Spring naar inhoud

Jaarrekening

9.1 Balans per 31 december 2024

(voor resultaatbestemming)

Activa (x € 1.000) ref. 2024 2023
       
Vaste activa      
       
Immateriële vaste activa      
Kosten van verwerving van intellectuele rechten 9.5.1  -   - 
Totaal van immateriële vaste activa    -   - 
       
Vastgoedbeleggingen      
Daeb vastgoed in exploitatie 9.5.2  2.562.208   2.326.637 
Niet-daeb vastgoed in exploitatie 9.5.3  41.128   36.056 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 9.5.4  24.974   22.487 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB 9.5.5  22.174   19.972 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Niet-DAEB 9.5.6  2.554   2.117 
Totaal van vastgoedbeleggingen    2.653.037   2.407.269 
       
Materiële vaste activa      
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 9.5.7  9.968   5.069 
Totaal van materiële vaste activa    9.968   5.069 
       
Financiële vaste activa      
Latente belastingvorderingen 9.5.8  3.312   3.433 
Totaal van financiële vaste activa    3.312   3.433 
       
Som der vaste activa    2.666.317   2.415.770 
       
Vlottende activa      
       
Voorraden      
Vastgoed bestemd voor de verkoop 9.5.9  662   398 
Overige voorraden 9.5.10  306   304 
Totaal voorraden    968   702 
       
Vorderingen      
Huurdebiteuren 9.5.11  555   574 
Overheid 9.5.12  6   60 
Belastingen en premies sociale verzekeringen 9.5.13  -   - 
Overige vorderingen 9.5.14  638   610 
Overlopende activa 9.5.15  86   9 
Totaal van vorderingen    1.285   1.254 
       
Liquide middelen 9.5.16  3.421   8.061 
       
Totaal van vlottende activa    5.674   10.016 
       
Totaal van activa    2.671.991   2.425.786 
Passiva (x € 1.000)   2024 2023
       
Eigen vermogen      
Herwaarderingsreserves 9.5.17  1.429.669   1.257.350 
Overige reserves 9.5.18  417.285   877.341 
Resultaat na belastingen van het boekjaar 9.5.19  197.736   287.737-
Totaal van eigen vermogen    2.044.690   1.846.954 
       
       
Voorzieningen      
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 9.5.20  8.786   5.739 
Voorziening jubileumuitkering 9.5.21  520   464 
Totaal van voorzieningen    9.306   6.203 
       
Langlopende schulden      
Schulden aan overheidsinstellingen 9.5.22  20.638   14.852 
Schulden aan kredietinstellingen  534.298   494.079 
Verplichtingen inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 9.5.23  21.483   19.990 
Overige langlopende schulden 9.5.24  8   8 
Totaal van langlopende schulden    576.427   528.929 
       
Kortlopende schulden      
Schulden aan kredietinstellingen 9.5.25  17.283   16.423 
Schulden aan leveranciers 9.5.26  6.017   7.862 
Schulden aan overheidinstellingen 9.5.27  1.176   755 
Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekering 9.5.28  6.667   7.288 
Schulden ter zake van pensioenen 9.5.29  -   169 
Overige schulden 9.5.30  1.282   1.133 
Overlopende passiva 9.5.31  9.143   10.070 
Totaal van kortlopende schulden    41.568   43.700 
       
       
Totaal van passiva    2.671.991   2.425.786 

9.2 Winst- en verliesrekening over 2024

Functioneel model (x € 1.000) ref.   2024   2023
Huuropbrengsten 9.6.1   107.816   103.823
Opbrengsten servicecontracten 9.6.2   2.982   2.771
Lasten servicecontracten 9.6.3   -3.399   -3.290
Overheidsbijdragen 9.6.4   0   0
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten 9.6.5   -9.481   -8.809
Lasten onderhoudsactiviteiten 9.6.6   -42.440   -47.251
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 9.6.7   -6.826   -6.276
Nettoresultaat exploitatie van vastgoedportefeuille     48.652   40.968
           
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 9.6.8   0   0
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 9.6.9   0   0
Toegerekende organisatiekosten 9.6.10   0   0
Toegerekende financieringskosten 9.6.11   0   0
Nettoresultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling     0   0
           
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 9.6.12   271   1.068
Toegerekende organisatiekosten 9.6.13   -105   -211
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille 9.6.14   -313   -948
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille     -147   -91
           
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.6.15   -20.969   -19.375
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.6.16   192.697   -287.468
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 9.6.17   1.024   409
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop 9.6.18   151   6
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille     172.903   -306.428
           
Opbrengsten overige activiteiten 9.6.19   1.681   1.168
Kosten overige activiteiten 9.6.20   0   0
Netto resultaat overige activiteiten     1.681   1.168
           
Overige organisatiekosten 9.6.21   -2.350   -2.608
Kosten omtrent leefbaarheid 9.6.22   -3.255   -2.842
           
Waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten 9.6.23   0   0
Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten 9.6.24   0   0
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 9.6.25   39   44
Rentelasten en soortgelijke kosten 9.6.26   -13.060   -11.806
Saldo financiële baten en lasten     -13.021   -11.762
           
Totaal van resultaat voor belastingen     204.464   -281.595
           
Belastingen 9.6.27   -6.728   -6.142
Resultaat deelnemingen 9.6.28   0   0
           
Totaal van resultaat na belastingen     197.736   -287.737

9.3 Kasstroomoverzicht over 2024

(directe methode) (x € 1.000)    
Kasstroom uit operationele activiteiten   2024   2023
         
Ontvangsten        
Huurontvangsten 107.928   103.815  
Vergoedingen 3.532   4.475  
Overheidsontvangsten 0   0  
Overige bedrijfsontvangsten 1.131   787  
Ontvangen interest (uit operationele activiteiten) 45   0  
Saldo ingaande kasstromen operationele activiteiten   112.636   109.077
         
Uitgaven        
Erfpacht 0   0  
Betalingen aan werknemers -19.196   -16.220  
Onderhoudsuitgaven -35.322   -33.590  
Overige bedrijfsuitgaven -17.958   -16.439  
Rente uitgaven -12.974   -11.758  
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van het resultaat -237   -795  
Verhuurderheffing 0   0  
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -169   -46  
Vennootschapsbelasting -7.118   -4.239  
Saldo uitgaande kasstromen operationele activiteiten   -92.975   -83.087
         
Kasstroom uit operationele activiteiten   19.661   25.990
         
Kasstroom uit investeringen en desinvesteringen        
Verkoop bestaande huur, woon- niet woongelegenheden 241   941  
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 1.123   1.098  
Verkoop nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden 0   0  
Verkoopontvangsten grond 0   0  
(Des) investeringsontvangsten overig 0   0  
Ingaande kasstroom uit investeringen en desinvesteringen   1.364   2.039
         
Nieuwbouw huur-, woon- en nietwoongelegenheden -45.920   -30.549  
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -20.559   -15.525  
Aankoop, woon- en niet woongelegenheden 0   0  
Nieuwbouw verkoop, woon- en niet woongelegenheden 0   0  
Aankoop woongelegenheden (VOV) doorverkoop -787   -827  
Sloopuitgaven, woon- en niet woongelegenheden 0   0  
Aankoop grond 0   0  
Investeringen overig -5.425   -230  
Uitgaande kasstroom uit investeringen en desinvesteringen   -72.692   -47.130
         
Ontvangsten verbindingen 0   0  
Ontvangsten overig 0   0  
Uitgaven verbindingen 0   0  
Uitgaven overig 0   0  
Saldo ingaande en uitgaande kasstroom financiële vaste activa   0   0
         
Kasstroom uit investeringen en desinvesteringen   -71.328   -45.092
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten        
Nieuwe te borgen leningen        
- nieuwe leningen 72.500   15.000  
- mutaties roll-over 30.000   10.000  
Nieuwe ongeborgde leningen 0   0  
Inkomende financieringskasstromen   102.500   25.000
         
Aflossingen geborgde leningen        
- bestaande leningen -46.435   -7.563  
- mutaties roll-over -8.000   0  
Aflossingen ongeborgde leningen -1.038   0  
Uitgaande financieringskasstromen   -55.473   -7.563
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   47.027   17.437
         
Mutatie geldmiddelen   -4.639   -1.665
         
Wijzigingen kortgeldmutaties        
         
Liquide middelen per 1 januari   8.061   9.726
         
Liquide middelen per 31 december   3.421   8.061

9.4 Grondslagen van waardering in de jaarrekening

Algemeen

Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024. Alle bedragen staan vermeld in euro’s, tenzij anders vermeld.

Activiteiten

Woningcorporatie deltaWonen is een stichting met de status van “toegelaten instelling volkshuisvesting”. DeltaWonen is ingedeeld in de woonregio Zwolle/Stedendriehoek. Hier vallen de gemeenten Zwolle en Kampen onder. De gemeente Oldebroek is in een andere woningmarktregio ingedeeld. Begin december 2022 is een woningmarktregio-ontheffing ontvangen, waardoor deltaWonen de komende jaren weer mag uitbreiden in de gemeente Oldebroek. De activiteiten van deltaWonen zijn erop gericht mensen te huisvesten in vitale wijken en steden. DeltaWonen is statutair en feitelijk gevestigd aan de Veerallee 30 in Zwolle en houdt hier kantoor.

Het KvK-nummer van deltaWonen is 05003860.

Uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB- en de niet-DAEB-tak.

Het vastgoed in exploitatie wordt geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB vastgoed. Dat gebeurt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurde definitieve scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak.

De niet-DAEB activiteiten van Stichting DeltaWonen zien toe op:

  • Het verhuren van woningen die tot de niet-DAEB tak behoren met als doel de middenklasse te voorzien in hun woonbehoefte;
  • Verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat onlosmakelijk gekoppeld is aan DAEB eenheden;
  • Verhuur van parkeergelegenheden.

Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB-tak of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB- of niet-DAEB-activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend;
  • Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB-activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op drie methodes, namelijk gewogen bezit, huur en personeel. Gezien de geringe verschillen in de uitkomsten tussen de drie methodes is er voor één generieke verdeelsleutel gekozen van 98% DAEB-activiteit en 2% niet-DAEB-activiteit;
  • Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van de vennootschaps-belasting worden toegerekend aan de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van het fiscale resultaat, met toerekening van de voordelen van de fiscale eenheid op basis van de relatieve verdeling, gebaseerd op de verdeelsleutel. Latente belastingen voor compensabele verliezen worden opgenomen in de tak waar sprake is van compensabele verliezen. Latente posities uit hoofde van waarderingsverschillen tussen commercieel en fiscaal worden toegewezen aan de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van de classificatie van de betreffende verhuureenheden.

Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

9.4.1 Regelgeving

De jaarrekening van deltaWonen is opgesteld met inachtneming van artikel 35 van de Woningwet. Het eerste lid van dit artikel schrijft de toepassing van Titel 9 Boek 2 BW voor, behoudens enkele specifieke uitzonderingen. Behalve de Woningwet zijn ook het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting van toepassing. Verder zijn de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven richtlijnen toegepast, waaronder Richtlijn 645 Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting in het bijzonder. De jaarrekening is opgemaakt op 20 juni 2025.

9.4.1.1 Schattingen

Oordelen en schattingen

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed is geen exacte wetenschap. Het betreft de grootste post waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening van deltaWonen. Overige belangrijke oordelen betreffen de voorzieningen, de waardeverminderingen en de acute en latente belastingen. De hierbij behorende veronderstellingen zijn vermeld in de toelichting bij de eerdergenoemde jaarrekeningposten.

De marktwaarde is als volgt te definiëren:
Marktwaarde is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

Voor de waardering in de jaarrekening hanteren we de marktwaarde in verhuurde staat. Om een inschatting van de marktwaarde te maken, maken we gebruik van taxaties. De vraag is wat de nauwkeurigheid van deze taxaties is of binnen welke bandbreedte de opdrachtgever het waardeoordeel mag verwachten. Als we uitgaan van de gegeven definitie van de marktwaarde en de aan de taxateur opgelegde norm op het gebied van kennis en uitvoering, dan moet de nauwkeurigheid van de waardering in de markt binnen een bandbreedte van 10% plus en min liggen.

9.4.1.2 Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

9.4.1.3 Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten, zoals vorderingen, effecten en schulden, als afgeleide instrumenten verstaan.

Alle aan- en verkopen volgens standaard marktconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop deltaWonen de bindende overeenkomst aangaat.

Voor de grondslagen van de primaire financiële instrumenten verwijzen we naar de behandeling per balanspost. Voor de waardering en verwerking van afgeleide instrumenten verwijzen we naar Derivaten en hedge-accounting onder § 9.4.2.18 en § 9.4.2.19.

9.4.2 Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Immateriële vaste activa

9.4.2.1 Software

De immateriële vaste activa betreffen software en worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van afschrijvingen. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen. Dit is het geval als de boekwaarde van het actief hoger is dan de realiseerbare waarde ervan. De afschrijvingstermijn is gekoppeld aan het onderhoudscontract met de softwareleverancier, met een maximum van 5 jaar. De afschrijvingen vinden plaats vanaf 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarin de investering in gebruik is genomen.

Vastgoedbeleggingen

9.4.2.2 DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

Classificatie en kwalificatie

Het vastgoed in exploitatie wordt op objectniveau geclassificeerd naar DAEB (hierna te noemen sociaal) en niet-DAEB (hierna te noemen commercieel) vastgoed. Daarbij houden we rekening met de definitie in bijlage 3 en bijlage 4 van het BTIV. Op grond van deze criteria omvat het sociaal vastgoed de woningen met een huurprijs tot aan de liberalisatiegrens (huurtoeslaggrens) op contractdatum, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. Ultimo 2024 bedraagt de liberalisatiegrens € 879,66 (2023: € 808,06).

Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat wordt verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en dat tevens staat vermeld op de bijlage zoals is opgenomen in de BTIV. Het commercieel vastgoed omvat volgens de eerdergenoemde criteria de woningen met een huurprijs boven de huurliberalisatiegrens (huurtoeslaggrens) op contractdatum, het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed), woningen verkocht onder voorwaarden en het overige commercieel vastgoed.

Complexindeling

Het sociaal vastgoed en het commercieel vastgoed is opgedeeld naar waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat kan worden verkocht. Een waarderingscomplex kan daarom worden gedefinieerd als een veelal aaneengesloten blok verhuureenheden van dezelfde bouwperiode. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit sociaal en commercieel vastgoed. In dat geval wordt, nadat de waarde van het waarderingscomplex is bepaald, de waarde opgesplitst in een deel dat aan het sociaal vastgoed, respectievelijk aan het commerciële deel kan worden toegerekend.

Herclassificatie Vastgoed in Exploitatie naar Vastgoed in Ontwikkeling

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling vindt plaats bij aanvang van de activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling. DeltaWonen definieert dit als het moment dat de zittende huurders (tijdelijk) elders zijn gehuisvest. De verkrijgingsprijs van de onroerende zaken in de opvolgende waardering in het vastgoed in ontwikkeling geschiedt tegen de marktwaarde in exploitatie op het moment van de herclassificatie.

Herclassificatie Vastgoed in Ontwikkeling naar Vastgoed in Exploitatie

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de exploitatie-activiteiten. DeltaWonen definieert dit als het moment dat huurders zijn gehuisvest. De verkrijgingsprijs van de onroerende zaken in de opvolgende waardering in het vastgoed in exploitatie geschiedt tegen de kostprijs van het vastgoed in ontwikkeling op het moment van de herclassificatie onder eventuele aftrek van een gevormde voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.

Waardering bij eerste verwerking sociaal en commercieel vastgoed

Bij de eerste verwerking wordt het sociaal vastgoed in exploitatie en het commercieel vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten minus eventuele investeringssubsidies. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de hieraan direct toerekenbare kosten. De in de toekomst te maken sloopkosten worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd.

Waardering na eerste verwerking

  • Onroerende zaken in exploitatie worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet;
  • Waardering vindt plaats tegen de marktwaarde op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Het Besluit actuele waarde is niet van toepassing;
  • De waardering tegen marktwaarde vindt plaats overeenkomstig de methodiek in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (“Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”). Dat gebeurt op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.

Bij de waardering wordt onderscheid gemaakt in de volgende categorieën:

  • Woongelegenheden (WON);
  • Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG);
  • Parkeergelegenheden (PAR);
  • Intramuraal zorgvastgoed (ZOG).

Dit gebeurt op basis van artikel 31 van het BTIV.

DeltaWonen hanteert de full-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Voor een verdere toelichting op de toepassing van het waarderingshandboek verwijzen we naar de toelichting op de balans.

Bij de waardering van het vastgoed worden een doorexploiteer- en een uitpondscenario onderscheiden. De marktwaarde is de hoogste van beide waarderingen. Het handboek volgt de netto contante waarde- methode (DCF-methode). Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde. De eindwaarde is de geschatte opbrengstwaarde van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode. Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen en respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van 15 jaar.

De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeergelegenheden plaats aan de hand van twee scenario’s: enerzijds op basis van het doorexploiteerscenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij BOG, MOG en intramuraal vastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing.

Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of -vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst- en verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of -vermeerdering wordt separaat vermeld en in het resultaat verantwoord als Niet-gerealiseerde waardeverandering.

Uitgaven na eerste verwerking

Uitgaven na eerste verwerking van het complex, aangaande het sociaal en commercieel vastgoed, die kwalificeren als verbetering, worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of -vermeerdering en in het resultaat verantwoord als overige waardeverandering.

Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie worden verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. De regeling maakt onderscheid tussen onderhoud en verbetering. Onderhoudsuitgaven worden in het resultaat verwerkt. Uitgaven die kwalificeren als verbetering worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt.

Bij uitgaven na eerste verwerking wordt beoordeeld of en in hoeverre sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies op het waarderingscomplex, waarop de uitgaven na eerste verwerking betrekking hebben. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst- en verliesrekening verantwoord onder de post ‘Overige waardeverandering vastgoed portefeuille'.

Afschrijvingen

Op de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop

Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan op de waardepeildatum 31 december 2024 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht.

Beleidswaarde

De beleidswaarde betreft de actuele waarde van het vastgoedbezit in exploitatie, gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens het huidige beleid van deltaWonen. De bepaling van de beleidswaarde betreft een schatting die daarom schattingsonzekerheden in zich heeft.

De beleidswaarde van bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed alsmede van parkeergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat.

Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van een contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen gebaseerd op voortdurende exploitatie. De waardering vindt op complexniveau plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2025 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’).

De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd, gebaseerd op een exploitatieperiode van zestig jaar. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum;
  • De gehanteerde disconteringsvoet over boekjaar 2024 bedraagt 4,17% voor DAEB bezit en 4,70% voor het niet-DAEB bezit;
  • In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie (een doorexploiteerscenario). Daarom wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie;
  • De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie, rekening houdend met de geldende wettelijke kaders;
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onderhoud is gebaseerd op de eigen onderhoudsbegroting, waarbij geldt dat:
    • de onderhoudsbegroting is gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding, voortvloeiend uit de door deltaWonen vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting. Voor zover ingrijpende verbouwingen niet in deze meerjarenonderhoudsbegroting zijn opgenomen, worden hiermee samenhangende geschatte uitgaven eveneens tot het onderhoud gerekend;
    • de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E, F of G-label is ingerekend conform de tabel in paragraaf 9.2.4.3. van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’;
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten op basis van de gemiddelde norm welke is gebaseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder wordt verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van deltaWonen en zoals deze zijn opgenomen onder het kopje ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening.

DeltaWonen heeft bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn daarom van invloed op deze waarde. De uitgangspunten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans.

Tot en met boekjaar 2023 werd de beleidswaarde van het vastgoed door middel van de zogenoemde waterval afgeleid vanuit de berekende marktwaarde in verhuurde staat. Met ingang van 2024 is de methodiek van berekenen aangepast en is deze gebaseerd op de uitgangspunten zoals hierboven beschreven. Daarmee voldoet deze berekening aan de uitgangspunten zoals beschreven in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’.

De berekening van de beleidswaarde 2024 is gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en een voortdurende exploitatie (60 jaar). Daarmee is de opzet van de berekening en de uitkomst dusdanig afwijkend ten opzichte van de beleidswaarde tot en met 2023 dat het kwantitatieve effect van het verschil niet kan worden bepaald.

9.4.2.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Voor onroerende zaken in exploitatie die in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) door de corporatie worden overgedragen aan derden, waarbij de regeling kwalificeert als financieringstransactie, eindigt het eigen gebruik en wordt het vastgoed gerubriceerd als vastgoed verkocht onder voorwaarden. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de contractuele korting. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de post Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden.

Na eerste verwerking vindt waardering plaats tegen de getaxeerde leegwaarde na aftrek van de in het VOV-contract overeengekomen korting. De leegwaarde wordt jaarlijks opnieuw geschat op basis van gegevens van de parameters ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. Waardeveranderingen worden in het resultaat verantwoord onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden’.

De regeling kwalificeert als een financieringstransactie wanneer niet alle belangrijke economische voor- en nadelen zijn overgedragen. Dit is in het kader van een regeling VOV doorgaans het geval wanneer sprake is van een terugkoopplicht, dan wel een terugkooprecht tegen een significant lagere terugkoopprijs dan de verwachte reële waarde op het terugkoopmoment.

Voor de in de regeling overeengekomen overdrachtswaarde heeft de corporatie een terugkoopverplichting die jaarlijks wordt gewaardeerd op de bij overdracht ontstane terugkoopverplichting. Daarbij wordt rekening gehouden met de contractvoorwaarden inzake terugkoop, waaronder de deling van de jaarlijkse waardeontwikkeling van de woning in het economisch verkeer. De terugkoopverplichting wordt als verplichting op de balans opgenomen zonder rekening te houden met de tijdswaarde van geld. Dit omdat inschatting van het tijdstip waarop terugkoop in de toekomst zal plaatsvinden niet goed mogelijk is, ook gelet op de onbeperkte terugkooptermijn. Als de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen 1 jaar zal plaatsvinden, dan wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

De waardeveranderingen ter zake van de woningen verkocht onder voorwaarden (na herclassificatie) en die ter zake de terugkoopverplichtingen worden in het resultaat verantwoord onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden’.

9.4.2.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw) en bestaande complexen (woning-verbetering en herstructurering. Zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigings-prijs, rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten.

De waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals eerder toegelicht onder vastgoed in exploitatie onder het kopje Waardering na eerste verwerking.

Als gerede twijfel bestaat of de al bestede kosten terugverdiend kunnen worden, dan wordt het vastgoed tegen de lagere marktwaarde van het project in het bestaande ontwikkelingsstadium gewaardeerd. Het nadelig verschil in het resultaat wordt verantwoord onder de post ‘Overige waardeveranderingen’. Per balansdatum kan sprake zijn van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake sociaal en commercieel vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde. Dan wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de al bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen. De afwaardering van de bestede kosten tot nihil wordt in het resultaat verantwoord onder de post ‘Overige waardeveranderingen’.

Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele saldo plaats naar vastgoed in exploitatie. Bij deze overboeking wordt voor het bepalen van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs uitgegaan van de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs zonder rekening te houden met waardeverminderingen. De herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het verschil tussen de verkrijgings- en vervaardigingsprijs en de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed waarop de herwaarderingsreserve betrekking heeft.

Materiële vaste activa

9.4.2.5 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. De afschrijvingen vinden plaats vanaf 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarin de investering is gedaan. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Wanneer de verwachting over de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigingen ondergaat, worden zij als een schattingswijziging verantwoord.

Kosten voor periodiek groot onderhoud worden volgens de componentenmethode verwerkt. Buiten gebruik gestelde materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de kostprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of wanneer geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of de vervreemding worden verwacht. De bate of last die voortvloeit uit de desinvestering wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Financiële vaste activa

9.4.2.6 Latente belastingvorderingen

Onder de financiële vaste activa zijn actieve belastinglatenties opgenomen, indien en voor zover het waarschijnlijk is dat realisatie van de belastingclaim te zijner tijd zal kunnen plaatsvinden. Deze actieve latenties zijn gewaardeerd tegen contante waarde, waarbij discontering plaatsvindt tegen de netto rente. Zij hebben overwegend een langlopend karakter. De netto rente bestaat uit de voor deltaWonen geldende rente voor langlopende leningen (2024: 2,02%, 2023: 2,30%) onder aftrek van belasting op basis van het effectieve belastingtarief (eerste schijf: 19%, tweede schijf: 25,8%). De opgenomen latentie heeft betrekking op aanwezige afschrijfpotentie bij complexen bestemd voor exploitatie, beleggingen en langlopende schulden. Ultimo 2024 zijn er een aantal verhuureenheden bestemd voor sloop en herontwikkeling. Voor het overige bezit is niet aan te duiden wat de bestemming zal zijn en is vanuit het oogpunt van voorzichtigheid de latentie op nihil gewaardeerd.

9.4.2.7 Overige vorderingen

De overige financiële vaste activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde vermeerderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Baten en lasten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt zodra de vorderingen aan een derde worden overgedragen of een bijzondere waardevermindering ondergaan, alsmede via het amortisatieproces.

Voorraden

9.4.2.8 Vastgoed bestemd voor verkoop

Vastgoed bestemd voor verkoop betreft de voorraad woningen die niet meer in exploitatie zijn en zijn aangewezen voor verkoop. Vastgoed bestemd voor verkoop wordt gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, dan wel vervaardigingsprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden.

De verkrijgingsprijs wordt bepaald op basis van de marktwaarde vóór de herclassificatie van het vastgoed naar de voorraad. De vervaardigingsprijs omvat de bouwkosten, de directe loonkosten en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De netto-opbrengstwaarde is gebaseerd op een verwachte verkoopprijs, onder aftrek van nog te maken kosten voor voltooiing en verkoop.

9.4.2.9 Overige voorraden

Waardering van de overige voorraden (materialen) vindt plaats tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde. Ook wordt rekening gehouden met een aftrek voor mogelijke incourantheid.

9.4.2.10 Vorderingen en overlopende activa

De vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs minus benodigde voorziening voor oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen of overlopend actief. De overige vorderingen hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.

9.4.2.11 Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Als middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.

9.4.2.12 Herwaarderingsreserve

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd op waarderingscomplexniveau voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering.

Ongerealiseerde waardeverminderingen op waarderingscomplexniveau worden op de herwaarderings-reserve in mindering gebracht tot zover de boekwaarde op basis van marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

De herwaarderingsreserve wordt gevormd ten laste van de overige reserves.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord.

9.4.2.13 Overige reserves

In de overige reserves is het deel van het eigen vermogen opgenomen dat als gerealiseerd wordt beschouwd.

9.4.2.14 Resultaat na belastingen van het boekjaar

Het resultaat boekjaar wordt apart inzichtelijk gemaakt onder het eigen vermogen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het ongerealiseerde deel dat zal worden toegevoegd of onttrokken aan de herwaarderings-reserve en het gerealiseerde deel dat wordt toegevoegd of onttrokken van de overige reserves.

9.4.2.15 Voorzieningen

Een voorziening wordt gevormd indien deltaWonen een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft waarvan het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang betrouwbaar is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen. Tenzij anders vermeld, worden voorzieningen gewaardeerd tegen nominale waarde.

9.4.2.16 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen ook feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd” (IFEC).

Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de woningcorporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders. Uitingen over verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de woningcorporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake wanneer de formalisering van de verplichting heeft plaatsgevonden.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen en herstructureringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Als en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het desbetreffende complex overtreffen, dan wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post ‘Overige waardeveranderingen’. Onder verwachte verliezen verstaan we in dit verband de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven minus de aan deze investering toe te rekenen marktwaarde.

9.4.2.17 Overige voorzieningen

Voorziening pensioenen

De gehanteerde pensioenregeling van woningcorporatie deltaWonen is ondergebracht bij het SPW (bedrijfstakpensioenfonds). De hieruit voortvloeiende pensioenverplichtingen worden gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de winst- en verliesrekening verantwoord. Te betalen premie dan wel de vooruitbetaalde premie per jaareinde wordt als overlopend passief respectievelijk overlopend actief verantwoord.

Behalve de betaling van premies heeft deltaWonen geen verdere verplichtingen uit hoofde van genoemde pensioenregeling. DeltaWonen heeft in geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.

Aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst wordt beoordeeld of en zo ja welke verplichtingen naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie op balansdatum bestaan. Deze additionele verplichtingen, waaronder eventuele verplichtingen uit herstelplannen van de pensioenuitvoerder, leiden tot lasten voor deltaWonen en worden in de balans opgenomen in een voorziening.

De waardering van de verplichting is de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om deze per balansdatum af te wikkelen. Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, wordt de verplichting gewaardeerd tegen contante waarde. Discontering vindt plaats op basis van rentetarieven van hoogwaardige ondernemingsobligaties. Toevoeging aan en vrijval van de verplichtingen komen ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening.

Een pensioenvordering wordt in de balans opgenomen wanneer deltaWonen beschikkingsmacht heeft over de pensioenvordering, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de pensioenvordering in zich bergt zullen toekomen aan deltaWonen en wanneer de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Ultimo 2024 is er voor deltaWonen geen pensioenvordering en geen verplichting naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie respectievelijk te vorderen premie. Op de balansdatum bedroeg de dekkingsgraad van SPW 130% (2023: 129%).

Voorziening jubileumuitkeringen

De voorziening jubileumuitkeringen wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans. Als disconteringsvoet voor het contant maken is uitgegaan van 3%.

9.4.2.18 Langlopende schulden

Opgenomen leningen en schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. De aflossingsverplichting voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.

DeltaWonen heeft in het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden een terugkoopverplichting die afhankelijk is van de waardeontwikkeling van de woningen. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Als de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

DeltaWonen maakt gebruik van derivaten (payer swaps) om het rente- en kasstroomrisico af te dekken. De swaps zijn gekoppeld aan roll-over leningen. De derivaten zijn nadrukkelijk niet bedoeld voor speculatie. Voor de verwerking, waardering en resultaatbepaling past deltaWonen met betrekking tot deze derivaten (hedge-instrumenten) kostprijshedge-accounting toe. Dit betekent dat schommelingen in de marktwaarde van de swaps niet ten laste van het resultaat verantwoord worden, maar in de toelichting van de jaarrekening tot uitdrukking worden gebracht.

9.4.2.19 Kortlopende schulden en overlopende passiva

De kortlopende schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde (wanneer deze lager is dan de verkrijgings-/vervaardigingsprijs) en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.

Geamortiseerde kostprijs

De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waarvoor een financieel actief of financiële verplichting bij de eerste verwerking in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde cumulatieve amortisatie van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag en verminderd met eventuele afboekingen (direct, dan wel door het vormen van een voorziening) wegens bijzondere waardeverminderingen of oninbaarheid.

Reële waarde van financiële instrumenten

De reële waarde van de financiële instrumenten die op actieve markten worden verhandeld per balansdatum wordt bepaald op basis van genoteerde beurskoersen, zonder aftrek van transactiekosten. Voor financiële instrumenten die niet op een actieve markt worden verhandeld, wordt de reële waarde bepaald met passende waarderingsmethoden. Dergelijke methoden zijn onder meer:

  • Het gebruikmaken van recente markttransacties tussen onafhankelijke partijen;
  • Het gebruikmaken van de actuele reële waarde van een ander instrument dat nagenoeg hetzelfde is;
  • Analyse op basis van contant gemaakte kasstromen of andere waarderingsmodellen.

Een overzicht van de reële waarden van de financiële instrumenten staat in de toelichting op de financiële instrumenten.

Derivaten en hedge-accounting

DeltaWonen maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) ter afdekking van de gelopen risico’s betreffende de rente- en valutaschommelingen. DeltaWonen past hedge-accounting toe op basis van generieke documentatie, met vastlegging van:

  • De algemene hedgestrategie, hoe de hedgerelaties passen in de doelstellingen van risicobeheer en de verwachting over de effectiviteit van deze hedgerelaties;
  • De in het soort hedgerelatie betrokken hedge-instrumenten en afgedekte posities.

De afdekkingen die aan deze strikte voorwaarden voor hedge-accounting voldoen, worden als volgt verantwoord:

  • De waardering van het derivaat is afhankelijk van de afgedekte post en is als volgt:
    • Indien de afgedekte post tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, dan wordt ook het derivaat tegen kostprijs gewaardeerd;
    • Zolang de afgedekte post in de kostprijshedge nog niet in de balans is verwerkt, wordt ook het hedge‑instrument niet geherwaardeerd.
  • De resultaatbepaling is als volgt:
    • Op elke balansdatum wordt bepaald of sprake is of is geweest van ineffectiviteit;
    • Indien de kritische kenmerken van het hedge-instrument en van de afgedekte positie niet aan elkaar gelijk zijn of zijn geweest, is dit een indicatie dat de kostprijshedge een ineffectief deel bevat;
    • Het eventuele ineffectieve deel wordt bepaald door middel van de dollar offset methode;
    • Als en voor zover de ineffectiviteit per balansdatum op cumulatieve basis in een verlies resulteert, wordt de ineffectiviteit verwerkt in de winst- en verliesrekening;
    • Als de afgedekte positie van een verwachte toekomstige transactie leidt tot een financieel actief of een financiële verplichting, dan worden de daarmee verbonden nog niet in het resultaat verwerkte winsten of verliezen in dezelfde periode(n) in de winst- en verliesrekening verantwoord als waarin het verkregen actief of de aangegane verplichting van invloed is op het resultaat. Wanneer wordt verwacht dat een (deel van een) verlies dat nog niet in de winst- en verliesrekening is verwerkt, in de toekomst niet met een tegengestelde winst uit de afgedekte positie wordt gecompenseerd, dan wordt dit verlies direct in de winst- en verliesrekening opgenomen. 
  • Kostprijshedge-accounting wordt beëindigd indien:
    • Het hedge-instrument afloopt, wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend. Het cumulatieve gerealiseerde resultaat op het hedge-instrument dat nog niet in de winst- en verliesrekening was verwerkt toen er sprake was van een effectieve hedge, wordt afzonderlijk in de overlopende posten in de balans verwerkt tot de afgedekte transactie plaatsvindt;
    • De hedgerelatie niet meer voldoet aan de criteria voor hedge-accounting. Als de afgedekte positie een in de toekomst verwachte transactie betreft, dan vindt de verwerking van de hedgeresultaten als volgt plaats:
      • Wanneer de verwachte transactie naar verwachting nog plaatsvindt, wordt hedge-accounting vanaf dat moment stopgezet. Het hiermee samenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat in de periode waarin de hedge effectief was buiten de winst- en verliesrekening of off-balance was gehouden, blijft (afhankelijk van de situatie) off-balance of op de balans;
      • Indien de verwachte transactie naar verwachting niet meer plaatsvindt, wordt het hiermee samenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat in de periode waarin de hedge effectief was buiten de winst- en verliesrekening of off-balance was gehouden, naar de winst- en verliesrekening overgebracht.

Niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen

Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen als een transactie ertoe leidt dat alle, of nagenoeg alle, rechten op economische voordelen en alle, of nagenoeg alle, risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Leasing

De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat. In geval van operationele leasing worden de leasebetalingen lineair over de leaseperiode ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

9.4.3 Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

Baten die zijn gerealiseerd, worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. De kosten worden bepaald met inachtneming van de eerder vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen wanneer zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.

Bijzondere baten of lasten die behoren tot de gewone bedrijfsuitoefening worden op grond van aard, omvang of het incidentele karakter afzonderlijk toegelicht om een goed inzicht te geven in het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening van de corporatie en met de ontwikkeling daarin. Bijzondere posten worden met het oog op de analyse en de vergelijkbaarheid van de resultaten zoveel mogelijk naar aard en omvang afzonderlijk toegelicht.

De winst- en verliesrekening wordt, zoals voorgeschreven in de Woningwet, gepresenteerd op basis van de functionele indeling, op basis van het op 25 oktober 2017 door het ministerie van Wonen en Rijksdienst uitgevaardigde modellenbesluit.

Verschil tussen functionele en categoriale indeling

Bij de functionele indeling worden de opbrengsten en de kosten van de verschillende activiteiten die de woningcorporatie uitvoert, gesplitst per activiteit. De functionele indeling geeft hierdoor meer inzicht in de opbouw van het jaarresultaat van een corporatie en in welke mate de verschillende activiteiten hebben bijgedragen aan dit resultaat. Aangezien corporaties naast verhuuractiviteiten ook activiteiten verrichten op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, past de functionele indeling beter bij de aard van een corporatie.

9.4.3.1 Huuropbrengsten

Opbrengsten uit de levering van (huur)diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties. De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid van deltaWonen. Daarbij wordt rekening gehouden met de door het Rijk bepaalde kaders (zoals maximale huurverhoging, maximaal redelijke huur en maximale huursomstijging) en onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid. De lasten voor de te vormen voorziening dubieuze huurdebiteuren en afboeking van dubieuze huurdebiteuren worden in mindering gebracht op de huuropbrengsten.

9.4.3.2 Opbrengsten en lasten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten (zoals energie, water, huismeesters, schoonmaakkosten), waarvoor ook kosten verantwoord worden onder de lasten servicecontracten. De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid. Verrekening op basis van daadwerkelijke bestedingen vindt jaarlijks plaats. Bedragen die aan huurders worden doorberekend voor later aangebrachte voorzieningen aan huurwoningen en waarvoor geen kosten zijn opgenomen in de categorie “Lasten servicecontracten” (zoals zonnepanelen), worden niet in deze categorie verantwoord. Deze vallen onder de categorie “Overige activiteiten”. De kosten van de leveringen en diensten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

9.4.3.3 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden zowel de directe lasten voor de verhuur- en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord. De personeelskosten en overige personeelskosten van directe en indirecte personeelsleden die betrokken zijn bij de onderhoudsactiviteiten vallen niet onder deze categorie, maar onder “lasten onderhoudsactiviteiten”.

9.4.3.4 Lasten onderhoudsactiviteiten

Aan deze post worden de lasten toegerekend die alleen betrekking hebben op onderhoudslasten aan het vastgoed in exploitatie. Dit betreffen naast onderhoudslasten ook personeelslasten en overige bedrijfslasten. Onder onderhoudslasten worden alle directe en indirecte aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen, waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.

9.4.3.5 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Onder overige directe operationele lasten exploitatie bezit worden verantwoord:

  • onroerende zaak belasting, rioolrecht, waterschapsbelasting;
  • verzekeringskosten;
  • de kosten gerelateerd aan het niet kunnen incasseren van vorderingen op huurders anders dan huur en andere exploitatiekosten die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren.

DeltaWonen verwerkt de overheidsheffingen, zoals onroerendezaakbelasting, op het moment dat de aanslag is ontvangen.

9.4.3.6 Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

De opbrengsten van de verkopen van het vastgoed in ontwikkeling en onderhanden projecten. De omzet op verkochte objecten wordt verantwoord conform de bepalingen in RJ 221.

9.4.3.7 Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling en toegerekende organisatie- en financierings-kosten

De lasten van het verkochte vastgoed in ontwikkeling inclusief de toegerekende organisatiekosten vanuit de kostenverdeelstaat en rente in het kader van financiering worden hieronder verantwoord.

9.4.3.8 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de toerekenbare verkoop- en organisatiekosten en de geactiveerde waarde met betrekking tot het vastgoed.

Opbrengst uit verkoop van vastgoed wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt als:

  • alle belangrijke rechten op economische voordelen en alle belangrijke risico’s met betrekking tot de activa zijn overgedragen aan de koper;
  • het bedrag van de opbrengst op betrouwbare wijze kan worden bepaald;
  • ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is.

Op basis van deze criteria wordt onder deze post de verkoopopbrengst van vastgoed in exploitatie onder aftrek van verkoopkosten en de boekwaarde verantwoord. De boekwaarde is op basis van de marktwaarde op het moment van herclassificatie.

Verder wordt hieronder verantwoord de verkoopopbrengst van onder VOV teruggekochte en vervolgens zonder voorwaarden doorverkochte woningen onder aftrek van de boekwaarde. De boekwaarde is de marktwaarde op terugkoopmoment onder aftrek van de contractuele korting.

Gerealiseerde verkoopresultaten worden verantwoord op het moment van levering(passeren transportakte). Eventuele verliezen op koopprojecten worden verantwoord zodra deze voorzienbaar zijn.

Woningen verkocht onder voorwaarden worden niet in het resultaat verantwoord wanneer de belangrijkste economische voor- en nadelen niet zijn overgedragen aan de koper. Dergelijke transacties worden verantwoord als financieringstransactie. Verwezen wordt naar de post Vastgoed verkocht onder voorwaarden in de grondslagen van balanswaardering.

9.4.3.9 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Hieronder zijn begrepen de overige waardeveranderingen en de waardeveranderingen met betrekking tot de vastgoedportefeuille bestaande uit vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling, vastgoed verkocht onder voorwaarden en vastgoed bestemd voor verkoop. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen mogelijke winsten of verliezen die ontstaan door een wijziging in de waarde van het vastgoed bestemd voor verkoop in het verslagjaar.

9.4.3.10 Nettoresultaat overige activiteiten

In deze post worden de opbrengsten en kosten uit de niet-primaire activiteiten verantwoord: onder andere de vergoeding opstelpunten, de opbrengsten zonnepanelen, opbrengsten erfpacht, de EPV vergoedingen en de opbrengsten en kosten van VOV-activiteiten en incidentele opbrengsten.

9.4.3.11 Overige organisatiekosten

Dit betreffen de kosten die niet aan reguliere bedrijfsactiviteiten toegerekend kunnen worden. Hieronder vallen de kosten in het kader van treasury-activiteiten en ook de heffing autoriteit woningcorporaties. Daarnaast worden volkshuisvestelijke bijdragen in de winst- en verliesrekening verwerkt onder de overige organisatiekosten conform de RJ 645.

9.4.3.12 Leefbaarheid

Leefbaarheid omvat gemaakte kosten voor fysieke ingrepen die de leefbaarheid in buurten en wijken bevorderen. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

9.4.3.13 Rentebaten en rentelasten

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst- en verliesrekening verwerkt. Daarbij houden we rekening met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, wanneer het bedrag bepaalbaar is en de ontvangst waarschijnlijk.

Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. (Dis)agio en aflossingspremies worden als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend op een dergelijke manier dat samen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst- en verliesrekening wordt verwerkt en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.

9.4.3.14 Personeel

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers. De lonen, salarissen en sociale lasten worden aan de verschillende activiteiten toegerekend middels de systematiek toegelicht bij de toerekening baten en lasten. DeltaWonen neemt een verplichting op als zij zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden om een ontslag- of transitievergoeding te betalen.

9.4.3.15 Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening. Daarbij houden we rekening met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Ook wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Bij de berekening van de vennootschapsbelasting moet rekening gehouden worden met de beperkingen vanuit de ATAD. Dit kan betekenen dat sprake is van een aftrekbeperking van rente, waardoor een (tijdelijk) verschil ontstaat met de verwerking van rente tussen de fiscale en commerciële jaarrekening. Als deltaWonen de komende jaren beneden de ATAD-norm komt, kan de eerder niet in aftrek genomen rente alsnog worden verrekend. Gezien de onzekerheid met betrekking tot de mogelijkheid van verrekening wordt geen actieve latentie gevormd.

Ten aanzien van de acute belastinglast en belastinglatenties in de jaarrekening heeft deltaWonen een aantal standpunten ingenomen. Een inschatting die mogelijk een punt van discussie met de fiscus kan vormen, betreft de inschatting van het onderscheid tussen verbeteringen en onderhoudslasten.

De aangiftes vennootschapsbelasting 2008 tot en met 2022 zijn vastgesteld.

9.4.3.16 Toerekening baten en lasten

De basis voor het toerekenen van kosten aan de functionele winst- en verliesrekening is de categoriale winst- en verliesrekening. Om tot de functionele indeling van de winst- en verliesrekening te komen, maken we gebruik van een kostenverdeelstaat.

De kosten worden door middel van de volgende stappen toegewezen aan de activiteiten in de functionele winst- en verliesrekening:

  • Opbrengsten en kosten die direct toegewezen kunnen worden aan bepaalde activiteiten, toerekenen aan deze activiteiten;
  • Op basis van de ingeschatte werkzaamheden van personeel worden de personeelskosten door middel van een toerekeningspercentage toegewezen aan de activiteiten;
  • Opbrengsten- en kostenposten waarvan is vastgesteld dat deze niet direct toerekenbaar zijn, toerekenen aan activiteiten op basis van een fte-verdeelsleutel per activiteit.

DeltaWonen rekent de volgende niet direct toerekenbare kosten toe aan de activiteiten:

  • lasten servicecontracten;
  • lasten verhuur- en beheeractiviteiten;
  • lasten onderhoudsactiviteiten;
  • toegerekende organisatiekosten;
  • kosten overige activiteiten;
  • overige organisatiekosten;
  • leefbaarheid.

9.4.3.17 Afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie

De afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt. De afschrijvingen worden aan de verschillende activiteiten toegerekend op basis van een fte-verdeelsleutel per activiteit.

9.4.3.18 Financiële instrumenten

DeltaWonen heeft renteswaps afgesloten voor het reduceren van het toekomstige renterisico. De renteswaps zijn gekoppeld aan individuele leningen. De bruto positie/nominale waarde bedraagt ultimo 2024 € 30 miljoen (ultimo 2023: € 30 miljoen).

De marktwaarde bedraagt per 31-12-2023 -/- € 3,4 miljoen (ultimo 2023 -/- € 3,8 miljoen). De negatieve waarde is van belang als de swaps worden afgerekend, maar dat doet deltaWonen niet. De renteswaps zijn gekoppeld aan leningen. Met een renteswap beheerst deltaWonen het renterisico door de rente van middellange roll-over leningen voor langere tijd te fixeren door met een bank rentebedragen uit te ruilen.

DeltaWonen heeft vier basisrenteleningen in haar leningenportefeuille. In de basisrenteleningen is een embedded derivaat besloten. Deze wordt in de jaarrekening van deltaWonen niet gescheiden van het basiscontract, omdat er een nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract.

Het rentetarief van de basisrenteleningen bestaat uit twee componenten: een basisrente en een liquiditeitsopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De liquiditeitsopslag geldt voor een overeengekomen vaak kortere periode. Hierdoor ontstaat een opslagrisico: het risico dat op herzieningsmomenten de opslag, die de financier boven de basisrente in rekening brengt na enige tijd voor eenzelfde looptijd, hoger is dan de huidige opslag.

Hedgedocumentatie

Doelstelling risicobeheer

In het treasurystatuut van deltaWonen staan de kaders voor het beheersen van risico’s benoemd. De financiële instrumenten voldoen aan de kaders van het treasurystatuut. In het bestaande statuut is het gebruik van de afschermende rente-instrumenten toegestaan ter beheersing van het renterisico op zekere kasstromen. Het aangaan van rente-instrumenten mag alleen worden overeengekomen met kredietwaardige partijen met minimaal A-rating. Ook voldoen de financiële instrumenten aan de richtlijnen van het WSW.

Hedgestrategie

Risico van wijzigingen in de rente afdekken met derivaten.

Type hedge

Kostprijs hedge-accounting op basis van individuele leningen. Kostprijs hedge-accounting wordt toegepast op basis van de aansluiting van de kritische kenmerken van de instrumenten met de financieringen. Deze kenmerken zijn terug te vinden in de originele contracten.

Afgedekte positie

DeltaWonen dekt de variabiliteit in kasstromen, voortvloeiende uit toekomstige rentebetalingen gerelateerd aan huidige en toekomstige leningen, af. Hierbij worden de kasstromen van de rentebetalingen van de afgesloten, respectievelijk af te sluiten leningen per dag afgedekt. Deze kasstromen worden gegroepeerd naar kalenderjaar.

Hedge instrumenten

DeltaWonen maakt gebruik van rentederivaten om de variabiliteit van de toekomstige kasstromen, gerelateerd aan rentebetalingen van huidige en toekomstige leningen, af te dekken. DeltaWonen maakt gebruik van Interest Rate Swaps (IRS). Hierbij ontvangt deltaWonen een variabele rente van de tegenpartij en betaalt deltaWonen een vaste rente. DeltaWonen heeft geen swaps afgesloten ter dekking van toekomstige investeringen.

Accounting

Het hedging instrument en de hedge-items onderliggend aan de af te dekken rentebetalingen, worden tegen kostprijs op de balans opgenomen en gewaardeerd.

Marktrisico

De onderneming beheerst het marktrisico door stratificatie aan te brengen in de portefeuille en limieten te stellen.

Valutarisico

DeltaWonen voert alleen transacties in euro’s uit en loopt geen valutarisico.

Renterisico

DeltaWonen loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt de woningcorporatie risico ten aanzien van toekomstige kasstromen. Met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt deltaWonen risico’s over de marktwaarde. Met betrekking tot vorderingen worden geen financiële derivaten met betrekking tot renterisico afgesloten. Met betrekking tot bepaalde vastrentende schulden heeft deltaWonen renteswaps afgesloten, zodat zij variabele rente ontvangt en vaste rente betaalt.

Kredietrisico

Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder moeten de financiële instellingen voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating). Dit is opgenomen in het treasurystatuut. De hoogte van het kredietrisico is afhankelijk van de grootte van het bedrag aan te ontvangen rente op de derivaten en de marktwaarde van derivaten.

Liquiditeitsrisico

Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van deltaWonen en haar tegenpartijen, ongeacht of dit crediteuren of financiële instellingen zijn. DeltaWonen heeft op verschillende manieren gewaarborgd dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen. Door gebruik te maken van een wekelijkse roll-over lening met variabele hoofdsom is deltaWonen flexibel genoeg om aan de verplichtingen te voldoen. DeltaWonen heeft sinds 1 januari 2020 geen rekeningcourantfaciliteit meer.

Margin call

Voor de derivatenportefeuille is met de tegenpartijen afgesproken dat beide partijen geen onderpand verstrekken als gevolg van een positieve of negatieve marktwaarde.

Break clauses

DeltaWonen heeft geen mutual of mandatory breaks afgesproken in de contracten van de renteswaps.

Termination events

Daarnaast zijn er enkele termination events van toepassing voor de situatie waarin deltaWonen geen toegelaten instelling meer is, geen deelnemer meer is van het WSW, de achtervang wegvalt en er sprake is van onder bewindstelling door het ministerie. DeltaWonen heeft tot op heden geen onderpand verstrekt. De Autoriteit woningcorporaties heeft aangegeven om namens de sector met betreffende partijen in overleg te gaan om toezicht belemmerende bepalingen te verwijderen die het toezichtinstrumentarium van de minister en de Autoriteit woningcorporaties op grond van de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting belemmeren.

Ter beperking van renterisico’s worden door deltaWonen derivaten gehanteerd. Financiële derivaten (met name interest-swaps) worden initieel niet in de balans verwerkt en gewaardeerd. Zodra de derivaten zijn gekoppeld aan onderliggende waarden worden zij binnen de balans gewaardeerd. Nadat derivaten voor het eerst in de balans zijn opgenomen, vindt waardering tegen reële waarde plaats. Zoals toegelicht bij de grondslagen, onderdeel langlopende schulden, past deltaWonen hedge-accounting toe. Er is geen sprake van on-balance waardering van derivaten.

9.4.4 Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen en vlottende effecten. De effecten kunnen worden beschouwd als zeer liquide beleggingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en vennootschapsbelasting zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financiële leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betaling van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasecontract wordt voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten.

9.5 Toelichting op de onderscheiden posten van de balans​

Activa

Immateriële vaste activa in exploitatie

9.5.1 Kosten van verwerving van intellectuele rechten

Het verloop van deze post is als volgt:

(x € 1.000) 2024 2023
Stand 1 januari    
Aanschafwaarde  1.265   3.081 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  1.265-  2.680-
Boekwaarde per 1 januari  -   402 
     
Mutaties    
Investeringen  -   - 
Desinvesteringen  -   1.817-
Afwaarderingen  -   - 
Overige mutaties  -   1.672 
Afschrijvingen  -   257-
Totaal mutaties  -   402-
     
Stand 31 december    
Aanschafwaarde  1.265   1.265 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  1.265-  1.265-
Boekwaarde per 31 december  -   - 

De afschrijvingen op software zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, gebaseerd op de verwachte gebruiksduur van 5 jaar. Deze periode kan korter zijn als het onderhoudscontract wat aan de afschrijvingstermijn van de software is gekoppeld, minder is dan 5 jaar.

Vastgoedbeleggingen

(x € 1.000) 2024 2023
9.5.2 DAEB vastgoed in exploitatie  2.562.208   2.326.637 
9.5.3 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie  41.128   36.056 
9.5.4 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  24.974   22.487 
9.5.5 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB  22.174   19.972 
9.5.6 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Niet-DAEB  2.554   2.117 
Totaal  2.653.037   2.407.269 
  9.5.2
Daeb vastgoed in exploitatie
9.5.3
Niet-daeb vastgoed in exploitatie
9.5.4
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
9.5.5
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB
9.5.6
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB
(x € 1.000) 2024 2023 2024 2023 2024 2023 2024 2023 2024 2023
Aanschafwaarde per 1 januari  1.117.435   1.088.573   31.702   28.156   14.408   14.939   28.961   9.051   2.117   1.773 
+ Cumulatieve afschrijvingen en/of waardeveranderingen  1.209.202   1.506.145   4.353   8.325   8.079   6.801   8.989-  1.326-  -   218-
Boekwaarde per 1 januari  2.326.637   2.594.717   36.056   36.480   22.487   21.740   19.972   7.725   2.117   1.555 
                     
Mutaties                    
Opleveringen - (overboeking van vastgoed in ontwikkeling)  40.740   13.186   2.786   3.605   -   -   40.740-  13.186-  2.786-  3.605-
Investeringen - initiële verkrijging  -   -   -   -   -   -   43.065   31.548   3.914   1.852 
Investeringen - uitgaven na eerste waardering  21.932   16.890   23   18   -   -   -   -   -   - 
Desinvesteringen  351-  526-  -   25-  1.135-  487-  -   -   -   - 
Herclassificatie in boekjaar (naar voorraad bestemd voor verkoop)  -   -   -   -   78-  213-  -   -   -   - 
Aanpassing marktwaarde  173.250   297.629-  2.263   4.023-  3.699   1.447   123-  6.115-  691-  2.316 
Totaal mutaties  235.571   268.080-  5.072   424-  2.487   747   2.202   12.247   437   562 
                     
Aanschafwaarde per 31 december  1.179.820   1.117.435   34.512   31.702   13.693   14.408   31.286   28.961   3.245   2.117 
+ Cumulatieve afschrijvingen en/of waardeveranderingen  1.382.388   1.209.202   6.616   4.353   11.280   8.079   9.112-  8.989-  691-  - 
Boekwaarde per 31 december  2.562.208   2.326.637   41.128   36.056   24.974   22.487   22.174   19.972   2.554   2.117 
                     
Inbegrepen ongerealiseerde herwaardering  1.412.967   1.242.503   16.702   14.847   -   -   -   -   -   - 

De activa zijn volledig voor brand- en stormschade verzekerd tegen herbouwwaarde, verkoopwaarde of sloopwaarde. Voor de brand- en stormverzekering is een tarief per verhuureenheid afgesproken, waarbij door de verzekeraar geen beroep kan worden gedaan op onderverzekering. De desinvesteringen zijn onder te verdelen in sloop, uit beheer of verkoop. Er zijn geen desinvesteringen uit sloop. De desinvesteringen uit verkoop bedragen € 0,4 miljoen.

9.5.2. DAEB vastgoed en 9.5.3. niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Marktwaarde

Zowel het DAEB- als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat, die is bepaald op basis van het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde', die als bijlage is opgenomen bij de regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen de marktwaarde middels de Discounted Cashflow (DCF) methode bepaald. Bij de bepaling van de marktwaarde is de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd. De waardebepaling is onder meer ontleend aan waarneembare prijzen op een actuele markt. 

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en of schattingen (full variant). Het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde' bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode).

De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.

Categorie onroerende zaken Methoden
Woongelegenheden De hoogste waarde van de twee scenario's (doorexploiteer- of uitpondscenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex
Bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed Doorexploiteerscenario
Parkeergelegenheden De hoogste waarde van de twee scenario's (doorexploiteer- of uitpondscenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex

Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan. De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

  • Indien de maximale huur lager is dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel;
  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.

In de post DAEB-vastgoed in exploitatie zijn 15.119 verhuureenheden (2023: 14.932) opgenomen en in de post niet-DAEB zijn 964 verhuureenheden (2023: 952) opgenomen, totaal 16.083 verhuureenheden (2023: 15.884). De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen van deze verhuureenheden bedraagt € 3,45 miljard (2023: € 3,28 miljard).

De verdeling van de marktwaarde ultimo boekjaar is als volgt:

(x € 1.000) 2024 2023
Woongelegenheden 2.472.873 2.240.858
BOG/MOG/ZOG 118.317 109.943
Parkeergelegenheden 12.503 12.029
Totaal 2.603.693 2.362.830

De reële waarde (marktwaarde) van het vastgoed is ultimo 2024 € 241,8 miljoen hoger dan ultimo 2023. Hiervan wordt een bedrag van ongeveer € 38,9 miljoen (positief) veroorzaakt door mutaties in de samenstelling van het vastgoed gedurende 2024 (investeringen, sloop, verkoop). Het resterende bedrag van € 201,9 miljoen (positief), zijnde de autonome mutatie, wordt in het schema hieronder toegelicht.

(x € 1.000) 2024 2023
Mutatie marktwaarde 201.918 -281.866
     
Mutaties marktbeleid/marktverwachtingen    
Mutatie leegwaarde 134.718 13.016
Mutatie huur en max. redelijke huur 65.767 12.038
Mutatie mutatiegraden -43 -8.842
Mutatie beheerlasten -3.606 -3.251
Totaal mutaties marktbeleid/marktverwachtingen 196.836 12.961
     
Parametermutaties    
Mutatie disconteringsvoet -41.885 -210.093
Mutatie inflatie 3.342 -6.412
Mutatie exit yield -2.863 -40.460
Mutatie vrije verkoopwaardestijging 32.637 -13.581
Totaal parametermutaties -8.769 -270.546
     
Overige mutaties    
Effect methodische huuraanpassingen en -wijzigingen 1.843 -4.137
Effect verkoopbeperkende maatregelen 6.672 5.944
Effect overdrachtskosten 10.297 -57.264
Overig -4.961 31.176
Totaal overige mutaties 13.851 -24.281
     
Totaal autonome mutatie 201.918 -281.866

Toelichting op het verloop

Leegwaarde (stijging van € 134,7 miljoen)
De leegwaarde per VHE is gemiddeld toegenomen van € 243.461 (2023) naar € 271.445 (2024). Het monetair beleid heeft een daling van de rente tot gevolg, terwijl de inkomens verder zijn gestegen. Verder is er nog altijd sprake van toenemende schaarste in de huursector. Hierdoor worden de door de taxateur ingeschatte opbrengsten bij mutatie hoger. Voor ons bezit werkt deze leegwaardestijging door in een stijging van de marktwaarde met € 134,7 miljoen.

Huur en maximaal redelijke huur (stijging van € 65,8 miljoen)
De gemiddelde contracthuur is in 2024 gestegen van € 592,07 naar € 625,30 (5,61%). Ook de gemiddelde maximale huur is, als gevolg van marktontwikkelingen, gestegen van € 876,72 euro naar € 941,76 euro (7,42%). De gemiddelde reguliere huurstijging van woongelegenheden, de leegstand en de maximale huur zijn licht gedaald. Het effect van deze mutaties op de autnome mutatie is € 65,8 miljoen. 

Mutatie mutatiegraden (daling van € 0,04 miljoen)
De gemiddelde mutatiekans uitponden en doorexploiteren van woningen zijn (nagenoeg) gelijk gebleven aan vorig jaar (afgerond 0,00%). Het uitpondscenario is bij woningen leidend ten opzichte van woningen die het doorexploiteerscenario hanteren. Omdat de woning bij mutatie wordt uitgepond of de huur wordt verhoogd naar markthuur leidt een lagere mutatiegraad tot een lager tempo van verkopen en/of verhogen van de huur naar markthuur. In 2024 speelt dit nauwelijks een rol. 

Mutatie disconteringsvoet (daling van € 41,9 miljoen)
De gemiddelde disconteringsvoet doorexploiteren van woongelegenheden is, als gevolg van marktontwikkelingen, gedaald van 6,17% naar 6,12% (-0,05%-punt). De gemiddelde disconteringsvoet uitponden van woongelegenheden is daarentegen gestegen van 7,24% naar 7,37% (0,13%-punt). De stijging van de disconteringsvoet zorgt voor een lagere marktwaarde.

Mutatie inflatie (stijging € 3,3 miljoen)
De prijsinflatie en loon- en bouwinflatie zijn voor de toekomstige jaren lager ingeschat dan in 2023. Dit heeft een positief effect op de marktwaarde door lagere kosten.

Mutatie exit-yield (daling van € 2,9 miljoen)
De exit yields zijn vastgesteld op basis van de best vergelijkbare transacties uit 2024. In 2024 is de rente gedaald, terwijl de inkomens zijn gestegen. Daarnaast is de Wet Betaalbare huur ingevoerd en is er sprake van schaarste in de huursector. Op de beleggersmarkt zijn veel kansen voor goede rendementen bij uitpondportefeuilles. Dit heeft sterk de transactiedynamiek bepaald in 2024 en de aanvangsrendementen zijn verder gedaald. Dit vertaalt zich ook in een licht gestegen exit yield.

Mutatie ontwikkeling vrije verkoopwaarde (stijging van € 32,6 miljoen)
De gemiddelde toekomstige leegwaardestijging per jaar van woongelegenheden is gestegen van 1,82% naar 1,99% (0,17%-punt). De inschatting van de leegwaardeindexering in de DCF periode voor de jaren 1 tot en met 15 is op korte termijn hoger ingeschat naar aanleiding van de ontwikkelingen in de woningmarkt in 2024. Deze ontwikkeling leidt tot hogere opbrengsten bij mutatie als er sprake is van uitponden.

Effect verkoopbeperkende maatregelen
Bij blijvend sociale complexen (t/m 143 WWS punten) geldt vanaf 2017 voor het eerst een uitpondrestrictie van 7 jaar. Dit houdt in dat de individuele woningen bij mutatie gedurende 7 jaar niet kunnen worden uitgepond. Het merendeel van onze woningcomplexen heeft als hoogste scenario uitponden. Doordat de markthuren relatief laag zijn, blijft na invoering van deze maatregel het uitpondscenario het hoogste scenario. De impact is om die reden relatief groot en heeft een sterk waardedrukkend effect. Omdat het effect vanaf 2017 een structureel karakter heeft, wordt deze niet meer apart benoemd, maar het verschil wordt nu meegenomen onder mutatie mutatiegraden.

Inschakeling taxateur
Jaarlijks wordt een derde deel van de onroerende zaken in exploitatie getaxeerd door een onafhankelijk en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat de onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw worden getaxeerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd, zijn in het bezit van deltaWonen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Complexindeling
De complexindeling van de taxatiecomplexen is gebaseerd op grotendeels vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB- als niet DAEB-vastgoed. DeltaWonen heeft op basis van bovenstaande criteria in totaal 238 complexen woningen, 53 complexen bedrijfsmatig onroerend goed (BOG/MOG/ZOG) en 5 complexen parkeergelegenheden geïdentificeerd.

DeltaWonen heeft per 31 december 2024, verdeeld naar type die voor de marktwaarde zijn onderkend, de volgende aantallen onroerende zaken:

Categorie onroerende zaken 2024 2023
Woongelegenheden 13.732 13.536
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed (BOG / MOG / ZOG) 1.329 1.330
Parkeergelegenheden 1.022 1.018
Totaal aantal  16.083   15.884 

Toepassing vrijheidsgraden

DeltaWonen heeft voor haar vastgoedbezit de full-versie van het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde' toegepast. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen. Daarom worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit apart toegelicht.

De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.

Disconteringsvoet:
De volgende spreiding van de disconteringsvoet is gebruikt voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

Categorie onroerende zaken spreiding disconteringsvoet gewogen gemiddelde
Woongelegenheden 4,9% - 11,2% 7,26%
Bedrijfsmatig, maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed 4,8% - 10,35% 7,16%
Parkeergelegenheden 7,35% - 9,05% 8,60%

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is voor deltaWonen rekening gehouden met de volgende (spreiding) van relevante veronderstellingen:

  Woongelegenheden Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed Parkeergelegenheden
Mutatiegraad >=5% <=28% n.v.t. n.v.t.
Mogelijkheid tot verkoop 95% n.v.t. 100%
Achterstallig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bedrag achterstallig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Erfpacht n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Beklemmingen n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Bij het bepalen van de marktwaarde is de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd met uitzondering van de volgende vrijheidsgraden:

Vrijheidsgraad Basis variant aanpassing Cushman & Wakefield
Schematische vrijheid Separate kasstromen specifiek tonen Niet van toepassing
Markthuur Normhuren per type vastgoed Op basis van marktreferenties
Markthuurontwikkeling Huurcontract laag segment (sociale huur), midden segment (midden huur) of hoog segment (vrije sector) (CAO, CAO+1% en CPI+1%) Huurontwikkeling en markthuurontwikkeling zijn conform de basisvariant, waarmee wordt aangesloten bij wettelijke kaders.
Exit Yield Automatische berekening Exit Yield is bepaald in lijn met ontwikkelingen op de beleggingsmarkt, waarbij gelet wordt op de verhouding tussen de leegwaarde ratio op t=0 en t=15, de huur-leegwaardeverhouding op t=0 en t=15 rekening houdende met de onderhoudsuitgaven gedurende de beschouwingsperiode in combinatie met het bouwjaar en de beschouwingsperiode.
Bij een BOG complex is gekeken naar de resterende looptijd van het huurcontract aan het eind van de beschouwingsperiode rekening houdende met de onderhoudsuitgaven gedurende de beschouwingsperiode in combinatie met het bouwjaar en de beschouwingsperiode.
Leegwaarde O.b.v. WOZ-waarde Op basis van marktreferenties
Leegwaardestijging Conform Handboek modelmatig waarderen Aangesloten bij de ontwikkeling conform het handboek.
Disconteringsvoet Modelmatig vastgesteld Disconteringsvoeten vastgesteld op basis van transacties in de beleggingsmarkt en de algehele marktontwikkeling.
Mutatiegraad Historisch gemiddelde van betreffende complex binnen een bandbreedte van 4-50% voor EGW/MGW en extramuraal en 4-100% voor studenteneenheden Historisch gemiddelde van complex en inschatting van de taxateur voor toekomstige verwachtingen.
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Conform Vastgoed Taxatiewijzer (VTW)
Technische splitsingskosten Standaard geen Conform basisvariant
Bijzondere uitgangspunten Optioneel geen Conform basisvariant
Erfpacht Werkelijkheid weergeven Niet van toepassing

Parameters

Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening is gebruik gemaakt van de volgende parameters:

Parameters woongelegenheden 2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Prijsinflatie 3,60% 3,20% 2,70% 2,00% 2,00% 2,00%
Looninflatie 6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50%
Bouwkostenstijging 6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50%
Leegwaardestijging 5,10% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ EGW € 1.003  € 1.046  € 1.086  € 1.127  € 1.170  € 1.199 
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ MGW € 1.021  € 1.065  € 1.105  € 1.147  € 1.191  € 1.221 
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ Studenteneenheid € 1.136  € 1.185  € 1.230  € 1.277  € 1.325  € 1.358 
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ Zorgeenheid (extr.muraal) € 1.338  € 1.396  € 1.449  € 1.504  € 1.561  € 1.600 
Mutatieonderhoud per vhe ‒ EGW € 0  € 0  € 0  € 0  € 0  € 0 
Mutatieonderhoud per vhe ‒ MGW € 0  € 0  € 0  € 0  € 0  € 0 
Mutatieonderhoud per vhe ‒ Studenteneenheid € 0  € 0  € 0  € 0  € 0  € 0 
Mutatieonderhoud per vhe ‒ Zorgeenheid (extr.muraal) € 0  € 0  € 0  € 0  € 0  € 0 
Beheerkosten per vhe ‒ EGW € 542  € 560  € 575  € 586  € 598  € 610 
Beheerkosten per vhe ‒ MGW € 532  € 555  € 576  € 598  € 621  € 636 
Beheerkosten per vhe ‒ Studenteneenheid € 502  € 523  € 543  € 564  € 585  € 600 
Beheerkosten per vhe ‒ Zorgeenheid (extr.muraal) € 491  € 512  € 531  € 551  € 572  € 587 
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,0989% 0,0989% 0,0989% 0,0989% 0,0989% 0,0989%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar ‒ Laagsegment 0,00% 0,00% 0,50% 0,50% 0,50% 0,50%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar ‒ Midden- en Hoogsegment 0,00% 0,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Huurderving (% van de huursom) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Gemiddelde mutatiekans 6,54% 6,54% 6,54% 6,54% 6,54% 6,54%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Disconteringsvoet 7,26% 7,26% 7,26% 7,26% 7,26% 7,26%
Parameters bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed 2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo € 7,05 € 7,35 € 7,63 € 7,92 € 8,22 € 8,43
Mutatieonderhoud per m2 bvo € 12,23 € 12,76 € 13,24 € 13,74 € 14,27 € 14,62
Beheerkosten % van de markthuur ‒ BOG 3,0% 3,0% 3,0% 3,0% 3,0% 3,0%
Beheerkosten % van de markthuur ‒ MOG 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Beheerkosten % van de markthuur ‒ ZOG 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,4909% 0,4909% 0,4909% 0,4909% 0,4909% 0,4909%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) (BOG-MOG) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) (ZOG) 0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35%
Disconteringsvoet 7,16% 7,16% 7,16% 7,16% 7,16% 7,16%
Parameters parkeergelegenheden 2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Instandhoudingsonderhoud ‒ garagebox € 228  € 238  € 247  € 256  € 266  € 272 
Instandhoudingsonderhoud ‒ parkeerplaats € 68  € 71  € 73  € 76  € 79  € 81 
Beheerkosten ‒ garagebox € 46  € 48  € 49  € 50  € 51  € 52 
Beheerkosten ‒ parkeerplaats € 34  € 35  € 36  € 37  € 37  € 38 
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,23% 0,23% 0,23% 0,23% 0,23% 0,23%
Disconteringsvoet 8,60% 8,60% 8,60% 8,60% 8,60% 8,60%

Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen, waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het commercieel vastgoed zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde, is ten aanzien van woningen gewaardeerd volgens de DCF-methode, de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:

Parameters Gehanteerd in reële waarde Stel mogelijke afwijking Effect op de reële waarde*)  
    (x € 1 mln,-) In % reële waarde
Mutatiegraad Gemiddelde mutatiegraad 7,02% + 0,5% bij UP en DE 40,6 1,56% (positief)
Exit Yield Gemiddeld DE 8,00% en UP 4,84% + 1% bij UP en DE -90,8 3,49% (negatief)
Disconteringsvoet Gemiddeld DE 6,27% en UP 7,46% + 0,5% bij UP en DE -96,4 3,70% (negatief)
Leegwaardeontwikkeling Gemiddeld over 15 jaar + 2,01% per jaar Gemiddeld over 15 jaar + 1% per jaar 93,0 3,57% (positief)

Juridische en feitelijke verplichtingen inzake de waardering van het vastgoed

Op diverse gronden, die deltaWonen de afgelopen 10 jaar heeft aangekocht, heeft de gemeente een verplichting bedongen dat de gerealiseerde woningen op die gronden, met een (aanvangs)huurprijs tot € 879,66, voor een periode van 10 jaar niet verkocht mogen worden of dat de huurprijs bij mutatie niet geliberaliseerd mag worden. 
Deze beklemming is in de marktwaarde vertaald naar een algemene verkoopbeperking voor zeven jaar voor alle woningen tot en met 143 punten en derhalve op basis van het scenario doorexploiteren, uitgaande van een niet-marktconforme verhuur aan onze doelgroep.

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2024 € 1,4 miljard (2023: € 1,1 miljard).
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Uitgangspunten DAEB niet-DAEB
Disconteringsvoet 4,17% 4,70%
Gemiddelde streefhuur per maand per woongelegenheid € 675 per woongelegenheid
Gemiddelde lasten onderhoud en beheer per jaar € 4.366 per woongelegenheid
Aantal verhuureenheden met EFG label per balansdatum  284   - 

Schattingswijziging

Tot en met boekjaar 2023 werd de beleidswaarde van het vastgoed door middel van de zogenoemde waterval afgeleid vanuit de berekende marktwaarde in verhuurde staat. Met ingang van 2024 is de methodiek van berekenen aangepast en is deze gebaseerd op de uitgangspunten zoals hieronder beschreven. Daarmee voldoet deze berekening aan de uitgangspunten zoals beschreven in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’.

De berekening van de beleidswaarde 2024 is gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en een voortdurende exploitatie (60 jaar). Daarmee is de opzet van de berekening en de uitkomst dusdanig afwijkend ten opzichte van de beleidswaarde tot en met 2023 dat het kwantitatieve effect van het verschil niet kan worden bepaald.

Streefhuur

Het streefhuurbeleid van deltaWonen is als volgt: In het huidige beleid komen de streefhuren bestaande woningen, niet zijnde nieuwbouw, als volgt tot stand. Tot een maximale huur van € 360,- is de streefhuur gelijk aan de maximale huur. Vanaf deze basishuur stijgt de streefhuur met 50 cent van elke euro maximale huur. Als houvast wordt in het huurbeleid uitgegaan dat ongeveer 75% van de streefhuren wordt afgetopt. Anders geformuleerd; ten minste 75% van de streefhuren valt onder de tweede aftoppingsgrens. In het huur- en toewijzingsbeleid monitoren we de slaagkansen van verschillende (inkomens)doelgroepen. Waar nodig sturen we bij door meer of minder woningen af te toppen en/of door gerichte toewijzing. In het Portefeuilleplan is als aanvullende doelstelling opgenomen dat tenminste 50% van de streefhuren tot en met de eerste aftoppingsgrens behoort en tevens dat tenminste 75% van de streefhuren tot en met de tweede aftoppingsgrens behoort. Twaalf keer per jaar (elke maand) vindt er een update van de streefhuren plaats. In de bepaling van de beleidswaarde gaan wij om die reden uit van de vastgestelde streefhuur per eind december conform ons hierboven geformuleerde streefhurenbeleid. Ons geformuleerde streefhurenbeleid is 100% realiseerbaar.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Klachtenonderhoud (reparatie- + mutatieonderhoud);
  • Planmatig onderhoud (contractonderhoud + regulier instandhoudingsonderhoud);
  • Indirecte kosten toegerekend aan de onderhoudscomponent (denk aan personeelskosten, afschrijvingen e.d.).

Klachtenonderhoud
De in de goedgekeurde meerjarenbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatieonderhoud en mutatieonderhoud zijn gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden en worden ongeïndexeerd voor de 15-jaars horizon op complexniveau ingelezen. Vanaf jaar 16 e.v. zijn de bedragen verdisconteerd in een norm.

Planmatig onderhoud
De onderhoudsbedragen zijn gebaseerd op de langjarige onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding voortvloeiend uit de vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB), voordat er correcties als gevolg van clustering vanwege ingrijpende verbouwing (e-renovaties) zijn verwerkt. Met de overgang naar een exploitatieperiode van 60 jaar kunnen de bedragen per jaar variëren conform de onderliggende onderhoudsbegroting.
De MJOB wordt per complex bepaald, rekening houdend met de conditie van de verschillende complexen. Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op de aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de MJOB van deltaWonen, waarbij de MJOB uitgaat van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore van 4. DeltaWonen beschikt over een door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde MJOB voor 15 jaar.
DeltaWonen heeft voor nu een horizon gekozen van 15 jaar, omdat een 15-jaars MJOB intern beschikbaar is en een 60-jaars MJOB nog niet. In de eerste 15 jaar wordt de onderhoudsbegroting per complex per jaar ingelezen. Vanaf jaar 16 tot en
met jaar 60 is dit een nominale eigen onderhoudsnorm. Voor volgend jaar gaan we kijken naar het opstellen van een 60-jarige MJOB, maar voor de bepaling van de beleidswaarde 2024 komt deze stap te vroeg.
De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bestaande bezit (dus geen voorraadmutaties). Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht deltaWonen conditiemetingen. Hiertoe hanteert deltaWonen een periodieke actualisatie. Bij het opstellen van de MJOB houdt deltaWonen rekening met het actuele prijspeil. In de huidige MJOB is dat prijspeil 2024. Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4.
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
Zoals hierboven aangegeven kent de MJOB een horizon van 15 jaar. Voor de prognosejaren waar geen MJOB voor beschikbaar is, heeft deltaWonen normen bepaald om de MJOB te verlengen tot de in te rekenen horizon van 60 jaar. Deze normen zijn gebaseerd op de gehele portefeuille, waarin alle cycli van alle onderhoudselementen in deze specifieke norm zijn verwerkt. Op deze manier wordt voor ieder complex vanaf jaar 16 een norm ingerekend conform het "ideaalcomplex".

E/F/G Labels
DeltaWonen heeft nog 284 eenheden waarop een E/F/G label van toepassing is. Deze complexen zijn niet opgenomen in de MJOB, omdat deze werkzaamheden geclusterd worden en derhalve classificeren als ingrijpende verbouwing c.q. e-renovatie. Voor de E/F/G labels is een standaard bedrag ingerekend in de beleidswaardeberekening conform het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde'.

Achterstallig onderhoud
Achterstallig onderhoud is bij deltaWonen voor verslagjaar 2024 niet van toepassing.

Beheerlasten
De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2025-2034.

Sensitiviteitsanalyse Beleidswaarde 2024

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:

In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Omschrijving: Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde *)
Disconteringsvoet 0,5% hoger -/- € 131,8 miljoen (9,1%)
0,5% lager +/+ € 154,8 miljoen (10,7%)
Streefhuur per maand € 25 hoger +/+ € 98,3 miljoen (6,8%)
€ 25 lager -/- € 95,4 miljoen (6,6%)
Onderhoudskosten per vhe € 100 hoger -/- € 55,1 miljoen (3,8%)
€ 100 lager +/+ € 55,1 miljoen (3,8%)
Beheerkostennorm € 100 hoger -/- € 55,1 miljoen (3,8%)
€ 100 lager +/+ € 55,1 miljoen (3,8%)

Voor een uitgebreide toelichting op de beleidswaarde wordt verwezen naar het hoofdstuk Financieel Jaarverslag.

Verstrekte zekerheden

Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.

Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de geconsolideerde balans vermeld onder de Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa.

9.5.4. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  2024 2023
Aantal eenheden 1 januari 89 92
Verkopen boekjaar -3 -2
Terugkopen boekjaar -1 -1
Aantal eenheden 31 december 85 89
waarvan gepresenteerd onder voorraad Vastgoed bestemd voor verkoop per 31 december 1  1 
Aantal eenheden 31 december gepresenteerd onder VOV 84 88

Bij de contracten gebaseerd op het “Koopgarant”-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen tussen 10% en 33,3%. Daarnaast heeft deltaWonen een terugkoopverplichting. Het aandeel van deltaWonen in de waardeontwikkeling van de woningen is in 2024 gemiddeld 25% (2023: gemiddeld 25%). Ultimo 2024 is er 1 woning koopgarant (2023: 1) in bezit van deltaWonen. Deze woning is gepresenteerd onder Vastgoed bestemd voor de verkoop.

9.5.5. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB

Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen DAEB (nieuwbouw) en bestaande complexen DAEB (woningverbetering, herstructurering, zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking hiervoor). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten. De eventueel aanwezige voorziening op projectniveau is gesaldeerd met het saldo vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

9.5.6. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB

Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen niet-DAEB (nieuwbouw) en bestaande complexen niet-DAEB (woningverbetering, herstructurering, zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking hiervoor). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten. De eventueel aanwezige voorziening op projectniveau is gesaldeerd met het saldo vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Materiële vaste activa

9.5.7 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Het verloop van deze post is als volgt:

(x € 1.000) 2024 2023
Stand 1 januari    
Aanschafwaarde  9.151   9.123 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  4.083-  3.925-
Boekwaarde  5.069   5.198 
     
Mutaties    
Investeringen  5.455   253 
Desinvesteringen  603-  503-
Afwaarderingen  -   - 
Terugname afwaarderingen  -   - 
Overige mutaties  489   614 
Afschrijvingen  442-  494-
Totaal mutaties  4.899   129-
     
Stand 31 december    
Aanschafwaarde  14.004   9.151 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  4.036-  4.083-
Boekwaarde  9.968   5.069 

De desinvesteringen 2024 hebben voor € 444.000 betrekking op het buiten gebruik stellen van diverse vervoersmiddelen.
Op overige inventaris/gebouwen is voor € 96.000 gedesinvesteerd en waar nodig vervangen.
Op ICT middelen is voor € 63.000 gedesinvesteerd en waar nodig vervangen.

De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:

- Bedrijfsterreinen geen afschrijving
- Bedrijfsgebouwen (exclusief grond) 50 jaar
- Verbouwing 30 jaar
- ICT 2, 3, 4 of 5 jaar
- Bedrijfsauto's en bussen 5 of 8 jaar
- Meubilair 5 of 10 jaar

De bedrijfsgebouwen worden als geheel en niet naar componenten afgeschreven aangezien de invloed van het verschil in afschrijving op het resultaat en vermogen verwaarloosbaar is.

Actuele waarde

De actuele waarde op basis van de WOZ waarde van de bedrijfsterreinen en de bedrijfsgebouwen bedraagt € 4,8 miljoen (prijspeil 1-1-2023).

Zekerheden

Op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie rusten geen hypothecaire zekerheden.

Financiële vaste activa

9.5.8 Latente belastingvorderingen

Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. Sinds 31-12-2021 zijn er geen fiscaal verrekenbare verliezen aanwezig. De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht.

a. Vastgoed in exploitatie

Tijdelijke verschillen doen zich voor bij DAEB en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie indien sprake is van een waarderingsverschil tussen de WOZ-waarde en fiscale boekwaarde. Indien de WOZ-waarde lager is dan de fiscale boekwaarde, is sprake van een (fiscaal) afschrijvingspotentieel. Dit is per ultimo boekjaar het geval bij 306 woningen. Voor mogelijke toekomstige fiscale afschrijving van dit vastgoed is een actieve latentie gevormd. De latentie loopt af op het moment dat de WOZ-waarde de fiscale boekwaarde overstijgt, als gevolg van waardemutaties. Daarnaast kan een tijdelijk verschil zich voor doen inzake vastgoed waarvan verwacht wordt dat dit in de komende tien jaar wordt verkocht en de fiscale waarde van dit vastgoed lager is dan de marktwaarde. Aangezien deltaWonen gebruikt maakt van de HIR-faciliteiten en een groeiambitie heeft, is dit tijdelijk verschil niet gewaardeerd in de jaarrekening.

Stand latente belastingvorderingen tot waardering gebracht

De latente belastingvorderingen opgenomen in de balans en de hiermee samenhangende latente belastinglasten/-baten in de winst- en verliesrekening zijn als volgt te specificeren:

Latente belastingvorderingen (x € 1.000): Balans Winst- en verliesrekening
  2024 2023 2024 2023
Beschikbare voorwaartse verliescompensatie  -   -   -   - 
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde van vastgoedbeleggingen
 3.312   3.433   121-  397-
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde van de Vestialening  -   -   -   - 
Totaal latente belastingvordering  3.312   3.433   121-  397-

Het verloop van de in de balans tot waardering gebrachte latente belastingvorderingen in het boekjaar is op totaalniveau als volgt:

(x € 1.000) 2024 2023
Boekwaarde per 1 januari  3.433   3.829 
Dotaties ten laste van het resultaat  -   - 
Onttrekkingen  121-  397-
Boekwaarde per 31 december  3.312   3.433 

Het gehanteerde vennootschapsbelastingtarief bedraagt respectievelijk 19% over de eerste € 200.000 aan belastbaar resultaat c.q. 25,8% over het restant hoger dan € 200.000. De latentie is tegen contante waarde gewaardeerd. De gehanteerde netto-disconteringsvoet bedraag 2,02% (2023: 2,30%). De nominale waarde van de tot waardering gebrachte latente belastingen bedraagt € 3,7 miljoen, welke een (gewogen) gemiddelde looptijd kent van 14 jaar. Van de latentie wordt een bedrag van € 0,3 miljoen (2023: € 0,3 miljoen) naar verwachting binnen één jaar gerealiseerd. 

Tijdelijke verschillen (x € 1.000) 31-12-2023 Mutatie 31-12-2024 Latentie Nominale latentie Contante waarde
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille  809.647   165.779   643.868  Nee  166.118   163.663 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden  -   -   -  Nee  -   - 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkoop  -   -   -  Nee  -   - 
Fiscaal hogere verkoopopbrengst vastgoedportefeuille  -   -   -  Nee  -   - 
Vorming HIR  -   -   -  Nee  -   - 
Fiscale terugname afwaardering WOZ-waarde  -   -   -  Nee  -   - 
Fiscale afschrijvingen vastgoedportefeuille in exploitatie  15.098   840   14.258  Ja  3.679   3.312 
Heffingsvermindering verhuurderheffing (onderdeel vastgoedporteuille)  -   -   -  Nee  -   - 
Afkoop IRS  -   -   -  Nee  -   - 
Voorziening groot onderhoud  -   -   -  Nee  -   - 
Voort te wentelen 15b rente  15.672   5.792-  21.463  Nee  5.538   5.456 
Vestia leningruil  -   -   -  Nee  -   - 
Totaal  840.417   160.827   679.589     175.334   172.431 
Latente Vpb 31-12-2023 W&V Niet opnemen latentie Tariefsimpact Contante waarde 31-12-2024
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille  205.377   42.771   85.542-  -   1.057   163.663 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden  -   -   -   -   -   - 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkoop  -   -   -   -   -   - 
Fiscaal hogere verkoopopbrengst vastgoedportefeuille  -   -   -   -   -   - 
Vorming HIR  -   -   -   -   -   - 
Fiscale terugname afwaardering WOZ-waarde  -   -   -   -   -   - 
Fiscale afschrijvingen vastgoedportefeuille in exploitatie  3.433   217-  -   -   96   3.312 
Heffingsvermindering verhuurderheffing (onderdeel vastgoedporteuille)  -   -   -   -   -   - 
Afkoop IRS  -   -   -   -   -   - 
Voorziening groot onderhoud  -   -   -   -   -   - 
Voort te wentelen 15b rente  3.975   1.494-  2.988   -   14-  5.456 
Vestia leningruil  -   -   -   -   -   - 
Totaal  212.785   41.060   82.554-  -   1.139   172.431 
Latente belastinglast  121-
- mutatie tijdelijke verschillen  41.060 
- impact niet opnemen latentie  82.554-
- impact wijziging Vpb-tarief  - 
- impact waarderen tegen contante waarde  1.139 

Latente belastingvorderingen niet tot waardering gebracht

Geheel bezit
Ten aanzien van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. Voor zover (tijdelijke) waarderingsverschillen niet in de waardering van de latente belastingvorderingen zijn verwerkt, bedragen deze nominaal in totaal een passieve waarde van € 643,9 miljoen (2023: passieve waarde van € 809,6 miljoen). Deze waarderingsverschillen (zijnde het vastgoed in exploitatie) zijn niet gewaardeerd, omdat geen sprake is van realisatie in de (nabije) toekomst en daardoor de waarschijnlijkheid van fiscale winst om de verrekenbare tijdelijke verschillen te compenseren onvoldoende zeker is. 

Leningen o/g en Derivaten
In de jaarrekening 2020 is voor de leningenportefeuille en de gewaardeerde derivaten (afgescheiden embedded derivaten of derivaten waarbij geen kostprijs hedge-accounting is toegepast) een latente belastingverplichting respectievelijk -vordering tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs).
In 2021 is deze latentie volledig vrijgevallen ten gunste van het resultaat, omdat vanwege de earningsstrippingmaatregel (ATAD) de contante waarde van het tijdelijke verschil naar alle waarschijnlijkheid zal tenderen naar nihil. 

Voorraden

9.5.9 Vastgoed bestemd voor de verkoop

(x € 1.000) 2024 2023
Per 31-12 leegstaande te verkopen huurwoningen en woningen koopgarant  662   398 
Per 31-12 leegstaande te verkopen woningen nieuwbouw  -   - 
Boekwaarde per 31 december  662   398 

In totaal zijn er per ultimo 2024 twee woningen (2023: twee woningen) verantwoord als vastgoed bestemd voor de verkoop.
De verwachting is dat al deze woningen binnen één jaar verkocht worden tegen de verwachte opbrengstwaarde (€ 0,7 miljoen). De boekwaarde van de woningen is € 0,5 miljoen.

9.5.10 Overige voorraden

(x € 1.000) 2024 2023
Onderhoudsmaterialen etc.  306   304 
Af: voorziening wegens incourantheid  -   - 
Boekwaarde per 31 december  306   304 

Vorderingen

(x € 1.000) 2024 2023
Huurdebiteuren  555   574 
Overheid  6   60 
Latente belastingvorderingen  -   - 
Belastingen en premies sociale verzekeringen  -   - 
Overige vorderingen  638   610 
Overlopende activa  86   9 
   1.285   1.254 

9.5.11 Huurdebiteuren

Het saldo huurdebiteuren kan als volgt worden gespecificeerd: 

(x € 1.000) 2024 2023
Huurdebiteuren  932   1.026 
Af: voorziening wegens oninbaarheid  377-  452-
Boekwaarde per 31 december  555   574 

De huurachterstand huurdebiteuren eind 2024 is 0,5% van de nettojaarhuur (2023: 0,6%).

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

(x € 1.000) 2024 2023
Boekwaarde per 1 januari  452   464 
Dotatie ten laste van de exploitatie  92   127 
Afgeboekte oninbare posten  168-  139-
Boekwaarde per 31 december  377   452 

9.5.12 Overheid

Het saldo van de vorderingen op overheidsinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2024 2023
Gemeente Zwolle  2   54 
Gemeente Kampen  4   6 
Gemeente Oldebroek  -   - 
Totaal overheid per 31 december  6   60 

9.5.13 Belastingen en premies sociale verzekeringen

Het saldo te vorderen belastingen en premies sociale verzekeringen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2024 2023
Loonheffing en premies sociale verzekering  -   - 
Omzetbelasting  -   - 
Vennootschapsbelasting  -   - 
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen per 31 december  -   - 

9.5.14 Overige vorderingen

Het saldo overige vorderingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2024 2023
Overige vorderingen  21   50 
Vooruitbetaalde posten  617   560 
Totaal overige vorderingen per 31 december  638   610 

9.5.15 Overlopende activa

(x € 1.000) 2024 2023
Overlopende activa  86   9 

9.5.16 Liquide middelen

Het saldo liquide middelen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2024 2023
Kas  -   - 
Bank  3.421   8.061 
Totaal liquide middelen per 31 december  3.421   8.061 

De liquide middelen staan vrij ter beschikking voor deltaWonen.

Passiva

Eigen vermogen

9.5.17 Herwaarderingsreserves

Het verloop van de herwaarderingsreserves is als volgt:

(x € 1.000) DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Stand per 1 januari  1.242.503   14.847   1.257.350 
       
Mutaties:      
Realisatie uit hoofde van verkoop  351-  -   351-
Realisatie uit hoofde van sloop  -   -   - 
Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde  203.150   2.076   205.226 
Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde  10.405-  196-  10.601-
Overige mutaties  21.929-  26-  21.955-
Herclassificatie  -   -   - 
Stand per 31 december  1.412.967   16.702   1.429.669 

De herwaarderingsreserve sociaal vastgoed en commercieel vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de boekwaarde op basis van historische kosten, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering. Voor de realiseerbaarheid van de waarde van de onroerende zaken in exploitatie en het hiermee samenhangende deel van de herwaarderingsreserve verwijzen wij naar het bestuursverslag.

'Voor de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is geen sprake van een herwaarderingsreserve door het feit dat de balanswaarde ultimo 2023 en 2024 lager ligt dan de oorspronkelijke verkoopprijs.

9.5.18 Overige reserves

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

(x € 1.000) 2024 2023
Stand per 1 januari  877.341   598.565 
Gerealiseerd resultaat voorgaand boekjaar  287.737-  12.135-
Mutatie herwaarderingsreserve  172.319-  290.911 
Stand per 31 december  417.285   877.341 

9.5.19 Resultaat na belastingen van het boekjaar

Statutaire resultaatbestemming
In de statuten van de stichting is geen bepaling opgenomen met betrekking tot de bestemming van het resultaat. 

Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2024 2024 2023
Het bestuur stelt aan de raad van commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2024 ten bedrage van € 197,7 miljoen geheel ten gunste van het eigen vermogen te brengen.  197.736   287.737-

Dit betreft € 25,4 miljoen ten gunste van de overige reserves (gerealiseerd resultaat) en € 172,3 miljoen ten gunste van de herwaarderingsreserve (niet-gerealiseerde waardeveranderingen). 

Voorzieningen

9.5.20 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Het verloop van de post voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:

(x € 1.000) 2024 2023
Boekwaarde per 1 januari  5.739   3.793 
Dotaties  23.712   8.644 
Onttrekkingen  20.665-  6.698-
Boekwaarde per 31 december  8.786   5.739 

De voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen bestaat uit de onrendabele toppen van nieuwbouwprojecten en verduurzamingsprojecten, waarbij het saldo van de investeringen lager is dan de geprognosticeerde onrendabele top. Verwacht wordt dat van dit bedrag op balansdatum een bedrag van € 5,1 miljoen (2023: € 2,7 miljoen) binnen een jaar wordt gerealiseerd. Van de totale voorziening zal € 3,7 miljoen binnen een periode van 5 jaar worden gerealiseerd.

9.5.21 Voorziening jubileumuitkeringen

Het verloop van de voorziening jubileumuitkeringen is als volgt:

(x € 1.000) 2024 2023
Boekwaarde per 1 januari  464   474 
Dotaties  95   44 
Onttrekkingen  39-  54-
Boekwaarde per 31 december  520   464 

De voorziening voor jubileumuitkeringen is overwegend langlopend van aard. Verwacht wordt dat op balansdatum een bedrag van € 29.547 binnen 1 jaar wordt gerealiseerd (2023: € 23.100) en een bedrag van € 150.401 binnen 5 jaar (2023: € 138.227).

Langlopende schulden

9.5.22 Schulden aan overheids- en kredietinstellingen

Het saldo van de schulden aan overheid en kredietinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000)

2024 Effectieve rente > 5 jaar > 1 jaar Totaal
Schulden aan overheid 2,88%  8.951   20.638   21.389 
Schulden aan kredietinstellingen 1,99%  471.467   527.647   544.763 
Totaal 2,02%  480.418   548.285   566.152 

(x € 1.000)

2023 Effectieve rente > 5 jaar > 1 jaar Totaal
Schulden aan overheid 3,02%  3.154   14.852   15.607 
Schulden aan kredietinstellingen 2,28%  421.552   487.261   513.518 
Totaal 2,30%  424.706   502.113   529.125 

Het verloop van de schulden aan overheid en kredietinstellingen is als volgt:

(x € 1.000) Schulden aan overheid Schulden aan krediet-instellingen Totaal
Boekwaarde per 1 januari 2024  15.607   513.518   529.125 
Bij: nieuwe leningen  7.000   95.500   102.500 
Af: aflossingen conform contracten  1.218   46.255   47.473 
Af: tijdelijke aflossingen roll-over leningen  -   18.000   18.000 
Boekwaarde per 31 december 2024  21.389   544.763   566.152 
Aflossingen komend boekjaar  751   17.116   17.867 
Boekwaarde per 31 december 2024  20.638   527.647   548.285 

Op balansdatum zijn er drie roll-over leningen met een totale hoofdsom van € 60 miljoen, waarbij de rentevoet afhankelijk is gesteld van het Euribor-rentetarief.
Eén lening is niet gekoppeld aan een payers-swap:

  • € 30 miljoen 1-weeks Euribor. Op de roll-over variabele hoofdsom is op 31 december 2024 € 18 miljoen tijdelijk afgelost.

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar ter hoogte van € 17,9 miljoen zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 583,7 miljoen (exclusief opgelopen rente). Deze is vastgesteld op basis van de 6-maands Euribor. Voor de bepaling van de disconteringsvoet (gebruikt voor de berekening van de marktwaarde) is geen rekening gehouden met een eventuele kredietopslag.

Verloop renterisico leningen (x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029
Aflossing leningen (excl. regulier)  15.000   30.000   15.000   8.300   25.000 
Renteconversies (excl. roll-overs)  -   -   -   -   - 
Renterisico leningen  15.000   30.000   15.000   8.300   25.000 
In % schuldrestant 2024 2,6% 5,3% 2,6% 1,5% 4,4%

Voor een toelichting op de renterisico's wordt verwezen naar het hoofdstuk Financiële Instrumenten.

Borging door WSW

Per ultimo 2024 is er in totaal voor een schuldrestant van € 584 miljoen borging verstrekt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (2023: € 528 miljoen). Voor een schuldrestant € 0,0 miljoen (2023: € 1,0 miljoen) zijn er garanties door overheden verstrekt. 

Leningruil Vestia 2024 2023
Boekwaarde per 1 januari  6.984   7.150 
Bij: Toevoeging Agio (dotatie, initiële opboeking)  -   - 
Af: Onttrekking  166-  165-
Boekwaarde per 31 december  6.818   6.984 
Waarvan agio kortlopend  167-  166-
Boekwaarde per 31 december  6.651   6.818 

Het saldo Agio Vestialening heeft betrekking op de in december 2021 afgesloten transactie in het kader van de leningruil voor Vestia.
Het kortlopend deel van de lening is het gedeelte van het agio dat in het volgende boekjaar via amortisatie vrijvalt.

9.5.23 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (VOV)

De terugkoopverlichting woningen VOV betreft de terugkoopverplichting van onroerende zaken die onder een regeling Verkoop onder Voorwaarden zijn overgedragen aan derden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichting. Bij de jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling. De terugkoopverplichting heeft betrekking op 84 woningen (2023: 88).

(x € 1.000) 2024 2023
Terugkoopverplichting verkoop onder voorwaarden  21.483   19.990 
     
Boekwaarde per 1 januari  19.990   21.033 
     
Mutaties    
Investeringen  252   199 
Desinvesteringen  868-  445-
Afschrijvingen  -   - 
Overige waardeverminderingen en terugnemingen daarvan  -   - 
Waardevermeerderingen  475   584 
Totaal mutaties  141-  338 
     
Boekwaarde per 31 december  19.849   19.990 

9.5.24 Overige langlopende schulden

De post overige langlopende schulden is als volgt samengesteld:

(x € 1.000) 2024 2023
Waarborgsommen  8   8 

Kortlopende schulden en overlopende passiva

9.5.25 Schulden aan kredietinstellingen

Het saldo schulden aan kredietinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2024 2023
Kortlopend deel van de langlopende schulden  17.116   16.257 
Overige schulden aan kredietinstellingen  167   166 
Totaal schulden aan kredietinstellingen  17.283   16.423 

9.5.26 Schulden aan leveranciers

(x € 1.000) 2024 2023
Schulden aan leveranciers  6.017   7.862 

9.5.27 Schulden aan overheidsinstellingen

(x € 1.000) 2024 2023
Schulden aan overheidsinstellingen  1.176   755 

9.5.28 Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekering

Het saldo te betalen belastingen en premies sociale verzekeringen kan als volgt worden gespecificeerd:

(x € 1.000) 2024 2023
Loonheffing en premies sociale verzekeringen  810   690 
Omzetbelasting  4.824   5.054 
Vennootschapsbelasting  1.033   1.544 
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen  6.667   7.288 

9.5.29 Schulden ter zake van pensioenen

(x € 1.000) 2024 2023
Schulden ter zake van pensioenen  -   169 

9.5.30 Overige schulden

De post overige schulden is als volgt samengesteld:

(x € 1.000) 2024 2023
Vooruitontvangen huur  1.282   1.133 
Totaal overige schulden  1.282   1.133 

9.5.31 Overlopende passiva

De post overlopende passiva is als volgt samengesteld:

(x € 1.000) 2024 2023
Niet vervallen rente  6.559   6.199 
Reservering vakantiedagen  624   720 
Nog te verrekenen servicekosten  477   1.711 
Overige overlopende passiva  1.485   1.441 
Totaal overlopende passiva  9.143   10.070 

9.5.32 Financiële instrumenten

DeltaWonen heeft per 31 december 2024 nog de beschikking over twee payer-swaps, die al voor 2008 met verschillende ingangsdata zijn afgesloten bij de BNG Bank. Met deze swaps zijn renteafspraken gemaakt, waarbij de hoogte van de rente voor deltaWonen is vastgelegd. Hierdoor wordt het (toekomstig) renterisico verminderd. Per ultimo 2024 hebben alle door deltaWonen afgesloten payers-swaps een onderliggende waarde in de vorm van roll-over leningen met identieke modaliteiten. Een payer-swap is een rente-instrument met een waardeontwikkeling. Afhankelijk van de renteontwikkeling kan dit resulteren in een positieve of een negatieve marktwaarde. Op de vigerende payer-swaps geldt géén verplichting tot het bijstorten c.q. aanhouden van liquide middelen als gevolg van de negatieve marktwaarden.

De belangrijkste modaliteiten van de afgesloten swaps zijn hieronder weergegeven.

Tegenpartij Hoofdsom Startdatum Einddatum Te betalen vaste rente Marktwaarde
31-12-2024
BNG € 15 miljoen 01-11-2009 01-11-2027 4,9970% - € 1,2 miljoen
BNG € 15 miljoen 01-06-2010 01-06-2029 4,9950% - € 2,2 miljoen
Totaal € 30 miljoen       - € 3,4 miljoen

9.5.33 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Huurverplichtingen
Het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerende zaken (Oudestraat 216D te Kampen) bedraagt in totaal ongeveer € 27.000 (2023: € 421.600).

Leaseverplichtingen
DeltaWonen is diverse leaseverplichtingen aangegaan voor het ter beschikking stellen van diverse soorten inventaris ten behoeve van het personeel. Het betreft het wagenpark, diverse fietsen, de printers, pinautomaten, containers, beplantingen en koffiezetapparaten. Het totale bedrag van met derden aangegane leaseverplichtingen bedraagt in totaal ongeveer € 414.800.
Onderdeel hiervan bedraagt het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane leaseverplichtingen voor wat betreft het wagenpark. Hiervoor is in totaal ongeveer € 357.900 (2023: € 185.700) aan leaseverplichtingen aangegaan.
De resterende looptijd van de leasecontracten is respectievelijk één jaar (18 bedrijfsauto's), twee jaar (1 bedrijfsauto), drie jaar (7 bedrijfsauto's), vier jaar (7 bedrijfsauto's) en vijf jaar (7 bedrijfsauto's).

Verplichtingen nieuwbouwprojecten
Per 31 december 2024 zijn verplichtingen aangegaan ten behoeve van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie van € 16,9 miljoen (in 2023: € 29,1 miljoen).

Verplichtingen planmatig onderhoud
DeltaWonen heeft voor de nog uit te voeren werkzaamheden met betrekking tot planmatig onderhoud per 31 december 2024 verplichtingen uitstaan van € 7,2 miljoen (in 2023: € 4,6 miljoen).

Verplichtingen persoonsgebonden loopbaanbudget
In de CAO Woondiensten is een persoonsgebonden loopbaanbudget per medewerker afgesproken. Elke medewerker heeft, afhankelijk van 'indiensttreding', recht op een budget ten behoeve van zijn loopbaanontwikkeling. Ultimo 2024 bedraagt het budget ongeveer € 512.000 (2023: € 528.000). 

Obligolening Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
DeltaWonen heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2023. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en deltaWonen niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde. In het geval van een eventuele storting zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door deltaWonen. Per 31 december 2024 bedraagt de obligolening ongeveer € 13,7 miljoen.

Herstructurering Hanzewijk
In 2017 is de Hanzewijk afgewikkeld op cluster 4 blok 3 en cluster 5 na. Deze twee projecten zijn samengevoegd tot het laatste project van de herstructurering in de Hanzewijk, namelijk ‘Hanzewijk cluster 5’. De bouw van dit project is gestart in 2023 en de oplevering heeft plaatsgevonden in 2024. In de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente is een verplichting opgenomen om een bijdrage te leveren in de exploitatiebijdrage. De exploitatiebijdrage houdt direct verband met de realisatie van het aantal woningen in dit cluster. De omvang van de verplichting is bij oplevering in 2024 berekend op € 1,1 miljoen. Na formele besluitvorming samen met de gemeente zal de consequentie van deze bijdrage verwerkt worden in het resultaat middels de Overige waardeveranderingen (im)materiële vaste activa en vastgoedportefeuille. Naar alle waarschijnlijkheid vindt deze eindverrekening plaats in 2026. 

Prestatieafspraken
DeltaWonen heeft met de gemeenten Zwolle, Kampen en Oldebroek prestatieafspraken gemaakt ten aanzien van de verkoop, sloop en nieuwbouw van woningen. De gemaakte afspraken kunnen in de toekomst leiden tot verplichtingen.

Stille reserve Pad en Tuin
In 2017 heeft deltaWonen het bloot eigendom met GE-constructie voor het project Pad & Tuin aangekocht van stichting GE. Stichting GE heeft vervolgens de stille reserve Pad & Tuin uitgekeerd aan deltaWonen. Conform de verwerkingswijze bij de stichting is de stille reserve als een niet uit de balans blijkend recht opgenomen. Uit de GE-constructie vloeit namelijk een terugkooprecht en geen plicht van het bloot eigendom. De bewoners hebben het bloot eigendom in eeuwigdurende erfpacht verkregen zonder canon. Derhalve zal het eigendom niets opleveren voor deltaWonen, tenzij iemand de GE-constructie wil afkopen. Mocht iemand de GE-constructie in de toekomst willen afkopen, dan zal de stille reserve gerealiseerd worden. De hoogte van de afkoop komt tot stand op basis van de vooraf bepaalde rekenmethodiek, waarin de marktwaarde op dat moment een belangrijke invloed heeft. Gezien het feit dat er geen verplichting is en de hoogte en het moment van het realiseren van deze reserve niet is in te schatten, is in het kader van voorzichtigheid de stille reserve opgenomen onder de niet uit de balans blijkende rechten. De stille reserve bedraagt ultimo 2024 € 2,0 miljoen (2023: € 1,7 miljoen) en bevat nog 17 woningen in bloot eigendom (2023: 17)

9.5.34 Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.

9.6 Toelichting op de Winst en verliesrekening

Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille

9.6.1. Huuropbrengsten

(x € 1.000) 2024 2023
- Woningen en woongebouwen 106.560 102.766
- Onroerende zaken, niet zijnde woningen 2.104 2.154
Huuropbrengsten vastgoed in exploitatie 108.664 104.920
Af: Huurderving wegens leegstand en oninbaarheid -848 -1.097
Totaal huuropbrengsten 107.816 103.823

Hierna is een overzicht opgenomen van de huuropbrengsten die in de verschillende gemeenten zijn behaald:

(x € 1.000) 2024 2023
Gemeente Zwolle 64.086 61.756
Gemeente Oldebroek 11.050 10.682
Gemeente Kampen 33.528 32.482
Totaal huuropbrengsten 108.664 104.920

De "te ontvangen netto huur" is gewijzigd als gevolg van:

- Verhoging van de huren wegens (per saldo) algemene huurverhoging: 2,4 miljoen
- Aanpassing tot streefhuur bij mutatie: 0,3 miljoen
- Het in exploitatie komen van nieuw of aangekocht bezit: 1,2 miljoen
- Verkoop van woningen: 0,0 miljoen
- Sloop van woningen: -0,3 miljoen
- Overige mutaties: 0,1 miljoen

De gemiddelde huurverhoging per 1 juli 2024 voor woningen en woongebouwen was 5,3%.
De verhoging voor de bedrijfsruimten bedroeg 4,4% per 1 juli op basis van prijsindexcijfers of een aanpassing volgens overeenkomst.
De huren van woonwagens en standplaatsen zijn per 1 juli met 5,3% verhoogd. De huurderving over 2024 bedraagt 0,78% (in 2023: 1,05%).

9.6.2 Opbrengsten servicecontracten

(x € 1.000) 2024 2023
Overige goederen, leveringen en diensten 3.489 4.589
Af: Te verrekenen met huurders -467 -1.707
Opbrengsten servicecontracten 3.021 2.882
Af: Opbrengstenderving wegens leegstand en oninbaarheid -40 -111
Totaal opbrengsten servicecontracten 2.982 2.771

De voorschotten van de diverse servicekostencomponenten zijn aangepast per 1 juli 2024. De wijzigingen van de voorschotten zijn gebaseerd op de nieuwe contractafspraken voor 2024 en verbruikgsgegevens van het afgelopen jaar. Jaarlijks vindt een afrekening plaats op basis van de werkelijke kosten.

9.6.3 Lasten servicecontracten

(x € 1.000) 2024 2023
Overige goederen, leveringen en diensten -2.588 -2.445
Toegerekende personeelskosten -585 -578
Toegerekende overige organisatiekosten -211 -239
Toegerekende afschrijvingen -15 -27
Totaal lasten servicecontracten -3.399 -3.290

9.6.4 Overheidsbijdragen

(x € 1.000) 2024 2023
Opbrengst overheidsbijdragen 0 0
Totaal overheidsbijdragen 0 0

9.6.5 Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

(x € 1.000) 2024 2023
Toegerekende personeelskosten -6.215 -5.532
Toegerekende overige organisatiekosten -3.110 -3.019
Toegerekende afschrijvingen -155 -258
Totaal lasten verhuur- en beheeractiviteiten -9.481 -8.809

De toegerekende organisatiekosten aan verhuur, verkoop en beheeractiviteiten volgen uit de kostenverdeelstaat. Daarin worden de organisatiekosten, die onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld. Hierbij wordt in hoofdlijnen onderscheid gemaakt naar exploitatie, projectontwikkeling, verkoop en leefbaarheid.

9.6.6 Lasten onderhoudsactiviteiten

(x € 1.000) 2024 2023
Onderhoudslasten (niet-cyclisch - dagelijks onderhoud) -8.855 -7.272
- Klachtenonderhoud -6.424 -5.115
- Mutatieonderhoud -4.303 -3.756
- Overig Dagelijks onderhoud -23 -19
- Dekking Dagelijks onderhoud 213 138
- Onderhoud in eigen beheer 1.681 1.479
Onderhoudslasten (cyclisch - planmatig onderhoud) -24.806 -31.781
- Contractonderhoud -3.945 -3.836
- Planmatig onderhoud en E-renovatie -39.782 -41.876
- Geactiveerde onderhoudskosten 18.921 13.930
Toegerekende personeelskosten -5.838 -5.269
Toegerekende overige organisatiekosten -2.709 -2.606
Toegerekende afschrijvingen -231 -322
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -42.440 -47.251

De totale onderhoudslasten zijn ten opzichte van 2023 met € 4,8 miljoen afgenomen. Oorzaak van de daling betreft met name de afname van planmatig onderhoud (€ 7,1 miljoen). Klachtonderhoud (€ 1,3 miljoen) en mutatieonderhoud (€ 0,5 miljoen) laten juist een stijging zien ten opzichte van 2023. Onderstaand volgt per onderdeel een toelichting. 

Onderhoudslasten niet-cyclisch onderhoud

Dagelijks onderhoud

De kosten voor dagelijks onderhoud zijn in totaal met € 1,6 miljoen toegenomen ten opzichte van 2023. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere kosten op zowel klacht- als  mutatieonderhoud tezamen € 1,9 miljoen. Oorzaken hiervan betreffen gestegen inkoop- en arbeidsprijzen.

Voor klachtonderhoud zijn 2% meer reparatieverzoeken geweest (23.269 in 2024 vs. 22.509 in 2023), waarbij enkele forse kosten zijn gemaakt in verband met onder gelopen bergingen. Specifiek voor mutatieonderhoud is het aantal onderhoudsverzoeken toegenomen met 8% (2.358 in 2024 tegenover 2.180 in 2023).

Onderhoudslasten cyclisch onderhoud

Planmatig onderhoud

De uitgaven ten aanzien van Planmatig onderhoud en CO2-renovatie (geactiveerde onderhoudskosten) voor 2024 liggen € 2,1 miljoen onder de realisatie in 2023, met als voornaamste oorzaak een lagere realisatiegraad in 2024 waarbij projecten gedeeltelijk of geheel zijn doorgeschoven naar 2025. Voor een gedetailleerde toelichting op de uitgaven planmatig onderhoud en E-renovaties wordt verwezen naar de tekst Planmatig onderhoud in het jaarverslag. 

Contract onderhoud

In 2024 liggen de kosten van contractonderhoud in lijn met 2023. De hogere uitgaven zijn voornamelijk veroorzaakt door prijsstijgen in de markt van onderhoud, materialen en uurloon.

Activering

De totale uitgaven planmatig onderhoud en CO2-renovatie voor 2024 bedroegen € 39,8 miljoen, waarvan € 18,9 miljoen (47%) is geactiveerd. In 2023 bedroegen de totale uitgaven € 41,9 miljoen, waarvan € 13,9 miljoen is geactiveerd (33%). De activering is gedaan conform het vastgesteld activeringsbeleid. Voor de verdere toelichting hierop wordt er verwezen naar de grondslagen. Voor een gedetailleerde toelichting op de uitgaven E-renovaties wordt verwezen naar de tekst Planmatig onderhoud in het jaarverslag. 

9.6.7 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

(x € 1.000) 2024 2023
Heffing huurcommissie -62 -53
Contributie Aedes -100 -93
Belastingen -5.956 -5.459
Verzekeringen -708 -670
Totaal overige directe operationele lasten exploitatie bezit -6.826 -6.276
(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille 48.652 40.968

Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling

9.6.8 Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

(x € 1.000) 2024 2023
Opbrengst verkopen projecten 0 0
Totaal omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0

9.6.9 Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling

(x € 1.000) 2024 2023
Lasten verkopen projecten 0 0
Totaal lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0

9.6.10 Toegerekende organisatiekosten

(x € 1.000) 2024 2023
Toegerekende personeelskosten 0 0
Toegerekende overige organisatiekosten 0 0
Toegerekende afschrijvingen 0 0
Totaal toegerekende organisatiekosten 0 0

9.6.11 Toegerekende financieringskosten

(x € 1.000) 2024 2023
Toegerekende financieringskosten 0 0
Totaal toegerekende financieringskosten 0 0
(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL nettoresultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0

Nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille

9.6.12 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Vastgoed in exploitatie (x € 1.000) 2024 2023
Opbrengsten verkoop bestaand bezit 222 1.068
Opbrengsten verkoop bedrijfsruimten/garages/grond 50 0
Totaal verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 271 1.068
Specificatie resultaat verkopen bestaand bezit (x € 1.000)    
- 1 woning gemeente Zwolle (2023: 0 woningen) 271 0
- 0 woningen gemeente Oldebroek (2023: 1 woning) 0 275
- 0 woningen gemeente Kampen (2023: 3 woningen) 0 793
  271 1.068

In 2024 is vanuit onze verkoopvijver 1 woning verkocht (2023: 4 woningen). Daarnaast zijn er drie woonwagens en één kavel inzake Koop Goedkoop verkocht in Zwolle.

9.6.13 Toegerekende organisatiekosten

(x € 1.000) 2024 2023
Kosten verkoop -30 -134
Toegerekende personeelskosten -54 -52
Toegerekende overige organisatiekosten -19 -22
Toegerekende afschrijvingen -1 -2
Totaal toegerekende organisatiekosten -105 -211

9.6.14 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

(x € 1.000) 2024 2023
Boekwaarde bestaand bezit -313 -948
Totaal boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -313 -948
(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille -147 -91

Waardeveranderingen Vastgoedportefeuille

9.6.15 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000) 2024 2023
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop 0 0
Waardeverminderingen 0 0
Terugname waardeverminderingen 0 0
Totaal overige waardeveranderingen vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop 0 0
     
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    
Waardeverminderingen -12.970 -7.346
Terugname waardeverminderingen 7.021 -1.955
Totaal overige waardeveranderingen vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie -5.949 -9.301
     
Investeringen in vastgoed in exploitatie    
Waardeverminderingen -15.358 -1.469
Terugname waardeverminderingen 338 -8.605
Totaal overige waardeveranderingen investeringen in vastgoed in exploitatie -15.020 -10.074
     
Totaal overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -20.969 -19.375

Deze post betreft de afboeking van onrendabele toppen van nieuwbouwcomplexen en verduurzamingsprojecten die meerjarig lopen. Voor een verdere toelichting op de totstandkoming van de marktwaarde en de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille verwijzen we naar de toelichting op de materiële vaste activa.

De waardeveranderingen (im)materiële vaste activa voor vastgoed in ontwikkeling komt in 2024 uit op € 6,0 miljoen (in 2023: € 9,3 miljoen). De waardeverandering wordt veroorzaakt door de onrendabele top (hierna ORT genoemd), welke ontstaat wanneer de verwachte marktwaarde in verhuurde staat van een investering lager ligt dan de totale investeringskosten. Bij nieuwbouwprojecten wordt de ORT vastgesteld op het moment van de goedkeuring van het fasedocument ‘realisatie’. Vervolgens worden de ORT van de lopende projecten geactualiseerd per balansdatum. In 2024 is voor negen projecten (2023: vier projecten) goedkeuring gegeven aan het fasedocument ‘realisatie’.

In 2024 is voor zes CO2-renovaties een opdracht aangegaan met een verwachte ORT (last) van € 15,4 miljoen. Aanvullend is er één opdracht die overloopt uit 2023 die een mutatie kent van € 0,3 miljoen positief. Hiermee komt de totale jaarlast uit op € 15,1 miljoen (2023 € 10,1 miljoen). Bij de CO2-renovaties wordt de onrendabele top vastgesteld op het moment van de goedkeuring van het fasedocument ‘realisatie’ of bij het aangaan van de opdracht.

9.6.16 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Vastgoed in exploitatie (x € 1.000) 2024 2023
Toename marktwaarde 192.697 0
Afname marktwaarde 0 -287.468
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 192.697 -287.468

Voor een verdere toelichting op de totstandkoming van de marktwaarde en de overige waardeveranderingen wordt verwezen naar de toelichting op de materiële vaste activa.

De niet-gerealiseerde waardeverandering is in 2024 € 192,7 miljoen negatief en wordt volledig bepaald door de autonome mutatie. Dit zijn externe omstandigheden waarop deltaWonen geen invloed heeft. De waardeverandering komt hiermee € 480 miljoen hoger uit dan in 2023. Van invloed op de waardeverandering zijn onder meer: de leegwaarde, mutatiegraden, restwaarde (op basis van een exit-yield), huuropbrengsten, VTW-normen voor onderhouds- en beheerlasten en de disconteringsvoet. Het grootste positieve verschil ten opzichte van 2023 wordt veroorzaakt door de leegwaarde. De gemiddelde leegwaarde van woongelegenheden is gestegen van 272.338,75 euro naar 302.742,26 euro (11,16%). Dit is het gevolg van de gedaalde rente, de gestegen inkomens en schaarste op de huurmarkt, welke een prijsverhogend effect hebben. Daarnaast heeft de gemiddelde contracthuur eveneens een behoorlijk positieve impact op de waardering.

9.6.17 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

Vastgoed verkocht onder voorwaarden (x € 1.000) 2024 2023
Waardeverandering vastgoed verkocht onder voorwaarden 1.024 409
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 1.024 409

Voor een verdere toelichting op de totstandkoming van de marktwaarde en de niet-gerealiseerde waardeveranderingen van het vastgoed verkocht onder voorwaarden verwijzen we naar de toelichting op de materiële vaste activa.

9.6.18 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

Vastgoed bestemd voor verkoop (x € 1.000) 2024 2023
Waardeverminderingen 0 0
Terugname waardeverminderingen 151 6
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop 151 6

Voor een verdere toelichting op de totstandkoming van de niet-gerealiseerde waardeveranderingen van het vastgoed bestemd voor verkoop verwijzen we naar de toelichting op de voorraden.

(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL waardeveranderingen vastgoedportefeuille 172.903 -306.428

Nettoresultaat overige activiteiten

9.6.19 Opbrengsten overige activiteiten

(x € 1.000) 2024 2023
Opbrengsten activiteiten verkoop onder voorwaarden 380 346
Vergoeding opstelpunten 68 68
Overige bedrijfsopbrengsten 1.233 754
Totaal opbrengsten overige activiteiten 1.681 1.168

9.6.20 Kosten overige activiteiten

(x € 1.000) 2024 2023
Toegerekende personeelskosten 0 0
Toegerekende overige organisatiekosten 0 0
Toegerekende afschrijvingen 0 0
Totaal kosten overige activiteiten 0 0
(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL netto resultaat overige activiteiten 1.681 1.168

Overige organisatiekosten

9.6.21 Overige organisatiekosten

(x € 1.000) 2024 2023
Heffing autoriteit woningcorporaties -80 -75
Obligoheffing -157 -720
Toegerekende personeelskosten -1.164 -985
Toegerekende overige organisatiekosten -923 -788
Toegerekende afschrijvingen -27 -41
Totaal overige organisatiekosten -2.350 -2.608

De overige organisatiekosten zijn in verslagjaar 2024 volledig in lijn gebracht met de handleiding toepassen functioneel model van SBR Wonen. 

(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL overige organisatiekosten -2.350 -2.608

Kosten omtrent leefbaarheid

9.6.22 Kosten omtrent leefbaarheid

(x € 1.000) 2024 2023
Leefbaarheid -116 -105
Toegerekende personeelskosten -2.136 -1.746
Toegerekende overige organisatiekosten -951 -910
Toegerekende afschrijvingen -53 -81
Totaal kosten omtrent leefbaarheid -3.255 -2.842
(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL kosten omtrent leefbaarheid -3.255 -2.842

Saldo financiële baten en lasten

9.6.23 Waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten

(x € 1.000) 2024 2023
Waardeveranderingen van financiële vaste activa 0 0
Totaal waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten 0 0

9.6.25 Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

(x € 1.000) 2024 2023
Overige rentebaten 39 44

9.6.26 Rentelasten en soortgelijke kosten

(x € 1.000) 2024 2023
Rentelasten leningen overheid en kredietinstellingen -12.931 -11.664
Overige rente en financieringskosten -129 -142
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -13.060 -11.806

Door het aantrekken van nieuwe leningen (netto toevoeging) zien wij de rentelasten absoluut in 2024 toenemen. De gemiddelde rentevoet voor deltaWonen is ten opzichte van 2023 met 28 basispunten gedaald.

(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL saldo financiële baten en lasten -13.021 -11.762
(x € 1.000) 2024 2023
Totaal resultaat voor belastingen 204.464 -281.595

9.6.27 Belastingen

Schattingen

De acute en latente belastingen in de jaarrekening zijn in het verleden altijd bepaald met inachtneming van de fiscale regels volgens de door de sector met de Belastingdienst gemaakte afspraken (Vaststellingsovereenkomst I, II en de VSO omtrent de lening ruil Vestia). Vanaf 01-01-2023 is VSO II met de Belastingdienst opgezegd. Met het opzeggen van VSO II heeft de Belastingdienst een brief gestuurd met welke regels van toepassing zijn vanaf 01-01-2023. De uitgangspunten uit die brief volgt deltaWonen op voor zover ze voor ons van toepassing zijn. De toepassing van de regels is op een aantal onderwerpen niet zonder meer duidelijk en voor discussie vatbaar. Deze onderwerpen zijn onder andere het onderscheid tussen onderhoudskosten en verbeteringen en de toerekenbare kosten inzake projectontwikkeling. Eerst bij de aangifte zal blijken of en in hoeverre de fiscus de door deltaWonen gevolgde standpunten zal overnemen en accorderen. Om die reden kan de in de jaarrekening bepaalde acute en latente belastingen achteraf nog aan veranderingen onderhevig zijn. De aangiften vennootschapsbelasting van deltaWonen zijn tot en met 2022 door de Belastingdienst definitief vastgesteld. De aangifte vennootschapsbelasting 2023 is inmiddels ingediend, maar nog niet definitief vastgesteld door de Belastingdienst. Tegen de aangifte vennootschapsbelasting 2023 gaan we pro-forma in bezwaar in het kader van een project voor nominatie afwaardering voor sloop. Hierover zijn we in contact met de Belastingdienst. 

Belastingdruk winst- en verliesrekening

De belastinglast/-bate over het resultaat in de winst- en verliesrekening bestaat uit de volgende componenten:

(x € 1.000) 2024 2023
Acute belastingen 6.756 5.805
Belastingen voorgaand jaar -149 -60
Vrijval saldo verliescompensatie 0 0
Latente belastingvordering (VpB) 121 397
Totaal belastingen -6.728 -6.142

De fiscale winst voor 2024 bedraagt € 26,2 miljoen (2023: € 22,5 miljoen winst, aangifte 2023: € 22,0 miljoen winst). De acute belastinglast 2024 bedraagt hierdoor € 6,7 miljoen. In 2023 bedroeg de acute belastinglast € 5,8 miljoen. Bij aangifte bleek de acute belastinglast echter € 5,6 miljoen te zijn. Het verschil tussen de fiscale positie 2023 en de aangifte 2023, te weten € 0,2 miljoen, is verwerkt als bate in de VpB-last van 2024. 

Het toepasselijk (wettelijk) belastingtarief bedraagt voor de 1e schijf 19% (tot en met € 200.000) en voor de 2e schijf 25,8% (€ 200.000 en hoger). Het effectieve belastingtarief, zijnde de belastinglast in de winst- en verliesrekening uitgedrukt als % van het jaarresultaat voor belastingen, bedraagt 3,3% (2023: -/- 2,2%) en kan als volgt gespecificeerd worden:

(x € 1.000) 2024 2023
Commercieel resultaat voor vennootschapsbelasting 204.464 -281.595
Af:    
Correctie fiscale afschrijving -1.329 -1.394
Correctie commerciële marktwaarde -193.872 0
Correctie fiscaal onderhoud -8.473 -7.162
Correctie fiscaal opbrengst verkopen -253 -331
Niet-aftrekbare rente (ATAD) 0 0
Milieu-investeringsaftrek -2.555 0
Bij:    
Correctie Agio Vestia Lening 0 0
Correctie commerciële marktwaarde 0 287.052
Correctie fiscaal resultaat projecten 20.969 19.375
Niet-aftrekbare rente (ATAD) 6.307 5.831
Correctie fiscale rente 981 775
Belastbaar bedrag 26.239 22.551
     
Verrekening compensabel verlies 0 0
     
1e schijf t/m € 200.000 = 19% 38 38
2e schijf vanaf € 200.000 =25,8% 6.718 5.767
Belastingbedrag boekjaar 6.756 5.805
Correctie voorgaande perioden -149 -60
Mutatie latente Vpb 121 397
Totale belastinglast 6.728 6.142
Effectieve belastingdruk 3,3% -2,2%
     
Verklaring effectieve belastingdruk    
Commercieel resultaat voor belasting 204.464  
Belastbaar bedrag 26.239  
Lokaal belastingtarief: t/m € 200.000 38  
Lokaal belastingtarief: vanaf € 200.000 6.718  
     
Winstbelasting o.b.v. het lokale belastingtarief  (6.756) 3,3%
Belastingeffect van niet-aftrekbare kosten 0 0,0%
Correcties voorgaande jaren 149 -0,1%
Impact niet opnemen latentie tijdelijke verschillen -42.199 20,6%
Mutatie tijdelijke verschillen 41.060 -20,1%
Impact wijziging belastingtarief 0 0,0%
Impact waarderen tegen contante waarde 1.139 -0,6%
Impact tariefsopstapje 0 0,0%
Mutatie latente belastingen -121 0,1%
     
Totaal  (6.728) 3,3%
Acute VpB W&V Betaling Verschil W&V en Aangiften 31-12-2024
2021 3.261 4.100 839 1.612
2022 6.499 6.500 1 61
2023 5.805 6.000 195 344
2024 6.756 5.379 -1.377 5.379
2025 0 7.400 7.400 7.400
Totaal 22.321 29.379 7.059 14.797
(x € 1.000) 2024 2023
Totaal van resultaat na belastingen 197.736 -287.737

9.6.28 Overige toelichting winst- en verliesrekening op basis van categoriaal model

Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa

(x € 1.000) 2024 2023
Kosten van verwerving van intellectuele rechten 77 326
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 405 405
Totaal afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 482 731
(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa 482 731

Loonkosten

Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

(x € 1.000) 2024 2023
Lonen en salarissen 12.527 11.111
Sociale lasten 2.090 1.750
Pensioenlasten 1.375 1.302
Totaal lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 15.992 14.163

Het aantal werkzame werknemers per 31 december, berekend op fulltimebasis en uitgesplitst naar activiteiten, bedroeg:

  2024 2023
Directie & Concerncontrol 3,9 3,9
Afdeling Wonen 76,6 69,1
Afdeling Vastgoed 70,4 64,7
Afdeling Bedrijfsvoering 41,8 40,9
Afdeling Bestuurszaken 2,6 2,6
Totaal 195,3 181,2

Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam.

(x € 1.000) 2024 2023
TOTAAL lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 15.992 14.163

Overige organisatiekosten

(x € 1.000) 2024 2023
Beheerskosten    
Algemene beheers- en administratiekosten 2.692 2.411
Automatiseringskosten 2.163 2.054
Huisvestigingskosten 587 756
Overige personeelskosten 2.885 2.535
Subtotaal beheerskosten 8.327 7.756
     
Heffingen    
Belastingen 5.956 5.459
Verzekeringen 708 670
Verhuurderheffing 0 0
Bijdrageheffing AW 80 75
Contributie Aedes 100 93
Subtotaal heffingen 6.843 6.298
     
Overige bedrijfslasten    
Bijdrage bijzondere doelgroepen 1 133
Diverse bedrijfslasten 526 458
Subtotaal overige bedrijfslasten 527 591
     
Totaal overige organisatiekosten 15.697 14.645

9.6.29 Niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten

(x € 1.000) 2024 2023
Toegerekende personeelskosten -3.661 -3.262
Overige personeelskosten -782 -725
Automatiseringskosten -498 -477
Algemene beheer- en administratiekosten -900 -1.126
Huisvestingskosten -135 -175
Afschrijvingen -396 -655
Overige bedrijfsopbrengsten 25 16
Totaal niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten -6.348 -6.404

9.7 Overige toelichtingen

Werknemers

Op 31 december 2024 had deltaWonen 195,3 FTE in dienst (2023: 181,2). Het aantal fulltime medewerkers ultimo 2024 is exclusief 7,6 FTE's aan openstaande vacatures (2023: 3,1 FTE aan vacatures) en 3,0 FTE's aan vacatures die in december 2024 zijn vervuld, maar pas in 2025 gaan starten. Inclusief vacatures komt het totaal op 205,9 FTE.

Toelichting op kasstromen

1. De kasstromen uit operationele activiteiten zijn afgenomen met € 6,3 miljoen, wat met name het gevolg is van:

  • € 3,5 miljoen meer aan ontvangsten van huurders als gevolg van huurverhogingen en toevoeging van nieuwbouw;
  • Een verhoging van betalingen aan leveranciers van € 9,8 miljoen, met name door de toegenomen vennootschapsbelasting (€ 2,9 miljoen);
  • Een toename van betalingen uit hoofde van onderhoudsuitgaven, rente uitgaven en overige bedrijfsuitgaven van € 4,0 miljoen;
  • Een toename van betalingen aan werknemers van € 2,9 miljoen.

2. De kasstromen uit (des)investeringsactiviteiten zijn ten opzichte van 2023 toegenomen met € 26,2 miljoen door een combinatie van lagere ontvangsten uit verkopen bestaand bezit en verkopen onder voorwaarden van € 0,7 miljoen (-/-) en hogere investeringen in (nieuw)bouw- en verduurzamingsprojecten van € 25,5 miljoen (-/-).

3. In 2023 is voor € 102,5 miljoen aan nieuwe leningen aangetrokken. Daarnaast is er voor € 55,5 miljoen afgelost op bestaande financieringen. Deze mutaties van de langlopende leningen hebben geleid tot een positieve kasstroom uit financieringsactiviteiten van € 47,0 miljoen.

Accountantshonorarium

Accountantshonorarium 2024 o.b.v. art. 2:382a bW

(x € 1.000) BDO accountants Overige accountants-organisaties
Controlekosten jaarrekening  124.966   - 
Controleopdracht dVi  24.588   - 
Adviesdiensten op fiscaal terrein  -   47.348 
     
Andere niet-controleopdrachten, waarvan:    
- Salarisadministratie  -   - 
- Overige adviesdiensten  -   1.086 
  149.554 48.434

Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening zijn gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2024 ongeacht of werkzaamheden reeds gedurende 2024 zijn verricht.

Publicatie bezoldiging uit hoofde van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ):

Functie directeur-bestuurder
Duur dienstverband 1-1-2024 tot en met 31-12-2024
Omvang dienstverband 1 FTE
Looptijd actuele dienstbetrekking Onbepaalde tijd
Periodiek betaalde beloning  193.619 
Beloning betaalbaar op termijn  22.818 
Totale bezoldiging 2024  216.437 

Wet Normering Topinkomens

De WNT is van toepassing op Stichting deltaWonen. Het voor Stichting deltaWonen toepasselijke bezoldingsmaximum is in 2024 € 218.000 en is gebaseerd op het bezoldigingsmaximum voor woningcorporaties klasse G. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. 

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Bij deltaWonen is uitsluitend sprake van een leidinggevende topfunctionaris met dienstbetrekking.

Gegevens 2024

Bedragen x € 1 E. Leideman
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01-01-2024
31-12-2024
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0
Dienstbetrekking? ja
   
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  193.619 
Beloningen betaalbaar op termijn  22.818 
Subtotaal  216.437 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  218.000 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag  - 
Bezoldiging  216.437 

Gegevens 2023

Bedragen x € 1 E. Leideman
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01-2023
31-12-2023
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)  1,0 
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  186.183 
Beloningen betaalbaar op termijn  21.254 
Subtotaal  207.437 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  209.000 
   - 
Bezoldiging  207.437 

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12

DeltaWonen kent geen leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2024

Bedragen x € 1 H.B.A. Grootelaar R.W.M. Takken F.J. Siderius H. Diender-van Dijk
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01-01-2024
31-12-2024
01-01-2024
31-12-2024
01-01-2024
31-12-2024
01-01-2024
29-02-2024
Bezoldiging        
Bezoldiging  25.908   17.277   17.277   2.754 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  32.700   21.800   21.800   3.574 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  25.908   17.277   17.277   2.754 

Gegevens 2024

Bedragen x € 1 J.E. van Driel M.C.E. van der Vleuten N. Wakker
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01-01-2024
14-03-2024
01-01-2024
31-12-2024
01-03-2024
31-12-2024
Bezoldiging      
Bezoldiging  3.397   17.277   14.477 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  4.408   21.800   18.226 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  3.397   17.277   14.477 

Gegevens 2023

Bedragen x € 1 H.B.A. Grootelaar R.W.M. Takken F.J. Siderius H. Diender-van Dijk
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01-2023
31-12-2023
01-01-2023
31-12-2023
01-01-2023
31-12-2023
01-01-2023
31-12-2023
Bezoldiging        
Bezoldiging  24.115   16.112   16.112   16.112 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  31.350   20.900   20.900   20.900 

Gegevens 2023

Bedragen x € 1 J.E. van Driel M.C.E. van der Vleuten
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01-2023
31-12-2023
01-01-2023
31-12-2023
Bezoldiging    
Bezoldiging  16.112   16.112 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  20.900   20.900 

1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100,- of minder

DeltaWonen kent geen topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100,- of minder.

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking

Er is bij deltaWonen geen sprake van uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking.

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. 

9.8 Balans scheiding daeb en niet-daeb 2024

(voor resultaatbestemming, x € 1.000)

  31-12-2024 31-12-2023
Activa DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
Vaste activa                
                 
Immateriële vaste activa                
Kosten van verwerving van intellectuele rechten 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal van immateriële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0
                 
Vastgoedbeleggingen                
Daeb vastgoed in exploitatie 2.562.208 0 0 2.562.208 2.326.637 0 0 2.326.637
Niet-daeb vastgoed in exploitatie 0 41.128 0 41.128 0 36.056 0 36.056
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 0 24.974 0 24.974 0 22.487 0 22.487
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB 22.174 0 0 22.174 19.972 0 0 19.972
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Niet-DAEB 0 2.554 0 2.554 0 2.117 0 2.117
Totaal van vastgoedbeleggingen 2.584.382 68.656 0 2.653.037 2.346.609 60.660 0 2.407.269
                 
Materiële vaste activa                
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 9.768 199 0 9.968 4.967 101 0 5.069
Totaal van materiële vaste activa 9.768 199 0 9.968 4.967 101 0 5.069
                 
Financiële vaste activa                
Latente belastingvorderingen 3.153 159 0 3.312 3.326 107 0 3.433
Vorderingen op groepsmaatschappijen (interne lening) 8.000 0 -8.000 0 8.000 0 -8.000 0
Aandelen certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen 45.421 0 -45.421 0 42.418 0 -42.418 0
Totaal van financiële vaste activa 56.574 159 -53.421 3.312 53.744 107 -50.418 3.433
                 
Som der vaste activa 2.650.724 69.014 -53.421 2.666.317 2.405.320 60.868 -50.418 2.415.770
                 
Vlottende activa                
                 
Voorraden                
Vastgoed bestemd voor de verkoop 358 304 0 662 138 260 0 398
Overige voorraden 300 6 0 306 298 6 0 304
Totaal voorraden 657 311 0 968 435 266 0 702
                 
Vorderingen                
Huurdebiteuren 544 11 0 555 563 11 0 574
Overheid 6 0 0 6 59 1 0 60
Belastingen en premies sociale verzekeringen 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige vorderingen 625 13 0 638 598 12 0 610
Overlopende activa 85 2 0 86 9 0 0 9
Totaal van vorderingen 1.259 26 0 1.285 1.229 25 0 1.254
                 
Liquide middelen 0 6.340 -2.919 3.421 0 9.917 -1.857 8.061
                 
Totaal van vlottende activa 1.917 6.676 -2.919 5.674 1.664 10.208 -1.857 10.016
                 
                 
Totaal van activa 2.652.641 75.690 -56.339 2.671.991 2.406.984 71.076 -52.274 2.425.786

(voor resultaatbestemming, x € 1.000)

  31-12-2024 31-12-2023
Passiva DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
Eigen vermogen                
Herwaarderingsreserves 1.429.669 16.702 -16.702 1.429.669 1.257.350 14.847 -14.847 1.257.350
Overige reserves 417.285 25.716 -25.716 417.285 877.341 30.890 -30.890 877.341
Resultaat na belastingen van het boekjaar 197.736 3.003 -3.003 197.736 -287.737 -3.319 3.319 -287.737
Totaal van eigen vermogen 2.044.690 45.421 -45.421 2.044.690 1.846.954 42.418 -42.418 1.846.954
                 
Voorzieningen                
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 8.365 421 0 8.786 5.739 0 0 5.739
Overige voorzieningen 509 10 0 520 455 9 0 464
Totaal van voorzieningen 8.875 431 0 9.306 6.194 9 0 6.203
                 
Langlopende schulden                
Schulden aan overheid 20.638 0 0 20.638 14.852 0 0 14.852
Schulden aan kredietinstellingen 534.298 0 0 534.298 494.079 0 0 494.079
Schulden aan groepsmaatschappijen (interne lening) 0 8.000 -8.000 0 0 8.000 -8.000 0
Verplichtingen inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 0 21.483 0 21.483 0 19.990 0 19.990
Overige langlopende schulden 8 0 0 8 8 0 0 8
  554.944 29.483 -8.000 576.427 508.939 27.990 -8.000 528.929
                 
Kortlopende schulden                
Schulden aan overheid 1.153 24 0 1.176 740 15 0 755
Schulden aan kredietinstellingen 17.283 0 0 17.283 16.423 0 0 16.423
Schulden aan kredietinstellingen (negatieve liquide middelen) 2.919 0 -2.919 0 1.857 0 -1.857 0
Schulden aan leveranciers 5.897 120 0 6.017 7.705 157 0 7.862
Belastingen en premies sociale verzekering 6.533 133 0 6.667 7.142 146 0 7.288
Schulden ter zake van pensioenen 0 0 0 0 165 3 0 169
Overige schulden 1.256 26 0 1.282 1.111 23 0 1.133
Overlopende passiva 9.092 52 0 9.143 9.755 315 0 10.070
Totaal van kortlopende schulden 44.132 355 -2.919 41.567 44.897 659 -1.857 43.700
                 
                 
Totaal van passiva 2.652.641 75.690 -56.339 2.671.991 2.406.984 71.076 -52.274 2.425.786

9.9 Winst- en verliesrekening scheiding daeb en niet-daeb 2024

  2024 2023
Functioneel model (x € 1.000) DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Huuropbrengsten 105.817 1.999 0 107.816 102.070 1.754 0 103.823
Opbrengsten servicecontracten 2.831 150 0 2.982 2.661 110 0 2.771
Lasten servicecontracten -3.198 -201 0 -3.399 -3.158 -132 0 -3.290
Overheidsbijdragen 0 0 0 0 0 0 0 0
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten -9.298 -183 0 -9.481 -8.757 -52 0 -8.809
Lasten onderhoudsactiviteiten -41.737 -704 0 -42.440 -46.415 -836 0 -47.251
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -6.681 -145 0 -6.826 -6.160 -116 0 -6.276
Nettoresultaat exploitatie van vastgoedportefeuille 47.736 917 0 48.652 40.241 728 0 40.968
                 
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0 0 0 0 0 0 0
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0 0 0 0 0 0 0
Toegerekende organisatiekosten 0 0 0 0 0 0 0 0
Toegerekende financieringskosten 0 0 0 0 0 0 0 0
Nettoresultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 0 0 0 0 0 0 0
                 
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 229 42 0 271 1.068 0 0 1.068
Toegerekende organisatiekosten -88 -17 0 -105 -200 -10 0 -211
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -282 -31 0 -313 -948 0 0 -948
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille -141 -6 0 -147 -81 -10 0 -91
                 
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -19.881 -1.088 0 -20.969 -18.694 -682 0 -19.375
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 190.434 2.263 0 192.697 -283.808 -3.660 0 -287.468
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 0 1.024 0 1.024 0 409 0 409
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop 151 0 0 151 6 0 0 6
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 170.704 2.199 0 172.903 -302.495 -3.933 0 -306.428
                 
Opbrengsten overige activiteiten 1.246 435 0 1.681 776 391 0 1.168
Kosten overige activiteiten 0 0 0 0 0 0 0 0
Nettoresultaat overige activiteiten 1.246 435 0 1.681 776 391 0 1.168
                 
Overige organisatiekosten -2.306 -44 0 -2.350 -2.570 -38 0 -2.608
Kosten omtrent leefbaarheid -3.190 -65 0 -3.255 -2.785 -58 0 -2.842
                 
Waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten 0 0 0 0 0 0 0 0
Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten 0 0 0 0 0 0 0 0
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 204 0 -165 39 209 0 -165 44
Rentelasten en soortgelijke kosten -13.060 -165 165 -13.060 -11.806 -165 165 -11.806
Saldo financiële baten en lasten -12.856 -165 0 -13.021 -11.597 -165 0 -11.762
                 
Totaal van resultaat voor belastingen 201.193 3.270 0 204.464 -278.511 -3.084 0 -281.595
                 
Belastingen -6.460 -268 0 -6.728 -5.906 -235 0 -6.142
Resultaat deelnemingen 3.003 0 -3.003 0 -3.319   3.319 0
                 
Totaal van resultaat na belastingen 197.736 3.003 -3.003 197.736 -287.737 -3.319 3.319 -287.737

9.10 Kasstroomoverzicht scheiding daeb en niet-daeb 2024

  2024 2023
(directe methode) (x € 1.000) DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
Operationele activiteiten                
                 
Ontvangsten                
Huurontvangsten 106.048 1.880 0 107.928 101.978 1.837 0 103.815
Vergoedingen 3.369 163 0 3.532 4.324 152 0 4.475
Overheidsontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige bedrijfsontvangsten 1.057 75 0 1.131 746 41 0 787
Ontvangen interest (uit operationele activiteiten) 210 0 -165 45 165 0 -165 0
Saldo ingaande kasstromen operationele activiteiten 110.684 2.117 -165 112.636 107.212 2.030 -165 109.077
                 
Uitgaven                
Betalingen aan werknemers -18.813 -384 0 -19.196 -15.896 -324 0 -16.220
Onderhoudsuitgaven -34.596 -726 0 -35.322 -32.900 -690 0 -33.590
Overige bedrijfsuitgaven -17.000 -958 0 -17.958 -15.866 -573 0 -16.439
Betaalde interest -12.974 -165 165 -12.974 -11.758 -165 165 -11.758
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -234 -3 0 -237 -792 -3 0 -795
Verhuurderheffing 0 0 0 0 0 0 0 0
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -167 -2 0 -169 -44 -3 0 -46
Vennootschapsbelasting -6.763 -356 0 -7.118 -4.112 -127 0 -4.239
Saldo uitgaande kasstromen operationele activiteiten -90.546 -2.593 165 -92.975 -81.367 -1.885 165 -83.087
                 
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 20.137 -476 0 19.661 25.845 145 0 25.990
                 
(Des)investeringsactiviteiten                
MVA ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 184 57 0 241 941 0 0 941
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 0 1.123 0 1.123 0 1.098 0 1.098
Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkoopontvangsten grond 0 0 0 0 0 0 0 0
(Des) investeringsontvangsten overig 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding van materiële vaste activa 184 1.180 0 1.364 941 1.098 0 2.039
                 
MVA uitgaande kasstroom                
Nieuwbouw huur-, woon- en nietwoongelegenheden -42.535 -3.386 0 -45.920 -26.159 -4.390 0 -30.549
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -20.559 0 0 -20.559 -15.525 0 0 -15.525
Aankoop, woon- en niet woongelegenheden 0 0 0 0 0 0 0 0
Nieuwbouw verkoop, woon- en niet woongelegenheden 0 0 0 0 0 0 0 0
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 0 -787 0 -787 0 -827 0 -827
Sloopuitgaven, woon- en niet woongelegenheden 0 0 0 0 0 0 0 0
Investeringen overig ten dienste van -5.317 -109 0 -5.425 -225 -5 0 -230
Verwerving van materiële vaste activa -68.411 -4.281 0 -72.692 -41.909 -5.222 0 -47.130
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA 0 0 0 0 0 0 0 0
                 
FVA                
Ontvangsten verbindingen 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten overig 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten aflossing interne lening 0 0 0 0 1.000 0 -1.000 0
Uitgaven verbindingen 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgaven overig 0 0 0 0 0 0 0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 0 0 0 0 1.000 0 -1.000 0
                 
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten -68.227 -3.101 0 -71.328 -39.968 -4.124 -1.000 -45.092
                 
Financieringsactiviteiten                
Ingaand                
Nieuwe te borgen leningen 0 0 0 0 0 0 0 0
- nieuwe leningen 72.500 0 0 72.500 15.000 0 0 15.000
- mutaties roll-over 30.000 0 0 30.000 10.000 0 0 10.000
Nieuwe ongeborgde leningen 0 0 0 0 0 0 0 0
Inkomende financieringskasstromen 102.500 0 0 102.500 25.000 0 0 25.000
                 
Uitgaand                
Aflossingen geborgde leningen 0 0 0 0   0 0 0
- bestaande leningen -46.435 0 0 -46.435 -7.563 0 0 -7.563
- mutaties roll-over -8.000 0 0 -8.000 0 0 0 0
Aflossingen ongeborgde leningen -1.038 0 0 -1.038 0 0 0 0
Aflossingen interne leningen van DAEB 0 0 0 0 0 -1.000 1.000 0
Uitgaande financieringskasstromen -55.473 0 0 -55.473 -7.563 -1.000 1.000 -7.563
                 
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten 47.027 0 0 47.027 17.437 -1.000 1.000 17.437
                 
Toename/afname van geldmiddelen -1.063 -3.577 0 -4.639 3.314 -4.979 0 -1.665
                 
Wijziging kortgeld                
                 
Geldmiddelen aan het begin van de periode -1.857 9.917 0 8.060 -5.170 14.895 0 9.725
                 
Geldmiddelen aan het einde van de periode -2.919 6.340 0 3.421 -1.857 9.917 0 8.060

9.11 Ondertekening van de jaarrekening

Naam:
Mevrouw M.C.E. van der Vleuten
Functie:
Commissaris
Datum:
20 juni 2025
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
Mevrouw F.J. Siderius
Functie:
Commissaris
Datum:
20 juni 2025
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
Mevrouw N. Wakker
Functie:
Commissaris
Datum:
20 juni 2025
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
De heer R.R. Scholten
Functie:
Commissaris
Datum:
20 juni 2025
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
De heer E. Leideman
Functie:
Directeur-bestuurder deltaWonen
Datum:
20 juni 2025
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
De heer R.W.M. Takken
Functie:
Commissaris
Datum:
20 juni 2025
Plaats:
Zwolle

w.g.

Naam:
De heer H.B.A. Grootelaar
Functie:
Voorzitter raad van commissarissen
Datum:
20 juni 2025
Plaats:
Zwolle

w.g.