9.5 Toelichting op de onderscheiden posten van de balans
Activa
Vastgoedbeleggingen
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| 9.5.1 DAEB vastgoed in exploitatie | 2.780.989 | 2.562.208 |
| 9.5.2 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 49.082 | 41.128 |
| 9.5.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 24.283 | 24.974 |
| 9.5.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB | 18.959 | 22.174 |
| 9.5.5 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Niet-DAEB | 307 | 2.554 |
| Totaal | 2.873.619 | 2.653.037 |
| 9.5.1 | 9.5.2 | 9.5.3 | 9.5.4 | 9.5.5 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DAEB vastgoed in exploitatie | Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB | Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB | ||||||
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| Aanschafwaarde per 1 januari | 1.179.820 | 1.117.435 | 34.512 | 31.702 | 13.693 | 14.408 | 31.286 | 28.961 | 3.245 | 2.117 |
| + Cumulatieve afschrijvingen en/of waardeveranderingen | 1.382.388 | 1.209.202 | 6.616 | 4.353 | 11.280 | 8.079 | 9.112- | 8.989- | 691- | - |
| Boekwaarde per 1 januari | 2.562.208 | 2.326.637 | 41.128 | 36.056 | 24.974 | 22.487 | 22.174 | 19.972 | 2.554 | 2.117 |
| Mutaties | ||||||||||
| Opleveringen - (overboeking van vastgoed in ontwikkeling) | 34.074 | 40.740 | 3.959 | 2.786 | - | - | 34.074- | 40.740- | 3.959- | 2.786- |
| Investeringen - initiële verkrijging | - | - | - | - | - | - | 31.607 | 43.065 | 1.112 | 3.914 |
| Investeringen - uitgaven na eerste waardering | 20.890 | 19.768 | - | 23 | - | - | - | - | - | - |
| Desinvesteringen | 3.716- | 351- | 26- | - | 1.786- | 1.135- | - | - | - | - |
| Onttrekking naar de voorziening | - | - | - | - | - | - | 6.895 | 2.468 | 363- | 469 |
| Herclassificatie in boekjaar (naar voorraad bestemd voor verkoop) | - | - | - | - | 291 | 78- | - | - | - | - |
| Aanpassing overige waardeveranderingen | 23.677- | 15.020- | - | - | - | - | 4.936- | 5.949- | - | - |
| Aanpassing marktwaarde | 191.210 | 190.434 | 4.020 | 2.263 | 805 | 3.699 | 2.707- | 3.357 | 963 | 1.160- |
| Totaal mutaties | 218.781 | 235.571 | 7.953 | 5.072 | 690- | 2.487 | 3.215- | 2.202 | 2.246- | 437 |
| Aanschafwaarde per 31 december | 1.227.741 | 1.179.820 | 38.446 | 34.512 | 13.031 | 13.693 | 28.819 | 31.286 | 398 | 3.245 |
| + Cumulatieve afschrijvingen en/of waardeveranderingen | 1.553.248 | 1.382.388 | 10.636 | 6.616 | 11.252 | 11.280 | 9.860- | 9.112- | 91- | 691- |
| Boekwaarde per 31 december | 2.780.989 | 2.562.208 | 49.082 | 41.128 | 24.283 | 24.974 | 18.959 | 22.174 | 307 | 2.554 |
| Inbegrepen ongerealiseerde herwaardering | 1.582.546 | 1.412.967 | 20.206 | 16.702 | - | - | - | - | - | - |
De activa zijn volledig voor brand- en stormschade verzekerd tegen herbouwwaarde, verkoopwaarde of sloopwaarde. Voor de brand- en stormverzekering is een tarief per verhuureenheid afgesproken, waarbij door de verzekeraar geen beroep kan worden gedaan op onderverzekering. De desinvesteringen zijn onder te verdelen in sloop, uit beheer of verkoop. De desinvesteringen uit sloop en verkoop bedragen respectievelijk € 3,2 miljoen en € 0,5 miljoen.
9.5.1. DAEB vastgoed en 9.5.2. niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Marktwaarde
Zowel het DAEB- als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat, die is bepaald op basis van het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde', die als bijlage is opgenomen bij de regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen de marktwaarde met de Discounted Cashflow (DCF) methode bepaald. Bij de bepaling van de marktwaarde is de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd. De waardebepaling is onder meer ontleend aan waarneembare prijzen op een actuele markt. Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en of schattingen (full variant).
De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.
| Categorie onroerende zaken | Methoden | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Woongelegenheden | De hoogste waarde van de twee scenario's (doorexploiteer- of uitpondscenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex | |||||||||
| Bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed | Doorexploiteerscenario | |||||||||
| Parkeergelegenheden | De hoogste waarde van de twee scenario's (doorexploiteer- of uitpondscenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex | |||||||||
Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan. De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.
- Indien de maximale huur lager is dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel;
- Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.
In de post DAEB-vastgoed in exploitatie zijn 15.319 verhuureenheden (2024: 15.119) opgenomen en in de post niet-DAEB zijn 993 verhuureenheden (2024: 964) opgenomen, totaal 16.313 verhuureenheden (2024: 16.083). De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen van deze verhuureenheden bedraagt € 4,21 miljard (2024: € 3,71 miljard).
De verdeling van de marktwaarde ultimo boekjaar is als volgt:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Woongelegenheden | 2.694.361 | 2.472.873 |
| BOG/MOG/ZOG | 121.013 | 118.317 |
| Parkeergelegenheden | 14.899 | 12.503 |
| Totaal | 2.830.273 | 2.603.693 |
De reële waarde (marktwaarde) van het vastgoed is ultimo 2025 € 226,6 miljoen hoger dan ultimo 2024. Hiervan wordt een bedrag van ongeveer € 26,8 miljoen (positief) veroorzaakt door mutaties in de samenstelling van het vastgoed gedurende 2024 (investeringen, sloop, verkoop). Het resterende bedrag van € 199,8 miljoen (positief), zijnde de autonome mutatie, wordt in het schema hieronder toegelicht.
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Mutatie marktwaarde | 199.752 | 201.918 |
| Mutaties marktbeleid/marktverwachtingen | ||
| Mutatie leegwaarde | 75.944 | 134.718 |
| Mutatie huur en maximaal redelijke huur | 50.670 | 65.767 |
| Mutatie mutatiegraden | 12.636 | (43) |
| Mutatie beheerlasten | (2.810) | (3.606) |
| Totaal mutaties marktbeleid/marktverwachtingen | 136.440 | 196.836 |
| Parametermutaties | ||
| Mutatie disconteringsvoet | (6.827) | (41.885) |
| Mutatie inflatie | (226) | 3.342 |
| Mutatie exit yield | 42.877 | (2.863) |
| Mutatie vrije verkoopwaardestijging | 27.201 | 32.637 |
| Totaal parametermutaties | 63.025 | (8.769) |
| Overige mutaties | ||
| Effect methodische huuraanpassingen en -wijzigingen | 750 | 1.843 |
| Effect verkoopbeperkende maatregelen | 6.880 | 6.672 |
| Effect overdrachtskosten | - | 10.297 |
| Overig | (7.343) | (4.961) |
| Totaal overige mutaties | 287 | 13.851 |
| Totaal autonome mutatie | 199.752 | 201.918 |
Toelichting op het verloop
Leegwaarde (stijging van € 75,9 miljoen)
De gemiddelde leegwaarde van woongelegenheden is gestegen van € 302.759 naar € 318.543 (5,21%). Het monetair beleid heeft een daling van de rente tot gevolg, terwijl de inkomens verder zijn gestegen. Verder is er nog altijd sprake van toenemende schaarste in de huursector. Hierdoor worden de door de taxateur ingeschatte opbrengsten bij mutatie hoger. Voor ons bezit werkt deze leegwaardestijging door in een stijging van de marktwaarde met € 75,9 miljoen.
Huur en maximaal redelijke huur (stijging van € 50,7 miljoen)
De gemiddelde contracthuur van woongelegenheden is gestegen van 626,60 euro naar 656,15 euro (4,72%). Ook de gemiddelde maximale huur en de gemiddelde markthuur voor woongelegenheden zijn gestegen, respectievelijk van € 1.030,64 naar € 1.065,58 (3,39%) en € 942,10 naar € 978,03 (3,81%). De gemiddelde reguliere huurstijging van woongelegenheden is echter licht gedaald. Het totale effect van deze mutaties op de autonome mutatie is € 50,7 miljoen.
Mutatie mutatiegraden (stijging van € 12,6 miljoen)
De gemiddelde mutatiegraad doorexploiteren van woongelegenheden is gestegen van 6,97% naar 7,01% (0,04%-punt) en de gemiddelde mutatiegraad uitponden van woongelegenheden is gestegen van 6,97% naar 7,05% (0,08%-punt). Het uitpondscenario is bij woningen leidend ten opzichte van woningen die het doorexploiteerscenario hanteren. Omdat de woning bij mutatie wordt uitgepond of de huur wordt verhoogd naar markthuur leidt een hogere mutatiegraad tot een hoger tempo van verkopen en/of verhogen van de huur naar markthuur. In 2025 leidt dit tot een effect van € 12,6 miljoen op de waardering.
Mutatie disconteringsvoet (daling van € 6,8 miljoen)
De gemiddelde disconteringsvoet doorexploiteren van BOG/MOG/ZOG-eenheden is, als gevolg van marktontwikkelingen, gestegen van 7,16% naar 7,69% (0,54%-punt). De gemiddelde disconteringsvoet uitponden van woongelegenheden is daarentegen nauwelijks gewijzigd (stijging 0,04%-punt). De stijging van de disconteringsvoet zorgt voor een lagere marktwaarde.
Mutatie inflatie (daling € 0,2 miljoen)
De prijsinflatie en loon- en bouwinflatie zijn voor de toekomstige jaren hoger ingeschat dan in 2024. Dit heeft een negatief effect op de marktwaarde door lagere kosten.
Mutatie exit-yield (stijging van € 42,9 miljoen)
De exit-yields zijn vastgesteld op basis van de best vergelijkbare transacties uit 2025. De gemiddelde exit-yield doorexploiteren van woongelegenheden is gedaald van 8,10% naar 7,81% (-/- 0,29%-punt) en de gemiddelde exit-yield uitponden van woongelegenheden is gedaald van 4,81% naar 4,39% (-/- 0,42%-punt). Deze gedaalde exit-yields zorgen voor een toename in de marktwaardering van € 42,9 miljoen.
Mutatie ontwikkeling vrije verkoopwaarde (stijging van € 27,2 miljoen)
De gemiddelde toekomstige leegwaardestijging per jaar van woongelegenheden is gestegen van 1,98% naar 2,12% (0,13%-punt). De inschatting van de leegwaardeindexering in de DCF-periode voor de jaren 1 tot en met 15 is op korte termijn hoger ingeschat naar aanleiding van de ontwikkelingen in de woningmarkt in 2025. Deze ontwikkeling leidt tot hogere opbrengsten bij mutatie als er sprake is van uitponden.
Effect verkoopbeperkende maatregelen
Bij blijvend sociale complexen (t/m 143 WWS punten) geldt vanaf 2017 voor het eerst een uitpondrestrictie van 7 jaar. Dit houdt in dat de individuele woningen bij mutatie gedurende 7 jaar niet kunnen worden uitgepond. Het merendeel van onze woningcomplexen heeft als hoogste scenario uitponden. Doordat de markthuren relatief laag zijn, blijft na invoering van deze maatregel het uitpondscenario het hoogste scenario. De impact is om die reden relatief groot en heeft een sterk waardedrukkend effect. Omdat het effect vanaf 2017 een structureel karakter heeft, wordt deze niet meer apart benoemd, maar het verschil wordt nu meegenomen onder mutatie mutatiegraden.
Inschakeling taxateur
Jaarlijks wordt een derde deel van de onroerende zaken in exploitatie getaxeerd door een onafhankelijk en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat de onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw worden getaxeerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier, waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd, zijn in het bezit van deltaWonen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.
Complexindeling
De complexindeling van de taxatiecomplexen is gebaseerd op grotendeels vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB- als niet DAEB-vastgoed. DeltaWonen heeft op basis van bovenstaande criteria in totaal 246 complexen woningen, 54 complexen bedrijfsmatig onroerend goed (BOG/MOG/ZOG) en 5 complexen parkeergelegenheden geïdentificeerd.
DeltaWonen heeft per 31 december 2025, verdeeld naar type die voor de marktwaarde zijn onderkend, de volgende aantallen onroerende zaken:
| Categorie onroerende zaken | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Woongelegenheden | 13.841 | 13.732 |
| Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed (BOG/MOG/ZOG) | 1.428 | 1.329 |
| Parkeergelegenheden | 1.044 | 1.022 |
| Totaal aantal | 16.313 | 16.083 |
Toepassing vrijheidsgraden
DeltaWonen heeft voor haar vastgoedbezit de full-versie van het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde' toegepast. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen. Daarom worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit apart toegelicht.
De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.
Disconteringsvoet:
De volgende spreiding van de disconteringsvoet is gebruikt voor de verschillende categorieën onroerende zaken:
| Categorie onroerende zaken | spreiding disconteringsvoet | gewogen gemiddelde |
|---|---|---|
| Woongelegenheden | 4,55% - 11,75% | 7,28% |
| Bedrijfsmatig, maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed | 5,25% - 12,50% | 7,72% |
| Parkeergelegenheden | 7,10% - 9,40% | 8,81% |
Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is voor deltaWonen rekening gehouden met de volgende (spreiding) van relevante veronderstellingen:
| Woongelegenheden | BOG, MOG en ZOG | Parkeergelegenheden | ||
|---|---|---|---|---|
| Mutatiegraad | >=5% <=28% | n.v.t. | n.v.t. | |
| Mogelijkheid tot verkoop | 87% | n.v.t. | 100% | |
| Achterstallig onderhoud | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | |
| Bedrag achterstallig onderhoud | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | |
| Erfpacht | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | |
| Beklemmingen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | |
Zoals bovenstaand is vermeld, is bij het bepalen van de marktwaarde de full-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn volgens het waarderingshandboek toegepast met uitzondering van de volgende vrijheidsgraden:
| Vrijheidsgraad | Basis variant | aanpassing Cushman & Wakefield | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Schematische vrijheid | Separate kasstromen specifiek tonen | Niet van toepassing | ||||||||
| Markthuur | Normhuren per type vastgoed | Op basis van marktreferenties | ||||||||
| Markthuurontwikkeling | De markthuur en de maximale huur worden geïndexeerd met de prijsinflatie. Voor de huurontwikkeling van de contracthuren, dat wil zeggen huren vóór harmonisatie, geldt een jaarlijkse opslag op de prijsinflatie, de loonindex of het minimum van de prijsinflatie en de loonindex van het voorgaande kalenderjaar. | Huurontwikkeling en markthuurontwikkeling zijn conform de basisvariant, waarmee wordt aangesloten bij wettelijke kaders. | ||||||||
| Leegwaarde | O.b.v. WOZ-waarde | Op basis van marktreferenties | ||||||||
| Leegwaardestijging | Volgens Handboek modelmatig waarderen | Aangesloten bij de ontwikkeling volgens het handboek. | ||||||||
| Disconteringsvoet | Modelmatig vastgesteld | Disconteringsvoeten vastgesteld op basis van transacties in de beleggingsmarkt en de algehele marktontwikkeling. | ||||||||
| Exit Yield | Automatische berekening | Exit Yield is bepaald in lijn met ontwikkelingen op de beleggingsmarkt, waarbij gelet wordt op de verhouding tussen de leegwaarde ratio op t=0 en t=15, de huur-leegwaardeverhouding op t=0 en t=15 rekening houdende met de onderhoudsuitgaven gedurende de beschouwingsperiode in combinatie met het bouwjaar en de beschouwingsperiode. Bij een BOG complex is gekeken naar de resterende looptijd van het huurcontract aan het eind van de beschouwingsperiode rekening houdende met de onderhoudsuitgaven gedurende de beschouwingsperiode in combinatie met het bouwjaar en de beschouwingsperiode. |
||||||||
| Mutatiegraad | Historisch gemiddelde van betreffende complex binnen een bandbreedte van 4-50% voor EGW, MGW en extramurale zorgeenheid en 4-100% voor studenteneenheden | Historisch gemiddelde van complex en inschatting van de taxateur voor toekomstige verwachtingen. | ||||||||
| Onderhoud | Normbedrag per type vastgoed | Volgens Vastgoed Taxatiewijzer (VTW) | ||||||||
| Technische splitsingskosten | Standaard geen | Volgens basisvariant | ||||||||
| Bijzondere uitgangspunten | Optioneel geen | Volgens basisvariant | ||||||||
| Erfpacht | Werkelijkheid weergeven | Niet van toepassing | ||||||||
Parameters
Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening is gebruik gemaakt van de volgende parameters:
| Parameters woongelegenheden | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Prijsinflatie | 3,20% | 2,60% | 2,20% | 2,20% | 2,20% | 2,00% |
| Looninflatie | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% |
| Bouwkostenstijging | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% |
| Leegwaardestijging | 3,20% | 4,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% |
| Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ EGW | €1.042 | €1.086 | €1.122 | €1.159 | €1.197 | €1.227 |
| Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ MGW | €1.089 | €1.135 | €1.172 | €1.211 | €1.251 | €1.282 |
| Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ Studenteneenheid | €1.180 | €1.229 | €1.270 | €1.312 | €1.355 | €1.389 |
| Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ Zorgeenheid (extr.muraal) | €1.385 | €1.443 | €1.491 | €1.540 | €1.591 | €1.631 |
| Mutatieonderhoud per vhe ‒ EGW | €0 | €0 | €0 | €0 | €0 | €0 |
| Mutatieonderhoud per vhe ‒ MGW | €0 | €0 | €0 | €0 | €0 | €0 |
| Mutatieonderhoud per vhe ‒ Studenteneenheid | €0 | €0 | €0 | €0 | €0 | €0 |
| Mutatieonderhoud per vhe ‒ Zorgeenheid (extr.muraal) | €0 | €0 | €0 | €0 | €0 | €0 |
| Beheerkosten per vhe ‒ EGW | €569 | €584 | €597 | €610 | €623 | €636 |
| Beheerkosten per vhe ‒ MGW | €558 | €582 | €601 | €621 | €641 | €657 |
| Beheerkosten per vhe ‒ Studenteneenheid | €526 | €549 | €567 | €585 | €605 | €620 |
| Beheerkosten per vhe ‒ Zorgeenheid (extr.muraal) | €515 | €536 | €554 | €572 | €591 | €606 |
| Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) | 0,10% | 0,10% | 0,10% | 0,10% | 0,10% | 0,10% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) | 0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% |
| Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar ‒ Laagsegment | 0,00% | 0,00% | 0,50% | 0,50% | 0,50% | 0,50% |
| Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar ‒ Midden- en Hoogsegment | 0,00% | 0,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% |
| Huurderving (% van de huursom) | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% |
| Gemiddelde mutatiekans | 7,00% | 7,00% | 7,00% | 7,00% | 7,00% | 7,00% |
| Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% |
| Disconteringsvoet | 7,28% | 7,28% | 7,28% | 7,28% | 7,28% | 7,28% |
| Parameters bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo | €7,55 | €7,87 | €8,13 | €8,39 | €8,67 | €8,89 |
| Mutatieonderhoud per m2 bvo - BOG | €12,90 | €13,44 | €13,89 | €14,34 | €14,82 | €15,19 |
| Mutatieonderhoud per m2 bvo - MOG | €15,62 | €16,28 | €16,81 | €17,37 | €17,94 | €18,39 |
| Mutatieonderhoud per m2 bvo - ZOG | €15,62 | €16,28 | €16,81 | €17,37 | €17,94 | €18,39 |
| Beheerkosten % van de markthuur ‒ BOG | 3,0% | 3,0% | 3,0% | 3,0% | 3,0% | 3,0% |
| Beheerkosten % van de markthuur ‒ MOG | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% |
| Beheerkosten % van de markthuur ‒ ZOG | 2,5% | 2,5% | 2,5% | 2,5% | 2,5% | 2,5% |
| Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) | 0,49% | 0,49% | 0,49% | 0,49% | 0,49% | 0,49% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) (BOG-MOG) | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) (ZOG) | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% |
| Disconteringsvoet | 7,72% | 7,72% | 7,72% | 7,72% | 7,72% | 7,72% |
| Parameters parkeergelegenheden | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud ‒ garagebox | €239 | €249 | €257 | €266 | €274 | €281 |
| Instandhoudingsonderhoud ‒ parkeerplaats | €71 | €74 | €76 | €79 | €82 | €84 |
| Beheerkosten ‒ garagebox | €49 | €50 | €51 | €52 | €53 | €54 |
| Beheerkosten ‒ parkeerplaats | €35 | €36 | €37 | €38 | €39 | €40 |
| Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% |
| Disconteringsvoet | 8,81% | 8,81% | 8,81% | 8,81% | 8,81% | 8,81% |
Schattingen
Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen, waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het commercieel vastgoed zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.
Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde, is ten aanzien van woningen gewaardeerd volgens de DCF-methode, de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:
| Parameters | Gehanteerd in reële waarde | Stel mogelijke afwijking | Effect op de reële waarde*) | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (x € 1 mln,-) | In % reële waarde | ||||||
| Mutatiegraad | Gemiddelde mutatiegraad 7,00% | +0,5% bij UP en DE | 42,4 | 1,50% (positief) | |||
| Exit Yield | Gemiddeld DE 7,80% en UP 4,38% | +1% bij UP en DE | -108,0 | 3,81% (negatief) | |||
| Disconteringsvoet | Gemiddeld DE 6,14% en UP 7,39% | +0,5% bij UP en DE | -103,8 | 3,67% (negatief) | |||
| Leegwaardeontwikkeling | Gemiddeld over 15 jaar +2,11% per jaar | Gemiddeld over 15 jaar +1% per jaar | 99,3 | 3,51% (positief) | |||
Juridische en feitelijke verplichtingen inzake de waardering van het vastgoed
Op diverse gronden, die deltaWonen de afgelopen 10 jaar heeft aangekocht, heeft de gemeente een verplichting bedongen dat de gerealiseerde woningen op die gronden, met een (aanvangs)huurprijs tot € 879,66, voor een periode van 10 jaar niet verkocht mogen worden of dat de huurprijs bij mutatie niet geliberaliseerd mag worden.
Deze beklemming is in de marktwaarde vertaald naar een algemene verkoopbeperking voor zeven jaar voor alle woningen tot en met 143 punten en derhalve op basis van het scenario doorexploiteren, uitgaande van een niet-marktconforme verhuur aan onze doelgroep.
Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2025 € 1,429 miljard (2024: € 1,444 miljard).
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Uitgangspunten | DAEB | niet-DAEB | DAEB | niet-DAEB |
| Disconteringsvoet | 4,22% | 4,76% | 4,17% | 4,70% |
| Gemiddelde streefhuur per maand per woongelegenheid | € 685 per woongelegenheid | € 675 per woongelegenheid | ||
| Gemiddelde lasten onderhoud per jaar | € 3.397 per woongelegenheid | € 3.296 per woongelegenheid | ||
| Gemiddelde lasten beheer per jaar | € 1.135 per woongelegenheid | € 1.070 per woongelegenheid | ||
| Aantal verhuureenheden met EFG label per balansdatum | 243 | - | 284 | - |
Streefhuur
Het streefhuurbeleid van deltaWonen is als volgt: In het huidige beleid komen de streefhuren bestaande woningen, niet zijnde nieuwbouw, als volgt tot stand. Tot een maximale huur van € 300,- is de streefhuur gelijk aan de maximale huur. Vanaf deze basishuur stijgt de streefhuur met 50 cent van elke euro maximale huur. Als houvast wordt in het huurbeleid uitgegaan dat ongeveer 75% van de streefhuren wordt afgetopt. Anders geformuleerd; ten minste 75% van de streefhuren valt onder de tweede aftoppingsgrens. In het huur- en toewijzingsbeleid monitoren we de slaagkansen van verschillende (inkomens)doelgroepen. Waar nodig sturen we bij door meer of minder woningen af te toppen en/of door gerichte toewijzing. In het Portefeuilleplan is als aanvullende doelstelling opgenomen dat tenminste 50% van de streefhuren tot en met de eerste aftoppingsgrens behoort en tevens dat tenminste 75% van de streefhuren tot en met de tweede aftoppingsgrens behoort. Elke maand vindt er een update van de streefhuren plaats. In de bepaling van de beleidswaarde gaan wij om die reden uit van de vastgestelde streefhuur per eind december conform ons hierboven geformuleerde streefhurenbeleid. Ons geformuleerde streefhurenbeleid is 100% realiseerbaar.
Onderhoud
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
- Klachtenonderhoud (reparatie- + mutatieonderhoud);
- Planmatig onderhoud (contractonderhoud + regulier instandhoudingsonderhoud);
- Indirecte kosten toegerekend aan de onderhoudscomponent (denk aan personeelskosten, afschrijvingen e.d.).
Klachtenonderhoud
De in de goedgekeurde meerjarenbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatieonderhoud en mutatieonderhoud zijn gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden en worden ongeïndexeerd voor de 60-jaars horizon op complexniveau ingelezen.
Planmatig onderhoud
De onderhoudsbedragen zijn gebaseerd op de langjarige onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding voortvloeiend uit de vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB), voordat er correcties als gevolg van clustering vanwege ingrijpende verbouwing (e-renovaties) zijn verwerkt. Met de overgang naar een exploitatieperiode van 60 jaar kunnen de bedragen per jaar variëren conform de onderliggende onderhoudsbegroting.
De MJOB wordt per complex bepaald, rekening houdend met de conditie van de verschillende complexen. Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op de aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de MJOB van deltaWonen, waarbij de MJOB uitgaat van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore van 4. DeltaWonen beschikt over een door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde MJOB voor 60 jaar.
De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bestaande bezit (dus geen voorraadmutaties). Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht deltaWonen conditiemetingen. Hiertoe hanteert deltaWonen een periodieke actualisatie. Bij het opstellen van de MJOB houdt deltaWonen rekening met het actuele prijspeil. In de huidige MJOB is dat prijspeil 2025. Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4.
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
Zoals hierboven aangegeven, kent de MJOB een horizon van 60 jaar, waarin alle cycli van alle onderhoudselementen in deze horizon zijn verwerkt.
Indirecte kosten toegerekend aan de onderhoudscomponenten
De in de goedgekeurde meerjarenbegroting opgenomen geschatte indirecte lasten toegerekend aan onderhoudscomponenten (bijvoorbeeld personeelskosten) zijn gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden en worden ongeïndexeerd voor de 60-jaars horizon op complexniveau ingelezen.
E/F/G Labels
DeltaWonen heeft ultimo 31-12-2025 nog 243 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Deze complexen zijn niet opgenomen in de MJOB, omdat deze werkzaamheden geclusterd worden en derhalve classificeren als ingrijpende verbouwing c.q. e-renovatie. Voor de EFG labels is een standaard bedrag ingerekend in de beleidswaardeberekening conform het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde'.
Achterstallig onderhoud
Achterstallig onderhoud is bij deltaWonen voor verslagjaar 2025 niet van toepassing.
Beheerlasten
De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2026-2035 en worden voor een 15-jaars periode vertaald naar een beheernorm per jaar.
Sensitiviteitsanalyse Beleidswaarde 2025
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
| Omschrijving: | Mutatie t.o.v. uitgangspunt | Effect op de beleidswaarde *) |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 0,5% hoger | -/- € 128,1 miljoen (9,0%) |
| 0,5% lager | +/+ € 150,4 miljoen (10,5%) | |
| Streefhuur per maand | € 25 hoger | +/+ € 93,1 miljoen (6,5%) |
| € 25 lager | -/- € 93,1 miljoen (6,5%) | |
| Beleidsonderhoud | € 100 hoger | -/- € 54,0 miljoen (3,8%) |
| € 100 lager | +/+ € 54,0 miljoen (3,8%) | |
| Beleidsbeheer | € 100 hoger | -/- € 54,0 miljoen (3,8%) |
| € 100 lager | +/+ € 54,0 miljoen (3,8%) |
Voor een uitgebreide toelichting op de beleidswaarde wordt verwezen naar het hoofdstuk Financieel Jaarverslag.
Verstrekte zekerheden
Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.
Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de geconsolideerde balans vermeld onder de Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa.
9.5.3. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Aantal eenheden 1 januari | 85 | 89 |
| Verkopen boekjaar | -5 | -3 |
| Terugkopen boekjaar | 0 | -1 |
| Aantal eenheden 31 december | 80 | 85 |
| waarvan gepresenteerd onder voorraad Vastgoed bestemd voor verkoop per 31 december | 0 | 1 |
| Aantal eenheden 31 december gepresenteerd onder VOV | 80 | 84 |
Bij de contracten gebaseerd op het “Koopgarant”-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen tussen 10% en 33,3%. Daarnaast heeft deltaWonen een terugkoopverplichting. Het aandeel van deltaWonen in de waardeontwikkeling van de woningen is in 2025 gemiddeld 25% (2024: gemiddeld 25%). Ultimo 2025 zijn er geen woningen koopgarant (2024: 1) in bezit van deltaWonen (voorraad).
9.5.4. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB
Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen DAEB (nieuwbouw) en bestaande complexen DAEB (woningverbetering, herstructurering). Zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking. De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten. De eventueel aanwezige voorziening op projectniveau is gesaldeerd met het saldo vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.
9.5.5. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB
Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen niet-DAEB (nieuwbouw) en bestaande complexen niet-DAEB (woningverbetering, herstructurering). Zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking. De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten. De eventueel aanwezige voorziening op projectniveau is gesaldeerd met het saldo vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.
Materiële vaste activa
9.5.6 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
Het verloop van deze post is als volgt:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand 1 januari | ||
| Aanschafwaarde | 14.004 | 9.151 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | 4.036- | 4.083- |
| Boekwaarde | 9.968 | 5.069 |
| Mutaties | ||
| Investeringen | 694 | 5.455 |
| Desinvesteringen | 537- | 603- |
| Afwaarderingen | - | - |
| Terugname afwaarderingen | - | - |
| Overige mutaties | 536 | 489 |
| Afschrijvingen | 648- | 442- |
| Totaal mutaties | 45 | 4.899 |
| Stand 31 december | ||
| Aanschafwaarde | 14.161 | 14.004 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | 4.148- | 4.036- |
| Boekwaarde | 10.013 | 9.968 |
De desinvesteringen 2025 hebben voor € 85.000 betrekking op het buiten gebruik stellen van twee vervoersmiddelen. Op overige inventaris/gebouwen is voor € 44.000 gedesinvesteerd en waar nodig vervangen. Op hardware is voor € 171.000 gedesinvesteerd. Dit waren voornamelijk mobiele telefoons uit 2021 en 2022 die zijn vervangen.
In 2020 en 2021 hebben we ten aanzien van het Transitieproject Previder, kosten geactiveerd (vnl. uren externen) onder software Immateriële vaste activa. Eind 2025 zijn al deze kosten afgeschreven en daarmee buitengebruikgesteld. De geactiveerde kosten kennen geen boekwaarde meer. De totale waarde van de desinvestering is: € 237.000.
De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:
| - Bedrijfsterreinen | geen afschrijving |
| - Bedrijfsgebouwen (exclusief grond) | 50 jaar |
| - Verbouwing | 10 of 30 jaar |
| - ICT | 3, 4 of 5 jaar |
| - Bedrijfsauto's en bussen | 5 of 8 jaar |
| - Meubilair | 5 of 10 jaar |
De bedrijfsgebouwen worden als geheel en niet naar componenten afgeschreven aangezien de invloed van het verschil in afschrijving op het resultaat en vermogen verwaarloosbaar is. De afschrijvingen op software zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, gebaseerd op de verwachte gebruiksduur van 5 jaar. Deze periode kan korter zijn als het onderhoudscontract wat aan de afschrijvingstermijn van de software is gekoppeld, minder is dan 5 jaar.
Actuele waarde
De actuele waarde op basis van de WOZ waarde van de bedrijfsterreinen en de bedrijfsgebouwen bedraagt € 5,4 miljoen (prijspeil 1-1-2024).
Zekerheden
Op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie rusten geen hypothecaire zekerheden.
Financiële vaste activa
9.5.7 Latente belastingvorderingen
Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. Sinds 31-12-2021 zijn er geen fiscaal verrekenbare verliezen aanwezig. De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht.
Vastgoed in exploitatie
Tijdelijke verschillen doen zich voor bij DAEB en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie indien sprake is van een waarderingsverschil tussen de WOZ-waarde en fiscale boekwaarde. Indien de WOZ-waarde lager is dan de fiscale boekwaarde, is sprake van een (fiscaal) afschrijvingspotentieel. Dit is per ultimo boekjaar het geval bij 295 woningen. Voor mogelijke toekomstige fiscale afschrijving van dit vastgoed is een actieve latentie gevormd. De latentie loopt af op het moment dat de WOZ-waarde de fiscale boekwaarde overstijgt, als gevolg van waardemutaties. Daarnaast kan een tijdelijk verschil zich voor doen inzake vastgoed waarvan verwacht wordt dat dit in de komende tien jaar wordt verkocht en de fiscale waarde van dit vastgoed lager is dan de marktwaarde. Aangezien deltaWonen gebruikt maakt van de HIR-faciliteiten en een groeiambitie heeft, is dit tijdelijk verschil niet gewaardeerd in de jaarrekening.
Stand latente belastingvorderingen tot waardering gebracht
De latente belastingvorderingen opgenomen in de balans en de hiermee samenhangende latente belastinglasten/-baten in de winst- en verliesrekening zijn als volgt te specificeren:
| Latente belastingvorderingen (x € 1.000): | Balans | Winst-en-verliesrekening | ||
|---|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | |
| Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde van vastgoedbeleggingen |
2.734 | 3.312 | 578- | 121- |
| Totaal latente belastingvordering | 2.734 | 3.312 | 578- | 121- |
Het verloop van de in de balans tot waardering gebrachte latente belastingvorderingen in het boekjaar is op totaalniveau als volgt:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 3.312 | 3.433 |
| Dotaties ten laste van het resultaat | - | - |
| Onttrekkingen | 578- | 121- |
| Boekwaarde per 31 december | 2.734 | 3.312 |
Het gehanteerde vennootschapsbelastingtarief bedraagt respectievelijk 19% over de eerste € 200.000 aan belastbaar resultaat c.q. 25,8% over het restant hoger dan € 200.000. De latentie is tegen contante waarde gewaardeerd. De gehanteerde netto-disconteringsvoet bedraag 2,41% (2024: 2,02%). De nominale waarde van de tot waardering gebrachte latente belastingen bedraagt € 3,1 miljoen, welke een (gewogen) gemiddelde looptijd kent van 14 jaar. Van de latentie wordt een bedrag van € 0,2 miljoen (2024: € 0,3 miljoen) naar verwachting binnen één jaar gerealiseerd.
| Tijdelijke verschillen (x € 1.000) |
31-12-2024 | Mutatie | 31-12-2025 | Latentie | Nominale latentie | Contante waarde |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 643.868 | 147.242- | 791.109 | Nee | 204.106 | 200.517 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden | - | - | - | Nee | - | - |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkoop | - | - | - | Nee | - | - |
| Fiscaal hogere verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | - | - | - | Nee | - | - |
| Vorming HIR | - | - | - | Nee | - | - |
| Fiscale terugname afwaardering WOZ-waarde | - | - | - | Nee | - | - |
| Fiscale afschrijvingen vastgoedportefeuille in exploitatie | 14.258 | 2.164 | 12.095 | Ja | 3.120 | 2.734 |
| Heffingsvermindering verhuurderheffing (onderdeel vastgoedporteuille) | - | - | - | Nee | - | - |
| Afkoop IRS | - | - | - | Nee | - | - |
| Voorziening groot onderhoud | - | - | - | Nee | - | - |
| Voort te wentelen 15b rente | 21.463 | 4.925- | 26.389 | Nee | 6.808 | 6.689 |
| Vestia leningruil | - | - | - | Nee | - | - |
| Totaal | 679.589 | 150.003- | 829.592 | 214.035 | 209.939 |
| Latente Vpb | 31-12-2024 | W&V | Niet opnemen latentie | Tariefsimpact | Contante waarde | 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 163.197 | 37.988- | 75.977 | - | 668- | 200.517 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden | - | - | - | - | - | - |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkoop | - | - | - | - | - | - |
| Fiscaal hogere verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | - | - | - | - | - | - |
| Vorming HIR | - | - | - | - | - | - |
| Fiscale terugname afwaardering WOZ-waarde | - | - | - | - | - | - |
| Fiscale afschrijvingen vastgoedportefeuille in exploitatie | 3.312 | 558- | - | - | 20- | 2.734 |
| Heffingsvermindering verhuurderheffing (onderdeel vastgoedporteuille) | - | - | - | - | - | - |
| Afkoop IRS | - | - | - | - | - | - |
| Voorziening groot onderhoud | - | - | - | - | - | - |
| Voort te wentelen 15b rente | 5.440 | 1.271- | 2.542 | - | 22- | 6.689 |
| Vestia leningruil | - | - | - | - | - | - |
| Totaal | 171.949 | 39.817- | 78.518 | - | 710- | 209.939 |
| Latente belastinglast | 37.990 |
|---|---|
| - mutatie tijdelijke verschillen | 39.817- |
| - impact niet opnemen latentie | 78.518 |
| - impact wijziging Vpb-tarief | - |
| - impact waarderen tegen contante waarde | 710- |
Latente belastingvorderingen niet tot waardering gebracht
Geheel bezit
Ten aanzien van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. Voor zover (tijdelijke) waarderingsverschillen niet in de waardering van de latente belastingvorderingen zijn verwerkt, bedragen deze nominaal in totaal een passieve waarde van € 791,1 miljoen (2024: passieve waarde van € 643,9 miljoen). Deze waarderingsverschillen (zijnde het vastgoed in exploitatie) zijn niet gewaardeerd, omdat geen sprake is van realisatie in de (nabije) toekomst en daardoor de waarschijnlijkheid van fiscale winst om de verrekenbare tijdelijke verschillen te compenseren onvoldoende zeker is.
Leningen o/g en Derivaten
In de jaarrekening 2020 is voor de leningenportefeuille en de gewaardeerde derivaten (afgescheiden embedded derivaten of derivaten waarbij geen kostprijs hedge-accounting is toegepast) een latente belastingverplichting respectievelijk -vordering tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs).
In 2021 is deze latentie volledig vrijgevallen ten gunste van het resultaat, omdat vanwege de earningsstrippingmaatregel (ATAD) de contante waarde van het tijdelijke verschil naar alle waarschijnlijkheid zal tenderen naar nihil.
ATAD
Door de toepassing van art. 15b Vpb (ook wel de earningsstrippingmaatregel genoemd of als ‘ATAD’ naar verwezen) wordt de vraag opgeroepen of hiervoor een latentie moet worden opgenomen. Op basis van deze maatregel wordt de fiscale rentelast (per saldo) in aftrek beperkt voor zover deze meer bedraagt dan het hoogste van 24,5% (2024: 20%) van de fiscale EBITDA of € 1 miljoen.
De niet-aftrekbare rente is vervolgens onbeperkt in de tijd voort te wentelen en kan alsnog in aftrek worden gebracht wanneer daar in een volgend jaar ruimte voor is o.b.v. het hiervoor genoemde maximum. Over het algemeen wordt de renteaftrek van woningcorporaties beperkt door deze maatregel en vaak is het de verwachting dat er in de toekomst onvoldoende ruimte is om de commerciële rentelasten (die in dat jaar opkomen) in aftrek te brengen. Hierdoor zal het saldo aan voort te wentelen rente alleen maar stijgen en wordt daarom doorgaans ook geen actieve belastinglatentie opgenomen voor de voort te wentelen art. 15b Vpb rente. Wanneer het tijdelijke verschil op fiscaal (dis)agio afwikkelt, resulteert dit in een additionele fiscale last die als rente kwalificeert voor de toepassing van art. 15b Vpb. Omdat de toekomstige commerciële rentelast al (gedeeltelijk) in aftrek wordt beperkt door de toepassing van art. 15b Vpb, is er naar verwachting o.b.v. art. 15b Vpb geen ruimte om de additionele fiscale last effectief in aftrek te brengen. Hierdoor leidt de afwikkeling naar verwachting niet tot een lager bedrag aan acute Vpb, maar stijgt in plaats daarvan de voort te wentelen rente (waarvoor doorgaans ook geen actieve latentie wordt gevormd). Op basis van het voorgaande zijn wij van mening dat er geen ruimte is om een actieve belastinglatentie te vormen voor het tijdelijke verschil op fiscaal (dis)agio. De contante waarde van het tijdelijke verschil zal naar alle waarschijnlijkheid tenderen naar nihil.
Voorraden
9.5.8 Vastgoed bestemd voor de verkoop
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Per 31-12 leegstaande te verkopen huurwoningen en woningen koopgarant | 203 | 662 |
| Per 31-12 leegstaande te verkopen woningen nieuwbouw | - | - |
| Boekwaarde per 31 december | 203 | 662 |
In totaal is er per ultimo 2025 één woning (2024: twee woningen) verantwoord als vastgoed bestemd voor de verkoop. De verwachting is dat deze woning binnen één jaar verkocht worden tegen de verwachte opbrengstwaarde (€ 0,3 miljoen). De boekwaarde van de woning is € 0,2 miljoen.
9.5.9 Overige voorraden
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Onderhoudsmaterialen etc. | 323 | 306 |
| Af: voorziening wegens incourantheid | - | - |
| Boekwaarde per 31 december | 323 | 306 |
Vorderingen
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 521 | 555 |
| Overheid | 160 | 6 |
| Overige vorderingen | 1.755 | 638 |
| Overlopende activa | 244 | 86 |
| 2.679 | 1.285 |
9.5.10 Huurdebiteuren
Het saldo huurdebiteuren kan als volgt worden gespecificeerd:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 932 | 932 |
| Af: voorziening wegens oninbaarheid | 412- | 377- |
| Boekwaarde per 31 december | 521 | 555 |
De huurachterstand huurdebiteuren eind 2025 is 0,4% van de nettojaarhuur (2024: 0,5%).
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 377 | 452 |
| Dotatie ten laste van de exploitatie | 142 | 92 |
| Afgeboekte oninbare posten | 107- | 168- |
| Boekwaarde per 31 december | 412 | 377 |
9.5.11 Overheid
Het saldo van de vorderingen op overheidsinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Gemeente Zwolle | 158 | 2 |
| Gemeente Kampen | 2 | 4 |
| Totaal overheid per 31 december | 160 | 6 |
9.5.12 Overige vorderingen
Het saldo overige vorderingen kan als volgt worden gespecificeerd:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Overige vorderingen | 5 | 21 |
| Vooruitbetaalde posten | 1.750 | 617 |
| Totaal overige vorderingen per 31 december | 1.755 | 638 |
9.5.13 Overlopende activa
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Overlopende activa | 244 | 86 |
9.5.14 Liquide middelen
Het saldo liquide middelen kan als volgt worden gespecificeerd:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Kas | - | - |
| Bank | 2.156 | 3.421 |
| Totaal liquide middelen per 31 december | 2.156 | 3.421 |
De liquide middelen staan vrij ter beschikking voor deltaWonen.
Passiva
Eigen vermogen
9.5.15 Herwaarderingsreserves
Het verloop van de herwaarderingsreserves is als volgt:
| (x € 1.000) | DAEB vastgoed in exploitatie | Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | Totaal |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.412.967 | 16.702 | 1.429.669 |
| Mutaties: | |||
| Realisatie uit hoofde van verkoop | 499- | - | 499- |
| Realisatie uit hoofde van sloop | 3.170- | - | 3.170- |
| Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde | 195.386 | 3.493 | 198.878 |
| Afname uit hoofde van daling van de marktwaarde | 1.178- | 14- | 1.192- |
| Mutatie uit hoofde van na-investeringen | 20.961- | 25 | 20.936- |
| Herclassificatie | - | - | - |
| Stand per 31 december | 1.582.546 | 20.206 | 1.602.751 |
De herwaarderingsreserve sociaal vastgoed en commercieel vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de boekwaarde op basis van historische kosten, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering. Voor de realiseerbaarheid van de waarde van de onroerende zaken in exploitatie en het hiermee samenhangende deel van de herwaarderingsreserve verwijzen wij naar het bestuursverslag.
Voor de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is geen sprake van een herwaarderingsreserve door het feit dat de balanswaarde ultimo 2024 en 2025 lager ligt dan de oorspronkelijke verkoopprijs.
9.5.16 Overige reserves
Het verloop van de overige reserves is als volgt:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 417.285 | 877.341 |
| Gerealiseerd resultaat voorgaand boekjaar | 197.736 | 287.737- |
| Mutatie herwaarderingsreserve | 173.082- | 172.319- |
| Stand per 31 december | 441.939 | 417.285 |
9.5.17 Resultaat na belastingen van het boekjaar
Statutaire resultaatbestemming
In de statuten van de stichting is geen bepaling opgenomen met betrekking tot de bestemming van het resultaat.
| Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025 | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Het bestuur stelt aan de raad van commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2025 ten bedrage van € 193,3 miljoen geheel ten gunste van het eigen vermogen te brengen. | 193.281 | 197.736 |
Dit betreft € 20,2 miljoen ten gunste van de overige reserves (gerealiseerd resultaat) en € 173,1 miljoen ten gunste van de herwaarderingsreserve (niet-gerealiseerde waardeveranderingen).
Voorzieningen
9.5.18 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
Het verloop van de post voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 8.786 | 5.739 |
| Dotaties | 26.465 | 23.712 |
| Onttrekkingen | 22.910- | 20.665- |
| Boekwaarde per 31 december | 12.341 | 8.786 |
De voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen bestaat uit de onrendabele toppen van nieuwbouwprojecten en verduurzamingsprojecten, waarbij het saldo van de investeringen lager is dan de geprognosticeerde onrendabele top. Verwacht wordt dat van dit bedrag op balansdatum een bedrag van € 11,0 miljoen (2024: € 5,1 miljoen) binnen één jaar wordt gerealiseerd. Van de totale voorziening zal € 1,3 miljoen binnen een periode van vijf jaar worden gerealiseerd.
9.5.19 Voorziening jubileumuitkeringen
Het verloop van de voorziening jubileumuitkeringen is als volgt:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 520 | 464 |
| Dotaties | 52 | 95 |
| Onttrekkingen | 55- | 39- |
| Boekwaarde per 31 december | 517 | 520 |
De voorziening voor jubileumuitkeringen is overwegend langlopend van aard. Verwacht wordt dat op balansdatum een bedrag van € 31.206 binnen één jaar wordt gerealiseerd (2024: € 29.547) en een bedrag van € 134.624 binnen vijf jaar (2024: € 150.401).
Langlopende schulden
9.5.20 Schulden aan overheids- en kredietinstellingen
Het saldo van de schulden aan overheid en kredietinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:
| (x € 1.000) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 2025 | Effectieve rente | > 5 jaar | > 1 jaar | Totaal |
| Schulden aan overheid | 2,81% | 7.999 | 19.851 | 27.849 |
| Schulden aan kredietinstellingen | 2,39% | 475.855 | 533.486 | 1.009.341 |
| Totaal | 2,41% | 483.854 | 553.337 | 1.037.190 |
| 2024 | Effectieve rente | > 5 jaar | > 1 jaar | Totaal |
| Schulden aan overheid | 2,88% | 8.951 | 20.638 | 21.389 |
| Schulden aan kredietinstellingen | 1,99% | 471.467 | 527.647 | 544.763 |
| Totaal | 2,02% | 480.418 | 548.285 | 566.152 |
Het verloop van de schulden aan overheid en kredietinstellingen is als volgt:
| (x € 1.000) | Schulden aan overheid | Schulden aan krediet-instellingen | Totaal |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari 2025 | 21.389 | 562.763 | 584.152 |
| Bij: nieuwe leningen | - | 40.000 | 40.000 |
| Af: aflossingen conform contracten | 751 | 17.116 | 17.867 |
| Af: tijdelijke aflossingen roll-over leningen | - | 20.000 | 20.000 |
| Boekwaarde per 31 december 2025 | 20.638 | 565.647 | 586.285 |
| Aflossingen komend boekjaar | 787 | 32.161 | 32.948 |
| Boekwaarde per 31 december 2025 | 19.851 | 533.486 | 553.337 |
Op balansdatum zijn er drie roll-over leningen met een totale hoofdsom van € 60 miljoen, waarbij de rentevoet afhankelijk is gesteld van het Euribor-rentetarief.
Eén lening is niet gekoppeld aan een payers-swap:
- € 30 miljoen 1-weeks Euribor. Op de roll-over variabele hoofdsom is op 31 december 2025 € 20 miljoen tijdelijk afgelost.
Aflossingsverplichtingen binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar ter hoogte van € 32,9 miljoen zijn opgenomen onder de kortlopende schulden.
De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 546,7 miljoen (exclusief opgelopen rente). Deze is vastgesteld op basis van de 6-maands Euribor. Voor de bepaling van de disconteringsvoet (gebruikt voor de berekening van de marktwaarde) is geen rekening gehouden met een eventuele kredietopslag.
| Verloop renterisico leningen (x € 1.000) | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
| Aflossing leningen (excl. regulier) | 30.000 | 15.000 | 28.300 | 25.000 | 15.000 |
| Renteconversies (excl. roll-overs) | 40.000 | 10.000 | - | - | - |
| Renterisico leningen | 70.000 | 25.000 | 28.300 | 25.000 | 15.000 |
| In % schuldrestant 2025 | 11,9% | 4,3% | 4,8% | 4,3% | 2,6% |
Voor een toelichting op de renterisico's wordt verwezen naar het hoofdstuk Financiële Instrumenten.
Borging door WSW
Per ultimo 2025 is er in totaal voor een schuldrestant van € 606,3 miljoen borging verstrekt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (2024: € 584,2 miljoen). In het totaal van het schuldrestant geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is de maximale capaciteit van de variabele hoofdsomlening (roll-over) opgenomen. Er zijn geen garanties door overheden verstrekt.
| Leningruil Vestia | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 6.818 | 6.984 |
| Bij: Toevoeging Agio (dotatie, initiële opboeking) | - | - |
| Af: Onttrekking | 167- | 166- |
| Boekwaarde per 31 december | 6.651 | 6.818 |
| Waarvan agio kortlopend | 168- | 167- |
| Boekwaarde per 31 december | 6.483 | 6.651 |
Het saldo Agio Vestialening heeft betrekking op de in december 2021 afgesloten transactie in het kader van de leningruil voor Vestia. Het kortlopend deel van de lening is het gedeelte van het agio dat in het volgende boekjaar via amortisatie vrijvalt.
9.5.21 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (VOV)
De terugkoopverplichting woningen VOV betreft de terugkoopverplichting van onroerende zaken die onder een regeling Verkoop onder Voorwaarden zijn overgedragen aan derden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichting. Bij de jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling. De terugkoopverplichting heeft betrekking op 80 woningen (2024: 84).
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Terugkoopverplichting verkoop onder voorwaarden | 20.789 | 21.483 |
| Boekwaarde per 1 januari | 21.483 | 19.990 |
| Inkopen | - | - |
| Waardeveranderingen | 694- | 1.493 |
| Boekwaarde per 31 december | 20.789 | 21.483 |
9.5.22 Overige langlopende schulden
De post overige langlopende schulden is als volgt samengesteld:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Waarborgsommen | 8 | 8 |
9.5.23 Schulden aan kredietinstellingen
Het saldo schulden aan kredietinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Kortlopend deel van de langlopende schulden | 32.161 | 17.116 |
| Overige schulden aan kredietinstellingen | 168 | 167 |
| Totaal schulden aan kredietinstellingen | 32.329 | 17.283 |
Kortlopende schulden en overlopende passiva
9.5.24 Schulden aan leveranciers
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Schulden aan leveranciers | 10.465 | 6.017 |
9.5.25 Schulden aan overheidsinstellingen
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Schulden aan overheidsinstellingen | 834 | 1.176 |
9.5.26 Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekering
Het saldo te betalen belastingen en premies sociale verzekeringen kan als volgt worden gespecificeerd:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Loonheffing en premies sociale verzekeringen | 826 | 810 |
| Omzetbelasting | 3.609 | 4.824 |
| Vennootschapsbelasting | 56- | 1.033 |
| Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 4.379 | 6.667 |
9.5.27 Overige schulden
De post overige schulden is als volgt samengesteld:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Vooruitontvangen huur | 1.496 | 1.282 |
| Totaal overige schulden | 1.496 | 1.282 |
9.5.28 Overlopende passiva
De post overlopende passiva is als volgt samengesteld:
| (x € 1.000) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Niet vervallen rente | 7.239 | 6.559 |
| Reservering vakantiedagen | 652 | 624 |
| Nog te verrekenen servicekosten | 690 | 477 |
| Overige overlopende passiva | 2.199 | 1.485 |
| Totaal overlopende passiva | 10.780 | 9.143 |
9.5.29 Financiële instrumenten
DeltaWonen heeft per 31 december 2025 nog de beschikking over twee payer-swaps, die al voor 2008 met verschillende ingangsdata zijn afgesloten bij de BNG Bank. Met deze swaps zijn renteafspraken gemaakt, waarbij de hoogte van de rente voor deltaWonen is vastgelegd. Hierdoor wordt het (toekomstig) renterisico verminderd. Per ultimo 2025 hebben alle door deltaWonen afgesloten payers-swaps een onderliggende waarde in de vorm van roll-over leningen met identieke modaliteiten. Een payer-swap is een rente-instrument met een waardeontwikkeling. Afhankelijk van de renteontwikkeling kan dit resulteren in een positieve of een negatieve marktwaarde. Op de vigerende payer-swaps geldt géén verplichting tot het bijstorten c.q. aanhouden van liquide middelen als gevolg van de negatieve marktwaarden.
De belangrijkste modaliteiten van de afgesloten swaps zijn hieronder weergegeven.
| Tegenpartij | Hoofdsom | Startdatum | Einddatum | Te betalen vaste rente | Marktwaarde 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| BNG | € 15 miljoen | 01-11-2009 | 01-11-2027 | 4,9970% | - € 0,8 miljoen |
| BNG | € 15 miljoen | 01-06-2010 | 01-06-2029 | 4,9950% | - € 1,7 miljoen |
| Totaal | € 30 miljoen | - € 2,5 miljoen |
9.5.30 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Huurverplichtingen
Het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerende zaken (Oudestraat 216D te Kampen, Gildestraat 24 te Kampen, van Brederodenstraat 1A te Kampen en de Handelsstraat 22-26 te Kampen) bedraagt in totaal ongeveer € 125.000 (2024: € 27.000). Aan de Oudestraat 216D te Kampen is ons tweede kantoor gehuisvest. De Gildestraat 24 te Kampen en de Handelsstraat 22-26 te Kampen worden gebruikt voor tijdelijke huisvesting van ons personeel Dagelijks Onderhoud (DO) en de werkbussen. De van Brederodenstraat 1A te Kampen betreft een Huis van de Wijk locatie.
Leaseverplichtingen
DeltaWonen is diverse leaseverplichtingen aangegaan voor het ter beschikking stellen van diverse soorten inventaris ten behoeve van het personeel. Het betreft het wagenpark, diverse fietsen, de printers, pinautomaten, containers, beplantingen, een couverteermachine en koffiezetapparaten. Het totale bedrag van met derden aangegane leaseverplichtingen bedraagt in totaal ongeveer € 521.600. Onderdeel hiervan bedraagt het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane leaseverplichtingen voor wat betreft het wagenpark. Hiervoor is in totaal ongeveer € 450.000 (2024: € 357.900) aan leaseverplichtingen aangegaan.
De resterende looptijd van de leasecontracten is respectievelijk één jaar (11 bedrijfsauto's), twee jaar (7 bedrijfsauto's), drie jaar (7 bedrijfsauto's), vier jaar (17 bedrijfsauto's) en vijf jaar (2 bedrijfsauto's).
Vastgoedverplichtingen
Per 31 december 2025 zijn verplichtingen aangegaan (exclusief btw):
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (Nieuwbouw): € 47,9 miljoen (in 2024: € 16,9 miljoen).
Projecten met een hogere resterende verplichting dan € 5,0 miljoen:
- De Havezate Fase 1: € 15,6 miljoen
- Kennedylaan Kampen: € 10,7 miljoen
- De Tippe D5: € 5,6 miljoen
Planmatig onderhoud / Verduurzaming: € 13,0 milljoen (in 2024: € 7,2 miljoen).
Projecten met een hogere resterende verplichting dan € 2,5 miljoen:
- Project Iepenstraat, Wilgenstraat, Beukenstraat en Populierenstraat Zwolle: € 4,4 miljoen
Verplichtingen persoonsgebonden loopbaanbudget
In de CAO Woondiensten is een persoonsgebonden loopbaanbudget per medewerker afgesproken. Elke medewerker heeft, afhankelijk van 'indiensttreding', recht op een budget ten behoeve van zijn loopbaanontwikkeling. Ultimo 2025 bedraagt het budget ongeveer € 515.400 (2024: € 512.300).
Leningen aangegaan door Verenigingen van Eigenaars (VvE)
In 2025 is de VvE Lassuslaan 240-308 (ALG1068) een lening aangegaan voor de verduurzaming van het complex.
In dit complex bezit deltaWonen 21 van de 35 woningen (61%) en kan hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor € 1,0 miljoen van de lening (stand ultimo 2025). Ultimo 2025 is nog niet het hele bouwdepot van de afgesloten lening opgenomen. Het betreft een annuïtaire lening. De annuïtaire lening gaat in zodra het gehele bouwdepot is opgenomen. Het bedrag van de hoofdelijke aansprakelijkheid loopt vanaf 2026 gedurende de looptijd van 20 jaar af tot nihil.
Obligolening Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
DeltaWonen heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2023. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en deltaWonen niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde. In het geval van een eventuele storting zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door deltaWonen. Per 31 december 2025 bedraagt de obligolening ongeveer € 15,2 miljoen.
Prestatieafspraken
DeltaWonen heeft met de gemeenten Zwolle, Kampen en Oldebroek prestatieafspraken gemaakt ten aanzien van de verkoop, sloop en nieuwbouw van woningen. De gemaakte afspraken kunnen in de toekomst leiden tot verplichtingen.
Stille reserve Pad en Tuin
In 2017 heeft deltaWonen het bloot eigendom met GE-constructie voor het project Pad & Tuin aangekocht van stichting GE. Stichting GE heeft vervolgens de stille reserve Pad & Tuin uitgekeerd aan deltaWonen. Conform de verwerkingswijze bij de stichting is de stille reserve als een niet uit de balans blijkend recht opgenomen. Uit de GE-constructie vloeit namelijk een terugkooprecht en geen plicht van het bloot eigendom. De bewoners hebben het bloot eigendom in eeuwigdurende erfpacht verkregen zonder canon. Derhalve zal het eigendom niets opleveren voor deltaWonen, tenzij iemand de GE-constructie wil afkopen. Mocht iemand de GE-constructie in de toekomst willen afkopen, dan zal de stille reserve gerealiseerd worden. De hoogte van de afkoop komt tot stand op basis van de vooraf bepaalde rekenmethodiek, waarin de marktwaarde op dat moment een belangrijke invloed heeft. Gezien het feit dat er geen verplichting is en de hoogte en het moment van het realiseren van deze reserve niet is in te schatten, is in het kader van voorzichtigheid de stille reserve opgenomen onder de niet uit de balans blijkende rechten. De stille reserve bedraagt ultimo 2025 € 2,1 miljoen (2024: € 2,0 miljoen) en bevat nog 16 woningen in bloot eigendom (2024: 17).
9.5.31 Gebeurtenissen na balansdatum
Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.