zijn aangewezen voor verkoop. Vastgoed bestemd voor verkoop wordt gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, dan wel vervaardigingsprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden.

De verkrijgingsprijs wordt bepaald op basis van de marktwaarde vóór de herclassificatie van het vastgoed naar de voorraad. De vervaardigingsprijs omvat de bouwkosten, de directe loonkosten en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De netto-opbrengstwaarde is gebaseerd op een verwachte verkoopprijs, onder aftrek van nog te maken kosten voor voltooiing en verkoop.

9.4.2.9 Overige voorraden

Waardering van de overige voorraden (materialen) vindt plaats tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde. Ook wordt rekening gehouden met een aftrek voor mogelijke incourantheid.

9.4.2.10 Vorderingen en overlopende activa

De vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs minus benodigde voorziening voor oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen of overlopend actief. De overige vorderingen hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.

9.4.2.11 Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan 12 maanden. De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.

9.4.2.12 Herwaarderingsreserve

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd op waarderingscomplexniveau voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

Ongerealiseerde waardeverminderingen op waarderingscomplex niveau worden op de herwaarderings-reserve in mindering gebracht tot zover de boekwaarde op basis van marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

De herwaarderingsreserve wordt gevormd ten laste van de overige reserves.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord.

9.4.2.13 Overige reserves

In de overige reserves is het deel van het eigen vermogen opgenomen dat als gerealiseerd wordt beschouwd.

9.4.2.14 Resultaat na belastingen van het boekjaar

Het resultaat boekjaar wordt apart inzichtelijk gemaakt onder het eigen vermogen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het ongerealiseerde deel dat zal worden toegevoegd of onttrokken van de herwaarderingsreserve en het gerealiseerde deel dat wordt toegevoegd of onttrokken van de overige reserves.

9.4.2.15 Voorzieningen

Een voorziening wordt gevormd indien deltaWonen een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft waarvan het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang betrouwbaar is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen. Tenzij anders vermeld, worden voorzieningen gewaardeerd tegen nominale waarde.

9.4.2.16 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen ook feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd” (IFEC).

Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de woningcorporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders. Uitingen over verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de woningcorporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake wanneer de formalisering van de verplichting heeft plaatsgevonden.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen en herstructureringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Als en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het desbetreffende complex overtreffen, dan wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post ‘overige waardeveranderingen’. Onder verwachte verliezen verstaan we in dit verband de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven minus de aan deze investering toe te rekenen marktwaarde.

9.4.2.17 Overige voorzieningen

Voorziening pensioenen

De gehanteerde pensioenregeling van woningcorporatie deltaWonen is ondergebracht bij het SPW (bedrijfstakpensioenfonds). De hieruit voortvloeiende pensioenverplichtingen worden gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de winst- en verliesrekening verantwoord. Te betalen premie dan wel de vooruitbetaalde premie per jaareinde wordt als overlopend passief respectievelijk overlopend actief verantwoord.

Behalve de betaling van premies heeft deltaWonen geen verdere verplichtingen uit hoofde van genoemde pensioenregeling. DeltaWonen heeft in geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.

Aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst wordt beoordeeld of en zo ja welke verplichtingen naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie op balansdatum bestaan. Deze additionele verplichtingen, waaronder eventuele verplichtingen uit herstelplannen van de pensioenuitvoerder, leiden tot lasten voor deltaWonen en worden in de balans opgenomen in een voorziening.

De waardering van de verplichting is de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om deze per balansdatum af te wikkelen. Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, wordt de verplichting gewaardeerd tegen contante waarde. Discontering vindt plaats op basis van rentetarieven van hoogwaardige ondernemingsobligaties. Toevoeging aan en vrijval van de verplichtingen komen ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening. Een pensioenvordering wordt in de balans opgenomen wanneer deltaWonen beschikkingsmacht heeft over de pensioenvordering, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de pensioenvordering in zich bergt zullen toekomen aan deltaWonen en wanneer de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Ultimo 2023 is er voor deltaWonen geen pensioenvordering en geen verplichting naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie respectievelijk te vorderen premie. Op de balansdatum bedroeg de dekkingsgraad van SPW 129% (2022: 129%).

Voorziening jubileumuitkeringen

De voorziening jubileumuitkeringen wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans. Als disconteringsvoet voor het contant maken is uitgegaan van 3%.

9.4.2.18 Langlopende schulden

Opgenomen leningen en schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode.

De aflossingsverplichting voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.

DeltaWonen heeft in het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden een terugkoopverplichting die afhankelijk is van de waardeontwikkeling van de woningen. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen 1 jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

DeltaWonen maakt gebruik van derivaten (payer swaps) om het rente- en kasstroomrisico af te dekken. De swaps zijn gekoppeld aan roll-over leningen. De derivaten zijn nadrukkelijk niet bedoeld voor speculatie. Voor de verwerking, waardering en resultaatbepaling past deltaWonen met betrekking tot deze derivaten (hedge-instrumenten) kostprijshedge-accounting toe. Dit betekent dat schommelingen in de marktwaarde van de swaps niet ten laste van het resultaat verantwoord worden, maar in de toelichting van de jaarrekening tot uitdrukking worden gebracht.

9.4.2.19 Kortlopende schulden en overlopende passiva

De kortlopende schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde (wanneer deze lager is dan de verkrijgings-/vervaardigingsprijs) en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.

Geamortiseerde kostprijs

De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waarvoor een financieel actief of financiële verplichting bij de eerste verwerking in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde cumulatieve amortisatie van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag en verminderd met eventuele afboekingen (direct, dan wel door het vormen van een voorziening) wegens bijzondere waardeverminderingen of oninbaarheid.

Reële waarde van financiële instrumenten

De reële waarde van de financiële instrumenten die op actieve markten worden verhandeld per balansdatum wordt bepaald op basis van genoteerde beurskoersen, zonder aftrek van transactiekosten.

Voor financiële instrumenten die niet op een actieve markt worden verhandeld, wordt de reële waarde bepaald met passende waarderingsmethoden. Dergelijke methoden zijn onder meer:

  • Het gebruikmaken van recente markttransacties tussen onafhankelijke partijen;
  • Het gebruikmaken van de actuele reële waarde van een ander instrument dat nagenoeg hetzelfde is;
  • Analyse op basis van contant gemaakte kasstromen of andere waarderingsmodellen.

Een overzicht van de reële waarden van de financiële instrumenten staat in de toelichting op de financiële instrumenten.

Derivaten en hedge-accounting

DeltaWonen maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) ter afdekking van de gelopen risico’s betreffende de rente- en valutaschommelingen. DeltaWonen past hedge-accounting toe op basis van generieke documentatie, met vastlegging van:

  • De algemene hedgestrategie, hoe de hedgerelaties passen in de doelstellingen van risicobeheer en de verwachting over de effectiviteit van deze hedgerelaties;
  • De in het soort hedgerelatie betrokken hedge-instrumenten en afgedekte posities.

De afdekkingen die aan deze strikte voorwaarden voor hedge-accounting voldoen, worden als volgt verantwoord:

  • De waardering van het derivaat is afhankelijk van de afgedekte post en is als volgt:
    • Indien de afgedekte post tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, dan wordt ook het derivaat tegen kostprijs gewaardeerd;
    • Zolang de afgedekte post in de kostprijshedge nog niet in de balans is verwerkt, wordt ook het hedge‑instrument niet geherwaardeerd.
  • De resultaatbepaling is als volgt:
    • Op elke balansdatum wordt bepaald of sprake is of is geweest van ineffectiviteit;
    • Indien de kritische kenmerken van het hedge-instrument en van de afgedekte positie niet aan elkaar gelijk zijn of zijn geweest, is dit een indicatie dat de kostprijshedge een ineffectief deel bevat;
    • Het eventuele ineffectieve deel wordt bepaald door middel van de dollar offset methode;
    • Indien, en voor zover de ineffectiviteit per balansdatum op cumulatieve basis in een verlies resulteert, wordt de ineffectiviteit verwerkt in de winst- en verliesrekening;
    • Indien de afgedekte positie van een verwachte toekomstige transactie leidt tot een financieel actief of een financiële verplichting, dan worden de daarmee verbonden nog niet in het resultaat verwerkte winsten of verliezen in dezelfde periode(n) in de winst- en verliesrekening verantwoord als waarin het verkregen actief of de aangegane verplichting van invloed is op het resultaat. Wanneer wordt verwacht dat een (deel van een) verlies dat nog niet in de winst- en verliesrekening is verwerkt, in de toekomst niet met een tegengestelde winst uit de afgedekte positie wordt gecompenseerd, dan wordt dit verlies direct in de winst- en verliesrekening opgenomen. 
  • Kostprijshedge-accounting wordt beëindigd indien:
    • Het hedge-instrument afloopt, wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend. Het cumulatieve gerealiseerde resultaat op het hedge-instrument dat nog niet in de winst- en verliesrekening was verwerkt toen er sprake was van een effectieve hedge, wordt afzonderlijk in de overlopende posten in de balans verwerkt tot de afgedekte transactie plaatsvindt;
    • De hedgerelatie niet meer voldoet aan de criteria voor hedge-accounting. Als de afgedekte positie een in de toekomst verwachte transactie betreft, dan vindt de verwerking van de hedgeresultaten als volgt plaats:
      • Wanneer de verwachte transactie naar verwachting nog plaatsvindt, wordt hedge-accounting vanaf dat moment stopgezet. Het hiermee samenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat in de periode waarin de hedge effectief was buiten de winst- en verliesrekening of off-balance was gehouden, blijft (afhankelijk van de situatie) off-balance of op de balans;
      • Indien de verwachte transactie naar verwachting niet meer plaatsvindt, wordt het hiermee samenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat in de periode waarin de hedge effectief was buiten de winst- en verliesrekening of off-balance was gehouden, naar de winst- en verliesrekening overgebracht.

Niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen

Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen als een transactie ertoe leidt dat alle, of nagenoeg alle, rechten op economische voordelen en alle, of nagenoeg alle, risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Leasing

De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat.

In geval van operationele leasing worden de leasebetalingen lineair over de leaseperiode ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

9.4.3 Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

Baten die gerealiseerd zijn, worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. De kosten worden bepaald met inachtneming van de eerder vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen wanneer zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.

Bijzondere baten of lasten die behoren tot de gewone bedrijfsuitoefening worden op grond van aard, omvang of het incidentele karakter afzonderlijk toegelicht om een goed inzicht te geven in het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening van de corporatie en met de ontwikkeling daarin. Bijzondere posten worden met het oog op de analyse en de vergelijkbaarheid van de resultaten zoveel mogelijk naar aard en omvang afzonderlijk toegelicht.

De winst- en verliesrekening wordt, zoals voorgeschreven in de Woningwet, gepresenteerd op basis van de functionele indeling, op basis van het op 25 oktober 2017 door het ministerie van Wonen en Rijksdienst uitgevaardigde modellenbesluit.

Verschil tussen functionele en categoriale indeling

Bij de functionele indeling worden de opbrengsten en de kosten van de verschillende activiteiten die de woningcorporatie uitvoert, gesplitst per activiteit. De functionele indeling geeft hierdoor meer inzicht in de opbouw van het jaarresultaat van een corporatie en in welke mate de verschillende activiteiten hebben bijgedragen aan dit resultaat. Aangezien corporaties naast verhuuractiviteiten ook activiteiten verrichten op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, past de functionele indeling beter bij de aard van een corporatie.

9.4.3.1 Huuropbrengsten

Opbrengsten uit de levering van (huur)diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties. De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid van deltaWonen. Daarbij wordt rekening gehouden met de door het Rijk bepaalde kaders (zoals maximale huurverhoging, maximaal redelijke huur en maximale huursomstijging) en onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid. De lasten voor de te vormen voorziening dubieuze huurdebiteuren en afboeking van dubieuze huurdebiteuren worden in mindering gebracht op de huuropbrengsten.

9.4.3.2 Opbrengsten en lasten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten (zoals energie, water, huismeesters, schoonmaakkosten), waarvoor ook kosten verantwoord worden onder de lasten servicecontracten. De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid. Verrekening op basis van daadwerkelijke bestedingen vindt jaarlijks plaats. Bedragen die aan huurders worden doorberekend voor later aangebrachte voorzieningen aan huurwoningen en waarvoor geen kosten zijn opgenomen in de categorie “lasten servicecontracten” (zoals zonnepanelen), worden niet in deze categorie verantwoord. Deze vallen onder de categorie “overige activiteiten”. De kosten van de leveringen en diensten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

9.4.3.3 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden zowel de directe lasten voor de verhuur- en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord. De personeelskosten en overige personeelskosten van directe en indirecte personeelsleden die betrokken zijn bij de onderhoudsactiviteiten vallen niet onder deze categorie, maar onder “lasten onderhoudsactiviteiten”.

9.4.3.4 Lasten onderhoudsactiviteiten

Aan deze post worden de lasten toegerekend die alleen betrekking hebben op onderhoudslasten aan het vastgoed in exploitatie. Dit betreffen naast onderhoudslasten ook personeelslasten en overige bedrijfslasten. Onder onderhoudslasten worden alle directe en indirecte aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen, waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.

9.4.3.5 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Onder overige directe operationele lasten exploitatie bezit worden verantwoord:

  • de verhuurderheffing (vanaf 1-1-2023 niet meer van toepassing);
  • onroerendezaakbelasting;
  • de kosten gerelateerd aan het niet kunnen incasseren van vorderingen op huurders anders dan huur en andere exploitatiekosten die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren.

DeltaWonen verwerkt de overheidsheffingen zoals onroerendezaakbelasting en verhuurderheffing op het moment dat de aanslag is ontvangen.

9.4.3.6 Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

De opbrengsten van de verkopen van het vastgoed in ontwikkeling en onderhanden projecten. De omzet op verkochte objecten wordt verantwoord conform de bepalingen in RJ 221.

9.4.3.7 Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling en toegerekende organisatie- en financierings-kosten

De lasten van het verkochte vastgoed in ontwikkeling inclusief de toegerekende organisatiekosten vanuit de kostenverdeelstaat en rente in het kader van financiering worden hieronder verantwoord.

9.4.3.8 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de toerekenbare verkoop- en organisatiekosten en de geactiveerde waarde met betrekking tot het vastgoed.

Opbrengst uit verkoop van vastgoed wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt als:

  • alle belangrijke rechten op economische voordelen en alle belangrijke risico’s met betrekking tot de activa zijn overgedragen aan de koper;
  • het bedrag van de opbrengst op betrouwbare wijze kan worden bepaald;
  • ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is.

Op basis van deze criteria wordt onder deze post de verkoopopbrengst van vastgoed in exploitatie onder aftrek van verkoopkosten en de boekwaarde verantwoord. De boekwaarde is op basis van de marktwaarde op het moment van herclassificatie.

Verder wordt hieronder verantwoord de verkoopopbrengst van onder VOV teruggekochte en vervolgens zonder voorwaarden doorverkochte woningen onder aftrek van de boekwaarde. De boekwaarde is de marktwaarde op terugkoopmoment onder aftrek van de contractuele korting.

Gerealiseerde verkoopresultaten worden verantwoord op het moment van levering(passeren transportakte). Eventuele verliezen op koopprojecten worden verantwoord zodra deze voorzienbaar zijn.

Woningen verkocht onder voorwaarden worden niet in het resultaat verantwoord wanneer de belangrijkste economische voor- en nadelen niet zijn overgedragen aan de koper. Dergelijke transacties worden verantwoord als financieringstransactie. Verwezen wordt naar de post Vastgoed verkocht onder voorwaarden in de grondslagen van balanswaardering.

9.4.3.9 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Hieronder zijn begrepen de overige waardeveranderingen en de waardeveranderingen met betrekking tot de vastgoedportefeuille bestaande uit vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling, vastgoed verkocht onder voorwaarden en vastgoed bestemd voor verkoop. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen mogelijke winsten of verliezen die ontstaan door een wijziging in de waarde van het vastgoed bestemd voor verkoop in het verslagjaar.

9.4.3.10 Nettoresultaat overige activiteiten

In deze post worden de opbrengsten en kosten uit de niet-primaire activiteiten verantwoord: onder andere de vergoeding opstelpunten, de opbrengsten zonnepanelen, opbrengsten erfpacht, de EPV vergoedingen en de opbrengsten en kosten van VOV-activiteiten en incidentele opbrengsten.

9.4.3.11 Overige organisatiekosten

Dit betreffen de kosten die niet aan reguliere bedrijfsactiviteiten toegerekend kunnen worden. Hieronder vallen de kosten in het kader van treasury-activiteiten en ook de heffing autoriteit woningcorporaties. Daarnaast worden volkshuisvestelijke bijdragen in de winst- en verliesrekening verwerkt onder de overige organisatiekosten conform de RJ 645.

9.4.3.12 Leefbaarheid

Leefbaarheid omvat gemaakte kosten voor fysieke ingrepen die de leefbaarheid in buurten en wijken bevorderen. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

9.4.3.13 Rentebaten en rentelasten

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst- en verliesrekening verwerkt. Daarbij houden we rekening met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, wanneer hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. (Dis)agio en aflossingspremies worden als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend. Op zo’n manier dat samen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst- en verliesrekening wordt verwerkt en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.

9.4.3.14 Personeel

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers. De lonen, salarissen en sociale lasten worden aan de verschillende activiteiten toegerekend middels de systematiek toegelicht bij de toerekening baten en lasten. DeltaWonen neemt een verplichting op als zij zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden om een ontslag- of transitievergoeding te betalen.

9.4.3.15 Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening. Daarbij houden we rekening met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Ook wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Bij de berekening van de vennootschapsbelasting moet rekening gehouden worden met de beperkingen vanuit de ATAD. Dit kan betekenen dat sprake is van een aftrekbeperking van rente, waardoor een (tijdelijk) verschil ontstaat met de verwerking van rente tussen de fiscale en commerciële jaarrekening. Indien deltaWonen de komende jaren beneden de ATAD-norm komt, kan de eerder niet in aftrek genomen rente alsnog worden verrekend. Gezien de onzekerheid met betrekking tot de mogelijkheid van verrekening wordt geen actieve latentie gevormd.

Ten aanzien van de acute belastinglast en belastinglatenties in de jaarrekening heeft deltaWonen een aantal standpunten ingenomen. Een inschatting die mogelijk een punt van discussie met de fiscus kan vormen, betreft de inschatting van het onderscheid tussen verbeteringen en onderhoudslasten. De aangiftes vennootschapsbelasting 2008 tot en met 2022 zijn vastgesteld. 

9.4.3.16 Toerekening baten en lasten

De basis voor het toerekenen van kosten aan de functionele winst- en verliesrekening is de categoriale winst- en verliesrekening. Om tot de functionele indeling van de winst- en verliesrekening te komen, maken we gebruik van een kostenverdeelstaat.

De kosten worden door middel van de volgende stappen toegewezen aan de activiteiten in de functionele winst- en verliesrekening:

  • Opbrengsten en kosten die direct toegewezen kunnen worden aan bepaalde activiteiten, toerekenen aan deze activiteiten;
  • Op basis van de ingeschatte werkzaamheden van personeel worden de personeelskosten door middel van een toerekeningspercentage toegewezen aan de activiteiten;
  • Opbrengsten- en kostenposten waarvan is vastgesteld dat deze niet direct toerekenbaar zijn, toerekenen aan activiteiten op basis van een fte-verdeelsleutel per activiteit.

DeltaWonen rekent de volgende niet direct toerekenbare kosten toe aan de activiteiten:

  • lasten servicecontracten;
  • lasten verhuur- en beheeractiviteiten;
  • lasten onderhoudsactiviteiten;
  • toegerekende organisatiekosten;
  • kosten overige activiteiten;
  • overige organisatiekosten;
  • leefbaarheid.

9.4.3.17 Afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie

De afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt. De afschrijvingen worden aan de verschillende activiteiten toegerekend op basis van een fte-verdeelsleutel per activiteit.

9.4.3.18 Financiële instrumenten

DeltaWonen heeft renteswaps afgesloten voor het reduceren van het toekomstige renterisico. De renteswaps zijn gekoppeld aan individuele leningen. De bruto positie/nominale waarde bedraagt ultimo 2023 € 30 miljoen (ultimo 2022: € 30 miljoen). 

De marktwaarde bedraagt per 31-12-2023 -/- € 3,8 miljoen (ultimo 2022 -/- € 3,4 miljoen). De negatieve waarde is van belang als de swaps worden afgerekend, maar dat doet deltaWonen niet. De renteswaps zijn gekoppeld aan leningen. Met een renteswap beheerst deltaWonen het renterisico door de rente van middellange roll-over leningen voor langere tijd te fixeren door met een bank rentebedragen uit te ruilen.

DeltaWonen heeft 4 basisrenteleningen in haar leningenportefeuille. In de basisrenteleningen is een embedded derivaat besloten. Deze wordt in de jaarrekening van deltaWonen niet gescheiden van het basiscontract, omdat er een nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract.

Het rentetarief van de basisrenteleningen bestaat uit twee componenten: een basisrente en een liquiditeitsopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De liquiditeitsopslag geldt voor een overeengekomen vaak kortere periode. Hierdoor ontstaat een opslagrisico: het risico dat op herzieningsmomenten de opslag, die de financier boven de basisrente in rekening brengt na enige tijd voor eenzelfde looptijd, hoger is dan de huidige opslag.

Hedgedocumentatie

Doelstelling risicobeheer

In het treasurystatuut van deltaWonen staan de kaders voor het beheersen van risico’s benoemd. De financiële instrumenten voldoen aan de kaders van het treasurystatuut. In het bestaande statuut is het gebruik van de afschermende rente-instrumenten toegestaan ter beheersing van het renterisico op zekere kasstromen. Het aangaan van rente-instrumenten mag alleen worden overeengekomen met kredietwaardige partijen met minimaal A-rating. Ook voldoen de financiële instrumenten aan de richtlijnen van het WSW.

Hedgestrategie

Risico van wijzigingen in de rente afdekken met derivaten.

Type hedge

Kostprijs hedge-accounting op basis van individuele leningen. Kostprijs hedge-accounting wordt toegepast op basis van de aansluiting van de kritische kenmerken van de instrumenten met de financieringen. Deze kenmerken zijn terug te vinden in de originele contracten.

Afgedekte positie

DeltaWonen dekt de variabiliteit in kasstromen, voortvloeiende uit toekomstige rentebetalingen gerelateerd aan huidige en toekomstige leningen, af. Hierbij worden de kasstromen van de rentebetalingen van de afgesloten, respectievelijk af te sluiten leningen per dag afgedekt. Deze kasstromen worden gegroepeerd naar kalenderjaar.

Hedge instrumenten

DeltaWonen maakt gebruik van rentederivaten om de variabiliteit van de toekomstige kasstromen, gerelateerd aan rentebetalingen van huidige en toekomstige leningen, af te dekken. DeltaWonen maakt gebruik van Interest Rate Swaps (IRS). Hierbij ontvangt deltaWonen een variabele rente van de tegenpartij en betaalt deltaWonen een vaste rente. DeltaWonen heeft geen swaps afgesloten ter dekking van toekomstige investeringen.

Accounting

Het hedging instrument en de hedge-items onderliggend aan de af te dekken rentebetalingen, worden tegen kostprijs op de balans opgenomen en gewaardeerd.

Marktrisico

De onderneming beheerst het marktrisico door stratificatie aan te brengen in de portefeuille en limieten te stellen.

Valutarisico

DeltaWonen voert alleen transacties in euro’s uit en loopt geen valutarisico.

Renterisico

DeltaWonen loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt de woningcorporatie risico ten aanzien van toekomstige kasstromen. Met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt deltaWonen risico’s over de marktwaarde. Met betrekking tot vorderingen worden geen financiële derivaten met betrekking tot renterisico afgesloten. Met betrekking tot bepaalde vastrentende schulden heeft deltaWonen renteswaps afgesloten, zodat zij variabele rente ontvangt en vaste rente betaalt.

Kredietrisico

Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder moeten de financiële instellingen voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating). Dit is opgenomen in het treasurystatuut. De hoogte van het kredietrisico is afhankelijk van de grootte van het bedrag aan te ontvangen rente op de derivaten en de marktwaarde van derivaten.

Liquiditeitsrisico

Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van deltaWonen en haar tegenpartijen, ongeacht of dit nu crediteuren of financiële instellingen zijn. DeltaWonen heeft op verschillende manieren gewaarborgd dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen. Door gebruik te maken van een aantal roll-over leningen met variabele hoofdsom is deltaWonen flexibel genoeg om aan de verplichtingen te voldoen. DeltaWonen heeft sinds 1 januari 2020 geen rekeningcourantfaciliteit meer.

Margin call

Voor de derivatenportefeuille is met de tegenpartijen afgesproken dat beide partijen geen onderpand verstrekken als gevolg van een positieve of negatieve marktwaarde.

Break clauses

DeltaWonen heeft geen mutual of mandatory breaks afgesproken in de contracten van de renteswaps.

Termination events

Daarnaast zijn er enkele termination events van toepassing voor de situatie waarin deltaWonen geen toegelaten instelling meer is, geen deelnemer meer is van het WSW, de achtervang wegvalt en er sprake is van onder bewindstelling door het ministerie. DeltaWonen heeft tot op heden geen onderpand verstrekt. De Autoriteit woningcorporaties heeft aangegeven om namens de sector met betreffende partijen in overleg te gaan om toezichtbelemmerende bepalingen te verwijderen die het toezichtinstrumentarium van de minister en de Autoriteit woningcorporaties op grond van de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting belemmeren.

Ter beperking van renterisico’s worden door deltaWonen derivaten gehanteerd. Financiële derivaten (met name interest-swaps) worden initieel niet in de balans verwerkt en gewaardeerd. Zodra de derivaten zijn gekoppeld aan onderliggende waarden worden zij binnen de balans gewaardeerd. Nadat derivaten voor het eerst in de balans zijn opgenomen, vindt waardering tegen reële waarde plaats. Zoals toegelicht bij de grondslagen, onderdeel langlopende schulden, past deltaWonen hedge-accounting toe. Er is geen sprake van on-balance waardering van derivaten.

9.4.4 Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen en vlottende effecten. De effecten kunnen worden beschouwd als zeer liquide beleggingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en vennootschapsbelasting zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financiële leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betaling van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasecontract wordt voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten.

9.5 Toelichting op de onderscheiden posten van de balans​

Activa

Immateriële vaste activa in exploitatie

9.5.1 Kosten van verwerving van intellectuele rechten

Het verloop van deze post is als volgt:

(x € 1.000) 2023 2022
Stand 1 januari    
Aanschafwaarde  3.081   3.360 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  2.680-  2.270-
Boekwaarde per 1 januari  402   1.091 
     
Mutaties    
Investeringen  0   0-
Desinvesteringen  1.817-  - 
Afwaarderingen  -   - 
Overige mutaties  1.672   - 
Afschrijvingen  257-  689-
Totaal mutaties  402-  689-
     
Stand 31 december    
Aanschafwaarde  1.265   3.081 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  1.265-  2.680-
Boekwaarde per 31 december  -   402 

De afschrijvingen op software zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, gebaseerd op de verwachte gebruiksduur van 5 jaar. Deze periode kan korter zijn als het onderhoudscontract wat aan de afschrijvingstermijn van de software is gekoppeld, minder is dan 5 jaar.

In 2018 hebben we ten aanzien van de implementatie van het nieuwe ERP-pakket eigen uren geactiveerd onder de immateriële vaste activa. Eind 2023 zijn al deze uren afgeschreven en daarmee buitengebruikgesteld, want de geactiveerde uren kennen geen boekwaarde meer. Derhalve is de immateriële vaste activa daarmee afgewikkeld en heeft een saldo nihil.

Vastgoedbeleggingen

(x € 1.000) 2023 2022
9.5.2 DAEB vastgoed in exploitatie  2.326.637   2.594.717 
9.5.3 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie  36.056   36.480 
9.5.4 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  22.487   21.740 
9.5.5 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB  19.972   7.725 
9.5.6 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Niet-DAEB  2.117   1.555 
Totaal  2.407.269   2.662.217 
  9.5.2
Daeb vastgoed in exploitatie
9.5.3
Niet-daeb vastgoed in exploitatie
9.5.4
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
9.5.5
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB
9.5.6
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB
(x € 1.000) 2023 2022 2023 2022 2023 2022 2023 2022 2023 2022
Aanschafwaarde per 1 januari  1.088.573   1.067.419   28.156   28.426   14.939   16.026   9.051   2.988   1.773   - 
+ Cumulatieve afschrijvingen en/of waardeveranderingen  1.506.145   1.546.082   8.325   10.181   6.801   7.384   1.326-  5.286   218-  - 
Boekwaarde per 1 januari  2.594.717   2.613.501   36.480   38.606   21.740   23.410   7.725   8.274   1.555   - 
                     
Mutaties                    
Opleveringen - (overboeking van vastgoed in ontwikkeling)  13.186   6.469   3.605   -   -   -   13.186-  6.469-  3.605-  - 
Investeringen - initiële verkrijging  -   -     -   -   -   31.548   7.246   1.852   1.773 
Investeringen - uitgaven na eerste waardering  16.890   5.675   18   -   -   -   -   -   -   - 
Desinvesteringen  526-  1.796-  25-  539-  487-  1.889-  -   -   -   - 
Herclassificatie in boekjaar (naar voorraad bestemd voor verkoop)  -   1.059-  -   -   213-  198   -   -   -   - 
Aanpassing marktwaarde  297.629-  28.073-  4.023-  1.587-  1.447   21   6.115-  1.326-  2.316   218-
Totaal mutaties  268.080-  18.784-  424-  2.126-  747   1.670-  12.247   549-  562   1.555 
                     
Aanschafwaarde per 31 december  1.117.435   1.088.573   31.702   28.156   14.408   14.939   27.413   9.051   20   1.773 
+ Cumulatieve afschrijvingen en/of waardeveranderingen  1.209.202   1.506.145   4.353   8.325   8.079   6.801   7.441-  1.326-  2.097   218-
Boekwaarde per 31 december  2.326.637   2.594.717   36.056   36.480   22.487   21.740   19.972   7.725   2.117   1.555 
                     
Inbegrepen ongerealiseerde herwaardering  1.242.503   1.531.383   14.847   16.877   -   -   -   -   -   - 

De activa zijn volledig voor brand- en stormschade verzekerd tegen herbouwwaarde, verkoopwaarde of sloopwaarde. Voor de brand- en stormverzekering is een tarief per verhuureenheid afgesproken, waarbij door de verzekeraar geen beroep kan worden gedaan op onderverzekering. De desinvesteringen zijn onder te verdelen in sloop, uit beheer of verkoop. Er zijn geen desinvesteringen uit sloop. De desinvesteringen uit verkoop bedragen € 0,4 miljoen. Overige desinvesteringen bedragen € 0,2 miljoen.

9.5.2. DAEB vastgoed en 9.5.3. niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Marktwaarde

Zowel het DAEB- als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat, die is bepaald op basis van het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde', die als bijlage is opgenomen bij de regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen de marktwaarde middels de Discounted Cashflow (DCF) methode bepaald. Bij de bepaling van de marktwaarde is de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd. De waardebepaling is onder meer ontleend aan waarneembare prijzen op een actuele markt.

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en of schattingen (full variant). Het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde' bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode).

De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.

Categorie onroerende zaken Methoden
Woongelegenheden De hoogste waarde van de twee scenario's (doorexploiteerscenario of uitpondscenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex
Bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed Doorexploiteerscenario
Parkeergelegenheden De hoogste waarde van de twee scenario's (doorexploiteerscenario of uitpondscenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex

"Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan. De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

  • Indien de maximale huur lager is dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel;
  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur."

In de post DAEB-vastgoed in exploitatie zijn 14.932 verhuureenheden (2022: 14.851) opgenomen en in de post niet-DAEB zijn 952 verhuureenheden (2022: 926) opgenomen, totaal 15.884 verhuureenheden (2022: 15.777). De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen van deze verhuureenheden bedraagt € 3,28 miljard (2022: € 2,82 miljard).

De verdeling van de marktwaarde ultimo boekjaar is als volgt:

(x € 1.000) 2023 2022
Woongelegenheden 2.240.858 2.508.907
BOG/MOG/ZOG 109.943 108.917
Parkeergelegenheden 12.029 12.481
Totaal 2.362.830 2.630.305

De reële waarde (marktwaarde) van het vastgoed is ultimo 2023 € 267,5 miljoen lager dan ultimo 2022. Hiervan wordt een bedrag van ongeveer € 14,4 miljoen (positief) veroorzaakt door mutaties in de samenstelling van het vastgoed gedurende 2023 (investeringen, sloop, verkoop). Het resterende bedrag van € 281,9 miljoen (negatief), zijnde de autonome mutatie, wordt in het schema hieronder toegelicht.

(x € 1.000) 2023 2022
Mutatie marktwaarde -281.866 -25.337
     
Mutaties marktbeleid/marktverwachtingen    
Mutatie leegwaarde 13.016 38.364
Mutatie huur en max. redelijke huur 12.038 41.515
Mutatie mutatiegraden -8.842 -8.243
Mutatie beheerlasten -3.251 -1.571
Totaal mutaties marktbeleid/marktverwachtingen 12.961 70.065
     
Parametermutaties    
Mutatie disconteringsvoet -210.093 20.825
Mutatie inflatie -6.412 16.101
Mutatie exit yield -40.460 -56.224
Mutatie vrije verkoopwaardestijging -13.581 -130.852
Totaal parametermutaties -270.546 -150.150
     
Overige mutaties    
Effect verhuurderheffing en huurverhoging boven inflatie -4.137 114.104
Effect verkoopbeperkende maatregelen 5.944 641
Effect overdrachtskosten -57.264 -14.366
Overig 31.176 -45.631
Totaal overige mutaties -24.281 54.748
     
Totaal autonome mutatie -281.866 -25.337

Toelichting op het verloop

Leegwaarde (stijging van € 13 miljoen)
De leegwaarde per VHE is gemiddeld toegenomen van € 241.018 (2022) naar € 243.461 (2023). De kopers op de particuliere markt worden geconfronteerd met een hogere rente. Daar staat tegenover dat de inkomens als gevolg van de inflatie in veel sectoren ook sterk zijn gestegen. De hogere rente wordt daardoor grotendeels gecompenseerd. Verder is er nog altijd extreem grote schaarste, waardoor nog altijd sprake is van een kopersmarkt. Hierdoor worden de door de taxateur ingeschatte opbrengsten bij mutatie hoger. Voor ons bezit werkt deze leegwaardestijging door in een stijging van de marktwaarde met € 13 miljoen.

Huur en maximaal redelijke huur (stijging van € 12 miljoen)
De gemiddelde contracthuur is in 2023 gedaald met 0,82%, maar daar staat tegenover dat de gemiddelde maximale huur is gestegen met 14,22%. Als gevolg van deze laatste stijging bedraagt het effect op de autnome mutatie € 12 miljoen.

Mutatie mutatiegraden (daling van € 8,8 miljoen)
De gemiddelde mutatiekans uitponden van woningen is gedaald van 7,3% naar 7,0% (-/- 0,3 procentpunt). De gemiddelde mutatiekans doorexploiteren van woningen is gedaald van 7,2% naar 7,1% (-/- 0,1 procentpunt). Het uitpondscenario is bij woningen leidend ten opzichte van woningen die het doorexploiteerscenario hanteren. Omdat de woning bij mutatie wordt uitgepond of de huur wordt verhoogd naar markthuur leidt een lagere mutatiegraad tot een lager tempo van verkopen en/of verhogen van de huur naar markthuur. Dit leidt tot een daling van € 8,8 miljoen.

Mutatie disconteringsvoet (daling van € 210 miljoen)
De gemiddelde disconteringsvoet doorexploiteren van woningen is gestegen van 5,16% naar 6,16% (+1%-punt). De gemiddelde disconteringsvoet uitponden van woningen is gestegen van 5,95% naar 7,1% (+1,15%-punt). De stijging van de disconteringsvoet zorgt voor een lagere marktwaarde.

Mutatie inflatie (daling € 6,4 miljoen)
De prijsinflatie is lager ingeschat dan in 2022, terwijl de loon- en bouwinflatie juist hoger zijn ingeschat dan in 2022. Dit heeft een negatief effect op de marktwaarde door lagere opbrengsten en gestegen kosten.

Mutatie exit-yield (daling van € 40,5 miljoen)
De exit yields zijn vastgesteld op basis van de best vergelijkbare transacties uit 2023. In 2023 is de vraag naar beleggingstransacties van residentieel vastgoed verder gedaald. Dit heeft tot gevolg dat de aanvangsrendementen verder zijn gedaald. Dit vertaalt zich ook in een stijgende exit yield, waarbij een lagere eindwaarde wordt ingerekend, vanwege de lagere vraag en de daaruitvolgende verwachte waardeontwikkeling. De gemiddelde exit yield doorexploiteren van woningen is ten opzichte van 2022 van 4,6% naar 5,1% (+0,5 procentpunt) gestegen. De gemiddelde exit yield uitponden van woningen is gestegen van 4,39% naar 4,73% (+0,34 procentpunt).

Mutatie ontwikkeling vrije verkoopwaarde (daling van € 13,6 miljoen)
De gemiddelde toekomstige leegwaardestijging van woningen is gedaald van 1,92% naar 1,83% (-/- 0,09 procentpunt). De inschatting van de leegwaardeindexering in de DCF periode voor de jaren 1 tot en met 15 is op korte termijn lager ingeschat naar aanleiding van de ontwikkelingen in de woningmarkt in 2023. Deze ontwikkeling leidt tot lager opbrengsten bij mutatie als er sprake is van uitponden.

Effect verkoopbeperkende maatregelen
Bij blijvend sociale complexen (tot 135 WWS punten) geldt vanaf 2017 voor het eerst een uitpondrestrictie van 7 jaar. Dit houdt in dat de individuele woningen bij mutatie gedurende 7 jaar niet kunnen worden uitgepond. Het merendeel van onze woningcomplexen heeft als hoogste scenario uitponden. Doordat de markthuren relatief laag zijn, blijft na invoering van deze maatregel het uitpondscenario het hoogste scenario. De impact is om die reden relatief groot en heeft een sterk waardedrukkend effect. Omdat het effect vanaf 2017 een structureel karakter heeft, wordt deze niet meer apart benoemd, maar het verschil wordt nu meegenomen onder mutatie mutatiegraden.

Inschakeling taxateur
Jaarlijks wordt 1/3 deel van de onroerende zaken in exploitatie getaxeerd door een onafhankelijk en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat elk derde deel van de onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per 3 jaar opnieuw wordt getaxeerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van deltaWonen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Complexindeling
De complexindeling van de taxatiecomplexen is gebaseerd op grotendeels vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB- als niet DAEB-vastgoed. DeltaWonen heeft op basis van bovenstaande criteria in totaal 235 complexen woningen, 54 complexen bedrijfsmatig onroerend goed (BOG/MOG/ZOG) en 5 complexen parkeergelegenheden geïdentificeerd.

DeltaWonen heeft per 31 december 2023, verdeeld naar type die voor de marktwaarde zijn onderkend, de volgende aantallen onroerende zaken:

Categorie onroerende zaken 2023 2022
Woongelegenheden 13.536 13.521
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed (BOG / MOG / ZOG) 1.330 1.262
Parkeergelegenheden 1.018 994
Totaal aantal  15.884   15.777 

Toepassing vrijheidsgraden

DeltaWonen heeft voor haar vastgoedbezit de full-versie van het Handboek toegepast. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen, derhalve worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit separaat toegelicht.

De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.

Disconteringsvoet:
De volgende spreiding van de disconteringsvoet is gebruikt voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

Categorie onroerende zaken spreiding disconteringsvoet gewogen gemiddelde
Woongelegenheden 4,6% - 9,0% 7,02%
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed 5,1% - 9,5% 7,07%
Parkeergelegenheden 7,0% - 8,0% 7,60%

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is voor deltaWonen rekening gehouden met de volgende (spreiding) van relevante veronderstellingen:

  Woongelegenheden Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed Parkeergelegenheden
Mutatiekans >=4% <=28% n.v.t. n.v.t.
Mogelijkheid tot verkoop 95% n.v.t. 100%
Achterstallig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bedrag achterstallig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Erfpacht n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Beklemmingen n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Bij het bepalen van de marktwaarde is de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd met uitzondering van de volgende vrijheidsgraden:

Vrijheidsgraad basis variant aanpassing Cushman & Wakefield
Schematische vrijheid Separate kasstromen specifiek tonen Niet van toepassing
Markthuur Normhuren per type vastgoed Op basis van marktreferenties
Huurstijging Prijsinflatie Conform basisvariant
Exit Yield Automatische berekening Exit Yield is bepaald in lijn met ontwikkelingen op de beleggingsmarkt, waarbij gelet wordt op de verhouding tussen de leegwaarde ratio op t=0 en t=15, de huur-leegwaardeverhouding op t=0 en t=15 rekening houdende met de onderhoudsuitgaven gedurende de beschouwingsperiode in combinatie met het bouwjaar en de beschouwingsperiode.
Bij een BOG complex is gekeken naar de resterende looptijd van het huurcontract aan het eind van de beschouwingsperiode rekening houdende met de onderhoudsuitgaven gedurende de beschouwingsperiode in combinatie met het bouwjaar en de beschouwingsperiode.
Leegwaarde O.b.v. WOZ-waarde Op basis van marktreferenties
Leegwaardestijging Conform Handboek modelmatig waarderen Inschatting taxateur
Disconteringsvoet Modelmatig vastgesteld Disconteringsvoeten vastgesteld op basis van transacties in de beleggingsmarkt en de algehele marktontwikkeling
Mutatiegraad Historisch gemiddelde van betreffende complex binnen een bandbreedte van 4-50% voor EGW/MGW en extramuraal. 4-100% voor studenteneenheden Historisch gemiddelde van complex en inschatting van de taxateur voor toekomstige verwachtingen
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Conform Vastgoed Taxatiewijzer (VTW)
Technische splitsingskosten Standaard geen Conform basisvariant
Bijzondere uitgangspunten Optioneel geen Conform basisvariant
Erfpacht Werkelijkheid weergeven Niet van toepassing

Parameters

Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening is gebruik gemaakt van de volgende parameters:

Parameters woongelegenheden 2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Prijsinflatie 3,80% 2,40% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Looninflatie 5,60% 4,10% 4,10% 4,10% 3,30% 2,50%
Bouwkostenstijging 5,60% 4,10% 4,10% 4,10% 3,30% 2,50%
Leegwaardestijging 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ EGW € 1.019 € 1.061 € 1.104 € 1.150 € 1.188 € 1.217
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ MGW € 977 € 1.017 € 1.059 € 1.102 € 1.138 € 1.167
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ Studenteneenheid € 738 € 768 € 800 € 832 € 860 € 881
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ Zorgeenheid (extr.muraal) € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
Mutatieonderhoud per vhe ‒ EGW € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
Mutatieonderhoud per vhe ‒ MGW € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
Mutatieonderhoud per vhe ‒ Studenteneenheid € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
Mutatieonderhoud per vhe ‒ Zorgeenheid (extr.muraal) € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
Beheerkosten per vhe ‒ EGW € 509 € 521 € 532 € 542 € 553 € 564
Beheerkosten per vhe ‒ MGW € 499 € 520 € 541 € 563 € 582 € 596
Beheerkosten per vhe ‒ Studenteneenheid € 476 € 495 € 516 € 537 € 555 € 568
Beheerkosten per vhe ‒ Zorgeenheid (extr.muraal) € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,0947% 0,0947% 0,0947% 0,0947% 0,0947% 0,0947%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar ‒ zelfstandige eenheden 0,00% 0,00% 0,00% 0,50% 0,50% 0,50%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar ‒ onzelfstandige eenheden 0,00% 0,00% 0,00% 0,50% 0,50% 0,50%
Huurderving (% van de huursom) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Gemiddelde mutatiekans 6,60% 6,60% 6,60% 6,60% 6,60% 6,60%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Disconteringsvoet 7,02% 7,02% 7,02% 7,02% 7,02% 7,02%
Parameters bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed 2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo € 7 € 7 € 7 € 8 € 8 € 8
Mutatieonderhoud per m2 bvo € 12 € 13 € 13 € 14 € 14 € 15
Beheerkosten % van de markthuur ‒ BOG 3,0% 3,0% 3,0% 3,0% 3,0% 3,0%
Beheerkosten % van de markthuur ‒ MOG 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Beheerkosten % van de markthuur ‒ ZOG 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,259% 0,259% 0,259% 0,259% 0,259% 0,259%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 7,07% 7,07% 7,07% 7,07% 7,07% 7,07%
Parameters parkeergelegenheden 2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Instandhoudingsonderhoud ‒ garagebox € 231 € 240 € 250 € 261 € 269 € 276
Instandhoudingsonderhoud ‒ parkeerplaats € 198 € 206 € 215 € 223 € 231 € 237
Beheerkosten ‒ garagebox € 43 € 44 € 45 € 46 € 47 € 48
Beheerkosten ‒ parkeerplaats € 32 € 33 € 33 € 34 € 34 € 35
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,23% 0,23% 0,23% 0,23% 0,23% 0,23%
Disconteringsvoet 7,60% 7,60% 7,60% 7,60% 7,60% 7,60%

Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het commercieel vastgoed zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde, is ten aanzien van woningen gewaardeerd volgens de DCF-methode, de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:

Parameters Gehanteerd in reële waarde Stel mogelijke afwijking Effect op de reële waarde*)
(x € 1 mln,-)
In % reële waarde
Mutatiegraad Gemiddelde mutatiegraad 7,36% + 1% bij UP en DE 62,1 2,63% (positief)
Exit Yield Gemiddeld DE 5,47% en UP 4,75% + 1% bij UP en DE -85,8 3,63% (negatief)
Disconteringsvoet Gemiddeld DE 6,30% en UP 7,14% + 0,5% bij UP en DE -88,9 3,76% (negatief)
Leegwaardeontwikkeling Gemiddeld over 15 jaar + 2,64% per jaar Gemiddeld over 15 jaar + 1% per jaar 83,3 3,53% (positief)

Juridische en feitelijke verplichtingen inzake de waardering van het vastgoed

Op diverse gronden, die deltaWonen de afgelopen 10 jaar heeft aangekocht, heeft de gemeente een verplichting bedongen dat de gerealiseerde woningen op die gronden, met een (aanvangs)huurprijs tot € 808,06, voor een periode van 10 jaar niet verkocht mogen worden of dat de huurprijs bij mutatie niet geliberaliseerd mag worden. 
Deze beklemming is in de marktwaarde vertaald naar een algemene verkoopbeperking voor 7 jaar voor alle woningen tot 136 punten en derhalve op basis van het scenario doorexploiteren, uitgaande van een niet-marktconforme verhuur aan onze doelgroep.

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek en bedraagt per 31 december 2023 € 1,1 miljard (2022: € 1,5 miljard).
De opbouw van de beleidswaarde van deltaWonen per 31 december 2023 is als volgt:

(x € 1.000) DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
  2023 2023 2022 2022
         
Marktwaarde per 31 december  2.326.637   36.056   2.594.717   36.480 
         
Beschikbaarheid (doorexploiteren)  133.681-  1.094-  258.223   1.460 
Betaalbaarheid (huren)  524.593-  705-  822.072-  1.465-
Kwaliteit (onderhoud)  458.722-  5.160-  444.854-  3.539-
Beheer (beheerkosten)  106.153-  935-  71.084-  761-
Subtotaal aanpassingen  1.223.149-  7.894-  1.079.787-  4.305-
         
Beleidswaarde per 31 december  1.103.488   28.161   1.514.930   32.176 

Sensitiviteitsanalyse Beleidswaarde 2023

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:

Uitgangspunten 2023
Disconteringsvoet 5,88%
Streefhuur per maand € 665 per woongelegenheid
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 3.857 per woongelegenheid

In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde: Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde *)
Disconteringsvoet 0,5% hoger € 128,9 mln. lager (11,4%)
Streefhuur per maand € 25 hoger € 61,5 mln. hoger (5,4%)
Lasten onderhoud en beheer per jaar beide € 100 hoger € 84,3 mln. lager (7,4%)

Voor een uitgebreide toelichting op de beleidswaarde wordt verwezen naar het hoofdstuk Financieel Jaarverslag.

Verstrekte zekerheden

Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.

Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de geconsolideerde balans vermeld onder de Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa.

9.5.4. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  2023 2022
Aantal eenheden 1 januari 92 99
Verkopen boekjaar -2 -7
Terugkopen boekjaar -1  - 
Aantal eenheden 31 december 89 92
waarvan gepresenteerd onder voorraad Vastgoed bestemd voor verkoop per 31 december 1  - 
Aantal eenheden 31 december gepresenteerd onder VOV 88 92

Bij de contracten gebaseerd op het “Koopgarant”-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen tussen 10% en 33,3%. Daarnaast heeft deltaWonen een terugkoopverplichting. Het aandeel van deltaWonen in de waardeontwikkeling van de woningen is in 2023 gemiddeld 25% (2022: gemiddeld 26%). Ultimo 2023 is er 1 woning koopgarant (2022: 0) in bezit van deltaWonen.

9.5.5. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB

Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen DAEB (nieuwbouw) en bestaande complexen DAEB (woningverbetering, herstructurering, zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking hiervoor). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten. De eventueel aanwezige voorziening op projectniveau is gesaldeerd met het saldo vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

9.5.6. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB

Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen niet-DAEB (nieuwbouw) en bestaande complexen niet-DAEB (woningverbetering, herstructurering, zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking hiervoor). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten. De eventueel aanwezige voorziening op projectniveau is gesaldeerd met het saldo vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Materiële vaste activa

9.5.7 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Het verloop van deze post is als volgt:

(x € 1.000) 2023 2022
Stand 1 januari    
Aanschafwaarde  9.123   9.388 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  3.925-  3.950-
Boekwaarde  5.198   5.438 
     
Mutaties    
Investeringen  253   206 
Desinvesteringen  503-  472-
Afwaarderingen  -   - 
Terugname afwaarderingen  -   - 
Overige mutaties  614   468 
Afschrijvingen  494-  443-
Totaal mutaties  129-  240-
     
Stand 31 december    
Aanschafwaarde  9.151   9.123 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  4.083-  3.925-
Boekwaarde  5.069   5.198 

De desinvesteringen 2023 hebben voor € 285.000 betrekking op het buiten gebruik stellen van diverse vervoermiddelen.
De telefooncentrale 2016/2017 is voor € 133.000 buiten gebruik gesteld.
Overige inventaris/gebouwen is voor € 85.000 gedesinvesteerd en waar nodig vervangen.

De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:

- Bedrijfsterreinen geen afschrijving
- Bedrijfsgebouwen (exclusief grond) 50 jaar
- Verbouwing 30 jaar
- ICT 2, 3, 4 of 5 jaar
- Bedrijfsauto's en bussen 5 of 8 jaar
- Meubilair 5 of 10 jaar

De bedrijfsgebouwen worden als geheel en niet naar componenten afgeschreven aangezien de invloed van het verschil in afschrijving op het resultaat en vermogen verwaarloosbaar is.

Actuele waarde

De actuele waarde op basis van de WOZ waarde van de bedrijfsterreinen en de bedrijfsgebouwen bedraagt € 1,7 miljoen (prijspeil 1-1-2022) .

Zekerheden

Op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie rusten geen hypothecaire zekerheden.

Financiële vaste activa

9.5.8 Latente belastingvorderingen

Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. Per 31-12-2021 zijn er geen fiscaal verrekenbare verliezen aanwezig. De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht.

a. Vastgoed in exploitatie

Tijdelijke verschillen doen zich voor bij DAEB en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie indien sprake is van een waarderingsverschil tussen de WOZ-waarde en fiscale boekwaarde. Indien de WOZ-waarde lager is dan de fiscale boekwaarde, is sprake van een (fiscaal) afschrijvingspotentieel. Dit is per ultimo boekjaar het geval bij 335 woningen. Voor mogelijke toekomstige fiscale afschrijving van dit vastgoed is een actieve latentie gevormd. De latentie loopt af op het moment dat de WOZ-waarde de fiscale boekwaarde overstijgt, als gevolg van waardemutaties. Daarnaast kan een tijdelijk verschil zich voor doen inzake vastgoed waarvan verwacht wordt dat dit in de komende 10 jaar wordt verkocht en de fiscale waarde van dit vastgoed lager is dan de marktwaarde. Aangezien deltaWonen gebruikt maakt van de HIR faciliteiten en een groeiambitie heeft is dit tijdelijk verschil niet gewaardeerd in de jaarrekening.

Stand latente belastingvorderingen tot waardering gebracht

De latente belastingvorderingen opgenomen in de balans en de hiermee samenhangende latente belastinglasten/-baten in de winst-en-verliesrekening zijn als volgt te specificeren:

Latente belastingvorderingen (x € 1.000): Balans   Winst- en verliesrekening  
  2023 2022 2023 2022
Beschikbare voorwaartse verliescompensatie  -   -   -   - 
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde van vastgoedbeleggingen
 3.433   3.829   397-  1.913 
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde van de Vestialening  -   -   -   944-
Totaal latente belastingvordering  3.433   3.829   397-  969 

Het verloop van de in de balans tot waardering gebrachte latente belastingvorderingen in het boekjaar is op totaalniveau als volgt:

(x € 1.000) 2023 2022
Boekwaarde per 1 januari  3.829   2.860 
Dotaties ten laste van het resultaat  -   944-
Onttrekkingen  397-  1.913 
Boekwaarde per 31 december  3.433   3.829 

Het gehanteerde vennootschapsbelastingtarief bedraagt respectievelijk 19% over de eerste €200.000 aan belastbaar resultaat c.q. 25,8% over het restant hoger dan €200.000 (per 1 januari 2023). De latentie is tegen contante waarde gewaardeerd. De gehanteerde netto-disconteringsvoet bedraag 2,30% (2022: 2,29%). De nominale waarde van de tot waardering gebrachte latente belastingen bedraagt € 3,9 miljoen, welke een (gewogen) gemiddelde looptijd kent van 16 jaar. Van de latentie wordt een bedrag van € 0,3 miljoen (2022: € 0,3 miljoen) naar verwachting binnen één jaar gerealiseerd.

Tijdelijke verschillen (x € 1.000) 31-12-2022 Mutatie 31-12-2023 Latentie Nominale latentie Contante waarde
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille  828.737   19.090   809.647  Nee  208.889   205.377 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden  -   -   -  Nee  -   - 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkoop  -   -   -  Nee  -   - 
Fiscaal hogere verkoopopbrengst vastgoedportefeuille  -   -   -  Nee  -   - 
Vorming HIR  -   -   -  Nee  -   - 
Fiscale terugname afwaardering WOZ-waarde  -   -   -  Nee  -   - 
Fiscale afschrijvingen vastgoedportefeuille in exploitatie  16.833   1.735   15.098  Ja  3.895   3.433 
Heffingsvermindering verhuurderheffing (onderdeel vastgoedporteuille)  -   -   -  Nee  -   - 
Afkoop IRS  -   -   -  Nee  -   - 
Voorziening groot onderhoud  -   -   -  Nee  -   - 
Voort te wentelen 15b rente  9.759   5.912-  15.672  Nee  4.043   3.975 
Vestia leningruil  -   -   -  Nee  -   - 
Totaal  855.329   14.913   840.417     216.827   212.785 
Latente Vpb 31-12-2022 W&V Niet opnemen latentie Tariefsimpact Contante waarde 31-12-2023
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille  203.537   4.925   9.851-  -   6.766   205.377 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden  -   -   -   -   -   - 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkoop  -   -   -   -   -   - 
Fiscaal hogere verkoopopbrengst vastgoedportefeuille  -   -   -   -   -   - 
Vorming HIR  -   -   -   -   -   - 
Fiscale terugname afwaardering WOZ-waarde  -   -   -   -   -   - 
Fiscale afschrijvingen vastgoedportefeuille in exploitatie  3.829   448-  -   -   51   3.433 
Heffingsvermindering verhuurderheffing (onderdeel vastgoedporteuille)  -   -   -   -   -   - 
Afkoop IRS  -   -   -   -   -   - 
Voorziening groot onderhoud  -   -   -   -   -   - 
Voort te wentelen 15b rente  2.397   1.525-  3.051   -   53   3.975 
Vestia leningruil  -   -   -   -   -   - 
Totaal  209.763   2.952   6.800-  -   6.870   212.785 
             
Latente belastinglast  397-          
- mutatie tijdelijke verschillen  2.952           
- impact niet opnemen latentie  9.426-          
- impact wijziging Vpb-tarief  -           
- impact waarderen tegen contante waarde  6.870           

Latente belastingvorderingen niet tot waardering gebracht

Geheel bezit
Ten aanzien van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. Voor zover (tijdelijke) waarderingsverschillen niet in de waardering van de latente belastingvorderingen zijn verwerkt, bedragen deze nominaal in totaal een passieve waarde van € 809,6 miljoen (2022: passieve waarde van € 832,6 miljoen). Deze waarderingsverschillen (zijnde het vastgoed in exploitatie) zijn niet gewaardeerd, omdat geen sprake is van realisatie in de (nabije) toekomst en daardoor de waarschijnlijkheid van fiscale winst om de verrekenbare tijdelijke verschillen te compenseren onvoldoende zeker is.

Leningen o/g en Derivaten
In de jaarrekening 2020 is voor de leningenportefeuille en de gewaardeerde derivaten (afgescheiden embedded derivaten of derivaten waarbij geen kostprijs hedge-accounting is toegepast) een latente belastingverplichting respectievelijk -vordering tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). 
In 2021 is deze latentie volledig vrijgevallen ten gunste van het resultaat, omdat vanwege de earningsstrippingmaatregel (ATAD) de contante waarde van het tijdelijke verschil naar alle waarschijnlijkheid zal tenderen naar nihil.

Voorraden

9.5.9 Vastgoed bestemd voor de verkoop

(x € 1.000) 2023 2022
Per 31-12 leegstaande te verkopen huurwoningen en woningen koopgarant  398   1.244 
Per 31-12 leegstaande te verkopen woningen nieuwbouw  -   - 
Boekwaarde per 31 december  398   1.244 

In totaal zijn er per ultimo 2023 twee woningen (2022: zes woningen) verantwoord als vastgoed bestemd voor de verkoop.
De verwachting is dat al deze woningen binnen één jaar verkocht worden tegen de verwachte opbrengstwaarde (€ 0,6 miljoen). De boekwaarde van de woningen is € 0,4 miljoen.

9.5.10 Overige voorraden

(x € 1.000) 2023 2022
Onderhoudsmaterialen etc.  304   292 
Af: voorziening wegens incourantheid  -   - 
Boekwaarde per 31 december  304   292 

Vorderingen

(x € 1.000) 2023 2022
Huurdebiteuren  574   607 
Overheid  60   676 
Latente belastingvorderingen  -   - 
Belastingen en premies sociale verzekeringen  -   - 
Overige vorderingen  610   710 
Overlopende activa  9   17 
   1.254   2.010 

9.5.11 Huurdebiteuren

Het saldo huurdebiteuren kan als volgt worden gespecificeerd: 

(x € 1.000) 2023 2022
Huurdebiteuren  1.026   1.071 
Af: voorziening wegens oninbaarheid  452-  464-
Boekwaarde per 31 december  574   607 

De huurachterstand huurdebiteuren eind 2023 is 0,6% van de nettojaarhuur (2022: 0,6%).

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

(x € 1.000) 2023 2022
Boekwaarde per 1 januari  464   355 
Dotatie ten laste van de exploitatie  127   166 
Afgeboekte oninbare posten  139-  57-
Boekwaarde per 31 december  452   464 

9.5.12 Overheid

Het saldo van de vorderingen op overheidsinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2023 2022
Gemeente Zwolle  54   3 
Gemeente Kampen  6   41 
Gemeente Oldebroek  -   - 
Vooruitbetaalde lening  -   632 
Totaal overheid per 31 december  60   676 

9.5.13 Belastingen en premies sociale verzekeringen

Het saldo te vorderen belastingen en premies sociale verzekeringen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2023 2022
Loonheffing en premies sociale verzekering  -   - 
Omzetbelasting  -   - 
Vennootschapsbelasting  -   - 
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen per 31 december  -   - 

9.5.14 Overige vorderingen

Het saldo overige vorderingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2023 2022
Overige vorderingen  50   19 
Vooruitbetaalde posten  560   691 
Totaal overige vorderingen per 31 december  610   710 

9.5.15 Overlopende activa

(x € 1.000) 2023 2022
Overlopende activa  9   17 

9.5.16 Liquide middelen

Het saldo liquide middelen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2023 2022
Kas  -   - 
Bank  8.061   9.726 
Totaal liquide middelen per 31 december  8.061   9.726 

De liquide middelen staan vrij ter beschikking voor deltaWonen.

Passiva

Eigen vermogen

9.5.17 Herwaarderingsreserves

Het verloop van de herwaarderingsreserves is als volgt:

(x € 1.000) DAEB-vastgoed in exploitatie Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie Totaal
Stand per 1 januari  1.531.383   16.877   1.548.261 
       
Mutaties:      
Realisatie uit hoofde van verkoop  514-  7-  521-
Realisatie uit hoofde van sloop  -   -   - 
Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde  30.509   10   30.520 
Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde  302.477-  2.022-  304.499-
Overige mutaties  16.399-  11-  16.411-
Herclassificatie  -   -   - 
Stand per 31 december  1.242.503   14.847   1.257.350 

De herwaarderingsreserve sociaal vastgoed en commercieel vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de boekwaarde op basis van historische kosten, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering. Voor de realiseerbaarheid van de waarde van de onroerende zaken in exploitatie en het hiermee samenhangende deel van de herwaarderingsreserve verwijzen wij naar het bestuursverslag.

Voor de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is geen sprake van een herwaarderingsreserve door het feit dat de balanswaarde ultimo 2022 en 2023 lager ligt dan de oorspronkelijke verkoopprijs.

9.5.18 Overige reserves

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

(x € 1.000) 2023 2022
Stand per 1 januari  598.565   133.711 
Gerealiseerd resultaat voorgaand boekjaar  12.135-  424.481 
Realisatie herwaarderingsreserve  290.911   40.373 
Stand per 31 december  877.341   598.565 

9.5.19 Resultaat na belastingen van het boekjaar

Statutaire resultaatbestemming
In de statuten van de stichting is geen bepaling opgenomen met betrekking tot de bestemming van het resultaat. 

Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2023 2023 2022
Het bestuur stelt aan de raad van commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2023 ten bedrage van € 287,7 miljoen geheel ten laste van het eigen vermogen te brengen.  287.737-  12.135-

Dit betreft € 13,7 miljoen ten laste van de overige reserves (gerealiseerd resultaat) en € 274,0 miljoen ten laste van de herwaarderingsreserve (niet-gerealiseerde waardeveranderingen). 

Voorzieningen

9.5.20 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Het verloop van de post voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:

(x € 1.000) 2023 2022
Boekwaarde per 1 januari  3.793   6.223 
Dotaties  8.644   8.601 
Onttrekkingen  6.698-  11.030-
Boekwaarde per 31 december  5.739   3.793 

De voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen bestaat uit de onrendabele toppen van nieuwbouwprojecten en verduurzamingsprojecten, waarbij het saldo van de investeringen lager is dan de geprognosticeerde onrendabele top. Verwacht wordt dat van dit bedrag op balansdatum een bedrag van € 2,7 miljoen (2022: € 3,8 miljoen) binnen een jaar wordt gerealiseerd. Van de totale voorziening zal € 3,0 miljoen binnen een periode van 5 jaar worden gerealiseerd.

9.5.21 Voorziening jubileumuitkeringen

Het verloop van de voorziening jubileumuitkeringen is als volgt:

(x € 1.000) 2023 2022
Boekwaarde per 1 januari  474   460 
Dotaties  44   53 
Onttrekkingen  54-  38-
Boekwaarde per 31 december  464   474 

De voorziening voor jubileumuitkeringen is overwegend langlopend van aard. Verwacht wordt dat op balansdatum een bedrag van € 23.130 binnen 1 jaar wordt gerealiseerd (2022: € 29.400) en een bedrag van € 138.227 binnen 5 jaar (2022: € 164.352).

Langlopende schulden

9.5.22 Schulden aan overheids- en kredietinstellingen

Het saldo van de schulden aan overheid en kredietinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000)

2023 Effectieve rente > 5 jaar > 1 jaar Totaal
Schulden aan overheid 3,02%  3.154   14.852   15.607 
Schulden aan kredietinstellingen 2,28%  421.552   487.261   503.518 
Totaal 2,30%  424.706   502.113   519.125 

(x € 1.000)

2022 Effectieve rente > 5 jaar > 1 jaar Totaal
Schulden aan overheid 3,09%  12.364   15.607   16.406 
Schulden aan kredietinstellingen 2,26%  417.112   478.518   485.694 
Totaal 2,29%  429.476   494.125   502.100 

Het verloop van de schulden aan overheid en kredietinstellingen is als volgt:

(x € 1.000) Schulden aan overheid Schulden aan krediet-instellingen Totaal
Boekwaarde per 1 januari 2023  16.406   485.694   502.100 
Bij: nieuwe leningen  -   15.000   15.000 
Af: aflossingen conform contracten  799   7.177   7.975 
Af: tijdelijke aflossingen roll-over leningen    10.000-  10.000-
Boekwaarde per 31 december 2023  15.607   503.518   519.125 
Aflossingen komend boekjaar  755   16.257   17.011 
Boekwaarde per 31 december 2023  14.852   487.261   502.113 

Op balansdatum zijn er vier roll-over leningen met een totale hoofdsom van € 55 miljoen, waarbij de rentevoet afhankelijk is gesteld van het Euribor-rentetarief.
Twee leningen zijn niet gekoppeld aan een payers-swap:

  • € 10 miljoen 1-maands Euribor, op de roll-over is op 31 december 2023 € 5 miljoen tijdelijk afgelost;
  • € 15 miljoen 1-maands Euribor, op de roll-over is op 31 december 2023 € 10 miljoen tijdelijk afgelost.

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar ter hoogte van € 16,3 miljoen zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 520,9 miljoen (exclusief opgelopen rente). Deze is vastgesteld op bais van de 6-maands Euribor. Voor de bepaling van de disconteringsvoet (gebruikt voor de berekening van de marktwaarde) is geen rekening gehouden met een eventuele kredietopslag.

Verloop renterisico leningen (x € 1.000) 2023 2024 2025 2026 2027
Aflossing leningen (excl. regulier)  3.820   13.908   15.000   30.000   15.000 
Renteconversies (excl. roll-overs)  -   5.462   -   -   - 
Renterisico leningen  3.820   19.370   15.000   30.000   15.000 
In % schuldrestant 2023 0,7% 3,7% 2,9% 5,8% 2,9%

Voor een toelichting op de renterisico's wordt verwezen naar het hoofdstuk Financiële Instrumenten.

Borging door WSW

Per ultimo 2023 is er in totaal voor een schuldrestant ad. € 528 miljoen, borging verstrekt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (2022: € 520 miljoen). Voor een schuldrestant ad. € 1,0 miljoen (2022: € 1,8 miljoen) zijn er garanties door overheden verstrekt.

Leningruil Vestia 2023 2022
Boekwaarde per 1 januari  7.150   7.314 
Bij: Toevoeging Agio (dotatie, initiële opboeking)  -   - 
Af: Onttrekking  165-  164-
Boekwaarde per 31 december  6.984   7.150 
Waarvan agio kortlopend  166-  165-
Boekwaarde per 31 december  6.818   6.984 

Het saldo Agio Vestialening heeft betrekking op de in december 2021 afgesloten transactie in het kader van de leningruil voor Vestia.
Het kortlopend deel van de lening is het gedeelte van het agio dat in het volgende boekjaar via amortisatie vrijvalt.

9.5.23 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (VOV)

De terugkoopverlichting woningen VOV betreft de terugkoopverplichting van onroerende zaken die onder een regeling Verkoop onder Voorwaarden zijn overgedragen aan derden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichting. Bij de jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling. De terugkoopverplichting heeft betrekking op 88 woningen (2022: 92).

(x € 1.000) 2023 2022
Terugkoopverplichting verkoop onder voorwaarden  19.990   19.652 
     
Boekwaarde per 1 januari  19.652   21.033 
     
Mutaties    
Investeringen  199   - 
Desinvesteringen  445-  - 
Afschrijvingen  -   - 
Overige waardeverminderingen en terugnemingen daarvan  -   1.381-
Waardevermeerderingen  584   - 
Totaal mutaties  338   1.381-
     
Boekwaarde per 31 december  19.990   19.652 

9.5.24 Overige langlopende schulden

De post overige langlopende schulden is als volgt samengesteld:

(x € 1.000) 2023 2022
Waarborgsommen  8   8 

Kortlopende schulden en overlopende passiva

9.5.25 Schulden aan kredietinstellingen

Het saldo schulden aan kredietinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2023 2022
Kortlopend deel van de langlopende schulden  16.257   7.177 
Overige schulden aan kredietinstellingen  166   165 
Totaal schulden aan kredietinstellingen  16.423   7.342 

9.5.26 Schulden aan leveranciers

(x € 1.000) 2023 2022
Schulden aan leveranciers  7.862   3.211 

9.5.27 Schulden aan overheidsinstellingen

(x € 1.000) 2023 2022
Schulden aan overheidsinstellingen  755   806 

9.5.28 Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekering

Het saldo te betalen belastingen en premies sociale verzekeringen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2023 2022
Loonheffing en premies sociale verzekeringen  690   638 
Omzetbelasting  5.054   2.817 
Vennootschapsbelasting  1.544   38 
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen  7.288   3.493 

9.5.29 Schulden ter zake van pensioenen

(x € 1.000) 2023 2022
Schulden ter zake van pensioenen  169   164 

9.5.30 Overige schulden

De post overige schulden is als volgt samengesteld:

(x € 1.000) 2023 2022
Vooruitontvangen huur  1.133   1.288 
Totaal overige schulden  1.133   1.288 

9.5.31 Overlopende passiva

De post overlopende passiva is als volgt samengesteld:

(x € 1.000) 2023 2022
Niet vervallen rente  6.199   6.318 
Reservering vakantiedagen  720   644 
Nog te verrekenen servicekosten  1.711   621 
Overige overlopende passiva  1.441   1.304 
Totaal overlopende passiva  10.070   8.886 

9.5.32 Financiële instrumenten

DeltaWonen heeft per 31 december 2023 nog de beschikking over twee payer-swaps, die al voor 2008 met verschillende ingangsdata zijn afgesloten bij de BNG Bank. Met deze swaps zijn renteafspraken gemaakt, waarbij de hoogte van de rente voor deltaWonen is vastgelegd. Hierdoor wordt het (toekomstig) renterisico verminderd. Per ultimo 2023 hebben alle door deltaWonen afgesloten payers-swaps een onderliggende waarde in de vorm van roll-over leningen met identieke modaliteiten. Een payer-swap is een rente-instrument met een waardeontwikkeling. Afhankelijk van de renteontwikkeling kan dit resulteren in een positieve of een negatieve marktwaarde. Op de vigerende payer-swaps geldt géén verplichting tot het bijstorten c.q. aanhouden van liquide middelen als gevolg van de negatieve marktwaarden.

De belangrijkste modaliteiten van de afgesloten swaps zijn hieronder weergegeven.

Tegenpartij Hoofdsom Startdatum Einddatum Te betalen vaste rente Marktwaarde
31-12-2023
BNG € 15 miljoen 01-11-2009 01-11-2027 4,9970% - € 1,4 miljoen
BNG € 15 miljoen 01-06-2010 01-06-2029 4,9950% - € 2,4 miljoen
Totaal € 30 miljoen       - € 3,8 miljoen

9.5.33 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Huurverplichtingen
Het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerende zaken (Veerallee 30 te Zwolle & Oudestraat 216 te Kampen) bedraagt in totaal circa € 421.600 (2022: € 401.100). In 2021 is er een nieuw huurcontract afgesloten met hierin opgenomen een verkoopconstructie van de Veerallee 29 c.q. een koopoptie van de Veerallee 30, waardoor de twee gemeentelijke monumenten uit 1929 weer één samenhangend geheel zijn en blijven bij één eigenaar. De resterende looptijd van het huurcontract is per balansdatum 3 jaar en 8 maanden. Voor een nadere toelichting op het huurcontract met koopoptie van de Veerallee 30 wordt verwezen naar paragraaf 9.5.34 Gebeurtenissen na balansdatum.

Leaseverplichtingen
DeltaWonen is diverse leaseverplichtingen aangegaan voor het ter beschikking stellen van diverse soorten inventaris ten behoeve van het personeel. Het betreft het wagenpark, diverse fietsen, de printers, pinautomaten en koffiezetapparaten. Het totale bedrag van met derden aangegane leaseverplichtingen bedraagt in totaal circa € 211.300.
Onderdeel hiervan bedraagt het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane leaseverplichtingen voor wat betreft het wagenpark. Hiervoor is in totaal circa € 185.700 (2022: € 182.900) aan leaseverplichtingen aangegaan.
De resterende looptijd van de leasecontracten is respectievelijk één jaar (bedrijfsscooter), twee jaar (achttien bedrijfsauto's), drie jaar (één bedrijfsauto) en vier jaar (zeven bedrijfsauto's).

Verplichtingen nieuwbouwprojecten
Per 31 december 2023 zijn verplichtingen aangegaan ten behoeve van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie van € 29,1 miljoen (in 2022: € 35,7 miljoen).

Verplichtingen planmatig onderhoud
DeltaWonen heeft voor de nog uit te voeren werkzaamheden met betrekking tot planmatig onderhoud per 31 december 2023 verplichtingen uitstaan van € 4,6 miljoen (in 2022: € 14,9 miljoen).

Verplichtingen persoonsgebonden loopbaanbudget
In de CAO Woondiensten is een persoonsgebonden loopbaanbudget per medewerker afgesproken. Elke medewerker heeft, afhankelijk van 'indiensttreding', recht op een budget ten behoeve van zijn loopbaanontwikkeling. Ultimo 2023 bedraagt het budget € 528.000  (2022: € 523.000).

Obligolening Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
DeltaWonen heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2022. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en deltaWonen niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde. In het geval van een eventuele storting zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door deltaWonen. Per 31 december 2023 bedraagt de obligolening circa € 13,5 miljoen.

Herstructurering Hanzewijk
In 2017 is de Hanzewijk afgewikkeld op cluster 4 blok 3 en cluster 5 na. Deze twee projecten zijn samengevoegd tot het laatste project van de herstructurering in de Hanzewijk, namelijk ‘Hanzewijk cluster 5’. De bouw van dit project is gestart in 2023 en de oplevering gaat naar verwachting plaatsvinden in 2024. In de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente is een verplichting opgenomen om een bijdrage te leveren in de exploitatiebijdrage. De exploitatiebijdrage houdt direct verband met de realisatie van het aantal woningen in dit cluster. De omvang van de verplichting is bij oplevering in 2024 berekend op € 1,1 miljoen. Na formele besluitvorming zal de consequentie van deze bijdrage verwerkt worden in het resultaat middels de Overige waardeveranderingen (im)materiële vaste activa en vastgoedportefeuille.

Prestatieafspraken
DeltaWonen heeft met de gemeenten Zwolle, Kampen en Oldebroek prestatieafspraken gemaakt ten aanzien van de verkoop, sloop en nieuwbouw van woningen. De gemaakte afspraken kunnen in de toekomst leiden tot verplichtingen.

Stille reserve Pad en Tuin
In 2017 heeft deltaWonen het bloot eigendom met GE-constructie voor het project Pad & Tuin aangekocht van stichting GE. Stichting GE heeft vervolgens de stille reserve Pad & Tuin uitgekeerd aan deltaWonen. Conform de verwerkingswijze bij de stichting is de stille reserve als een niet uit de balans blijkend recht opgenomen. Uit de GE-constructie vloeit namelijk een terugkooprecht en geen plicht van het bloot eigendom. De bewoners hebben het bloot eigendom in eeuwigdurende erfpacht verkregen zonder canon. Derhalve zal het eigendom niets opleveren voor deltaWonen, tenzij iemand de GE-constructie wil afkopen. Mocht iemand de GE-constructie in de toekomst willen afkopen, dan zal de stille reserve gerealiseerd worden. De hoogte van de afkoop komt tot stand op basis van de vooraf bepaalde rekenmethodiek, waarin de marktwaarde op dat moment een belangrijke invloed heeft. Gezien het feit dat er geen verplichting is en de hoogte en het moment van het realiseren van deze reserve niet is in te schatten, is in het kader van voorzichtigheid de stille reserve opgenomen onder de niet uit de balans blijkende rechten. De stille reserve bedraagt ultimo 2023 € 1,7 miljoen (2022: € 1,6 miljoen) en bevat nog 17 woningen in bloot eigendom (2022: 17).

9.5.34 Gebeurtenissen na balansdatum

Begin 2024 heeft de huidige eigenaar van Veerallee 30 aangegeven het kantoorpand aan deltaWonen te willen verkopen. Op 16 februari 2024 heeft deltaWonen daarvoor de koopbevestiging voor een bedrag van € 4,5 miljoen getekend, waarna er een due diligence periode is gestart. 
Op 1 maart 2024 was deze periode voorbij en er zijn tijdens deze fase geen zaken aan het licht gekomen, die een overdracht in de weg staan. Het tekenen van de koopovereenkomst heeft daarna op 8 maart 2024 plaatsgevonden. De feitelijke levering is op 1 mei 2024. Vanaf dat moment is deltaWonen eigenaar van Veerallee 30 met alle bijbehorende aanhorigheden / percelen.

9.6 Toelichting op de Winst en verliesrekening

Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille

9.6.1. Huuropbrengsten

(x € 1.000) 2023 2022
- Woningen en woongebouwen 102.766 101.394
- Onroerende zaken, niet zijnde woningen 2.154 2.067
Huuropbrengsten vastgoed in exploitatie 104.920 103.462
Af: Huurderving wegens leegstand en oninbaarheid -1.097 -899
Totaal huuropbrengsten 103.823 102.562

Hierna is een overzicht opgenomen van de huuropbrengsten die in de verschillende gemeenten zijn behaald:

(x € 1.000) 2023 2022
Gemeente Zwolle 61.756 60.730
Gemeente Oldebroek 10.682 10.528
Gemeente Kampen 32.482 32.204
Totaal huuropbrengsten 104.920 103.462

De "te ontvangen netto huur" is gewijzigd als gevolg van:

- Verhoging van de huren wegens (per saldo) algemene huurverhoging: 0,7 miljoen
- Aanpassing tot streefhuur bij mutatie: 0,3 miljoen
- Het in exploitatie komen van nieuw of aangekocht bezit: 0,5 miljoen
- Verkoop van woningen: -0,2 miljoen
- Overige mutaties: 0,2 miljoen

De gemiddelde huurverlaging per 1 juli 2023 voor woningen en woongebouwen was -/- 0,78%.
De verhoging voor de bedrijfsruimten bedroeg 2,8% per 1 juli op basis van prijsindexcijfers of een aanpassing volgens overeenkomst.
De huren van woonwagens en standplaatsen zijn per 1 juli met 2,3% verhoogd. De huurderving over 2023 bedraagt 1,05% (in 2022: 0,87%).

9.6.2 Opbrengsten servicecontracten

(x € 1.000) 2023 2022
Overige goederen, leveringen en diensten 4.589 3.351
Af: Te verrekenen met huurders -1.707 -614
  2.882 2.736
Af: Opbrengstenderving wegens leegstand en oninbaarheid -111 -47
Totaal opbrengsten servicecontracten 2.771 2.689

De voorschotten van de diverse servicekostencomponenten zijn aangepast per 1 juli 2023. De wijzigingen van de voorschotten zijn gebaseerd op de nieuwe contractafspraken voor 2023 en verbruiksgegevens van het afgelopen jaar. Jaarlijks vindt een afrekening plaats op basis van de werkelijke kosten.

9.6.3 Lasten servicecontracten

(x € 1.000) 2023 2022
Overige goederen, leveringen en diensten -2.445 -2.258
Toegerekende personeelskosten -578 -521
Toegerekende overige organisatiekosten -239 -218
Toegerekende afschrijvingen -27 -41
Totaal lasten servicecontracten -3.290 -3.038

9.6.4 Overheidsbijdragen

(x € 1.000) 2023 2022
Opbrengst overheidsbijdragen 0 0
Totaal overheidsbijdragen 0 0

9.6.5 Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

(x € 1.000) 2023 2022
Toegerekende personeelskosten -5.532 -5.040
Toegerekende overige organisatiekosten -3.019 -3.714
Toegerekende afschrijvingen -258 -397
Totaal lasten verhuur- en beheeractiviteiten -8.809 -9.152

De toegerekende organisatiekosten aan verhuur, verkoop en beheeractiviteiten volgen uit de kostenverdeelstaat. Daarin worden de organisatiekosten, die onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld. Hierbij wordt in hoofdlijnen onderscheid gemaakt naar exploitatie, projectontwikkeling, verkoop en leefbaarheid.

9.6.6 Lasten onderhoudsactiviteiten

(x € 1.000) 2023 2022
Onderhoudslasten (niet-cyclisch - dagelijks onderhoud) -7.272 -6.464
- Klachtenonderhoud -5.115 -4.706
- Mutatieonderhoud -3.756 -3.136
- Overig Dagelijks onderhoud -19 -38
- Dekking Dagelijks onderhoud 138 174
- Onderhoud in eigen beheer 1.479 1.243
Onderhoudslasten (cyclisch - planmatig onderhoud) -31.781 -18.438
- Contractonderhoud -3.836 -3.074
- Planmatig onderhoud en E-renovatie -41.876 -28.550
- Geactiveerde onderhoudskosten 13.930 13.186
Toegerekende personeelskosten -5.269 -4.993
Toegerekende overige organisatiekosten -2.606 -2.488
Toegerekende afschrijvingen -322 -502
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -47.251 -32.885

De totale onderhoudslasten zijn ten opzichte van 2022 met € 14,4 miljoen toegenomen. Dit betreft met name de toename bij cyclisch - planmatig onderhoud van € 13,3 miljoen als gevolg van meer uitgevoerd planmatig onderhoud en prijsstijgingen in de markt. Daarnaast is ook sprake van een stijging van het niet-cyclisch - dagelijks onderhoud van € 0,8 miljoen.

 
Onderstaand volgt per onderdeel een toelichting. De onderhoudslasten zijn opgedeeld in niet-cyclisch onderhoud (dagelijks onderhoud verminderd met onderhoud in eigen beheer) en cyclisch onderhoud (planmatig onderhoud en contractonderhoud).

Onderhoudslasten niet-cyclisch onderhoud

Dagelijks onderhoud

De kosten voor dagelijks onderhoud zijn in totaal met € 0,8 miljoen toegenomen ten opzichte van 2022. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere kosten op zowel mutatieonderhoud als klachtenonderhoud tezamen € 1,0 miljoen. Er is sprake van een hogere dekking uren eigen dienst van circa € 0,2 miljoen.

In 2023 heeft dagelijks onderhoud 26.015 reparatieverzoeken uitgevoerd (2022: 21.276). Het aantal reparatieverzoeken voor klachtonderhoud is harder toegenomen met 22% (+4.739) dan de kosten, waardoor de gemiddelde kosten per verzoek € 24 lager zijn geworden. Bij mutatieonderhoud is het aantal orders afgenomen naar 1.039 (2022: 1.088) en de gemiddelde kosten per order zijn toegenomen met 25% naar € 3.616 per mutatie (2022: € 2.883). De totale kosten van mutatieonderhoud zijn met 20% (€0,6 miljoen) gestegen.

  2023 2022
De gemiddelde kosten per reparatieverzoek 183 207
De gemiddelde kosten per mutatie (orders) 3.616 2.883

Onderhoudslasten cyclisch onderhoud

Planmatig onderhoud

De uitgaven ten aanzien van planmatig onderhoud en CO2-renovaties voor 2023 liggen een stuk hoger dan in 2022. De realisatiegraad voor 2023 is hoger en daarnaast is in totaal meer begroot dan vorig jaar. Voor een gedetailleerde toelichting op de uitgaven planmatig onderhoud en CO2-renovaties wordt verwezen naar de tekst Planmatig onderhoud in het financieel jaarverslag.

Contract onderhoud

In 2023 zijn meer kosten gemaakt voor contractonderhoud dan in 2022. De hogere uitgaven zijn voornamelijk veroorzaakt door prijsstijgen in de markt van onderhoud, materialen en uurloon.

Activering

De totale uitgaven planmatig onderhoud en CO2-renovaties voor 2023 bedroeg € 41,9 miljoen waarvan € 13,9 miljoen (33%) is geactiveerd. In 2022 bedroegen de totale uitgaven € 28,2 miljoen waarvan € 13,2 miljoen is geactiveerd (47%). De activering is gedaan conform het vastgesteld activeringsbeleid. Voor de verdere toelichting hierop wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen.

9.6.7 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

(x € 1.000) 2023 2022
Verhuurderheffing 0 -8.785
Sectorspecifieke heffing 0 0
Heffing huurcommissie -53 0
Contributie Aedes -93 -88
Belastingen -5.459 -5.248
Verzekeringen -670 -738
Kosten marktwaardering 0 0
Totaal overige directe operationele lasten exploitatie bezit -6.276 -14.860
(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille 40.968 45.317

Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling

9.6.8 Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

(x € 1.000) 2023 2022
Opbrengst verkopen projecten 0 0
Totaal omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0

9.6.9 Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling

(x € 1.000) 2023 2022
Lasten verkopen projecten 0 0
Totaal lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0

9.6.10 Toegerekende organisatiekosten

(x € 1.000) 2023 2022
Toegerekende personeelskosten 0 0
Toegerekende overige organisatiekosten 0 0
Toegerekende afschrijvingen 0 0
Totaal toegerekende organisatiekosten 0 0

9.6.11 Toegerekende financieringskosten

(x € 1.000) 2023 2022
Toegerekende financieringskosten 0 0
Totaal toegerekende financieringskosten 0 0
(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL nettoresultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0

Nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille

9.6.12 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Vastgoed in exploitatie (x € 1.000) 2023 2022
Opbrengsten verkoop bestaand bezit 1.068 3.797
Opbrengsten verkoop bedrijfsruimten/garages/grond 0 136
Totaal verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.068 3.933
Specificatie resultaat verkopen bestaand bezit (x € 1.000)    
- 0 woningen gemeente Zwolle (2022: 10 woningen) 0 3.319
- 1 woning gemeente Oldebroek (2022: 0 woningen) 275 0
- 3 woningen gemeente Kampen (2022: 2 woningen) 793 478
  1.068 3.797

In 2023 zijn vanuit onze verkoopvijver 4 woningen verkocht (2022: 12 woningen). Daarnaast zijn er vier woonwagens verkocht.

9.6.13 Toegerekende organisatiekosten

(x € 1.000) 2023 2022
Kosten verkoop -134 -120
Toegerekende personeelskosten -52 -58
Toegerekende overige organisatiekosten -22 -24
Toegerekende afschrijvingen -2 -5
Totaal toegerekende organisatiekosten -211 -207

9.6.14 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

(x € 1.000) 2023 2022
Boekwaarde bestaand bezit -948 -3.318
Totaal boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -948 -3.318
(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille -91 407

Waardeveranderingen Vastgoedportefeuille

9.6.15 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000) 2023 2022
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop 0 0
Waardeverminderingen 0 0
Terugname waardeverminderingen 0 0
Totaal overige waardeveranderingen vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop 0 0
     
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    
Waardeverminderingen -7.346 -2.951
Terugname waardeverminderingen -1.955 -429
Totaal overige waardeveranderingen vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie -9.301 -3.380
     
Investeringen in vastgoed in exploitatie    
Waardeverminderingen -1.469 -3.842
Terugname waardeverminderingen -8.605 -1.388
Totaal overige waardeveranderingen investeringen in vastgoed in exploitatie -10.074 -5.230
     
Totaal overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -19.375 -8.610

Deze post betreft de afboeking van onrendabele toppen van nieuwbouwcomplexen en verduurzamingsprojecten die meerjarig lopen. Voor een verdere toelichting op de totstandkoming van de marktwaarde en de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille verwijzen we naar de toelichting op de materiële vaste activa.

De waardeveranderingen (im)materiële vaste activa voor vastgoed in ontwikkeling komt in 2023 uit op € 9,3 miljoen (in 2022: € 3,4 miljoen). De waardeverandering wordt veroorzaakt door de onrendabele top (hierna ORT genoemd), welke ontstaat wanneer de verwachte marktwaarde in verhuurde staat van een investering lager ligt dan de totale investeringskosten. Bij nieuwbouwprojecten wordt de onrendabele top vastgesteld op het moment van de goedkeuring van het fasedocument ‘realisatie’.

In 2023 is voor vier projecten (2022: zeven projecten) goedkeuring gegeven aan het fasedocument ‘realisatie’. Daarnaast is bij één investerings- & realisatiebesluit akkoord gegeven tot het aangaan van de investering, waardoor dit besluit wordt gezien als realisatiebesluit voor de ORT.

Vanuit 2022 zijn zes grote CO2-renovaties doorgeschoven naar 2023. Hiervan zijn vier CO2-renovaties afgerond in 2023. In 2023 is voor twee CO2-renovaties een opdracht aangegaan met een verwachte ORT van € 2,1 miljoen. Per balansdatum is de ORT herijkt met een mutatie van € 8,6 miljoen (2022 € 1,4 miljoen). Dit brengt de jaarlast op € 10,1 miljoen (2022 € 5,2 miljoen). Bij de CO2-renovaties wordt de onrendabele top vastgesteld op het moment van de goedkeuring van het fasedocument ‘realisatie’ of bij het aangaan van de opdracht.

9.6.16 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Vastgoed in exploitatie (x € 1.000) 2023 2022
Toename marktwaarde 0 0
Afname marktwaarde -287.468 -29.878
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -287.468 -29.878

Voor een verdere toelichting op de totstandkoming van de marktwaarde en de overige waardeveranderingen wordt verwezen naar de toelichting op de materiële vaste activa.

De niet-gerealiseerde waardeverandering is in 2023 € 287,5 miljoen negatief en wordt volledig bepaald door de autonome mutatie. Dit zijn externe omstandigheden waarop deltaWonen geen invloed heeft. De waardeverandering komt hiermee € 257,6 miljoen lager uit dan in 2022. Van invloed op de waardeverandering zijn onder meer: de leegwaarde, mutatiegraden, restwaarde (op basis van een exit-yield), huuropbrengsten, VTW-normen voor onderhouds- en beheerlasten en de disconteringsvoet. Het grootste negatieve verschil ten opzichte van 2022 wordt veroorzaakt door de disconteringsvoet. De gemiddelde disconteringsvoet voor zowel het uitpond- als het doorexploiteerscenario is fors gestegen. Daarnaast heeft de exit-yield eveneens een redelijk grote negatieve impact op de waardering. Beide zijn naar boven bijgesteld vanwege de fors gestegen rentes en het gedaalde vertrouwen van (buitenlandse) beleggers. Dit laatste is het gevolg van het verslechterde investeringsklimaat in Nederland ten opzichte van omringende landen. De markt is vraag gedreven. Kwalitatief aanbod voor de juiste prijs wordt opgenomen, maar al met al is er een toename van het aanbod wat ook een prijsverlagend effect heeft.

9.6.17 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

Vastgoed verkocht onder voorwaarden (x € 1.000) 2023 2022
Waardeverandering vastgoed verkocht onder voorwaarden 409 -220
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 409 -220

Voor een verdere toelichting op de totstandkoming van de marktwaarde en de niet-gerealiseerde waardeveranderingen van het vastgoed verkocht onder voorwaarden verwijzen we naar de toelichting op de materiële vaste activa.

9.6.18 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

Vastgoed bestemd voor verkoop (x € 1.000) 2023 2022
Waardeverminderingen 0 0
Terugname waardeverminderingen 6 218
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop 6 218

Voor een verdere toelichting op de totstandkoming van de niet-gerealiseerde waardeveranderingen van het vastgoed bestemd voor verkoop verwijzen we naar de toelichting op de voorraden.

(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL waardeveranderingen vastgoedportefeuille -306.428 -38.490

Nettoresultaat overige activiteiten

9.6.19 Opbrengsten overige activiteiten

(x € 1.000) 2023 2022
Opbrengsten activiteiten verkoop onder voorwaarden 346 667
Vergoeding opstelpunten 68 59
Overige bedrijfsopbrengsten 754 608
Totaal opbrengsten overige activiteiten 1.168 1.334

9.6.20 Kosten overige activiteiten

(x € 1.000) 2023 2022
Toegerekende personeelskosten 0 0
Toegerekende overige organisatiekosten 0 0
Toegerekende afschrijvingen 0 0
Totaal kosten overige activiteiten 0 0
(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL netto resultaat overige activiteiten 1.168 1.334

Overige organisatiekosten

9.6.21 Overige organisatiekosten

(x € 1.000) 2023 2022
Heffing autoriteit woningcorporaties -75 -75
Obligoheffing -720 -260
Toegerekende personeelskosten -985 -911
Toegerekende overige organisatiekosten -788 -699
Toegerekende afschrijvingen -41 -62
Totaal overige organisatiekosten -2.608 -2.006

De overige organisatiekosten zijn in verslagjaar 2023 volledig in lijn gebracht met de handleiding toepassen functioneel model van SBR Wonen. 

(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL overige organisatiekosten -2.608 -2.006

Kosten omtrent leefbaarheid

9.6.22 Kosten omtrent leefbaarheid

(x € 1.000) 2023 2022
Leefbaarheid -105 -23
Toegerekende personeelskosten -1.746 -1.617
Toegerekende overige organisatiekosten -910 -677
Toegerekende afschrijvingen -81 -128
Totaal kosten omtrent leefbaarheid -2.842 -2.445
(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL kosten omtrent leefbaarheid -2.842 -2.445

Saldo financiële baten en lasten

9.6.23 Waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten

(x € 1.000) 2023 2022
Waardeveranderingen van financiële vaste activa 0 0
Totaal waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten 0 0

9.6.25 Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

(x € 1.000) 2023 2022
Overige rentebaten 44 0

9.6.26 Rentelasten en soortgelijke kosten

(x € 1.000) 2023 2022
Rentelasten leningen overheid en kredietinstellingen -11.664 -11.288
Rentelasten rekening-courant 0 0
Resultaten derivaten 0 0
Overige rente en financieringskosten -142 -208
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -11.806 -11.496

Door het aantrekken van nieuwe leningen zien wij de rentelasten in 2023 toenemen. De gemiddelde rentevoet voor deltaWonen is ten opzichte van 2022 met één basispunt gestegen.

(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL saldo financiële baten en lasten -11.762 -11.496
(x € 1.000) 2023 2022
Totaal resultaat voor belastingen -281.595 -7.379

9.6.27 Belastingen

Schattingen

De acute en latente belastingen in de jaarrekening zijn in het verleden altijd bepaald met inachtneming van de fiscale regels volgens de door de sector met de belastingdienst gemaakte afspraken (Vaststellingsovereenkomst I, II en de VSO omtrent de lening ruil Vestia). Vanaf 01 januari 2023 is VSO II met de belastingdienst opgezegd. Met het opzeggen van VSO II heeft de Belastingdienst een brief gestuurd met welke regels van toepassing zijn vanaf 1 januari 2023. De uitgangspunten uit die brief volgt deltaWonen voor zover ze voor ons van toepassing zijn. De toepassing van de regels is op een aantal onderwerpen niet zonder meer duidelijk en voor discussie vatbaar. Deze onderwerpen zijn onder andere het onderscheid tussen onderhoudskosten en verbeteringen en de toerekenbare kosten inzake projectontwikkeling. Eerst bij de aangifte zal blijken of en in hoeverre de fiscus de door deltaWonen gevolgde standpunten zal overnemen en accorderen. Om die reden kan de in de jaarrekening bepaalde acute en latente belastingen achteraf nog aan veranderingen onderhevig zijn. De aangiften vennootschapsbelasting van deltaWonen zijn tot en met 2022 door de Belastingdienst definitief vastgesteld.

Belastingdruk winst- en verliesrekening

De belastinglast/-bate over het resultaat in de winst- en verliesrekening bestaat uit de volgende componenten:

(x € 1.000) 2023 2022
Acute belastingen 5.805 6.499
Belastingen voorgaand jaar -60 -773
Vrijval saldo verliescompensatie 0 0
Latente belastingvordering (VpB) 397 -969
Totaal belastingen -6.142 -4.756

De fiscale winst voor 2023 bedraagt € 22,5 miljoen (2022: € 25,9 miljoen winst, aangifte 2022: € 25,1 miljoen winst). De acute belastinglast 2023 bedraagt hierdoor € 5,8 miljoen. In 2022 bedroeg de acute belastinglast € 6,5 miljoen. Bij aangifte bleek de acute belastinglast echter € 6,4 miljoen te zijn. Het verschil tussen de fiscale positie 2022 en de aangifte 2022, te weten € 0,1 miljoen, is verwerkt als bate in de VpB-last van 2023.

Het toepasselijk (wettelijk) belastingtarief bedraagt voor de 1e schijf 19% (tot en met € 200.000) en voor de 2e schijf 25,8% (€ 200.000 en hoger). In 2022 was dit 15% voor de 1e schijf (tot en met € 395.000) en 25,8% voor de 2e schijf (€ 395.000 en hoger). Het effectieve belastingtarief, zijnde de belastinglast in de winst- en verliesrekening uitgedrukt als % van het jaarresultaat voor belastingen, bedraagt -/- 2,2% (2022: -/- 64,5%) en kan als volgt gespecificeerd worden:

(x € 1.000) 2023 2022
Commercieel resultaat voor vennootschapsbelasting -281.595 -7.379
Af:   0
Correctie fiscale afschrijving -1.394 -2.093
Correctie commerciële marktwaarde 0 0
Correctie fiscaal onderhoud -7.162 -3.942
Correctie fiscaal opbrengst verkopen -331 -1.074
Niet-aftrekbare rente (ATAD) 0 0
     
Bij:    
Correctie Agio Vestia Lening 0 -3.657
Correctie commerciële marktwaarde 287.052 29.880
Correctie fiscaal resultaat projecten 19.375 8.610
Niet-aftrekbare rente (ATAD) 5.831 4.614
Correctie fiscale rente 775 231
Belastbaar bedrag 22.551 25.190
     
Verrekening compensabel verlies 0 0
     
1e schijf t/m € 200.000 = 19% 38 0
2e schijf vanaf € 200.000 =25,8% 5.767 0
Belastingbedrag boekjaar 5.805 6.499
Correctie voorgaande perioden -60 -773
Mutatie latente Vpb 397 -969
Totale belastinglast 6.142 4.757
Effectieve belastingdruk -2,2% -64,5%
     
Verklaring effectieve belastingdruk    
Commercieel resultaat voor belasting -281.595  
Belastbaar bedrag 22.551  
Lokaal belastingtarief: t/m € 200.000 38  
Lokaal belastingtarief: vanaf € 200.000 5.767  
     
Winstbelasting o.b.v. het lokale belastingtarief 5.805 2,1%
Belastingeffect van niet-aftrekbare kosten 0 0,0%
Correcties voorgaande jaren -60 -0,0%
Impact niet opnemen latentie tijdelijke verschillen 9.822 3,5%
Mutatie tijdelijke verschillen -2.952 -1,0%
Impact wijziging belastingtarief 0 0,0%
Impact waarderen tegen contante waarde -6.870 -2,4%
Impact tariefsopstapje 0 0,0%
Mutatie latente belastingen 397 0,1%
     
Totaal 6.142 2,2%
Acute VpB W&V Betalingen Verschil W&V en Aangiften 31-12-2023
2021 3.261 -4.100 -773 -1.612
2022 6.499 -6.500 -60 -61
2023 5.805 -4.200 0 1.605
Totaal 15.565 -14.800 -833 -68
(x € 1.000) 2023 2022
Totaal van resultaat na belastingen -287.737 -12.135

9.6.28 Overige toelichting winst- en verliesrekening op basis van categoriaal model

Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa

(x € 1.000) 2023 2022
Kosten van verwerving van intellectuele rechten 326 689
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 405 447
Totaal afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 731 1.135
(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa 731 1.135

Loonkosten

Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

(x € 1.000) 2023 2022
Lonen en salarissen 11.111 10.252
Sociale lasten 1.750 1.623
Pensioenlasten 1.302 1.266
Totaal lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 14.163 13.141

Het aantal werkzame werknemers per 31 december, berekend op fulltimebasis en uitgesplitst naar activiteiten, bedroeg:

  2023 2022
Directie & Concerncontrol 3,9 3,8
Afdeling Wonen 69,1 66,7
Afdeling Vastgoed 64,7 58,8
Afdeling Bedrijfsbeheer 40,9 40,2
Afdeling Bestuurszaken 2,6 3,3
Totaal 181,2 172,8

Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam.

(x € 1.000) 2023 2022
TOTAAL lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 14.163 13.141

Overige organisatiekosten

(x € 1.000) 2023 2022
Beheerskosten    
Algemene beheers- en administratiekosten 2.411 2.636
Automatiseringskosten 2.054 1.764
Huisvestigingskosten 756 663
Overige personeelskosten 2.535 1.893
Subtotaal beheerskosten 7.756 6.955
     
Heffingen    
Belastingen 5.459 5.248
Verzekeringen 670 738
Verhuurderheffing 0 8.785
Bijdrageheffing AW 75 75
Contributie Aedes 93 88
Subtotaal heffingen 6.298 14.935
     
Overige bedrijfslasten    
Bijdrage bijzondere doelgroepen 133 111
Diverse bedrijfslasten 458 701
Subtotaal overige bedrijfslasten 591 812
     
Totaal overige organisatiekosten 14.645 22.701

9.6.29 Niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten

(x € 1.000) 2023 2022
Toegerekende personeelskosten -3.262 -2.783
Overige personeelskosten -725 -822
Automatiseringskosten -477 -377
Algemene beheer- en administratiekosten -1.126 -1.207
Huisvestingskosten -175 -142
Afschrijvingen -655 -1.026
Overige bedrijfsopbrengsten 16 13
Totaal niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten -6.404 -6.343

9.7 Overige toelichtingen

Werknemers

Op 31 december 2023 had deltaWonen 181,2 FTE in dienst (2022: 172,8). Het aantal fulltime medewerkers ultimo 2023 is exclusief 3,1 FTE's aan openstaande vacatures (2022: 8,4 FTE aan vacatures) en 13,7 FTE's aan vacatures die in december 2023 zijn vervuld, maar pas in 2024 gaan starten. Inclusief vacatures komt het totaal op 198,0 FTE.

Toelichting op kasstromen

1. De kasstromen uit operationele activiteiten zijn afgenomen met € 2,2 miljoen, wat met name het gevolg is van:

  • € 2,6 miljoen meer aan ontvangsten van huurders als gevolg van huurverhogingen en toevoeging van nieuwbouw;
  • Een verhoging van betalingen aan leveranciers van € 11,1 miljoen, met name door de toegenomen onderhoudsuitgaven;
  • Een afname van betalingen uit hoofde van verhuurderheffing van € 7,7 miljoen;
  • Een toename van betalingen aan werknemers van € 1,4 miljoen.

2. De kasstromen uit (des)investeringsactiviteiten zijn ten opzichte van 2022 toegenomen met € 25,8 miljoen door een combinatie van lagere ontvangsten uit verkopen bestaand bezit en verkopen onder voorwaarden van € 2,7 miljoen (-/-) en hogere investeringen in (nieuw)bouw- en verduurzamingsprojecten van € 23,1 miljoen (-/-)

3. In 2023 is voor € 25 miljoen aan nieuwe leningen aangetrokken. Daarnaast is er voor € 7,6 miljoen afgelost op bestaande financieringen. Deze mutaties van de langlopende leningen hebben geleid tot een positieve kasstroom uit financieringsactiviteiten van € 17,4 miljoen.

Accountantshonorarium

Accountantshonorarium 2023 o.b.v. art. 2:382a bW

(x € 1.000) BDO accountants Overige accountants-organisaties
Controlekosten jaarrekening 162.498  - 
Controleopdracht dVi 22.790  - 
Adviesdiensten op fiscaal terrein  -  104.406
     
Andere niet-controleopdrachten, waarvan:    
- Salarisadministratie  -  6.106
- Overige adviesdiensten  -  17.339
  185.288 127.851

Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening zijn gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2023 ongeacht of werkzaamheden reeds gedurende 2023 zijn verricht.

Publicatie bezoldiging uit hoofde van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ):

Functie directeur-bestuurder
Duur dienstverband 1-1-2023 tot en met 31-12-2023
Omvang dienstverband 1 FTE
Looptijd actuele dienstbetrekking Onbepaalde tijd
Periodiek betaalde beloning  186.183 
Beloning betaalbaar op termijn  21.254 
Totale bezoldiging 2023  207.437 

Wet Normering Topinkomens

De WNT is van toepassing op Stichting deltaWonen. Het voor Stichting deltaWonen toepasselijke bezoldingsmaximum is in 2023 € 209.000 en is gebaseerd op het bezoldigingsmaximum voor woningcorporaties klasse G. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Bij deltaWonen is uitsluitend sprake van een leidinggevende topfunctionaris met dienstbetrekking.

Gegevens 2023

Bedragen x € 1 E. Leideman
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01-2023
31-12-2023
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0
Dienstbetrekking? ja
   
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  186.183 
Beloningen betaalbaar op termijn  21.254 
Subtotaal  207.437 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  209.000 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag  - 
Bezoldiging  207.437 

Gegevens 2022

Bedragen x € 1 E. Leideman
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01-01-2022
31-12-2022
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)  1,0 
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  184.051 
Beloningen betaalbaar op termijn  18.949 
Subtotaal  203.000 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  203.000 
   - 
Bezoldiging  203.000 

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12

DeltaWonen kent geen leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2023

Bedragen x € 1 H.B.A. Grootelaar R.W.M. Takken F.J. Siderius H. Diender-van Dijk J.E. van Driel
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01-2023
31-12-2023
01-01-2023
31-12-2023
01-01-2023
31-12-2023
01-01-2023
31-12-2023
01-01-2023
31-12-2023
Bezoldiging          
Bezoldiging  24.115   16.112   16.112   16.112   16.112 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  31.350   20.900   20.900   20.900   20.900 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  24.115   16.112   16.112   16.112   16.112 

Gegevens 2023

Bedragen x € 1 M.C.E. van der Vleuten
Functiegegevens Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01-2023
31-12-2023
Bezoldiging  
Bezoldiging  16.112 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  20.900 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Bezoldiging  16.112 

Gegevens 2022

Bedragen x € 1 H.B.A. Grootelaar R.W.M. Takken F.J. Siderius H. Diender-van Dijk J.E. van Driel
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01-2022
31-12-2022
01-01-2022
31-12-2022
01-03-2022
31-12-2022
01-01-2022
31-12-2022
01-01-2022
31-12-2022
Bezoldiging          
Bezoldiging  22.750   15.200   12.667   15.200   15.200 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  29.550   19.700   19.700   19.700   19.700 

Gegevens 2022

Bedragen x € 1 M.C.E. van der Vleuten
Functiegegevens Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01-2022
31-12-2022
Bezoldiging  
Bezoldiging  15.200 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  19.700 

1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.800,- of minder

DeltaWonen kent geen topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.800,- of minder.

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking

Er is bij deltaWonen geen sprake van uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking.

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. 

9.8 Balans scheiding daeb en niet-daeb 2023

(voor resultaatbestemming, x € 1.000)

      31-12-2023       31-12-2022  
Activa DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
Vaste activa                
                 
Immateriële vaste activa                
Kosten van verwerving van intellectuele rechten 0 0 0 0 394 8 0 402
Totaal van immateriële vaste activa 0 0 0 0 394 8 0 402
                 
Vastgoedbeleggingen                
Daeb vastgoed in exploitatie 2.326.637 0 0 2.326.637 2.594.717 0 0 2.594.717
Niet-daeb vastgoed in exploitatie 0 36.056 0 36.056 0 36.480 0 36.480
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 0 22.487 0 22.487 0 21.740 0 21.740
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB 19.972 0 0 19.972 7.725 0 0 7.725
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Niet-DAEB 0 2.117 0 2.117 0 1.555 0 1.555
Totaal van vastgoedbeleggingen 2.346.609 60.660 0 2.407.269 2.602.442 59.775 0 2.662.217
                 
Materiële vaste activa                
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 4.967 101 0 5.069 5.094 104 0 5.198
Totaal van materiële vaste activa 4.967 101 0 5.069 5.094 104 0 5.198
                 
Financiële vaste activa                
Latente belastingvorderingen 3.326 107 0 3.433 3.666 163 0 3.829
Vorderingen op groepsmaatschappijen (interne lening) 8.000 0 -8.000 0 9.000 0 -9.000 0
Aandelen certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen 42.418 0 -42.418 0 45.738 0 -45.738 0
Totaal van financiële vaste activa 53.744 107 -50.418 3.433 58.404 163 -54.738 3.829
                 
Som der vaste activa 2.405.320 60.868 -50.418 2.415.770 2.666.333 60.050 -54.738 2.671.646
                 
Vlottende activa                
                 
Voorraden                
Vastgoed bestemd voor de verkoop 138 260 0 398 1.059 185 0 1.244
Overige voorraden 298 6 0 304 286 6 0 292
Totaal voorraden 435 266 0 702 1.345 191 0 1.536
                 
Vorderingen                
Huurdebiteuren 563 11 0 574 594 12 0 607
Overheid 59 1 0 60 663 14 0 676
Belastingen en premies sociale verzekeringen 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige vorderingen 598 12 0 610 696 14 0 710
Overlopende activa 9 0 0 9 17 0 0 17
Totaal van vorderingen 1.229 25 0 1.254 1.970 40 0 2.010
                 
Liquide middelen 0 9.917 -1.857 8.061 0 14.895 -5.170 9.725
                 
Totaal van vlottende activa 1.664 10.208 -1.857 10.016 3.315 15.127 -5.170 13.271
                 
                 
Totaal van activa 2.406.984 71.076 -52.274 2.425.786 2.669.648 75.177 -59.908 2.684.917

(voor resultaatbestemming, x € 1.000)

      31-12-2023       31-12-2022  
Passiva DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
Eigen vermogen                
Herwaarderingsreserves 1.257.350 14.847 -14.847 1.257.350 1.548.261 16.877 -16.877 1.548.261
Overige reserves 877.341 30.890 -30.890 877.341 598.565 30.249 -30.249 598.565
Resultaat na belastingen van het boekjaar -287.737 -3.319 3.319 -287.737 -12.135 -1.389 1.389 -12.135
Totaal van eigen vermogen 1.846.954 42.418 -42.418 1.846.954 2.134.691 45.738 -45.738 2.134.691
                 
Voorzieningen                
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 5.739 0 0 5.739 3.246 547 0 3.793
Overige voorzieningen 455 9 0 464 465 9 0 474
Totaal van voorzieningen 6.194 9 0 6.203 3.711 557 0 4.268
                 
Langlopende schulden                
Schulden aan overheid 14.852 0 0 14.852 15.607 0 0 15.607
Schulden aan kredietinstellingen 494.079 0 0 494.079 485.502 0 0 485.502
Schulden aan groepsmaatschappijen (interne lening) 0 8.000 -8.000 0 0 9.000 -9.000 0
Verplichtingen inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 0 19.990 0 19.990 0 19.652 0 19.652
Overige langlopende schulden 8 0 0 8 8 0 0 8
  508.939 27.990 -8.000 528.929 501.117 28.652 -9.000 520.768
                 
Kortlopende schulden                
Schulden aan overheid 740 15 0 755 790 16 0 806
Schulden aan kredietinstellingen 16.423 0 0 16.423 7.342 0 0 7.342
Schulden aan kredietinstellingen (negatieve liquide middelen) 1.857 0 -1.857 0 5.170 0 -5.170 0
Schulden aan leveranciers 7.705 157 0 7.862 3.147 64 0 3.211
Belastingen en premies sociale verzekering 7.142 146 0 7.288 3.423 70 0 3.493
Schulden ter zake van pensioenen 165 3 0 169 161 3 0 164
Overige schulden 1.111 23 0 1.133 1.262 26 0 1.288
Overlopende passiva 9.755 315 0 10.070 8.834 51 0 8.886
Totaal van kortlopende schulden 44.897 659 -1.857 43.700 30.130 231 -5.170 25.190
                 
                 
Totaal van passiva 2.406.984 71.076 -52.274 2.425.786 2.669.648 75.177 -59.908 2.684.917

9.9 Winst- en verliesrekening scheiding daeb en niet-daeb 2023

      2023       2022  
Functioneel model (x € 1.000) DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Huuropbrengsten 102.070 1.754 0 103.823 100.854 1.708 0 102.562
Opbrengsten servicecontracten 2.661 110 0 2.771 2.572 117 0 2.689
Lasten servicecontracten -3.158 -132 0 -3.290 -2.894 -144 0 -3.038
Overheidsbijdragen 0 0 0 0 0 0 0 0
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten -8.757 -52 0 -8.809 -8.975 -176 0 -9.152
Lasten onderhoudsactiviteiten -46.415 -836 0 -47.251 -32.301 -584 0 -32.885
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -6.160 -116 0 -6.276 -14.754 -105 0 -14.860
Nettoresultaat exploitatie van vastgoedportefeuille 40.241 728 0 40.968 44.501 815 0 45.317
                 
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0 0 0 0 0 0 0
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0 0 0 0 0 0 0
Toegerekende organisatiekosten 0 0 0 0 0 0 0 0
Toegerekende financieringskosten 0 0 0 0 0 0 0 0
Nettoresultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0 0 0 0 0 0 0
                 
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.068 0 0 1.068 3.433 500 0 3.933
Toegerekende organisatiekosten -200 -10 0 -211 -180 -28 0 -207
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -948 0 0 -948 -2.988 -330 0 -3.318
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille -81 -10 0 -91 265 142 0 407
                 
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -18.694 -682 0 -19.375 -7.844 -766 0 -8.610
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -283.808 -3.660 0 -287.468 -28.291 -1.587 0 -29.878
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 0 409 0 409 0 -220 0 -220
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop 6 0 0 6 218 0 0 218
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -302.495 -3.933 0 -306.428 -35.917 -2.573 0 -38.490
                 
Opbrengsten overige activiteiten 776 391 0 1.168 626 709 0 1.334
Kosten overige activiteiten 0 0 0 0 0 0 0 0
Nettoresultaat overige activiteiten 776 391 0 1.168 626 709 0 1.334
                 
Overige organisatiekosten -2.570 -38 0 -2.608 -1.971 -35 0 -2.006
Kosten omtrent leefbaarheid -2.785 -58 0 -2.842 -2.396 -49 0 -2.445
                 
Waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten 0 0 0 0 0 0 0 0
Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten 0 0 0 0 0 0 0 0
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 209 0 -165 44 183 0 -183 0
Rentelasten en soortgelijke kosten -11.806 -165 165 -11.806 -11.496 -183 183 -11.496
Saldo financiële baten en lasten -11.597 -165 0 -11.762 -11.313 -183 0 -11.496
                 
Totaal van resultaat voor belastingen -278.511 -3.084 0 -281.595 -6.205 -1.174 0 -7.379
                 
Belastingen -5.906 -235 0 -6.142 -4.541 -215 0 -4.756
Resultaat deelnemingen -3.319   3.319 0 -1.389 0 1.389 0
                 
Totaal van resultaat na belastingen -287.737 -3.319 3.319 -287.737 -12.135 -1.389 1.389 -12.135

9.10 Kasstroomoverzicht scheiding daeb en niet-daeb 2023

      2023       2022  
(directe methode) (x € 1.000) DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
Operationele activiteiten                
                 
Ontvangsten                
Huurontvangsten 101.978 1.837 0 103.815 100.694 1.744 0 102.438
Vergoedingen 4.324 152 0 4.475 3.251 123 0 3.374
Overheidsontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige bedrijfsontvangsten 746 41 0 787 599 42 0 641
Ontvangen interest (uit operationele activiteiten) 165 0 -165 0 183 0 -183 0
Saldo ingaande kasstromen operationele activiteiten 107.212 2.030 -165 109.077 104.727 1.908 -183 106.452
                 
Uitgaven                
Betalingen aan werknemers -15.896 -324 0 -16.220 -14.441 -295 0 -14.736
Onderhoudsuitgaven -32.900 -690 0 -33.590 -22.060 -442 0 -22.502
Overige bedrijfsuitgaven -15.866 -573 0 -16.439 -15.071 -534 0 -15.605
Betaalde interest -11.758 -165 165 -11.758 -12.489 -183 183 -12.489
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -792 -3 0 -795 -335 0 0 -335
Verhuurderheffing 0 0 0 0 -7.727 -13 0 -7.741
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -44 -3 0 -46 -21 0 0 -21
Vennootschapsbelasting -4.112 -127 0 -4.239 -4.655 -194 0 -4.849
Saldo uitgaande kasstromen operationele activiteiten -81.367 -1.885 165 -83.087 -76.799 -1.662 183 -78.278
                 
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 25.845 145 0 25.990 27.928 246 0 28.174
                 
(Des)investeringsactiviteiten                
MVA ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 941 0 0 941 3.353 500 0 3.853
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 0 1.098 0 1.098 0 868 0 868
Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkoopontvangsten grond 0 0 0 0 0 0 0 0
(Des) investeringsontvangsten overig 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding van materiële vaste activa 941 1.098 0 2.039 3.353 1.368 0 4.721
                 
MVA uitgaande kasstromen                
Nieuwbouw huur-, woon- en nietwoongelegenheden -26.159 -4.390 0 -30.549 -5.664 -1.420 0 -7.083
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -15.525 0 0 -15.525 -16.502 0 0 -16.502
Aankoop, woon- en niet woongelegenheden 0 0 0 0 0 0 0 0
Nieuwbouw verkoop, woon- en niet woongelegenheden 0 0 0 0 0 0 0 0
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 0 -827 0 -827 0 -185 0 -185
Sloopuitgaven, woon- en niet woongelegenheden 0 0 0 0 0 0 0 0
Investeringen overig ten dienste van -225 -5 0 -230 -216 -4 0 -220
Verwerving van materiële vaste activa -41.909 -5.222 0 -47.130 -22.381 -1.609 0 -23.990
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -40.968 -4.124 0 -45.092 -19.028 -242 0 -19.270
                 
FVA                
Ontvangsten verbindingen 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten overig 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten aflossing interne lening 1.000 0 -1.000 0 1.000 0 -1.000 0
Uitgaven verbindingen 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgaven overig 0 0 0 0 0 0 0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 1.000 0 -1.000 0 1.000 0 -1.000 0
                 
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten -39.968 -4.124 -1.000 -45.092 -18.028 -242 -1.000 -19.270
                 
Financieringsactiviteiten                
Ingaand                
Nieuwe te borgen leningen   0 0 0 0 0 0 0
- nieuwe leningen 15.000 0 0 15.000 0 0 0 0
- mutaties roll-over 10.000 0 0 10.000 25.000 0 0 25.000
Nieuwe ongeborgde leningen 0 0 0 0 0 0 0 0
Inkomende financieringskasstromen 25.000 0 0 25.000 25.000 0 0 25.000
                 
Uitgaand                
Aflossingen geborgde leningen 0 0 0 0   0 0 0
- bestaande leningen -7.563 0 0 -7.563 -19.006 0 0 -19.006
- mutaties roll-over 0 0 0 0 -25.000 0 0 -25.000
Aflossingen ongeborgde leningen 0 0 0 0 0 0 0 0
Aflossingen interne leningen van DAEB 0 -1.000 1.000 0 0 -1.000 1.000 0
Uitgaande financieringskasstromen -7.563 -1.000 1.000 -7.563 -44.006 -1.000 1.000 -44.006
                 
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten 17.437 -1.000 1.000 17.437 -19.006 -1.000 1.000 -19.006
                 
Toename/afname van geldmiddelen 3.314 -4.979 0 -1.665 -9.106 -995 0 -10.101
                 
Wijziging kortgeld                
                 
Geldmiddelen aan het begin van de periode -5.170 14.895 0 9.725 3.936 15.891 0 19.826
                 
Geldmiddelen aan het einde van de periode -1.857 9.917 0 8.060 -5.170 14.895 0 9.725

9.11 Ondertekening van de jaarrekening

Naam:
Mevrouw M.C.E. van der Vleuten
Functie:
commissaris
Datum:
14 juni 2024
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
Mevrouw F.J. Siderius
Functie:
commissaris
Datum:
14 juni 2024
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
Mevrouw N. Wakker
Functie:
commissaris
Datum:
14 juni 2024
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
De heer H.B.A. Grootelaar
Functie:
voorzitter raad van commissarissen
Datum:
14 juni 2024
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
De heer R.W.M. Takken
Functie:
commissaris
Datum:
14 juni 2024
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
De heer E. Leideman
Functie:
directeur-bestuurder deltaWonen
Datum:
14 juni 2024
Plaats:
Zwolle

w.g.